Hoofdstuk · Water & sanitatie
Een put slaan en beschermen
Grondwater bereiken in zand of rots, en de put dicht houden voor wat van boven komt
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Instorten en gassen in een put
- Een gat dieper dan je middel kan zonder waarschuwing instorten, vooral in zand, onder de waterspiegel en na regen wordt getoetst. Graaf alleen binnen ringen of bekisting, met helm en een lijn om je middel.
- In een put kan de lucht op zijn of gas hangen. Blaas eerst verse lucht naar beneden, zoals de WHO ook voor tanks voorschrijft, en laat een brandende kaars aan een touw zakken: gaat hij uit, dan ga jij er niet in wordt getoetst.
- Zet nooit een benzinemotor of aggregaat bij de putopening: uitlaatgas kan erin zakken wordt getoetst. De tekening van WaterAid zet de compressor daarom ver van de put.
- Er blijft altijd iemand boven die je ziet en kan hijsen. Niemand gaat een put in om een bewusteloze te redden zonder lijn en verse lucht: dan liggen er twee wordt getoetst.
Gevaar · Chloor Calciumhypochloriet en bleek geven chloorgas af. Werk buiten, boven de wind, met handschoenen en bril. Boen de putwand van buitenaf. Moet je toch naar beneden met chloorwater, dan alleen met beschermende kleding, ademmasker en sterke luchttoevoer (WHO). Meng chloor nooit met zuur of ammoniak wordt getoetst. Laat chloorwater niet in een beek of vijver lopen.

Waarom dit telt
Regenwater en voorraad houden een huishouden weken op de been; een put houdt een groep jaren op de been. Grondwater is meestal schoner dan slootwater, omdat de grond het heeft gefilterd, en het is er ook in de zomer. Maar een put is zo goed als zijn bovenkant: een open gat zonder rand en deksel vangt regenwater, muizen en de latrine van de buren op. Dit hoofdstuk gaat over de put maken én hem dicht houden.
Als er nog hulp is Vraag het waterschap naar de regels voor een grondwaterput (vaak een melding, soms een vergunning) en naar de grondwaterstand bij jou wordt getoetst.
Eerst doen
- Zet latrines, mesthopen, beerputten en stallen op je kaart (14.05 Een lokale kaart maken) en kies een plek minstens 30 meter daarvandaan, hoger in het terrein.
- Kijk wat de grond is: los zand tot op het grondwater betekent een slagput; klei, leem of mergel betekent graven; harde rots betekent een machine of een andere bron.
- Graaf nooit alleen, nooit zonder iemand boven, en nooit dieper dan je middel zonder ringen of bekisting wordt getoetst.
- Maak de bovenkant af voordat je het water gebruikt: rand boven de grond, verharde strook van minstens een meter, afvoergoot en een deksel dat sluit.
- Pomp de nieuwe put leeg tot het water helder is, desinfecteer hem volgens de WHO-methode hieronder en pomp hem weer schoon.
- Behandel putwater altijd voordat je het drinkt (02.01 Water drinkbaar maken).
Wat je nodig hebt
- Slagput: een slagfilter (punt met gaasfilter van 1 tot 1,5 meter), buizen van 1 1/4 duim met moffen, een slagkop, een zware hamer of heiblok met driepoot, twee pijptangen, een handzwengelpomp of zuigpomp met voetklep wordt getoetst.
- Gegraven put: spade, schop, houweel, emmers en touw, een windas of takel (VK.L01 Een takel inscheren), betonnen putringen of planken met stalen hoepels, grind voor de bodem (09.02 Handgereedschap).
- Een grondboor voor het proefgat; een touw met gewicht om de waterstand te meten; een meetlint of je passen (VK.F09 Afstand meten met je pas).
- Bovenkant: beton of klei voor de afdichting, stenen of ringen voor de rand, een deksel met slot of een zware steen.
- Desinfectie: calciumhypochloriet in korrels (zwembadchloor, 60 tot 80 procent chloor) of ongeparfumeerde bleek, een emmer van 20 liter, handschoenen, bril, roerstok, een DPD-testsetje voor zwembaden.
- Helm, werkhandschoenen, een veiligheidslijn en iemand die boven blijft.
Werkwijze
Waar het water zit
In het westen en noorden van Nederland staat het grondwater in de winter vaak minder dan een halve meter onder de grond; op de zandgronden in het oosten en zuiden kan het meters diep zitten wordt getoetst (13.03 Water in de bodem). Hoog water maakt de put makkelijk, maar de vervuiling ook: tussen een latrinebodem en het grondwater hoort 1,5 meter droge grond (02.10 Een latrine graven). In laag-Nederland is het grondwater vaak brak of zout. In Zeeland en het noordelijke kustgebied zit zout grondwater vaak op minder dan 5 meter (Deltares). In West-Nederland ligt die grens dieper, meestal tussen 25 en 50 meter wordt getoetst. In zoute kwelgebieden drijft regenwater als een dunne lens op het zoute water. In Zeeland lag het midden van de overgang naar zout water gemiddeld op 1,7 meter onder de grond, en in bijna alle gemeten lenzen was het water niet echt zoet. Een put haalt daar dus hooguit brak water.
Oude putten vertellen je waar water zat (02.02 Bronnen herkennen). Boor of graaf altijd eerst een proefgat. Wacht een halve dag en meet hoe diep het water staat. Doe dat opnieuw na een natte week en aan het einde van de zomer.
Kies het type put
| № | Type | Grond | Diepte | Werk | Water |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Slagput met handpomp | Los zand, fijn grind, geen stenen | Waterstand tot ongeveer 7 meter onder de pomp | Twee mensen, één tot twee dagen | Een paar huishoudens wordt getoetst |
| 2 | Handgegraven put, 1,2 meter binnenmaat | Klei, leem, zand, mergel, kleine stenen | 5 tot 20 meter (WaterAid) | Een ploeg, dagen tot weken | Ongeveer 300 mensen met handpomp (WaterAid) |
| 3 | Geboorde put | Alles, ook rots | Tientallen meters | Machine en vakman | Veel, maar alleen met motorpomp |
Een zuigpomp, met de hand of elektrisch, trekt water in de praktijk niet hoger dan ongeveer 7 meter (catalogus van MSF; WaterAid rekent voor een handpomp met 6 meter). De natuurkundige grens is ongeveer 10 meter. Staat het water dieper, dan hangt de pomp in de put (BR.20 Waterpomp op zonnestroom) of hijs je met emmer en windas (BR.03 Lier met ruitenwissermotor). Een gegraven put is zelf een voorraad: alles onder de waterspiegel loopt 's nachts weer vol.
Een slagput slaan in zandgrond
Dit werkt op Nederlandse zandgronden, in de duinen en in rivierdalen; niet in klei, veen met hout, grind met keien of rots wordt getoetst. Voor deze methode vond de redactie geen gezaghebbende handleiding. Een vakman is beter als die er is.
- Graaf een gat van 1 tot 1,5 meter en boor verder tot je nat zand ophaalt; zo weet je hoeveel buis je nodig hebt wordt getoetst.
- Schroef het slagfilter aan de eerste buis, zet de slagkop erop en zet de buis loodrecht, gecontroleerd met een waterpas.
- Sla op de slagkop, nooit op de buis. Draai de buis tussen de slagen een kwartslag, zodat de schroefdraad vast blijft wordt getoetst.
- Schroef een nieuwe buis aan zodra de vorige bijna op grondhoogte is; vet de draad in, anders zuigt de pomp lucht wordt getoetst.
- Laat af en toe een touw met gewicht zakken: plonst het, dan staat het filter in het water. Sla door tot het hele filter plus een halve meter onder de laagste zomerstand zit wordt getoetst.
- Vul het gat rond de buis met schoon zand tot een meter onder de grond en daarboven met klei of beton, zodat regenwater niet langs de buis zakt wordt getoetst.
- Pomp tot het water helder is; de eerste emmers zijn zand en modder wordt getoetst. Bonkt de buis op iets hards, trek hem terug en probeer een paar meter verderop. Forceren verbuigt de buis en scheurt het filter wordt getoetst.
Een put graven
Handgraven is het gevaarlijkste werk in dit boek. Lees eerst het Gevaar-blok.
- Zet een cirkel uit van 1,5 meter; na de bekleding houd je 1,2 meter over.
- Bouw een stevige windas of driepoot met takel (VK.L01) en spreek seinen af: één beneden, minstens twee boven wordt getoetst.
- Graaf in vaste grond hooguit tot je middel zonder steun wordt getoetst. Daarna: zinkende ringen (een betonnen ring met scherpe onderrand, graven eronder vandaan zodat hij zakt, steeds een ring bovenop; volgens WaterAid de veiligste methode en de enige voor losse grond) of bekisting (planken rechtop met stalen hoepels, meegeslagen naar beneden, later van onderaf metselen).
- Stop bij het water. Graaf nooit verder onder de waterspiegel voordat de hele wand erboven bekleed en vast is.
- Ga door met kleinere ringen van poreus beton of met open voegen; pomp intussen. Elke meter onder de laagste zomerstand is voorraad wordt getoetst.
- Leg 15 cm grind op de bodem en vul achter de onderste ringen met grind: dat houdt zand en slib uit de put.
- Vul achter de bovenste 3 meter met gestampte klei of beton en voeg de voegen boven water dicht. Dit is de afdichting tegen oppervlaktewater. Een put die in een droge zomer veilig is gegraven, kan in de winter instorten als het water stijgt. Bekleed hem voordat de regen komt.
De bovenkant: rand, strook, deksel, afvoer
Dit bepaalt of het water schoon blijft, en wordt het vaakst overgeslagen.
- Rand. De ringen of het metselwerk steken ongeveer een meter boven de grond uit (WaterAid): geen regenwater erin, geen kind erin.
- Strook. Een betonnen of gemetselde vloer van minstens 1 meter breed en 7,5 tot 10 cm dik, aflopend van de put naar een opstaand randje; de WHO tekent de hele strook 2,5 tot 3,5 meter doorsnee.
- Goot. Vanaf de strook minstens 4 meter naar een zinkput, drinkbak of moestuin, altijd lager dan de put. Rond de put blijft nooit water staan.
- Deksel. Beton, hout met zinken plaat of een zware plank met slot. Bij een handpomp zit de pomp zonder kieren op het deksel. Bij een emmerput: één vaste emmer aan een touw die nooit de grond raakt.
- Afstand. Een hek houdt dieren weg, volgens de conceptfiche van de WHO liefst op 15 meter; wassen en vee drenken gebeurt verderop en lager.
Afstand tot latrine en mesthoop
Minstens 30 meter tussen put en elke latrine, beerput, mesthoop, stal of afvalwaterplek, in beide richtingen: ook een latrine die later komt (02.10). De put ligt hoger dan de latrine, want grondwater stroomt meestal mee met de helling wordt getoetst. In grof zand, grind en gespleten kalksteen reist vervuiling verder; maak de afstand daar groter. Dertig meter is een vuistregel, geen bewijs.
Eerste gebruik: schoonpompen en desinfecteren
Een nieuwe put, en elke put na een overstroming of lange stilstand, maak je schoon volgens de vier stappen van de WHO.
- Leegpompen en reinigen. Haal water, slib en rommel eruit. Boen de wand van buitenaf met een borstel aan een lange steel en gechloreerd water. Herstel rand, afdichting en deksel.
- Troebelheid controleren. Laat de put vollopen. Chloor werkt alleen in helder water, onder 5 NTU. Zonder meter: de muntproef van de WHO. Leg een doffe koperen munt op de bodem van een donkere ton van minstens 50 cm diep, giet putwater erbij tot je de munt niet meer ziet en meet de waterhoogte. Minder dan 32 cm: meer dan 20 NTU, opnieuw leegpompen. Tussen 32 en 50 cm: 10 tot 20 NTU, nog te troebel. Meer dan 50 cm: waarschijnlijk onder 10 NTU. Of het onder 5 NTU zit, laat deze proef niet zien; laat het water dan nog bezinken als dat kan.
- Chloreren. Water in de put in m³ = 3,14 × doorsnee × doorsnee × waterdiepte ÷ 4, in meters. Los 300 gram calciumhypochloriet op in een emmer van 20 liter putwater. Giet per m³ putwater 10 liter (een halve emmer) van die oplossing in de put. Roer met een lange stok en wacht minstens 30 minuten; de WHO rekent met water van 18 graden of warmer, kouder vraagt langer. Met bleek weet je de sterkte zelden; reken ruim en meet achteraf wordt getoetst.
- Leegpompen en meten. Pomp de put leeg, ergens waar het chloorwater geen sloot of beek bereikt. Laat vollopen, wacht 30 minuten en meet het vrije chloor met het DPD-setje. Onder 0,5 mg per liter: klaar. Erboven: nog eens leegpompen. Niemand gebruikt de put in die dagen. En zoals de WHO erbij zegt: dit maakt de put schoon, niet het water veilig. Putwater kook, chloreer of bezon je daarna gewoon (02.01). Een slagput desinfecteer je via de buis, met minder chloor omdat er weinig water in staat wordt getoetst.
Zout en nitraat
Twee dingen haal je er met koken niet uit.
- Zout. Boven ongeveer 250 mg chloride per liter kun je zout proeven, afhankelijk van wat er verder in het water zit. Mensen wennen eraan en de WHO geeft er geen gezondheidsnorm voor. Intensief pompen kan een put aan de kust zout maken. De WHO geeft daarvoor, na overstroming met zeewater, deze regels: pomp minder of zet de put tijdelijk stil zodra hij zouter wordt, haal water bij een zoete put in de buurt, controleer putten dieper dan 5 meter en putten met motorpomp regelmatig, verdiep geen bestaande put en graaf aan de kust geen nieuwe put van meer dan 10 meter. Dezelfde regels gebruik je in polders met zoute kwel wordt getoetst. Pomp in kleine beurten over de dag en proef wekelijks vers gepompt water wordt getoetst. Inkoken maakt het zouter. Zie 02.06 Chemische verontreiniging.
- Nitraat. De WHO-grens is 50 mg per liter, vooral voor flesgevoede baby's jonger dan zes maanden: nitraat remt het zuurstofvervoer in hun bloed. Het komt van mest, kunstmest, latrines en beerputten en is in putwater vaak hoger dan in slootwater. In het RIVM-meetnet zit op zandgrond nog een deel van de boerenbedrijven boven die grens in het water dat uit de wortelzone spoelt, op löss bijna de helft; dat is geen meting van putwater. Koken helpt niet en lang doorkoken maakt het erger. Heb je teststrips, gebruik ze wordt getoetst. Bij twijfel geef je baby's regenwater of water uit een andere bron (VK.B20 Een baby voeden als moedermelk ontbreekt).
Onderhoud
- Meet elke maand de waterstand en schrijf hem op. Zakt hij elk jaar verder, dan pomp je meer dan er bijkomt.
- Kijk elke week naar scheuren in de strook, plassen, deksel en touw.
- Na een overstroming of een overgelopen latrine is de put vuil: herhaal de vier stappen (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen).
- Geen ziekte in de groep is geen bewijs dat de put schoon is.
Zo weet je dat het werkt
- Het water is helder (muntproef boven 50 cm), ruikt nergens naar en smaakt niet zout, ook na een week pompen.
- De waterstand is na een nacht rust terug op het oude niveau en zakt over het jaar niet.
- Na regen staat er geen water rond de put en is het putwater niet troebeler.
- Het deksel zit dicht en er hangt één emmer die nooit de grond raakt.
- Na het desinfecteren meet je onder 0,5 mg vrij chloor per liter, en de datum staat in het logboek.
- Let op: helder water en een gezonde groep bewijzen niet dat het water veilig is. Behandelen blijft (02.01).
Zo weet je dat het misgaat
- Troebel water na regen: oppervlaktewater komt via de bovenkant binnen. Herstel strook, afdichting en deksel; desinfecteer opnieuw.
- Het water gaat zout smaken: pomp minder of zet de put tijdelijk stil en haal water bij een zoete put. Blijft het zout, gebruik de put dan voor wassen en vee.
- De waterstand zakt elk seizoen verder: verdeel strenger (02.13 Water voor een gemeenschap), zoek een tweede bron, of verdiep in de droogste maand, met bekisting wordt getoetst. Aan de kust verdiep je niet (WHO).
- Meerdere mensen krijgen diarree: behandel al het water, controleer afstanden en handen, geef zieken een drinkoplossing (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing) en een eigen latrine (07.08 Koorts en besmettelijke ziekten).
- De pomp zuigt lucht of geeft zand: lekke mof of gescheurd filter. Trek de buizen en sla opnieuw.
- De wand brokkelt of de grond rond de put zakt: niemand meer naar beneden; zet de put zo nodig dicht.
- Een baby wordt blauwig rond de lippen, grauw en suf: denk aan nitraat, stop dit water voor de baby en zoek de arts van de groep wordt getoetst.
Gevaar · Instorten en gassen in een put
- Een gat dieper dan je middel kan zonder waarschuwing instorten, vooral in zand, onder de waterspiegel en na regen wordt getoetst. Graaf alleen binnen ringen of bekisting, met helm en een lijn om je middel.
- In een put kan de lucht op zijn of gas hangen. Blaas eerst verse lucht naar beneden, zoals de WHO ook voor tanks voorschrijft, en laat een brandende kaars aan een touw zakken: gaat hij uit, dan ga jij er niet in wordt getoetst.
- Zet nooit een benzinemotor of aggregaat bij de putopening: uitlaatgas kan erin zakken wordt getoetst. De tekening van WaterAid zet de compressor daarom ver van de put.
- Er blijft altijd iemand boven die je ziet en kan hijsen. Niemand gaat een put in om een bewusteloze te redden zonder lijn en verse lucht: dan liggen er twee wordt getoetst.
Gevaar · Chloor Calciumhypochloriet en bleek geven chloorgas af. Werk buiten, boven de wind, met handschoenen en bril. Boen de putwand van buitenaf. Moet je toch naar beneden met chloorwater, dan alleen met beschermende kleding, ademmasker en sterke luchttoevoer (WHO). Meng chloor nooit met zuur of ammoniak wordt getoetst. Laat chloorwater niet in een beek of vijver lopen.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Slagfilter en buizen | Een gegraven put, of een geboord gat met een pvc-buis met zaagsneden en een kous van fijn gaas wordt getoetst |
| 2 | Betonnen putringen | Metselwerk boven water, planken met stalen hoepels als bekisting; in nood gegalvaniseerde stalen ringen (WaterAid), die roesten snel |
| 3 | Handpomp | Eén vaste emmer aan een windas, of een dompelpomp op zonnestroom (BR.20) |
| 4 | Calciumhypochloriet | Ongeparfumeerde bleek, meer en met meting achteraf; zonder chloor: leegpompen tot helder en al het water koken |
| 5 | DPD-testsetje | Geen goede vervanging; pomp tot de chloorgeur weg is en reken op 02.01 voor het drinkwater wordt getoetst |
| 6 | Beton voor de strook | Gestampte klei met platte stenen, zelfde helling; vaker controleren |
| 7 | Meetlint voor 30 meter | Ongeveer 40 passen (VK.F09) wordt getoetst |
| 8 | Nitraat- of zouttest | Niet te vervangen; dit water geldt als verdacht voor baby's en zwangeren |
Achtergrond
Grond werkt als filter: terwijl water langzaam door zand en leem zakt, blijven deeltjes en de meeste ziektekiemen achter en sterven af wordt getoetst. Daarom gaat grondwater in de noodhulpnorm Sphere meestal voor op oppervlaktewater. Het filter werkt alleen als het water er ook echt doorheen moet. Een open put, een scheur in de rand of een buis zonder afdichting is een snelweg eromheen. Vandaar de drie regels bovenaan de put: rand, strook met afvoer, deksel. In grof grind en gespleten rots is het filter dun en kan vervuiling tientallen meters reizen wordt getoetst; daar is de minimumafstand tot latrines eigenlijk te klein.
Een slagfilter werkt omdat zandkorrels groter zijn dan de gaasopeningen wordt getoetst. Een zuigpomp werkt met luchtdruk: de pomp haalt lucht uit de buis en de buitenlucht duwt het water omhoog, goed voor ongeveer 10 meter waterkolom en in de praktijk ongeveer 7. Chloor doodt bacteriën en de meeste virussen, niet de cyste Cryptosporidium, en dringt niet door in vuildeeltjes: daarom eerst helder, dan chloor. Nitraat en zout zijn opgelost; filteren, koken en chloor doen er niets tegen.
Bewijs: rand, strook, afvoer en deksel A (WHO, decennia veldervaring). Desinfectie van een put volgens de WHO-stappen B. 30 meter tot latrines B (veldnorm; de echte afstand hangt van de grond af). Zuiggrens van ongeveer 7 meter A (natuurkunde; de praktijkwaarde wisselt per pomp). De slagmethode zoals beschreven C (praktijkkennis zonder gezaghebbende handleiding). Kaarsproef D: beter dan niets, geen zekerheid.
Volgende niveau
Op niveau III wordt de put een voorziening voor meer huishoudens: een handpomp op een vaste sokkel, een tweede put als reserve, maandelijkse peilmeting en een beheerder die ook de latrinekaart bijhoudt (02.13). Koppel de put aan een langzaam zandfilter als het water troebel blijft (02.12 Een langzaam zandfilter bouwen) en aan schone opslag met kraantje (02.07 Drinkwater opslaan). Staat het water te diep voor een zuigpomp, dan kijk je naar een zonnepomp in de put (BR.20). Leer tillen zonder je rug te slopen (VK.K02 Tillen en dragen zonder je rug te slopen) en gebruik gebluste kalk als de pH onder 6 ligt en chloor niet pakt (11.07 Kalk branden en blussen), zoals de WHO adviseert.
Controlelijst
- Ik meet minstens 30 meter van put tot latrine, beerput, mesthoop en stal, en de put ligt hoger.
- Ik graaf nooit alleen, nooit dieper dan mijn middel zonder ringen of bekisting, en nooit onder water voordat de wand vast is.
- Ik blaas verse lucht in een put en test met een kaars voordat iemand naar beneden gaat.
- De put heeft een rand boven de grond, een verharde strook van minstens een meter met afvoer, en een deksel dat dicht zit.
- Ik heb de nieuwe put leeggepompt tot helder, gechloreerd, laten staan, leeggepompt en nagemeten.
- Ik proef wekelijks op zout, test op nitraat als ik kan, en geef baby's geen verdacht putwater.
- Ik behandel putwater altijd voordat iemand het drinkt, en schrijf peil, smaak en behandeling op.
Verantwoording
- WHO/WEDC: Technical Note 1, Cleaning hand-dug wells (2013): de vier stappen, volumeformule, 300 g calciumhypochloriet op 20 liter en 10 liter per m³, 30 minuten contact, leegpompen en nameten op 0,5 mg/l, troebelheid onder 5 NTU en de muntproef (32 en 50 cm), pH 6 tot 8 en kalk bij lage pH, 15 cm grind, kleiafdichting, strook van 2,5 tot 3,5 meter, chloorgas en bescherming.
- WHO: Technical Fact Sheet, Dug well with a hand pump (concept, 1 mei 2020): bovenste 3 meter waterdicht, strook minstens 1 meter met afschot en goot, zinkput lager, hek liefst op 15 meter, afsluitbaar deksel, desinfectie na bouw en overstroming.
- WaterAid: Technical brief, Hand-dug wells (2013): 5 tot meer dan 20 meter diep, 1,5 meter graven en 1,2 meter binnenmaat, zinkende ringen als veiligste methode, nooit onder de waterspiegel graven vóór bekleding, poreuze ringen onder water, grind, bovenste 3 meter klei of beton, ringen 1 meter boven de grond, strook 75 tot 100 mm, goot van 4 meter, ongeveer 300 mensen per put, compressor buiten bereik van de put, handpomp tot 6 meter waterstand.
- WHO/WEDC: Technical Note 3, Cleaning and disinfecting water storage tanks and tankers (2013): verse lucht inblazen en iemand buiten bij de opening van een besloten ruimte.
- WHO/WEDC: Technical Note 11, Measuring chlorine levels in water supplies (2013): 30 minuten contact bij 18 graden of warmer, langer bij kouder water; DPD-vergelijker; chloor werkt niet tegen Cryptosporidium en niet in troebel water.
- WHO/WEDC: Technical Note 15, Cleaning wells after seawater flooding (2013): intensief pompen kan een put zout maken, minder pompen of tijdelijk stilzetten, putten dieper dan 5 meter en met motorpomp controleren, niet verdiepen, geen nieuwe diepe putten van meer dan 10 meter aan de kust, geen gezondheidsnorm voor zout.
- WHO: Nitrate and nitrite, chemical fact sheet uit de Guidelines for drinking-water quality: 50 mg/l nitraat, flesgevoede baby's als gevoeligste groep, putwater vaak hoger dan oppervlaktewater, bronnen mest, kunstmest, afvalwater en septic tanks, lang doorkoken concentreert nitraat.
- WHO: Chloride in Drinking-water, background document voor de Guidelines (2003): smaak merkbaar boven ongeveer 250 mg/l, afhankelijk van de begeleidende stoffen, gewenning, geen gezondheidsnorm.
- RIVM: Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid, trendrapportage: nitraat in uitspoelend water op landbouwbedrijven; op zand nog overschrijdingen, op löss iets minder dan de helft van de bedrijven, klei en veen meestal onder 50 mg/l.
- De Louw, Oude Essink e.a.: Dunne regenwaterlenzen in zoute kwelgebieden, Landschap 32(1), 2015: zout grondwater vaak op minder dan 5 meter in Zeeland en het noordelijke kustgebied, regenwaterlenzen, mengzone gemiddeld op 1,7 meter, in bijna alle Zeeuwse lenzen geen echt zoet water. De diepteklasse van 25 tot 50 meter voor West-Nederland staat alleen in een kaartlegenda die niet kon worden gelezen, en is daarom gemarkeerd.
- MSF Unicat: Hand pump, shallow well: maximale zuighoogte 7 meter.
- Klusidee-forum: Ramfilter slaan: praktijkgesprek over een slagput (voorgraven, boren, filterzand, ongeveer 7 meter zuighoogte, voetklep, waterschap raadplegen). Geen gezaghebbende bron; de slagput-details zijn daarom gemarkeerd.
- De 30 meter en 1,5 meter tot latrines zijn overgenomen uit 02.10 Een latrine graven en hier niet opnieuw nagelezen. De voorkeur van Sphere voor grondwater komt uit de bron in 02.13 Water voor een gemeenschap.
Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: het meldings- of vergunningsregime; de algemene grondwaterdiepten in Nederland en de zoutgrens in West-Nederland; de hele slagputmethode en de opbrengst daarvan; de grens van middeldiep graven en de bezetting van de ploeg; een meter extra diepte als voorraad; de chloordosis met bleek en voor een slagput; het toepassen van de kustregels op polders; de kaarsproef en de gevaren van uitlaatgas; het mengen van chloor met zuur of ammoniak; proeven op zout en teststrips voor nitraat; nitraatsignalen bij een baby; de zelfgezaagde filterbuis en doseren op geur. Getoetst door: nog niet.