Hoofdstuk · Samenleven, veiligheid & organisatie
Onderwijs organiseren
Kinderen blijven leren, met weinig materiaal en vaste tijden
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Kinderen beschermen Waar kinderen zijn, kunnen volwassenen misbruik maken. Geef niemand onbeperkt en alleen toegang, ook geen bekende. Neem elke melding serieus. Een kind wordt niet teruggestuurd naar iemand die het vreest wordt getoetst.
Gevaar · Vuur, gereedschap en chemie Kinderen werken met mes, vuur, bijl en machines alleen na uitleg en met toezicht. Geef ze nooit werk met loog, bleek, brandstof, accuzuur of gif zonder dat een volwassene ernaast staat wordt getoetst. Lokalen met een kachel hebben een koolmonoxidemelder of een raam op een kier (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide).

Waarom dit telt
Kinderen vergeten snel wat ze niet gebruiken. Toen Nederlandse scholen in 2020 acht weken dicht waren, maakten leerlingen thuis weinig of geen vooruitgang. Ze verloren ongeveer een vijfde schooljaar, en kinderen uit gezinnen met weinig opleiding tot 60 procent meer (Engzell en anderen, PNAS). Bij een uitval van jaren groeit zo een generatie op die niet kan lezen, rekenen of een bijsluiter begrijpen. Les geeft kinderen ook ritme, veiligheid en het gevoel dat er een toekomst is (UNICEF), en het geeft volwassenen handen vrij.
Als er nog hulp is Zolang een school open is of lesmateriaal stuurt, volg je die. Bewaar rapporten en schoolgegevens voor als scholen weer opengaan.
Eerst doen
- Schrijf alle kinderen op met leeftijd, taal en wat ze kunnen.
- Kies een veilige, lichte plek en een vaste begintijd. Begin binnen een week, ook als het nog klein is.
- Wijs per groep een volwassene en een vervanger aan, en tel lesgeven als werk (15.02 Taken verdelen).
- Verzamel alle boeken, schriften, potloden, krijt en papier.
- Begin met lezen, schrijven en rekenen. De rest komt later.
- Houd per kind in een schrift bij wat het kan.
Wat je nodig hebt
- Een ruimte of overdekte plek met daglicht, of een schaduwplek buiten.
- Een bord: geverfde plank, oud schoolbord, tegel of stuk zeil, met krijt of houtskool.
- Per kind een schrift of lei. Geen papier? Een bak zand of as om in te schrijven.
- Alle leesbare teksten: kinderboeken, kranten, handleidingen, dit boek.
- Telmateriaal: bonen, stenen, doppen, stokjes.
- Een bel, een klok of de stand van de zon (VK.F10 Tijd en richting uit de zon).
- Twee volwassenen die lesgeven of in de buurt zijn.
Werkwijze
Eerst kijken wat een kind kan
Groepeer op niveau, niet op leeftijd. Dat is de kern van Teaching at the Right Level, een aanpak uit India die in zes gerandomiseerde onderzoeken goede resultaten gaf (J-PAL). Dorpsvrijwilligers konden die lessen ook geven. Boeken of training alleen hielpen niet: de winst kwam pas met begeleiding, regelmatig meten en samen bijsturen. Doe per kind een korte test van 10 minuten wordt getoetst. Zet het in de hoogste rij die het vlot kan.
| № | Niveau | Lezen | Rekenen |
|---|---|---|---|
| 1 | 1 | Kent nog geen letters | Telt tot 10 met voorwerpen |
| 2 | 2 | Kent letters en klanken | Herkent cijfers tot 100 |
| 3 | 3 | Leest korte woorden | Telt op en trekt af tot 20 |
| 4 | 4 | Leest zinnen | Telt op en trekt af tot 1000 |
| 5 | 5 | Leest een verhaal en vertelt het na | Vermenigvuldigt en deelt |
| 6 | 6 | Leest een bijsluiter of handleiding en doet wat er staat | Rekent met breuken, procenten en maten |
Dit schema is een eigen indeling wordt getoetst. Test elke maand opnieuw en verplaats kinderen. Een groep is geen vast etiket.
Kleine groepen, en oudere kinderen helpen jongere
Houd groepen klein: 4 tot 8 kinderen per volwassene of helper wordt getoetst. Met 30 kinderen en drie volwassenen werk je in rondes: één groep met de volwassene, de andere oefenen in tweetallen. Zet oudere kinderen in als helpers. Laat een kind van 12 een kind van 7 helpen met lezen. De helper herhaalt zo zijn eigen stof wordt getoetst. Een analyse van zes studies naar oudere jongeren als mentor voor jongere vond een middelgroot effect, groter bij meer toezicht van volwassenen. Dat ging over begeleiding, niet over lesgeven, dus neem het als een aanwijzing wordt getoetst. Maak het werk van helpers klein en duidelijk:
- Eén taak per keer: tien woorden lezen, of sommen op een kaart nakijken.
- Geef het antwoordblad aan de helper.
- Leer de helper wachten, en goed werk benoemen.
- Een volwassene loopt rond.
- Wissel helpers. Ook een helper moet zelf les krijgen.
Wie kan lesgeven? Iedereen die rustig is, vlot leest en rekent, en kinderen niet uitlacht. Mannen en vrouwen, ook ouderen en wie niet zwaar kan werken (07.12 Chronische ziekten zonder apotheek). Spreek af dat ze elke week samen bespreken wat werkte. Een oud-leraar is goud waard: laat die de anderen begeleiden.
Vaste tijden
Vaste tijden geven kinderen houvast. Kies vijf ochtenden, of vier als het werk op het land dat vraagt. Dit is een voorbeeld wordt getoetst.
| № | Tijd | Wat |
|---|---|---|
| 1 | 08:30 | Samen beginnen: lied, datum, weer, nieuws van de dag |
| 2 | 08:45 | Lezen en schrijven in niveaugroepen |
| 3 | 09:30 | Buiten bewegen |
| 4 | 10:00 | Rekenen in niveaugroepen |
| 5 | 10:45 | Eten, drinken, spelen |
| 6 | 11:15 | Praktijkvak of verhaal |
| 7 | 12:00 | Einde, korte terugblik |
Bij hitte begin je eerder, rond 07:30, en stop je vóór de warmste uren. In de winter begin je later en zet je de lessen in de lichtste uren. Spaar kaarsen en lampolie (VK.H07 Kaarsen gieten). Oogst of noodklus? Maak de les korter, maar laat hem niet vervallen. Kinderen van 5 tot 17 hebben per dag minstens 60 minuten matige tot flinke beweging nodig (WHO). In een dorp waar kinderen meehelpen, halen ze dat vaak al, maar plan het toch. Jonge kinderen houden de aandacht kort vast. Reken op 10 tot 15 minuten per taak voor kleuters en 20 tot 30 minuten voor ouderen wordt getoetst.
Lezen leren
Het National Reading Panel (Verenigde Staten) vergeleek veel onderzoek. Dit werkte:
- Klanken horen. Laat kinderen woorden in klanken knippen en plakken: m-aa-n. Doe dit in kleine groepen, met letters erbij.
- Letters en klanken, op vaste volgorde. Leer systematisch welke letter bij welke klank hoort. Begin met letters waarmee je snel korte woorden maakt. Dit werkte beter dan weinig of geen klankles, zeker bij jonge kinderen en kinderen die moeite hebben.
- Hardop herhaald lezen met hulp. Het kind leest een stukje hardop, een ander verbetert, het kind leest het opnieuw. Dit verbeterde woordherkenning, vlot lezen en begrip. Stil zelf lezen alleen is minder goed bewezen.
- Woorden uitleggen. Herhaal nieuwe woorden in echte zinnen.
- Begrijpen. Vraag: wat gebeurde er, waarom, wat denk je dat er nu komt? Laat het kind het navertellen.
Lees ook elke dag voor. Hang woorden op bij de dingen: deur, emmer, water. Schrijven hoort erbij: laat kinderen vanaf het begin namen, lijstjes en korte briefjes schrijven. Taal: leer een kind lezen in de taal die het thuis spreekt, daarna in de groepstaal wordt getoetst. Zitten er kinderen met verschillende thuistalen bij elkaar, laat ze dan elkaars taal leren door samen te spelen, zingen en werken. Dat is een praktische vaardigheid (15.06 Ruil en samenwerking).
Rekenen met echte dingen
Reken met wat je om je heen hebt. Dat is ook de reden om het te leren.
- Tellen en groepjes maken met bonen.
- Optellen en aftrekken met de voorraad: hoeveel potten over, als we er vier eten?
- Vermenigvuldigen met de bedden in de moestuin, delen met het rantsoen (VK.D06 Rantsoenen plannen voor een groep en een winter).
- Meten met een lat en een weegschaal (16.04 Eenheden en standaarden).
- Breuken en procenten bij een recept en bij het verdelen van zaad.
- Oudere kinderen boekhouden mee (16.13 Rekenen en boekhouden zonder computer).
Twee leertechnieken blijken het sterkst: jezelf overhoren, en oefenen in korte stukken verspreid over dagen (Dunlosky en anderen). Doe elke dag vijf vragen uit het hoofd over wat vorige week is geleerd. Geef geen cijfer, gebruik het om te oefenen.
Met weinig materiaal
| № | Doel | Zo doe je het |
|---|---|---|
| 1 | Schrijven zonder papier | Stok in zand of as, krijt op lei of tegel, houtskool op plank |
| 2 | Papier sparen | Schrijf beide kanten en de achterkant van oud drukwerk. Maak papier als je kunt (11.11 Papier maken) |
| 3 | Leesboeken | Laat oudere kinderen boekjes schrijven voor jongere, met tekeningen. Knip boeken niet stuk |
| 4 | Letterkaarten | Stukjes karton, ook voor spelletjes |
| 5 | Kaart en aardrijkskunde | Teken de buurt (14.05 Een lokale kaart maken) |
| 6 | Natuurkunde en biologie | Waarnemen en meten: regenmeter, zaden laten kiemen, vogels tellen (16.02 Waarnemen en meten) |
Berg boeken droog op, en leen ze uit met een lijst (16.08 Een bibliotheek opbouwen). Zet niet alles op één plek als er maar één exemplaar is.
Praktijkvakken
Leren door mee te doen is de beste manier om een vak te leren (16.07 Technieken overdragen). Maar werk mag de les niet opeten. Volgens de ILO is werk schadelijk als het gevaarlijk is, te veel uren vraagt of door een te jong kind gedaan wordt. Gevaarlijk zijn onder meer: zware lasten, gevaarlijke machines en gereedschap, hoogte, ondergronds werk, gif, nachtwerk en lange dagen. De leeftijden hieronder zijn een richtlijn. Kijk naar het kind wordt getoetst.
| № | Leeftijd | Mag leren | Met toezicht |
|---|---|---|---|
| 1 | 5 tot 8 | Zaaien, water geven, sorteren, naaien met stompe naald, handen wassen, fluitsignalen (VK.F03 Fluitsignalen) | Eten klaarmaken, dieren voeren |
| 2 | 9 tot 12 | Knopen (VK.A01 Achtknoop), knoop aanzetten (VK.G04 Een knoop aanzetten en een knoopsgat maken), oogsten, kaart lezen (14.01 Kaarten lezen), eerste hulp | Mes (VK.H06 Veilig snijden met een mes), vuur (01.12 Vuur maken en beheren), water koken (02.01 Water drinkbaar maken) |
| 3 | 13 tot 16 | Koken, tuin, reanimatie (VK.B06 Reanimatie), fiets herstellen, boekhouden | Zaag en bijl (VK.C06 Veilig hakken en kloven), dieren slachten |
Geef jongens en meisjes dezelfde lessen: koken en naaien, maar ook gereedschap en kaartlezen. Kies vakken die de groep nu nodig heeft, en laat elke tiener bij iemand meelopen als leerling.
Jonge kinderen, tieners en kinderen met zorgen
Kinderen onder de 5 leren vooral door spelen, praten, zingen en meedoen. Geef ze geen schoolbank. Zorg voor een rustige speelplek met toezicht. Tieners haken af als het kinderachtig voelt. Geef ze een echte rol: helper, leerling in een vak, verantwoordelijk voor een dier of een stuk tuin. Laat ze meepraten (15.03 Besluiten nemen). Sommige kinderen hebben veel meegemaakt. Dwing geen verhaal af. Vaste tijden en een vertrouwde volwassene helpen (06.07 Zorg voor kinderen). Kinderen in vluchtelingensituaties zeiden zelf dat school hen een gevoel van normaal en hoop gaf wordt getoetst. Kinderen met dyslexie of een beperking krijgen meer tijd, mondelinge opdrachten en een taak die lukt wordt getoetst.
Veilig leren
Een leerplek moet kinderen en leraren beschermen (INEE-norm 9). Spreek af wordt getoetst:
- Een volwassene is nooit alleen en uit het zicht met één kind. Deur open, of twee volwassenen.
- Niet slaan en niet vernederen. Straf is nooit minder eten (15.13 Regels, straf en herstel).
- Elk kind kent een tweede volwassene bij wie het terecht kan.
- Controleer het gebouw (12.11 Puin ruimen en veilig slopen), de vluchtweg en het toilet.
- Bij ziekte blijft een kind thuis (07.08 Koorts en besmettelijke ziekten). Handen wassen vóór het eten (06.04 Persoonlijke hygiëne).
Bijhouden
Schrijf per kind per maand het niveau op, wat lukte en waar het hulp nodig heeft. Bewaar de schriften. In het groepsboek noteer je wie les gaf (15.09 Collectief geheugen). Als scholen weer opengaan, helpt dat bij het plaatsen. Dit is geen diploma; zeg dat eerlijk. De leerplicht geldt in Nederland ongeveer van 5 tot 16 jaar, en daarna tot 18 de kwalificatieplicht voor wie nog geen startkwalificatie heeft wordt getoetst. Als de overheid weer werkt, kun je daar weer mee te maken krijgen.
Zo weet je dat het werkt
- De les begint op de meeste dagen op tijd.
- Bij de maandelijkse test stijgen de meeste kinderen, of je weet waarom niet.
- Een kind van 10 leest een korte tekst hardop en vertelt die na wordt getoetst.
- Oudere kinderen kunnen rekenen met een rantsoen of een recept.
- Kinderen komen graag, en meisjes en jongens zijn even vaak aanwezig.
- Als een leraar uitvalt, gaat de les door.
Zo weet je dat het misgaat
- Kinderen blijven weg om te werken: praat met de ouders, verschuif de les en houd minstens lezen en rekenen overeind.
- Meisjes blijven vaker thuis om te zorgen: zet de zorg opnieuw op het rooster (15.05 Zorg eerlijk verdelen).
- Kinderen blijven op hetzelfde niveau hangen: controleer zicht en gehoor, verlaag de stap en geef een-op-een hulp.
- Helpers commanderen of pesten: haal ze eraf, praat, leer ze opnieuw hoe het moet.
- Een kind wordt stil of bang voor een volwassene: vraag het rustig, haal die volwassene weg tot het duidelijk is, en leg het bij de groep neer (15.13 Regels, straf en herstel).
- De leraar is uitgeput: geef hem minder ander werk en een vervanger.
- Kinderen zijn suf: kijk naar eten, slaap en koolmonoxide in de ruimte (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide).
Gevaar · Kinderen beschermen Waar kinderen zijn, kunnen volwassenen misbruik maken. Geef niemand onbeperkt en alleen toegang, ook geen bekende. Neem elke melding serieus. Een kind wordt niet teruggestuurd naar iemand die het vreest wordt getoetst.
Gevaar · Vuur, gereedschap en chemie Kinderen werken met mes, vuur, bijl en machines alleen na uitleg en met toezicht. Geef ze nooit werk met loog, bleek, brandstof, accuzuur of gif zonder dat een volwassene ernaast staat wordt getoetst. Lokalen met een kachel hebben een koolmonoxidemelder of een raam op een kier (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide).
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Leraar | Elke volwassene die vlot leest, oudere kinderen met een kaart met opdrachten |
| 2 | Schrift | Lei, tegel, zandbak, de achterkant van oud papier |
| 3 | Kinderboeken | Zelfgeschreven boekjes, handleidingen, verpakkingen, voorlezen uit het hoofd |
| 4 | Gebouw | Schaduw van een boom, een schuur, in de winter het warmste huis |
| 5 | Klok | Bel, zon, vaste volgorde na het ontbijt |
| 6 | Tijd | Twee keer per week twee uur is beter dan niets, met oefenwerk voor thuis |
Achtergrond
Lezen is geen aangeboren vaardigheid. Kinderen moeten leren dat letters klanken zijn. Dat gaat het best met een vaste opbouw, veel korte oefening en iemand die verbetert. Oefenen in stukjes werkt omdat je herinnering steeds opnieuw moet ophalen. Dat maakt het spoor sterker wordt getoetst. Groeperen op niveau werkt omdat een kind dan les krijgt dat het net aankan. In een klas op leeftijd missen de zwakste kinderen de aansluiting wordt getoetst. Een Botswaans experiment liet zien hoe weinig er nodig is: sms'jes en korte telefoontjes naar ouders tijdens schoolsluiting gaven al meetbare winst (0,12 standaarddeviatie). Ook eenvoudig onderwijs helpt dus. Bewijs (redactionele inschatting wordt getoetst): leerverlies bij sluiting B (landelijke toetsgegevens). Groeperen op niveau A (gerandomiseerde studies in India). Klank-letterles A. Hardop herhaald lezen B. Overhoren en verspreid oefenen B (overzicht van veel studies). Hulp van oudere kinderen C: onderzoek naar peer tutoring niet ingezien. Groepsgrootte en lesduur C. Leeftijden voor praktijkwerk C. Kindvriendelijke plekken C (vooral zelfrapportage).
Volgende niveau
Maak een eigen leerlijn per jaar en leg die vast (16.01 Een kennisarchief). Leid oudere kinderen op tot hulpleraar, leerlingen tot vakman (16.07 Technieken overdragen). Bouw een bibliotheek (16.08 Een bibliotheek opbouwen). Maak samen met buurgroepen afspraken over toetsen en leerlingen die verhuizen (15.06 Ruil en samenwerking). Voeg vakken toe: geschiedenis uit het groepsboek (15.09 Collectief geheugen), natuurkunde en experimenten (16.03 Experimenten documenteren).
Controlelijst
- Ik weet welke kinderen er zijn en wat elk kind kan.
- Ik groepeer op niveau, niet op leeftijd.
- De les heeft een vaste tijd en een vaste plek, ook in oogsttijd.
- Lezen, schrijven en rekenen komen elke lesdag aan bod.
- Oudere kinderen helpen met een kleine, duidelijke taak en een volwassene in de buurt.
- Kinderen werken alleen met mes, vuur en gereedschap als er uitleg en toezicht is.
- Geen volwassene is alleen en uit het zicht met één kind.
- Ik schrijf elke maand op hoe elk kind vooruitgaat.
Verantwoording
- Engzell, Frey en Verhagen: Learning loss due to school closures during the COVID-19 pandemic, PNAS 2021 (alleen de samenvatting gelezen, via Europe PMC): ongeveer 350.000 Nederlandse leerlingen, acht weken, ongeveer een vijfde schooljaar, tot 60 procent meer bij lager opgeleide ouders.
- UNICEF: Education in emergencies: les geeft bescherming, routine en een gevoel van normaal.
- J-PAL: Teaching at the Right Level to improve learning: groeperen op niveau, vrijwilligers, zes gerandomiseerde onderzoeken, materiaal of training alleen helpt niet.
- National Reading Panel: Findings and Determinations: klanken, systematische klank-letterles, hardop herhaald lezen, stil lezen minder bewezen, woordenschat, begrip.
- Dunlosky e.a.: Improving Students' Learning With Effective Learning Techniques, 2013 (alleen de samenvatting gelezen, via Europe PMC): overhoren en verspreid oefenen het nuttigst.
- Burton e.a.: Cross-age peer mentoring for youth, a meta-analysis, 2022 (samenvatting gelezen via Europe PMC, deze link zelf niet geopend): zes studies, g = 0,45, groter bij meer toezicht.
- Angrist, Bergman en Matsheng: Experimental evidence on learning using low-tech when school is out, 2022 (alleen de samenvatting gelezen, via Europe PMC): sms en telefoon in Botswana, 0,12 standaarddeviatie.
- WHO: Physical activity (BeHealthy): kinderen van 5 tot 17 minstens 60 minuten per dag.
- INEE: Minimum Standards for Education: 19 normen in vijf domeinen, norm 9 over bescherming en welzijn, norm 1 over deelname.
- ILO: Child labour: wat kinderarbeid is, lijst van gevaarlijk werk.
- Abdeta e.a.: 24-hour movement behaviours among forcibly displaced children, BMC Public Health 2025 (samenvatting gelezen via Europe PMC, deze link zelf niet geopend): kindvriendelijke plekken, op basis van zelfrapportage.
- Meurs e.a.: Hope in sight, Frontiers in Psychology 2026 (samenvatting gelezen via Europe PMC, deze link zelf niet geopend): kinderen ervaren school als normaal, hoop en eigen regie.
- Rijksoverheid: Leerplicht en kwalificatieplicht: leerplicht van 5 tot 16 jaar, kwalificatieplicht van 16 tot 18 zonder startkwalificatie.
- Education Endowment Foundation (peer tutoring, kleine groepen, phonics) en de richtlijn over bescherming van kinderen CPMS: EEF niet ingezien (de site gaf een fout), van CPMS alleen de beschrijving gelezen. Niet onderbouwd en daarom gemarkeerd: niveautabel, testduur, groepsgrootte, lesduur en aandachtsspanne, voorbeeldrooster, leeftijden voor praktijkwerk, voordeel voor oudere helpers, leren lezen in de thuistaal, hulp bij dyslexie, de veiligheidsregels rond volwassenen en de Nederlandse leerplichtleeftijd (de Rijksoverheid-pagina gaf die niet). Getoetst door: nog niet.