Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Kennis & wederopbouw
  4. Langetermijnplanning

Hoofdstuk · Kennis & wederopbouw

Langetermijnplanning

Plannen op 1, 5 en 25 jaar: wat eerst, bomen en kinderen, onderhoud en risico's op papier

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Eén punt waar alles aan hangt Eén bron, één gewas, één voorraadschuur, één dijk of één arts kan alles tegelijk laten vallen. Zorg bij wat levens redt altijd voor een tweede.

  • Offer water, warmte of eten van vandaag niet op voor een plan. Een dode groep plant geen bomen.
  • Bouw geen blijvend ding in een bedding, in een uiterwaard of onder een dijk die niemand onderhoudt, hoe mooi het plan ook is (13.01 Het landschap lezen).
Een oudere vrouw en een kind planten samen een jonge eik op een oude houtwal aan de rand van een weiland, met een rol gaas ernaast en oudere eiken achter hen.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

De eerste maanden gaan over overleven. Daarna beslist wat je nu doet, of er over 25 jaar nog iets staat. Een boom die je dit jaar niet plant, geeft over tien jaar geen fruit. Een kind dat nu 5 is, is over 25 jaar 30 en houdt dan alles draaiende, als het iets heeft geleerd. Een plan voorspelt niets. Het is een afspraak over de volgorde, zodat je niet elk jaar opnieuw alleen aan deze week denkt.

Als er nog hulp is Vraag nu aan oude boeren, bij het waterschap of de gemeente wat hier eens per generatie misgaat. Schrijf de antwoorden op, met naam en jaar.

Eerst doen

  1. Tel wat er is: mensen per leeftijd, water, grond, voorraad, gereedschap, en wat binnenkort opraakt.
  2. Schrijf per onderwerp één regel voor over 1 jaar, over 5 jaar en over 25 jaar.
  3. Maak een risicolijst van één bladzijde.
  4. Plant dit jaar bomen, ook als het er maar tien zijn. Bescherm ze.
  5. Zet alles wat al staat op de onderhoudslijst voordat je iets nieuws belooft.
  6. Wijs een planhouder aan en spreek één vaste plandag per jaar af.

Wat je nodig hebt

  • Een planboek: stevig schrift, potlood, één bladzijde per onderwerp.
  • De namenlijst met geboortejaren.
  • De voorraadlijst (15.07 Voorraad beheren) en het onderhoudslogboek (12.09 Onderhoud plannen).
  • Een kalender (14.14 Tijd en kalender bijhouden).
  • Een kopie van het plan in het archief (16.01 Een kennisarchief).

Werkwijze

Drie horizonten

Gebruik deze tabel als begin en vul hem in voor jullie plek. De jaren zijn een richting, geen belofte wordt getoetst.

№OnderwerpOver 1 jaarOver 5 jaarOver 25 jaar
1WaterBron beschermd, behandelen werkt, latrines op afstand (02.13 Water voor een gemeenschap)Eigen put of zandfilter, reserveonderdelen (02.11 Een put slaan en beschermen, 02.12 Een langzaam zandfilter bouwen)Tweede bron, en onderhoud dat kinderen kennen
2EtenEerste tuin, rantsoen voor de winter. Reken op de helft van de beloofde oogst (13.05 Teeltplanning)Wisselbouw, eigen zaad, eerste fruit, dierenVolle boomgaard, gezonde bodem, zaad dat hier thuishoort
3Warmte en houtDroog hout voor één winter (05.15 Bijl, zaag en brandhout)Hakhout aangeplantEigen bos dat je kunt kappen zonder het op te maken
4OnderdakEén goed dak voor iedereenMinder gebouwen, goed onderhoudenEerste vervanging van daken en vloeren
5GezondheidHygiëne, zorgmap, zorgplanMensen opgeleid in zorg, tandzorg, bevallingNieuwe zorgverleners opgeleid door de vorige
6KennisArchief en kopieënBibliotheek, schoolDe school wordt geleid door mensen die hier zijn opgegroeid
7MensenTaken verdeeld, afspraken op papierEén leerling per ambacht, liefst tweeBestuur is overgegaan op de volgende generatie

Bij 1 jaar ben je concreet: wie, wat, wanneer. Bij 5 jaar noem je wat klaar moet zijn. Bij 25 jaar noem je alleen waar je heen wilt.

Wat eerst

Niet alles kan tegelijk. Stel bij elke klus vier vragen, in deze volgorde wordt getoetst:

  1. Doodt het zonder dit? Water, kou, honger, ziekte, brand gaan altijd voor (01.11 De volgorde van overleven).
  2. Kan het straks niet meer? Dit is de vraag die mensen vergeten.
  3. Duurt het lang voordat het iets oplevert? Dan begin je vroeg, ook klein.
  4. Maakt het veel andere dingen mogelijk? Een werkplaats, een weg en een school zijn zulke dingen (16.11 Wat herbouw je eerst).

Wat straks niet meer kan. Maak hiervan een aparte lijst en werk hem eerst af.

№Wat verdwijntWaaromDoe nu
1Oudere vakmensenZe worden ziek of stervenLeerling erbij, opschrijven (16.07 Technieken overdragen)
2ZaadKiemkracht loopt terugZaaien en eigen zaad winnen (13.07 Zaden verzamelen en bewaren)
3BrandstofVeroudert, is op wordt getoetstGebruik haar voor zwaar werk dat je maar één keer doet
4MedicijnenVerlopen en raken op (06.06 Medicijnen bewaren en houdbaarheid)Plan met een arts, geen voorraad zonder lijst
5Accu's, rubber, banden, lagersVerouderen, ook ongebruikt wordt getoetstBewaar droog, leer de versie zonder (10.06 Accu's redden en onderhouden)
6ZonnepanelenGaan tientallen jaren mee, maar leveren steeds minder wordt getoetstGa er niet van uit dat ze over 25 jaar alles doen

Bomen: plant wat je later nodig hebt

Bomen vragen een paar jaar zorg en geven tientallen jaren oogst. Maar ze vragen geduld.

№WatWanneer het iets geeft
1Pruim2 tot 3 jaar
2Appel (geënt)3 tot 5 jaar wordt getoetst
3Walnoot6 tot 10 jaar wordt getoetst
4HakhoutOmloop van 7 tot 15 jaar wordt getoetst
5Jong bos dat zaad geeft10 tot 20 jaar wordt getoetst
6Bos dat weer als bos werkt50 jaar of meer wordt getoetst
  • Plant elk jaar een beetje, niet alles in één jaar. Dan heb je bomen van alle leeftijden, en één droog jaar of één ziekte neemt niet alles mee wordt getoetst.
  • Kies soorten die bij je grond passen en zonder extra water kunnen (13.08 Bomen en boomgaarden).
  • Bescherm jonge bomen. De FAO rekent op minstens 2 jaar bescherming tegen vee en wild (13.14 Herstel van ecosystemen).
  • Spreek af dat niemand een fruitboom of een hakhoutstoof kapt zonder groepsbesluit (15.03 Besluiten nemen).
  • Bodem is nog trager: 2 tot 3 cm nieuwe grond kan volgens de FAO tot 1000 jaar duren (13.14 Herstel van ecosystemen). Wat wegspoelt, krijg je in je leven niet terug. Bodem beschermen hoort daarom in het plan voor elk jaar.

Kinderen als langetermijn

Mensen zijn de traagste en de belangrijkste investering. Doe deze oefening op de eerste plandag:

  1. Schrijf iedereen op met leeftijd nu.
  2. Tel er 5 bij op, en dan 25.
  3. Kijk wie over 25 jaar zwaar werk doet, wie zorg nodig heeft, en wie er dan les geeft.
  4. Zet naast elk ambacht wie het nu kan, en wie het over 25 jaar kan.

Lege vakjes zijn je echte plan. Ze laten zien wie vandaag een leerling nodig heeft (15.08 Onderwijs organiseren, 16.07 Technieken overdragen). Leren lezen en rekenen gaat voor: daarmee kan een kind zelf de rest uit de boeken halen (16.13 Rekenen en boekhouden zonder computer). Eerlijk over sterfte. Our World in Data vat onderzoek samen: in de geschiedenis stierf ongeveer de helft van de kinderen vóór de volwassenheid. In Zweden stierf rond 1750 tot 1780 ongeveer 40 procent vóór het vijftiende jaar. Zonder vaccins, antibiotica en ziekenhuis kan het weer die kant op gaan wordt getoetst. Hoe ver, weet niemand. Wij weten wel meer van schoon water en besmetting dan mensen toen. Daarom gaan zorg voor kinderen en schoon water in elk plan voorop (06.07 Zorg voor kinderen, 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten). Groepsgrootte. De UNHCR rekent bij kampen met een natuurlijke groei van 3 tot 4 procent per jaar. Dat zou 50 mensen in 25 jaar maken tot 105 tot 133 mensen. Wij weten niet of dat hier geldt: de groep kan ook krimpen, door ziekte of vertrek. Plan daarom voor beide: wat doe je met dubbel zoveel monden, en wat met de helft van de handen? Praat ook over gezinsplanning (VK.B19 Gezinsplanning zonder apotheek) en over zorg voor ouderen (06.08 Zorg voor ouderen).

Onderhoud boven nieuwbouw

Alles wat je bouwt, is werk voor altijd. Een nieuw gebouw vraagt elk jaar goten, dak, verf en hout. Daarom is onderhoud geen bijzaak van het plan, maar het eerste deel ervan (12.09 Onderhoud plannen). Vijf vragen voor je iets nieuws bouwt wordt getoetst:

  1. Is alles wat we al hebben in orde?
  2. Hoeveel uur onderhoud per jaar kost dit, en van wie gaan die uren af?
  3. Wie kan het repareren als de bouwer er niet meer is?
  4. Kunnen we het materiaal over 20 jaar nog krijgen?
  5. Kan het ook door iets te herstellen dat er al staat?

Is het antwoord op vraag 1 nee, dan gaat de nieuwbouw niet door. Kun je niet alles bijhouden, trek de groep dan samen in minder gebouwen (12.09 Onderhoud plannen). Instellingen gaan langer mee dan muren. Nederlandse waterschappen bestaan volgens hun eigen Unie al sinds de 13e eeuw wordt getoetst. Ze bestaan nog, en hun algemeen bestuur wordt om de 4 jaar gekozen (Rijksoverheid). Een sloot blijft alleen open met een afspraak wie hem schoonmaakt, en iemand die dat controleert (15.01 Afspraken maken, 15.10 Gemeenschap onderhouden).

Risico's opschrijven

Een risicolijst past op één bladzijde. Hoe je kans en gevolg inschat, staat in 01.03 Risico's inschatten.

№RisicoHoe vaakWat gebeurt erWat doen we nuWie let op
1Voorbeeld: drie droge jaren1 keer in 25 jaar wordt getoetstPut zakt, oogst halveertTweede bron, droge soorten, reserveWaterbeheerder

Kleine kansen tellen op. Een overstroming "van eens in de 100 jaar" betekent 1 procent kans per jaar, en niet dat het eens per eeuw gebeurt (USGS). Over langere tijd loopt dat op. Dit is een eigen berekening, ervan uitgaand dat elk jaar losstaat:

№Eens in1 jaar5 jaar25 jaar
110 jaar10 procent41 procent93 procent
250 jaar2 procent10 procent40 procent
3100 jaar1 procent5 procent22 procent
4500 jaar0,2 procent1 procent5 procent

Wat eens in de 50 jaar gebeurt, krijg je dus met 40 procent kans binnen je plan. Daar moet je op voorbereid zijn. En let op: deze kansen gelden alleen zolang de dijk of de greppel wordt onderhouden. Zonder gemalen en dijkonderhoud wordt de kans groter (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen). Zet in elk geval deze op je lijst:

№WaarRisico
1Laag landDijkdoorbraak en stijgend polderwater; in 1953 verdronken 1.836 mensen (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen). Verzilting van de put aan de kust (02.11 Een put slaan en beschermen)
2ZandgrondDroge zomers, uitputting van de put, heide- en bosbrand in een droge lente (05.14 Brand voorkomen en blussen) wordt getoetst
3OveralNatte oogstjaren en storm wordt getoetst. Uitbraak van ziekte, mislukte oogst, plaag, brand in de voorraad, conflict in de groep of met buren (15.04 Conflicten bespreken)
4OveralDood van de enige die iets kan: de enige verpleegkundige, smid of pompman

Vraag bij elk risico: wat hebben we dan nog? Dat leidt tot reserves: een tweede bron, zaad voor meer dan één seizoen wordt getoetst, voorraad op twee plekken, twee mensen per vak. Kijk elk jaar opnieuw. Schrijf ook op wat er echt gebeurde. Bouw je plan niet alleen op de laatste ramp: de volgende is vaak een andere.

Het plan bijhouden

  • Plandag. Eén dag per jaar, na de oogst. Iedereen komt, ook kinderen boven een afgesproken leeftijd.
  • Vergelijk. Wat zeiden we vorig jaar, wat is gelukt, wat niet, en waarom?
  • Verander. Een plan dat niet klopt, pas je aan. Schrijf erbij waarom, met datum. Streep oud niet weg, zodat de volgende het kan lezen.
  • Besluit samen. Grote keuzes gaan via de groep (15.03 Besluiten nemen). De planhouder bewaart, maar beslist niet alleen.
  • Geef het door. Laat de planhouder om de paar jaar wisselen, met een overdracht wordt getoetst. Houd het jaarboek erbij (14.14 Tijd en kalender bijhouden).
  • Reken met tijd. Tel per seizoen de werkdagen. Wat na eten, water en hout overblijft, is je ruimte voor het lange werk.

Zo weet je dat het werkt

  • Het planboek bestaat, ligt ook in het archief en is dit jaar nagekeken.
  • Elk jaar zijn er nieuwe bomen de grond in gegaan en de jonge bomen leven.
  • Elk belangrijk ambacht heeft minstens één leerling.
  • De onderhoudslijst loopt niet achter op de nieuwbouw.
  • Mensen kunnen zeggen wat over vijf jaar klaar moet zijn.
  • Na een tegenslag weet je welke reserve je aanspreekt.

Zo weet je dat het misgaat

  • De plandag wordt overgeslagen omdat het te druk is: houd hem toch, korter. Juist dan is hij nodig.
  • Er wordt gebouwd terwijl daken lekken: stop de nieuwbouw tot de onderhoudslijst weer op orde is.
  • Eén persoon weet alles: wijs vandaag een leerling aan.
  • Jonge bomen sterven of worden gekapt voor hout: bescherm ze, kies andere soorten, regel het hout elders.
  • Het plan vraagt meer uren dan er zijn: schrap. Een klein plan dat lukt, is beter dan een groot plan dat iedereen negeert.
  • Kinderen krijgen geen les omdat ze moeten werken: bespreek dit als groep. Dit is je 25-jaarplan dat verdwijnt.

Gevaar · Eén punt waar alles aan hangt Eén bron, één gewas, één voorraadschuur, één dijk of één arts kan alles tegelijk laten vallen. Zorg bij wat levens redt altijd voor een tweede.

  • Offer water, warmte of eten van vandaag niet op voor een plan. Een dode groep plant geen bomen.
  • Bouw geen blijvend ding in een bedding, in een uiterwaard of onder een dijk die niemand onderhoudt, hoe mooi het plan ook is (13.01 Het landschap lezen).

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1PlanboekEén vel per onderwerp in een map; of een muur met krijt, overgeschreven na elke plandag wordt getoetst
2BoomkwekerijZaailingen, stek van vijg, zaad van goede bomen (13.08 Bomen en boomgaarden)
3Oudere mensen om te vragenOude kaarten, boerderijnamen, hoogwatermerken, kerkboeken wordt getoetst
4Cijfers over risico'sSchrijf vanaf nu elk jaar op wat er gebeurde. Na 10 jaar heb je je eigen cijfers
5LeerlingEen volwassene die wil omscholen; of ruil met een buurgroep (15.06 Ruil en samenwerking)

Achtergrond

Bomen, bodem, vaardigheid en vertrouwen kosten nu werk en leveren pas later op. Uitstel van onderhoud kost nu niets en later veel. Een plan zet die twee naast elkaar wordt getoetst. De kansentabel volgt uit eenvoudig rekenen: de kans dat iets in 25 jaar niet gebeurt, is de kans op één jaar zonder, 25 keer met zichzelf vermenigvuldigd. Bij eens in de 100 jaar is dat 0,99 tot de macht 25, dus 78 procent, en de kans dat het wel gebeurt 22 procent. Echte jaren staan niet los: droge jaren komen in reeksen, en klimaat verandert wordt getoetst. Bewijs: kans per jaar bij terugkeertijden A (statistiek, USGS). Kindersterfte in het verleden B (veel studies, onzekerheid in de cijfers; de werkelijke sterfte was eerder hoger). Jaren tot oogst bij bomen B tot C (voorlichting en praktijk). Onderhoud gaat voor nieuwbouw B (praktijk van gebouwbeheer). Gemeenschappelijke instellingen rond water C (eigen opgave van de Unie van Waterschappen, Rijksoverheid). De vierstappentest en de horizontabel D (keuze van de redactie). Niemand kan betrouwbaar voorspellen hoe een groep na een ineenstorting er na 25 jaar uitziet.

Volgende niveau

Maak een plan met buurgroepen voor wat je alleen niet kunt: dijken, wegen, gedeelde zaden, een regionale school (13.13 Een lokaal voedselsysteem, 15.06 Ruil en samenwerking). Kies wat je opnieuw opbouwt (16.11 Wat herbouw je eerst). Bedenk ook of deze plek over 25 jaar nog houdbaar is (16.10 Opnieuw beginnen). Leg vast wat je hebt geleerd, voor wie na jullie komt (15.09 Collectief geheugen).

Controlelijst

  • Ik heb per onderwerp een regel voor 1, 5 en 25 jaar.
  • Ik weet wat straks niet meer kan, en daar begin ik mee.
  • Ik plant elk jaar bomen en bescherm ze.
  • Ik heb iedereen 25 jaar ouder gemaakt op papier en weet waar leerlingen nodig zijn.
  • Ik bouw pas iets nieuws als het onderhoud op orde is.
  • Mijn risicolijst noemt ook de dood van de enige die iets kan.
  • Wat levens redt, is er minstens twee keer.
  • We hebben een vaste plandag en het plan ligt ook in het archief.

Verantwoording

  • USGS: The 100-Year Flood: terugkeertijd, 1 procent kans per jaar, elk jaar opnieuw. De tabel is een eigen berekening.
  • Our World in Data: Mortality in the past, every second child died: ongeveer de helft, Zweden 40 procent vóór 15 jaar in 1750 tot 1780, onzekerheid van de cijfers.
  • Rijksoverheid: Bestuur van een waterschap: algemeen bestuur om de 4 jaar gekozen.
  • Unie van Waterschappen: Bestuurlijke organisatie: waterschappen sinds de 13e eeuw. Dit is de eigen opgave van de waterschappen, daarom gemarkeerd.
  • UNHCR Emergency Handbook: Site planning for camps: natuurlijke groei van 3 tot 4 procent per jaar. De pagina is gemarkeerd als verouderd. De omrekening naar 25 jaar is van mij. De jaren tot oogst komen uit 13.08 Bomen en boomgaarden (University of California en anderen), het hakhout uit 05.15 Bijl, zaag en brandhout, hersteltijden en de FAO-cijfers uit 13.14 Herstel van ecosystemen, de 1.836 doden uit 02.14 Hoogwater, dijken en gemalen, de halve eerste oogst uit 13.05 Teeltplanning. Die bronnen heb ik niet opnieuw geopend. Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de jaren in de horizontabel, de vierstappentest en de vijf vragen, de veroudering van brandstof, accu's, rubber en zonnepanelen, spreiding van aanplant, de omvang van toekomstige kindersterfte, de leeftijd van Nederlandse waterschappen (alleen eigen opgave; de pagina van Rijnland gaf een fout), de voorbeeldkans in de risicotabel, risico's voor de Nederlandse landbouw, zaadreserve, het wisselen van de planhouder, de vervangers en de uitleg over traagheid en reeksen van droge jaren. Voor langetermijnplanning in kleine groepen zonder staat heb ik geen gezaghebbende bron gevonden. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline