Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Bouwen & herstellen
  4. Onderhoud plannen

Hoofdstuk · Bouwen & herstellen

Onderhoud plannen

Vier rondes per jaar, één logboek en een vaste volgorde voor wat eerst moet als het materiaal opraakt

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Vallen, asbest en lood Een val van een ladder of dak is zonder ziekenhuis vaak het einde van iemands werk, of van iemand. Kijk daarom zo veel mogelijk van de grond met een verrekijker.

  • Zet een ladder op een stevige, vlakke ondergrond in een hoek van ongeveer 75 graden: één deel naar buiten op vier delen omhoog. Zet hem vast zodat hij niet kan wegglijden, houd drie punten contact, werk niet vanaf de bovenste drie sporten en reik niet opzij (HSE).
  • De SPAB zegt: werk liever niet alleen, en denk aan wie onder je staat. Klim niet bij wind, regen of vorst wordt getoetst.
  • Loop nooit op golfplaten van vezelcement, lichtkoepels, verroeste platen of oude leien. De Britse arbeidsinspectie HSE noemt ze breekbaar en zegt: vezelcementdaken dragen geen gewicht. Behandel elk dak als breekbaar tot iemand met verstand van zaken anders zegt. Grijze golfplaten en platen van vóór 1994 kunnen bovendien asbest bevatten: niet boren, niet zagen, niet schuren (12.11 Puin ruimen en veilig slopen).
  • Schuur en schraap oude verf niet droog. Schuren kan gevaarlijk loodstof en schilfers geven (EPA). Maak nat, werk buiten wordt getoetst en houd kinderen weg (11.01 Veilig werken met stoffen).
  • Doeken met lijnolie kunnen vanzelf gaan branden (12.10 Een werkplaats bouwen).
  • Raak gas en elektra alleen aan als je weet wat je doet.
Voor een oude bakstenen boerderij kijkt een man door een verrekijker naar de schoorsteen, terwijl een vrouw aantekeningen maakt in een schrift.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een gebouw gaat bijna nooit in één keer kapot. Het begint met een verstopte goot, een verschoven pan of een kier in de verf. Een goot leegmaken kost een uur. Een doorgerotte balk vervangen kost een dag, drie mensen en hout dat je misschien niet meer hebt. Zonder aanvoer is onderhoud je goedkoopste bouwmateriaal: elke pan die blijft liggen, hoef je niet te vinden.

Als er nog hulp is Laat nu een dakdekker en een schoorsteenveger één keer meelopen en vraag wat zij als eerste zouden doen. Schrijf hun antwoorden op als begin van je logboek.

Eerst doen

  1. Loop om elk gebouw van de groep en kijk alleen. Gebruik een verrekijker voor dak en schoorsteen.
  2. Leg per gebouw een logboek aan en schrijf op wat je ziet (zie Het logboek).
  3. Maak goten, regenpijpen en afvoerputten vrij, want dat werk voorkomt de meeste schade.
  4. Wijs per gebouw één persoon aan die het logboek bijhoudt (15.02 Taken verdelen).
  5. Zet de vier rondes als vaste data op de groepskalender (14.14 Tijd en kalender bijhouden).
  6. Tel wat je hebt aan pannen, spijkers, kit en kalk, en begin een plank met reserveonderdelen.

Wat je nodig hebt

  • Een schrift met harde kaft per gebouw, potloden, en een plattegrond met genummerde gevels en ruimtes.
  • Een verrekijker en een zaklamp voor zolder en kruipruimte.
  • Een ladder die heel is, touw om hem vast te zetten, en een tweede persoon.
  • Een gootschep of plankje, emmers, een lange stok of veer om afvoeren door te steken.
  • Een mes of priem voor de prikproef.
  • Schietlood, rolmaat en krijt (12.01 Bouwprincipes).
  • Werkhandschoenen, een veiligheidsbril en een stofmasker (FFP2).

Werkwijze

Waarom een vaste ronde werkt

Bijna alle schade aan gebouwen loopt via water (12.01 Bouwprincipes). Hout rot pas als het lang te nat blijft. De gangbare regel is: houd hout onder 20 procent vocht. De meeste schimmels die hout afbreken, groeien het best boven ongeveer 25 tot 30 procent. Hout dat maar kort nat wordt, rot niet (Carll en Highley, Forest Products Laboratory). Wat er gebeurt als hout steeds nat en droog wordt, is minder goed bekend. Zorg dus dat nat hout weer droog kan worden. Een ronde vangt een lek voordat het maanden heeft gelopen.

De vier rondes

Houd elke ronde in een vaste week, en loop altijd in dezelfde volgorde: van boven naar beneden, eerst buiten en dan binnen. Reken op een halve dag per woonhuis wordt getoetst.

№RondeWat je doet
1Herfst (oktober, november)De belangrijkste ronde. Goten leeg na de bladval, schoorsteen vegen voor het stoken, leidingen tegen vorst beschermen, roosters en greppels vrij.
2Winter (december tot februari)Kijk tijdens regen en na elke storm. Kijk op zolder met de zaklamp. Let op sneeuw in goten achter een borstwering; ruim die alleen als je er veilig bij kunt. Loop mee met de eerste grote bui en teken waar water loopt.
3Lente (maart, april)Goten opnieuw leeg. Vorstschade aan voegen, stenen en pannen. Vogelnesten bij schoorsteen en onder pannen. Woon je bij heide, bos of duinen: brandbaar materiaal rond het huis weg vóór droge weken (VK.C04 Een brandgang maken).
4Zomer (juni tot september)Droge weken voor schilderwerk, kit en houtherstel. Zet op droge dagen ramen open, zodat het huis uitdroogt. Doe bij hitte buitenwerk vroeg op de dag. Let op scheuren die openstaan door droge grond (12.02 Funderingen begrijpen).

De indeling komt uit de onderhoudskalender van de Britse SPAB (Society for the Protection of Ancient Buildings). Doe je maar twee rondes, kies dan herfst en lente. Een Engelse gemeentegids voor oude panden zegt hetzelfde: goten, afvoeren en kolken minstens elke zes maanden leeg, vooral na de bladval, en het hele gebouw minstens één keer per jaar nalopen, het liefst tijdens regen. Niets laat een lek zo goed zien als een stortbui.

Wat je per onderdeel doet

№OnderdeelHoe je kijktWat je doet
1DakVan de grond met verrekijker. Scherven pan of leisteen op de grond verraden schade. Op zolder bij regen met zaklamp: natte plekken, licht tussen de pannen.Verschoven pan terugleggen, gebroken pan vervangen, slabben rond de schoorsteen nazien op scheuren. Grotere schade: 12.04 Daken herstellen.
2Goten en regenpijpenBij regen: waar loopt het over, waar druipt het langs de muur?Leegscheppen, doorspoelen met een emmer, losse beugels vastzetten. Veeg geen vuil de regenpijp in. Vang je regenwater op, volg dan ook 02.03 Regenwater opvangen als drinkwater.
3Afvoer en muurvoetStaan putjes vol? Blijft er een plas tegen de muur? Staat er grond of plantengroei tegen de gevel?Kolken leegmaken, afvoer doorsteken, planten en aangespoelde grond weghalen, luchtroosters vrijmaken.
4SchoorsteenVoor het stookseizoen: losse stenen, scheuren, nest, roet en teer.Minstens één keer per jaar vegen (Brandweer). Bij dagelijks stoken vaker wordt getoetst. Zie VK.C03 Een schoorsteenbrand aanpakken en 05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide.
5Verf, kit en kalkBladders, barsten, kale plekken, vooral onderaan kozijnen en op de kopse kanten van hout.Alleen de kale plekken bijwerken. De Engelse gids rekent op opnieuw verven van ramen en deuren om de 5 tot 7 jaar; aan de zonkant korter wordt getoetst. Kalkwit: zie 11.07 Kalk branden en blussen en 11.08 Mortel en kalkpleister.
6HoutPrikproef: duw een mes in dorpels, kozijnen, balkkoppen en hout onder gebarsten verf.Is het zacht, zoek dan eerst de waterbron en stop die. Pas daarna herstellen (09.06 Verbindingen maken).
7OngedierteKeutels, vraatsporen, gaten, vers boormeel, nesten.Zie hieronder.
8VeiligheidRookmelder, CO-melder, blusmiddelen, emmer zand.Testen en reservebatterijen tellen.

Houtrot: eerst de oorzaak

Vind je zacht hout, dan kan er natrot zijn. Zaag pas als je weet waar het water vandaan komt, anders rot je reparatie net zo hard. Haal de bron weg, laat het hout drogen en kijk een seizoen later opnieuw. Zit de rot in een balkkop op een muur, dan raakt het de draagweg: zet het op rood en stut voordat je iets weghaalt (12.03 Muren en draagconstructies). Wit pluis, strengen over steen of roestrode sporen wijzen op huiszwam, die verder reikt dan de natte plek wordt getoetst.

Ongedierte buiten houden

  • Muizen passen volgens de CDC door een gat ter breedte van een potlood, ongeveer 6 mm. Ratten door een opening van ongeveer 13 mm wordt getoetst. Sluit kleine gaten met staalwol en kit, grote met gaas, plaatstaal of cement (CDC). Schuim alleen wordt doorgeknaagd wordt getoetst.
  • Loop tijdens elke ronde langs leidingdoorvoeren, deuronderkanten, luchtroosters en de dakrand. Bescherm de voorraad (VK.D05 Voorraad beschermen tegen muizen, ratten en motten) en lees 06.11 Luizen, vlooien, muggen en ratten.
  • Keutels veeg of zuig je niet droog op. Lucht eerst, maak ze nat met ontsmettingsmiddel en draag handschoenen en een masker wordt getoetst.
  • Houtworm laat ronde gaatjes achter. Vers meel onder de gaatjes betekent dat hij nog actief is wordt getoetst. Oude gaatjes zonder meel zijn alleen een aantekening in het logboek.
  • Termieten komen in Nederland van nature niet voor, maar de Amerikaanse grondtermiet (Reticulitermes flavipes) heeft hier kolonies gevormd. In Zuid-Holland tastte er een twee woningen aan, tot in de fundering (NOS, 2023) wordt getoetst. Ondergrondse termieten eten vooral nat hout, en je merkt de schade vaak pas na maanden of jaren wordt getoetst. Let op aarden gangetjes over muur of plint en op gerimpeld, bros hout wordt getoetst. Houd hout en papier van een vochtige vloer af.

Het logboek

Eén schrift per gebouw, op een vaste droge plek. Vóórin staan de plattegrond, de draagweg (12.01 Bouwprincipes) en de namen van de verantwoordelijken. Daarna volgt één regel per bevinding:

№DatumPlekWat ik zagCodeWieMateriaalKlaar op
114-10Gevel 2, gootBeugel los, loopt overRoodAnna1 beugel, 2 schroeven15-10
214-10Kamer 3, dorpelMes zakt 5 mm in houtOranjeJoostNog te bepalen

Gebruik drie codes:

  • Rood: deze week. Er kan iets vallen, er is brandgevaar of er komt water binnen.
  • Oranje: vóór de volgende ronde. Het wordt erger als je wacht.
  • Groen: noteren en de volgende ronde opnieuw bekijken.

Schrijf op wat je ziet, niet wat je denkt: "scheur 40 cm lang, 2 mm breed" en niet "scheurtje". Teken scheuren af met datum (12.02 Funderingen begrijpen). Zet ook tijdelijke reparaties erin, zodat een zeil niet ongemerkt jaren blijft liggen (VK.L05 Een dekzeil opzetten in vijf vormen). Maak elk jaar een kopie voor het groepsarchief (16.01 Een kennisarchief).

Wat eerst als materiaal schaars is

Je kunt niet alles redden. Werk de lijst van boven naar beneden af wordt getoetst:

  1. Wat mensen kan doden: losse stenen boven een deur, een schoorsteen die lekt of vol teer zit, een verrotte vloer of trap.
  2. Water van boven: gaten in het dak, overlopende goten, losse slabben.
  3. Wat water en voedsel beschermt: regenopvang, voorraadruimte, gaten waar ratten binnenkomen.
  4. Water van onderen en opzij: plassen tegen de muur, geblokkeerde afvoer, verstopte roosters.
  5. De draagweg: balkkoppen, opleggingen, scheuren die groeien.
  6. De huid: verf, kit, kalk, voegen.
  7. Binnenwerk en comfort.

Vier regels helpen je kiezen:

  • Eén goed dak gaat voor drie halve daken. Trek de groep samen in minder gebouwen als je ze niet allemaal kunt bijhouden.
  • Geef een bijgebouw bewust op en oogst er pannen, hout en goten uit (12.11 Puin ruimen en veilig slopen). Een schuur die wegrot terwijl je pannen tekortkomt, is verspilling.
  • Dek snel af en herstel later. Een zeil over een gat kost een uur en koopt tijd tot er goed materiaal is.
  • Niet alles hoeft tegelijk. Spaar klussen die dezelfde ladder of steiger nodig hebben op tot één werkdag, zoals de Engelse gids aanraadt.

Wie doet wat

Onderhoud is de eerste taak die sneuvelt als iedereen het druk heeft, want niemand merkt het de eerste jaren. Leg het daarom vast in de taakverdeling (15.02 Taken verdelen):

№RolTaak
1Gebouwbeheerder (één per groep)Plant de rondes, bewaakt het logboek, zet rood op de groepsagenda
2Rondeduo per gebouwTwee mensen die lopen, kijken en noteren. Wissel elk jaar één van de twee, zodat kennis overgaat (16.07 Technieken overdragen)
3DakploegAlleen mensen die het geoefend hebben, altijd minstens twee; één houdt de ladder
4StokerBeheert kachels, schoorsteen, as en melders
5VoorraadbeheerderHoudt de reserveplank bij (15.07 Voorraad beheren)

Kinderen kunnen mee met de ronde op de grond. Ouderen die niet meer klimmen, houden het logboek bij. Ruil werk met buren als zij een dakdekker hebben en jij een smid (15.06 Ruil en samenwerking).

Reserveonderdelen

Verzamel nu wat straks niet meer te koop is. Haal het uit sloop en bewaar het droog, gelabeld en gesorteerd (10.12 De onderdelenbibliotheek, 10.01 Veilig slopen). De getallen zijn een eerste schatting wordt getoetst.

№GroepWat je wegzetRichtgetal per huis
1DakPannen van hetzelfde model, nokpannen, panhaken, slabbenOngeveer 5 procent van het dak
2WaterGootbeugels, stukken goot en regenpijp, bochten, afdichtrubbersEen paar van elk
3BevestigingGegalvaniseerde spijkers, schroeven, draadEen paar kilo
4AfdichtingKit, bitumen, lijnolie, verf, kalk (11.08 Mortel en kalkpleister)Vorstvrij en dicht bewaren; kit en verf drogen uit
5HoutGezonde balkstukken, latten, plank voor dorpelsDroog en plat gestapeld, van de vloer af
6Schoorsteen en brandVeegborstel met stangen, reservebatterijen, kachelkitEén set per groep
7GereedschapBladen, slijpsteen (09.09 Gereedschap onderhouden)Eén set per groep

Pannen van een ander type passen meestal niet. Neem bij twijfel een pan mee als proefstuk.

Zo weet je dat het werkt

  • Bij elke ronde staat een datum in het logboek, met twee namen.
  • Een emmer water in de goot loopt weg zonder langs de muur te druipen.
  • Op zolder en langs de plinten blijft het droog na een stortbui.
  • Rood blijft niet langer dan een week open staan.
  • De prikproef geeft op dezelfde plekken hetzelfde resultaat als een jaar eerder.
  • Gemarkeerde scheuren worden niet langer of breder.
  • Je ziet geen verse keutels, gaatjes of meel.

Zo weet je dat het misgaat

  • Een ronde is overgeslagen: plan binnen twee weken een inhaalronde en bespreek in de groep waarom.
  • Dezelfde plek staat voor de derde keer in het logboek: de oorzaak is niet gevonden. Stop met oplappen en zoek hogerop waar het water vandaan komt.
  • Zacht hout breidt zich uit tussen twee rondes: zoek de waterbron, stut als dat nodig is en zet het op rood.
  • Een scheur groeit: stop zware belasting en lees 05.02 Een gebouw beoordelen.
  • Dikke zwarte aanslag of glimmende teer in de schoorsteen: niet stoken tot hij geveegd is (VK.C03 Een schoorsteenbrand aanpakken).

Gevaar · Vallen, asbest en lood Een val van een ladder of dak is zonder ziekenhuis vaak het einde van iemands werk, of van iemand. Kijk daarom zo veel mogelijk van de grond met een verrekijker.

  • Zet een ladder op een stevige, vlakke ondergrond in een hoek van ongeveer 75 graden: één deel naar buiten op vier delen omhoog. Zet hem vast zodat hij niet kan wegglijden, houd drie punten contact, werk niet vanaf de bovenste drie sporten en reik niet opzij (HSE).
  • De SPAB zegt: werk liever niet alleen, en denk aan wie onder je staat. Klim niet bij wind, regen of vorst wordt getoetst.
  • Loop nooit op golfplaten van vezelcement, lichtkoepels, verroeste platen of oude leien. De Britse arbeidsinspectie HSE noemt ze breekbaar en zegt: vezelcementdaken dragen geen gewicht. Behandel elk dak als breekbaar tot iemand met verstand van zaken anders zegt. Grijze golfplaten en platen van vóór 1994 kunnen bovendien asbest bevatten: niet boren, niet zagen, niet schuren (12.11 Puin ruimen en veilig slopen).
  • Schuur en schraap oude verf niet droog. Schuren kan gevaarlijk loodstof en schilfers geven (EPA). Maak nat, werk buiten wordt getoetst en houd kinderen weg (11.01 Veilig werken met stoffen).
  • Doeken met lijnolie kunnen vanzelf gaan branden (12.10 Een werkplaats bouwen).
  • Raak gas en elektra alleen aan als je weet wat je doet.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1LadderKijk met verrekijker en gebruik een lange stok met haak voor goten. Laat een dakklus liever liggen dan op een losse stapel te klimmen
2DakpannenPannen van een bijgebouw, leisteen, plaatstaal onder de bovenste pan; tijdelijk zeil met latten wordt getoetst
3GootEen plank in V-vorm of doorgezaagde buis. Leid het water in ieder geval weg van de muur
4VerfLijnolie of kalkwit, of een overstek boven het houtwerk; een overstek werkt beter dan verf wordt getoetst
5KitTeer, hars of stopverf, met een korter leven (09.08 Lijm en afdichting)
6SchoorsteenborstelEen bos takken aan een touw, alleen als je veilig bij de top kunt, en kijk daarna of het kanaal heel is wordt getoetst

Achtergrond

Onderhoud is goedkoop omdat schade niet gelijkmatig groeit. Een klein lek houdt hout, steen en isolatie langdurig nat. Nat hout trekt schimmel en insecten aan, nat metselwerk vriest kapot. Eén bron geeft zo meerdere soorten schade, die elk meer materiaal kosten dan de reparatie aan het begin.

Bewijs: goten en afvoeren minstens twee keer per jaar schoon en een jaarlijkse inspectie bij regen B (eensluidend advies van monumentenorganisaties, geen vergelijkend onderzoek). Rotgrens van ongeveer 20 procent houtvocht B (houtonderzoek, bedoeld als veiligheidsmarge). Gevestigde termieten in Nederland B (onderzoekers via de NOS). Herkenning van termietenschade en de rol van vocht C. De prioriteitsvolgorde onder schaarste C (redactionele afweging). Richtgetallen voor reserveonderdelen D.

Volgende niveau

Op niveau II leer je de reparaties zelf: 12.04 Daken herstellen voor pannen en slabben, en 09.06 Verbindingen maken voor het uitnemen en inzetten van rot hout. Maak een jaaroverzicht met uren en materiaal. Stel één keer per jaar vast welke gebouwen je aanhoudt en welke je opgeeft. Sorteer reserves in 10.12 De onderdelenbibliotheek.

Controlelijst

  • Ik heb voor elk gebouw een logboek met plattegrond en verantwoordelijke.
  • Ik loop vier rondes per jaar, en nooit minder dan herfst en lente.
  • Ik kijk in de regen naar goten en dak.
  • Ik maak goten minstens twee keer per jaar leeg.
  • Ik doe de prikproef op dorpels, kozijnen en balkkoppen.
  • Ik zoek eerst de waterbron voordat ik hout herstel.
  • Ik werk de prioriteitenlijst van boven naar beneden af als materiaal schaars is.
  • Ik klim niet alleen en loop nooit op breekbare daken.

Verantwoording

Open in de app en bewaar offline