Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. De eerste 72 uur
  4. De volgorde van overleven

Hoofdstuk · De eerste 72 uur

De volgorde van overleven

Wat je eerst doet als alles tegelijk misgaat

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Haast maakt nieuwe slachtoffers Ga nooit een rokend, instortend of ondergelopen gebouw in om spullen te halen. Koolmonoxide ruik en zie je niet. Wie slaapt of gedronken heeft, kan eraan sterven zonder klachten te merken.

  • Gebruik nooit een barbecue, houtskool, campingkooktoestel of aggregaat binnen.
  • Ga niet alleen op pad. Spreek af waar je heen gaat en wanneer je terug bent.
  • Geef iemand die suf of bewusteloos is niets te eten of te drinken.
In de deuropening van een donker rijtjeshuis staat een vrouw stil met een hand op haar borst; achter haar vult een jongen pannen aan de kraan en wikkelt een man een deken om een kind.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

In de eerste uren gaat alles tegelijk mis: geen stroom, geen water uit de kraan, misschien gewonden, rook of kou. Wie alles tegelijk wil oplossen, maakt niets af en maakt fouten. Een vaste volgorde helpt je kiezen: eerst wat binnen minuten doodt, dan wat binnen uren doodt, dan wat binnen dagen doodt. Honger komt pas aan het eind.

Als er nog hulp is Bel 112 zodra je zelf veilig bent, en doe wat de meldkamer zegt. Werk tot de hulp er is deze volgorde af.

Eerst doen

  1. Stop. Adem drie keer langzaam uit en kijk rond voordat je iets doet (VK.K01 Ademhalen bij paniek).
  2. Breng jezelf en anderen weg van direct gevaar: vuur, rook, gaslucht, puin dat kan vallen, stijgend water, verkeer.
  3. Stop een bloeding die spuit of plast, en kijk of iedereen ademt (07.02 Bloedingen stoppen, 07.16 Acute noodgevallen).
  4. Houd iedereen droog, uit de wind en van de koude grond. In de hitte: breng iedereen naar de schaduw.
  5. Vul flessen en pannen met drinkwater zolang er nog water uit de kraan komt.
  6. Tel wie er is, spreek af wie wat doet en schrijf het op.

Wat je nodig hebt

  • Pen en papier, of krijt en een deur: voor taken, tijden en wie waar is.
  • Een zaklamp of hoofdlamp per persoon, met reservebatterijen.
  • De eerstehulpkist (06.02 De eerstehulpkist).
  • Drinkwater: 3 liter per persoon per dag, dus minstens 9 liter per persoon voor de eerste drie dagen. Dat is het advies van de Rijksoverheid.
  • Schone flessen, jerrycans en pannen met deksel.
  • Dekens, jassen of slaapzakken, en isolatie voor de grond: slaapmatten, karton, tapijt.
  • Een fluit per persoon (VK.F03 Fluitsignalen).
  • Een zeil en 10 meter touw (VK.L05 Een dekzeil opzetten in vijf vormen).
  • Lucifers of een aansteker in een dichte plastic zak (01.12 Vuur maken en beheren).

Werkwijze

De volgorde in één oogopslag

№VolgordeWat je doetWat er gebeurt als je wacht
11. VeiligheidWeg van vuur, rook, gas, water, puin en verkeerJij of een helper wordt het volgende slachtoffer
22. Lucht en bloedAdemweg vrij, ademhaling controleren, bloeding stoppenDood binnen minuten
33. Beschutting en temperatuurDroog, uit de wind, los van de grond; of koelen in de schaduwOnderkoeling of hitteberoerte binnen uren
44. WaterDrinkwater apart zetten, daarna veilig makenUitdroging binnen dagen, in hitte sneller
55. Signaleren en contactLaten zien waar je bent, naasten zoekenHelpers en buren lopen je mis
66. VoedselEerst opeten wat bederft, daarna verdelenZwakker na dagen, levensgevaar pas na weken

De tijden in de laatste kolom zijn grove schattingen wordt getoetst. Werk van boven naar beneden. Ga pas naar de volgende regel als de vorige onder controle is, of als iemand anders die taak heeft.

De regel van drie: een geheugensteun, geen klok

In veel overlevingscursussen leer je: drie minuten zonder lucht, drie uur zonder beschutting in zware kou of hitte, drie dagen zonder water, drie weken zonder voedsel wordt getoetst. Dat is een vuistregel om de volgorde te onthouden. Het zijn geen echte grenzen:

  • Lucht. Bij een hartstilstand raken de hersenen al na enkele minuten beschadigd wordt getoetst.
  • Beschutting. Wie nat is, kan al onderkoeld raken bij een buitentemperatuur boven 4 °C. In koud water gaat het veel sneller (VK.E02 Overleven in koud water). Bij een hitteberoerte kan de lichaamstemperatuur in 10 tot 15 minuten tot 41 °C stijgen.
  • Water. Bij zwaar werk in de hitte verlies je tot ongeveer 1 liter zweet per uur. In grote hitte kan je waterbehoefte verdubbelen. Drie dagen is dan veel te ruim wordt getoetst.
  • Voedsel. Een gezond mens leeft meestal weken zonder eten, maar na een paar dagen word je zwakker, krijg je het sneller koud en denk je trager wordt getoetst. Gebruik de regel om te kiezen wat eerst moet, niet om te rekenen hoeveel tijd je nog hebt.

Stap 1: veiligheid

Kijk eerst of het veilig is voor jou. Een dode helper redt niemand.

  • Rook of vuur: ga laag bij de grond naar buiten en ga niet terug voor spullen (05.14 Brand voorkomen en blussen).
  • Gaslucht: maak geen vuur of vonk, zet ramen en deuren open en ga naar buiten wordt getoetst.
  • Scheuren in muren of een doorgezakt dak: blijf eruit (05.02 Een gebouw beoordelen).
  • Stijgend water: ga naar een hogere verdieping of hogere grond (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen). Blijf uit water waar kabels in liggen wordt getoetst.
  • Natuurbrand in de buurt, zoals op de heide of in de duinen bij droog weer: beslis vroeg of je weggaat (01.08 Verplaatsen of blijven). Verplaats een gewonde alleen als de plek zelf gevaarlijk is.

Stap 2: lucht en bloed

De richtlijn eerste hulp van de European Resuscitation Council (2025) geeft deze volgorde: veiligheid, reageert hij, een levensbedreigende bloeding, dan ademweg, ademhaling, bloedsomloop, bewustzijn en de rest van het lichaam.

  1. Spreek de persoon luid aan en schud zacht aan zijn schouders.
  2. Spuit of plast er bloed? Druk er meteen hard op. Blijft een arm of been bloeden, leg dan een knelverband aan (07.02 Bloedingen stoppen, VK.B02 Knelverband aanleggen en improviseren).
  3. Maak de ademweg vrij: één hand op het voorhoofd, de vingertoppen van je andere hand onder de punt van de kin, het hoofd voorzichtig achterover.
  4. Kijk, luister en voel hoogstens 10 seconden of hij normaal ademt.
  5. Ademt hij niet normaal? Begin met reanimatie (VK.B06 Reanimatie).
  6. Ademt hij wel, maar reageert hij niet? Leg hem in stabiele zijligging en blijf controleren (VK.B07 Stabiele zijligging).
  7. Kijk daarna van hoofd tot voeten naar ander letsel (07.01 Iemand onderzoeken: de vitale functies). Bij meerdere gewonden help je eerst wie spuit of plast, dan wie niet goed ademt, dan wie stil en bleek wordt. Wie schreeuwt, ademt. Hebben meerdere mensen in één ruimte tegelijk hoofdpijn, zijn ze misselijk of suf? Denk aan koolmonoxide. Ga met iedereen naar buiten (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide).

Stap 3: beschutting en temperatuur

Je lichaam verliest warmte het snelst door water en natte kleding, dan door wind, dan door uitstraling. Werk daarom in deze volgorde:

  1. Droog: natte kleding uit, droge kleding aan, of een droge deken om.
  2. Uit de wind: naar binnen, achter een muur, of onder een zeil.
  3. Los van de grond: isolatie onder iedereen die zit of ligt.
  4. Hoofd en nek bedekken.
  5. Eén ruimte warm houden: de kleinste kamer, de rest dicht, samen slapen (05.03 Een noodonderkomen, 05.13 Slapen zonder kou). Nat en koud weer is het grootste gevaar, ook boven het vriespunt. Een val in een sloot of een nacht in een natte jas is genoeg. In een hittegolf is hitte het grootste gevaar, ook binnen. Blijf in de schaduw en werk niet zwaar in het heetste deel van de dag. Houd ramen en zonwering overdag dicht en zet de ramen 's nachts open. Ouderen, jonge kinderen, chronisch zieken en mensen die alleen wonen of weinig contact hebben lopen het meeste risico. Herkennen en behandelen: 01.13 Onderkoeling en oververhitting. Maak alleen vuur als het veilig kan (01.12 Vuur maken en beheren). Gebruik nooit een barbecue, houtskool, een campingkooktoestel of een aggregaat binnen, ook niet in een garage of tent. Zet een aggregaat buiten, minstens 6 meter van ramen, deuren en roosters.

Stap 4: water

Om te overleven heeft een mens 2,5 tot 3 liter water per dag nodig voor drinken en eten, afhankelijk van klimaat en lichaam. Voor de eenvoudigste hygiëne komt er 2 tot 6 liter bij, voor koken 3 tot 6 liter. Samen 7,5 tot 15 liter per persoon per dag. Dat zijn de minimumhoeveelheden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor noodsituaties.

  1. Tap zolang het kan drinkwater af in schone flessen en pannen met deksel. Geen flessen van schoonmaakmiddel of olie (02.07 Drinkwater opslaan).
  2. Vul ook emmers en het bad, voor het toilet en voor wassen.
  3. De boiler is ook een voorraad (DK.15 Boiler en cv ketel).
  4. Drink wat je vandaag nodig hebt. Bespaar op wassen en op zweten, niet op drinken.
  5. Kinderen, zogende moeders en zieken hebben meer nodig.
  6. Water uit een sloot, regenton, rivier of put drink je pas na behandeling (02.01 Water drinkbaar maken). Weinig plassen, donkere urine, dorst, hoofdpijn en duizeligheid betekenen te weinig drinken (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing). De ochtendplas zegt het meest.

Stap 5: signaleren en contact

Als de eerste vier stappen onder controle zijn, zorg je dat anderen je kunnen vinden. Ben je gewond of ingesloten, doe het eerder.

  • Spreek met naasten een plek en een tijd af. Laat op een afgesproken plek een briefje achter: wie er is, waar je heen gaat en wanneer (01.06 Contact met naasten).
  • Het hulpsignaal is drie keer iets wordt getoetst: drie fluitstoten, elke minuut herhaald (VK.F03 Fluitsignalen), of drie vuren in een driehoek (VK.F01 Een signaalvuur bouwen).
  • Een spiegel flitst overdag ver (VK.F02 Seinen met een spiegel).
  • Een grondsignaal voor een vliegtuig of helikopter maak je minstens 2,5 meter groot, met veel kleurverschil met de grond. Een V betekent "hulp nodig", een X "medische hulp nodig" wordt getoetst.
  • Luister op vaste tijden naar de radio en schrijf op wat je hoort (14.07 Noodcommunicatie).

Stap 6: voedsel

Voedsel is in de eerste dagen zelden het grootste probleem.

  1. Eet eerst wat bederft. Een dichte koelkast houdt eten ongeveer 4 uur veilig, een volle dichte vriezer ongeveer 48 uur, een halfvolle ongeveer 24 uur (04.04 Koelen zonder stroom).
  2. Gooi vlees, vis, eieren en restjes weg die langer dan 4 uur in een koelkast zonder stroom lagen.
  3. Eet genoeg om warm te blijven en te kunnen werken. Rillen kost veel energie.
  4. Eet geen planten of paddenstoelen die je niet zeker kent (03.03 Giftige planten en dubbelgangers).
  5. Weinig water? Eet dan weinig, en vermijd zout eten wordt getoetst.

Wanneer de volgorde verschuift

De volgorde is een hulpmiddel, geen wet. Een gaslek of brand gaat voor een gebroken been. Bij vorst 's nachts gaat beschutting voor water halen. Op een hete dag in een hittegolf komen koelte en water direct na bloedingen. Baby's, ouderen en zieken raken sneller onderkoeld, oververhit of uitgedroogd: kijk bij hen eerst (01.09 Kwetsbare mensen helpen). Loop de zes stappen opnieuw langs na elke grote verandering, en verder elke ochtend en avond, hardop met de groep.

De eerste dag en de eerste week

  • Eerste uur: veiligheid, lucht en bloed, iedereen droog en warm of koel, tellen wie er is.
  • Eerste dag: drinkwater apart, één warme of koele ruimte, een noodtoilet (02.08 Een noodtoilet), signalen afspreken, slapen in ploegen (01.10 Rust en ritme).
  • Eerste drie dagen: water aanvullen en behandelen, het bederfelijke eten op, een plan maken (01.04 Een noodplan maken), besluiten of je blijft of gaat.
  • Eerste week: vaste taken (15.02 Taken verdelen) en dagelijks langs bij wie kwetsbaar is.

Je hoofd erbij houden

Schrik vernauwt je blik: je ziet het bloed, maar niet de rook. Adem langzaam uit, zeg hardop wat je ziet en kies één taak. Laat in een acuut moment één persoon beslissen. Moe zijn kost ook levens: wie een nacht niet heeft geslapen, maakt fouten met vuur, gereedschap en water wordt getoetst. Slaap in ploegen en houd een lijst bij (06.09 Mentale veerkracht).

Zo weet je dat het werkt

  • Iedereen is geteld en weet waar de anderen zijn.
  • Niemand bloedt nog, en bij elke gewonde blijft iemand.
  • Niemand rilt onophoudelijk of wordt suf van de kou. Niemand is heet en verward van de hitte.
  • Er staat drinkwater klaar: 3 liter per persoon per dag, voor minstens drie dagen.
  • Iedereen plast een paar keer per dag lichtgele urine wordt getoetst.
  • Op papier staan de taken, de afgesproken plek en de tijden.

Zo weet je dat het misgaat

  • Iedereen rent rond en niemand maakt iets af: roep de groep bij elkaar en geef elke taak aan één persoon.
  • Meerdere mensen binnen krijgen hoofdpijn, worden misselijk of suf: iedereen naar buiten, ramen en deuren open, het vuur of toestel uit (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide).
  • Iemand rilt hevig, praat met dubbele tong of struikelt: maak hem droog, isoleer hem en warm hem op (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Iemand is heet, verward of doet vreemd in de hitte: denk aan een hitteberoerte en koel meteen (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Iemand plast weinig of donker, of is duizelig: laat hem meer drinken (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing).
  • Je zoekt al uren eten of spullen terwijl nog niet iedereen droog en warm is: terug naar stap 3.
  • Mensen vallen in slaap bij het vuur of maken fouten met gereedschap: maak een slaaprooster.

Gevaar · Haast maakt nieuwe slachtoffers Ga nooit een rokend, instortend of ondergelopen gebouw in om spullen te halen. Koolmonoxide ruik en zie je niet. Wie slaapt of gedronken heeft, kan eraan sterven zonder klachten te merken.

  • Gebruik nooit een barbecue, houtskool, campingkooktoestel of aggregaat binnen.
  • Ga niet alleen op pad. Spreek af waar je heen gaat en wanneer je terug bent.
  • Geef iemand die suf of bewusteloos is niets te eten of te drinken.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1EerstehulpkistSchone theedoeken, een riem met een stok als knelverband, tape
2IsolatiematKarton, tapijt, kussens, een deur, droge bladeren in een vuilniszak
3DekenJassen, gordijnen, kranten onder de kleding, een vuilniszak tegen wind en vocht
4WaterflessenPannen met deksel, schone emmers met een doek erover; nooit flessen van schoonmaakmiddel
5FluitMet een lepel op een pan slaan, drie keer, elke minuut herhalen
6KlokDe stand van de zon (VK.F10 Tijd en richting uit de zon)
7PapierKrijt op een deur of muur, of een stift op karton

Achtergrond

De volgorde volgt de tijd die je hebt. Hersenen zonder zuurstof en een open slagader kosten binnen minuten het leven. Afkoeling of oververhitting doodt in uren, uitdroging in dagen, honger pas in weken. Daarom komt wat het snelst doodt het eerst, ook als iets anders meer lawaai maakt. Een gewonde die schreeuwt om zijn gebroken arm is minder in gevaar dan de stille persoon naast hem die slecht ademt. Water voert warmte veel sneller af dan lucht, en wind blaast het warme laagje lucht rond je lichaam steeds weg wordt getoetst. Daarom komt droog worden eerst, en is isolatie onder je net zo belangrijk als een deken boven je. Bij schrik denk je trager en zie je minder. Een volgorde die je hebt geoefend, neemt die keuze van je over. Daarom werkt de regel van drie, ook al kloppen de getallen niet precies. Bewijs: veiligheid eerst, dan een levensbedreigende bloeding, dan ademweg en ademhaling B (richtlijn ERC 2025, op internationale consensus). Droog worden, wind weren en isoleren van de grond B (richtlijnen Wilderness Medical Society en ERC). 2,5 tot 3 liter drinkwater per persoon per dag als minimum B (WHO, afgeleid van de Sphere-normen). Koelkast 4 uur en volle vriezer 48 uur C (overheidsadvies). De regel van drie als geheugensteun C, als echte tijdgrens D.

Volgende niveau

Op niveau II oefen je de volgorde met de hele groep, eens per kwartaal, ook in het donker. Speel steeds één scenario na: een winterstorm met stroomuitval, een hittegolf met natuurbrand, hoogwater. Maak per scenario een draaiboek van één bladzijde (01.04 Een noodplan maken) en leg de voorraad aan die erbij hoort (01.05 Je noodvoorraad). Bereid de winter voor (05.09 Een winterplan), leer iedereen vanaf twaalf jaar 07.01 Iemand onderzoeken: de vitale functies, en richt een wacht in (15.11 Wacht lopen en waarschuwen).

Controlelijst

  • Ik stop, adem uit en kijk eerst of het veilig is voor mezelf.
  • Ik stop een spuitende bloeding en controleer de ademhaling vóór al het andere.
  • Ik houd iedereen droog, uit de wind en los van de grond, of in de hitte koel en in de schaduw.
  • Ik zet in het eerste uur drinkwater apart: 3 liter per persoon per dag, voor minstens drie dagen.
  • Ik weet dat de regel van drie een geheugensteun is en geen klok.
  • Ik ken het hulpsignaal: drie keer iets, elke minuut herhaald.
  • Ik gebruik nooit een barbecue, houtskool of aggregaat binnen.
  • Ik loop de zes stappen elke ochtend en avond opnieuw langs.

Verantwoording

Zoek je het kort en overzichtelijk? Lees Stroomuitval: wat moet je doen?.

Open in de app en bewaar offline