Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Landbouw, dieren & ecosystemen
  4. Bomen en boomgaarden

Hoofdstuk · Landbouw, dieren & ecosystemen

Bomen en boomgaarden

Welke boom waar past, en hoe je hem door de eerste droge jaren brengt

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Bittere amandelen, vallen en brand Bittere amandelen geven bij kauwen en verteren blauwzuur. Bij kinderen zijn zeer kleine hoeveelheden al gevaarlijk (AGES). Er zijn vergiftigingen gemeld, sommige dodelijk (EFSA). Een veilig aantal bestaat niet: het gehalte verschilt per boom. Een Duits lexicon noemt zeven noten dodelijk voor een kind wordt getoetst, 04.14 Voedsel dat giftig is als je het verkeerd bereidt zegt dat één noot een klein kind al ziek kan maken wordt getoetst.

  • Bomen uit zaad kunnen bittere noten geven wordt getoetst. Laat kinderen nooit proeven. Een volwassene proeft van elke nieuwe boom één amandel en spuugt die uit als hij bitter is of naar marsepein smaakt wordt getoetst. Oogst die boom dan niet om te eten.
  • Koken of roosteren maakt bittere amandelen niet betrouwbaar veilig wordt getoetst. Eet ook geen bittere abrikozenpitten (AGES).
  • Hoofdpijn, duizeligheid, ademnood of krampen na zulke noten: handel als bij 07.16 Acute noodgevallen. Zonder ziekenhuis is er geen behandeling wordt getoetst.
  • Vallen uit een boom of ladder is zonder ziekenhuis levensgevaarlijk wordt getoetst. Klim nooit alleen en snoei zo veel mogelijk vanaf de grond. Lage bomen zijn veiliger.
  • Grote takken kunnen je raken als ze vallen. Vellen doe je volgens VK.C07 Een kleine boom vellen.
  • Laat bij droogte geen droog snoeihout en gras liggen bij heide, bos of duinen. Verbrand het niet in een droge periode (01.12 Vuur maken en beheren).
Een oudere vrouw en een jongen planten een jonge appelboom bij een paal in een oude boomgaard op rivierklei.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een boom is de langzaamste beslissing in je voedselplan. Wat je nu plant, geeft pas over drie tot twintig jaar volop, maar daarna tientallen jaren fruit, vet, schaduw, brandhout en veevoer. Bomen vragen minder werk per jaar dan een moestuin wordt getoetst, maar een fout in soort of plek merk je pas na jaren.

Als er nog hulp is Koop nu gezonde bomen bij een kwekerij in je eigen streek en vraag welke rassen en onderstammen daar lukken. Een boom planten vóór de crisis scheelt je jaren honger.

Eerst doen

  1. Kijk wat er al staat. Een verwaarloosde boom snoeien geeft eerder oogst dan een nieuwe planten.
  2. Kies soorten bij je klimaat, je water en je winterkou. Niet bij wat je lekker vindt.
  3. Plant minstens twee bomen die elkaar kunnen bestuiven, tenzij je zeker weet dat één genoeg is.
  4. Plant in de rustperiode op een vorstvrije dag, en geef de eerste twee jaar water in droogte.
  5. Houd een kring van minstens een meter vrij van gras en dek die af met mulch.
  6. Schrijf soort, ras, onderstam en plantdatum op, en hang een label aan de boom.

Wat je nodig hebt

  • Jonge bomen, geënt op een bekende onderstam, of stekken van goede bomen.
  • Een spade, een stevige paal en zacht bindmateriaal.
  • Mulch: stro, bladeren, snippers of snoeihout.
  • Een scherpe snoeischaar, een snoeizaag, een mes voor enten (VK.H06 Veilig snijden met een mes).
  • Water voor de eerste twee zomers, en een manier om dat te dragen (13.03 Water in de bodem).
  • Hekwerk of gaas tegen vraat door konijnen, geiten en reeën wordt getoetst.
  • Een stevige ladder met driepoot of een tweede persoon.

Werkwijze

Winterkou: de eerste keuze

Veel fruitbomen hebben kou nodig om goed te bloeien. Dat heet koudebehoefte, en je telt de uren onder 7 °C in de winter (UC). Meetmethoden verschillen. Een overzicht van een UC-tuinadviseur noemt appel 500 tot 1000 uur, peer en kers 700 tot 800, pruim 250 tot 700. Amandel vraagt heel weinig en bloeit daardoor heel vroeg (FAO): hier loopt de bloesem vorstgevaar wordt getoetst.

In Nederland is er genoeg winterkou voor appel, peer en pruim wordt getoetst. Olijf en citrus zijn niet te vertrouwen in de Nederlandse vorst wordt getoetst: reken er niet op voor je voedsel.

Welke boom waar

№BoomPlekWaterBestuivingEerste oogst
1AppelZonnig, niet in een vorstkuil wordt getoetstVolwassen normaal geen extra water (RHS)Tweede ras in bloei tegelijk, binnen 18 meter3 tot 5 jaar op dwergonderstam, 5 tot 7 op halfzwakke, 7 tot 10 op sterke (Oregon State)
2PeerAls appel wordt getoetstAls appel wordt getoetstTweede ras wordt getoetstEen tot twee jaar later dan appel (UC Sacramento)
3PruimAls appel wordt getoetstAls appel wordt getoetstVeel rassen zelfbestuivend, zoals Victoria2 tot 3 jaar (UC Sacramento, steenvruchten)
4WalnootRuime plekDiepe grond wordt getoetstWind wordt getoetst6 tot 10 jaar wordt getoetst
5AmandelAlleen beschut; de vroege bloei bevriest vaak wordt getoetstWeinig extra water als gevestigd wordt getoetstMeestal een tweede ras nodig, en bijen wordt getoetst3 tot 4 jaar wordt getoetst
6VijgBeschutte muur op het zuiden wordt getoetstDroog als gevestigd wordt getoetstGewone vijgen hebben geen bestuiver nodig wordt getoetst2 tot 3 jaar wordt getoetst

Kies appel, peer en pruim op halfzwakke onderstam en plant ze uit de koude lucht, niet in een laagte waar vorst blijft hangen wordt getoetst. Op natte grond plant je op een verhoging wordt getoetst. De onderstam bepaalt de grootte. Bij appel geven M9 en M26 kleine bomen, MM106 tot ongeveer 4 meter. Bij pruim geeft St Julian A middelgrote bomen, Brompton meer dan 4,5 meter (RHS). Grote bomen dragen later (Oregon State), maar leven langer en vragen minder steun wordt getoetst. Walnoot en hazelaar geven het vet dat de moestuin niet geeft (13.05 Teeltplanning). Walnoot wordt erg groot: reken op 10 meter ruimte en houd groente uit de buurt, want hij remt sommige planten wordt getoetst.

Bestuiving regelen

  • Appel en peer: plant twee rassen die tegelijk bloeien, binnen ongeveer 18 meter (RHS). Sommige rassen, zoals Bramley's Seedling, geven steriel stuifmeel: die hebben twee andere bomen nodig.
  • Amandel: de meeste rassen hebben een tweede ras nodig dat tegelijk bloeit wordt getoetst.
  • Rest: zie 13.09 Bestuivers beschermen.

Planten

  1. Plant van november tot het einde van de winter, op een dag dat het niet vriest (Velt).
  2. Houd de wortels vochtig. Knip kapotte en te lange wortels weg.
  3. Graaf een gat dat breder is dan de wortels, maar niet dieper. Plant op dezelfde diepte als in de kwekerij, met de entplek boven de grond wordt getoetst.
  4. Sla eerst de paal, dan pas de boom. Graaf de paal ongeveer 50 cm in wordt getoetst. Bind met zacht materiaal.
  5. Giet aan met veel water, ook als het regent.
  6. Haal een kring van minstens een meter gras weg (RHS) en dek af met mulch, niet tegen de stam wordt getoetst.

Plantafstand: appel op MM106 ongeveer 4 meter wordt getoetst, walnoot ongeveer 10 meter wordt getoetst. Zie ook 13.06 Gewassen combineren.

Water geven in droogte

Dit is waar de meeste jonge bomen sterven wordt getoetst. De eerste twee jaar geef je in droge perioden regelmatig water (RHS). Geef weinig keren veel, niet vaak een beetje: een emmer of twee per week in de zomer, zodat de wortels dieper gaan wordt getoetst.

Daarna redt een volwassen appel, peer of pruim in de grond het normaal zonder water (RHS). Geef alleen bij in zeer droge jaren, of op zand wordt getoetst.

Geef je maar weinig water, kies dan het goede moment: spaar de boom ernstige droogte rond bloei en vruchtzetting wordt getoetst. Water in een droog voorjaar levert meer op dan water in de nazomer wordt getoetst. Vang op droge zandgrond regen op rond de boom: maak een kom in de grond en een walletje aan de lage kant wordt getoetst. Mulch remt verdamping. Houd onkruid en bodembedekking kort in de lente (13.06 Gewassen combineren). Waterzuinige hulpmiddelen staan in 13.03 Water in de bodem.

Snoeien

Je snoeit om licht in de boom te krijgen en om dood of ziek hout weg te halen. Snoei op een droge dag, met schoon gereedschap.

№BoomWanneerHoe
1Appel, vrijstaand (peer wordt getoetst)WinterOpen kroon met enkele gesteltakken; weg met kruisend, dood en ziek hout wordt getoetst
2Appel, geleid (peer wordt getoetst)Late zomerZijscheuten inkorten wordt getoetst
3PruimJong: vroeg voorjaar. Volwassen: zomerNooit in de rusttijd of late herfst, want dan komt loodglans binnen (RHS)
4VijgWeinigAlleen dood hout en dichte takken wordt getoetst

Snoei nooit meer dan een kwart van de kroon in één jaar wordt getoetst. Dun bij appel en pruim te zware trossen uit, anders breken takken en draagt de boom om het jaar wordt getoetst. Snoeihout is brandhout en mulch.

Enten in hoofdlijnen

Een pit geeft niet dezelfde boom als de moeder. Wil je een goed ras behouden, dan ent je: je zet een twijg (entrijs) op een wortel (onderstam).

  1. Knip entrijs in de rustperiode van hout van vorig jaar, ongeveer potlooddik en 15 tot 20 cm lang (Alabama). Iowa State noemt februari tot begin maart.
  2. Bewaar het koel en vochtig in zaagsel of mos (Iowa State). Zonder koelkast: in vochtig zand op de koelste plek wordt getoetst.
  3. Ent net als de groei begint, tot aan de bloei, zolang het entrijs nog slaapt (Michigan State).
  4. Kies voor de eenvoudigste vorm: de tongent. Maak bij onderstam en entrijs van gelijke dikte, 6 tot 13 mm, een schuine snede van 2,5 tot 5 cm met een tongetje (Iowa State). Schuif ze in elkaar zodat de groeilaag onder de bast aansluit.
  5. Bind stevig en dek af met was of plastic, zodat niets uitdroogt wordt getoetst (VK.H09 Harslijm maken).
  6. Is de stam dikker, gebruik dan de spleetent: zet entrijs in een spleet in de afgezaagde stam wordt getoetst.

Enten lukt alleen binnen verwante soorten: appel op appel, peer op peer of kwee, amandel op amandel of perzik wordt getoetst. Reken eerst op mislukkingen: dit hoofdstuk vervangt geen ervaren enter. Vijg gaat ook met stek, dat is makkelijker wordt getoetst.

Ziekten

Meer staat in 13.15 Gewasziekten en plagen zonder gif. Twee zijn hier te noemen. Loodglans tast vooral pruim, appel, abrikoos en kers aan (RHS) en geeft zilverig blad wordt getoetst. Xylella fastidiosa kan onder meer olijf, amandel en pruim doden, en er is geen genezing wordt getoetst. Breng daarom geen planten en entrijs van ver mee.

Zo weet je dat het werkt

  • De boom maakt in het tweede jaar duidelijk nieuw hout.
  • Blad blijft in de zomer groen zonder dat je elke dag water geeft.
  • Een kring rond de stam is vrij van gras en bedekt.
  • Bloei en vruchtzetting komen op tijd, en vruchten vallen niet massaal af.
  • Je kunt soort, ras, onderstam en plantjaar van elke boom noemen.

Zo weet je dat het misgaat

  • Blad hangt, verkleurt of valt midden in de zomer: droogte. Geef meteen een grote gift en leg mulch.
  • Veel bloei maar geen vrucht: geen tweede ras, vorst in de bloei of geen bestuivers. Zoek een bestuiver of ent een tak van een ander ras.
  • Scheuten vanaf onder de entplek groeien hard: dat is de onderstam. Knip ze weg, anders neemt die het over wordt getoetst.
  • Zilverig blad op pruim: mogelijk loodglans. Zaag aangetast hout in de zomer weg en verbrand het wordt getoetst.
  • Takken verdorren in de kroon: denk aan ernstige droogte of aan Xylella. Neem geen hout mee naar andere bomen wordt getoetst.

Gevaar · Bittere amandelen, vallen en brand Bittere amandelen geven bij kauwen en verteren blauwzuur. Bij kinderen zijn zeer kleine hoeveelheden al gevaarlijk (AGES). Er zijn vergiftigingen gemeld, sommige dodelijk (EFSA). Een veilig aantal bestaat niet: het gehalte verschilt per boom. Een Duits lexicon noemt zeven noten dodelijk voor een kind wordt getoetst, 04.14 Voedsel dat giftig is als je het verkeerd bereidt zegt dat één noot een klein kind al ziek kan maken wordt getoetst.

  • Bomen uit zaad kunnen bittere noten geven wordt getoetst. Laat kinderen nooit proeven. Een volwassene proeft van elke nieuwe boom één amandel en spuugt die uit als hij bitter is of naar marsepein smaakt wordt getoetst. Oogst die boom dan niet om te eten.
  • Koken of roosteren maakt bittere amandelen niet betrouwbaar veilig wordt getoetst. Eet ook geen bittere abrikozenpitten (AGES).
  • Hoofdpijn, duizeligheid, ademnood of krampen na zulke noten: handel als bij 07.16 Acute noodgevallen. Zonder ziekenhuis is er geen behandeling wordt getoetst.
  • Vallen uit een boom of ladder is zonder ziekenhuis levensgevaarlijk wordt getoetst. Klim nooit alleen en snoei zo veel mogelijk vanaf de grond. Lage bomen zijn veiliger.
  • Grote takken kunnen je raken als ze vallen. Vellen doe je volgens VK.C07 Een kleine boom vellen.
  • Laat bij droogte geen droog snoeihout en gras liggen bij heide, bos of duinen. Verbrand het niet in een droge periode (01.12 Vuur maken en beheren).

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1Bomen van een kwekerijStek van vijg, of zaailingen die je later ent wordt getoetst
2EntwasBijenwas, harslijm of plastic met touw wordt getoetst
3WaterMulch, een kom rond de boom, minder bomen
4Tweede ras voor bestuivingEnt één tak van een ander ras op je boom wordt getoetst

Achtergrond

Een geënte boom is twee planten in één: wortel en kroon. Bij enten leg je de groeilagen vlak onder de bast tegen elkaar, zodat ze vastgroeien. Daarom mag niets uitdrogen wordt getoetst.

Bomen hebben kou nodig omdat de knoppen zo weten dat de winter voorbij is. Een zachte winter geeft een rommelige, late bloei.

Bewijs: bestuiving van appel, snoeitijd en onderstammen B (RHS). Koudebehoefte B (UC). Enten B (universitaire voorlichting, Amerikaans klimaat). Tijd tot eerste oogst C: veel zwakke bronnen, sterk afhankelijk van ras en onderstam. Vuistregels voor snoei en water bij jonge bomen C.

Volgende niveau

Zet alle bestaande fruit- en notenbomen op een kaart (14.05 Een lokale kaart maken) en ruil entrijs van de beste rassen. Oefen enten op zaailingen voordat je het nodig hebt. Zorg voor bestuivers (13.09 Bestuivers beschermen). Verwerk de oogst (04.05 Drogen en bewaren, 04.07 Zouten en pekelen). Herstel oude gaarden (13.14 Herstel van ecosystemen).

Controlelijst

  • Ik heb gekozen op winterkou, regen en water, niet op smaak alleen.
  • Ik heb minstens twee passende rassen, of weet zeker dat één genoeg is.
  • Ik plant op de juiste diepte, met paal, mulch en een kring zonder gras.
  • Ik heb de eerste twee zomers water, en reken in liters per boom.
  • Ik snoei pruim in de zomer, en appel in de winter.
  • Ik weet dat een pit niet dezelfde boom geeft, en kan in hoofdlijnen enten.
  • Ik laat kinderen geen amandels van onbekende bomen proeven, spuug bittere uit en oogst die boom niet.
  • Ik klim niet alleen in een boom.

Verantwoording

Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de jaren tot eerste oogst bij walnoot, vijg en amandel, geschiktheid per klimaat, plek en bestuiving van amandel, de diepte van de paal, planten op een verhoging, waterhoeveelheden voor jonge bomen, water rond bloei en vruchtzetting, de werking van een kom rond de boom, snoeiregels buiten RHS, enten en stekken buiten de tongent, het aantal bittere amandelen dat gevaarlijk is, de proefmethode, verhitten, en Xylella. De jaren uit Amerikaanse bronnen gelden voor een ander klimaat. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline