Hoofdstuk · Water & sanitatie
Hoogwater, dijken en gemalen
Droge voeten houden als de pompen stilvallen
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Water dat beweegt
- Loop niet op een dijk die scheurt of zakt. Een afschuiving neemt je mee.
- Gooi een wel nooit helemaal dicht. Het water zoekt dan een nieuwe weg, vaak vlak ernaast.
- Ga nooit een kelder in waar nog stroom op kan staan.
- Waad niet door stromend water dat hoger komt dan je enkels.

Waarom dit telt
Ongeveer een kwart van Nederland ligt onder zeeniveau en ruim de helft van het land kan overstromen wordt getoetst. Dat land blijft alleen droog omdat gemalen elke dag water wegpompen en mensen de dijken bewaken. Vallen de pompen stil, dan stijgt het water langzaam; breekt een dijk, dan gaat het in uren.
Als er nog hulp is Kijk nu op een overstromingskaart hoe diep je huis kan komen te staan en waar de dichtstbijzijnde hoge plek is. Volg een evacuatiebevel van waterschap of gemeente direct op, ook als het buiten nog droog lijkt.
Eerst doen
- Zoek uit hoe laag je huis ligt: kijk op een topografische kaart en kijk na een bui waar water blijft staan.
- Wijs een hoge plek aan: een stenen verdieping, een brede dijk, een terp of een hoger dorp.
- Breng water, voedsel, medicijnen, droge kleding en gereedschap naar boven.
- Leg op zolder een bijl of breekijzer, 10 meter touw, een lamp en een wit laken.
- Spreek een vast alarmsignaal af voor water (zie 14.09 Signalen afspreken en geven).
- Begin met dijkwacht zodra rivier, boezem of sloot zichtbaar stijgt.
Wat je nodig hebt
- Een peilstok: een rechte paal met elke 5 cm een inkeping.
- Schoppen, kruiwagens, zand, zakken, landbouwplastic of zeilen.
- Markeerstokken met een lap, een schrift, lantaarns voor nachtrondes.
- Laarzen, handschoenen, een reddingslijn en drijfmiddelen (zie 14.16 Veilig op en in het water).
Werkwijze
Hoe een polder volloopt
Een polder is een bak die lager ligt dan het water eromheen. Er komt water in door regen, kwel (grondwater dat onder de dijk door omhoog drukt) en lekken. Gemalen pompen het naar de boezem en vandaar naar rivier of zee. Valt de stroom weg, dan blijft alles liggen. In Nederland valt gemiddeld ruim 2 mm regen per dag. In de zomer verdampt meer dan er valt. In de winter verdampt bijna niets, en in diepe droogmakerijen komt er 1 tot 5 mm kwel per dag bij wordt getoetst. Al dat water gaat naar de sloten, die maar een klein deel van de polder beslaan. Daardoor stijgt een sloot vijf tot vijftien keer zo snel als de regenmeter aangeeft wordt getoetst. Reken in de winter op 3 tot 10 cm per dag. Na twee tot vier weken staan lage weilanden en wegen blank, na een bui van 30 mm al binnen een paar dagen wordt getoetst. Een diepe polder loopt in maanden meters diep vol wordt getoetst. Bij een dijkdoorbraak stijgt het water tientallen centimeters per uur en staat een polder binnen een dag onder wordt getoetst. In 1953 verdronken zo in één nacht 1.836 mensen. Rivierhoogwater kondigt zich dagen van tevoren aan; stormvloed uit zee komt met harde noordwestenwind en springtij binnen een dag. Sla een peilstok in de sloot. Lees hem elke ochtend en avond af en schrijf het op.
Welke plekken veilig zijn
- Hoge zandgronden: Veluwe, Utrechtse Heuvelrug, Drenthe, Twente, Brabant, Limburg, de duinen.
- In laag land: oude dorpskernen op terpen, rivierduinen en oeverwallen.
- Een verdieping van een stenen gebouw, minstens 2 tot 3 meter boven straatpeil wordt getoetst. Niet veilig zijn kelders, gelijkvloerse woningen, caravans, tunnels en garages. Ook het land direct achter een dijk is gevaarlijk: bij een doorbraak worden daar huizen weggeslagen.
Dijkbewaking
Een dijk bezwijkt zelden zonder waarschuwing. Wie op tijd kijkt, kan ingrijpen.
- Verdeel de dijk in vakken van 1 tot 2 km met elk een vast tweetal wordt getoetst.
- Loop bij hoog water elke 2 tot 4 uur een ronde, ook 's nachts wordt getoetst.
- Loop over kruin, binnentalud en teen, en door het land tot 100 meter achter de dijk wordt getoetst.
- Kijk extra goed bij leidingen, sluizen, bomen en gaten van muskusratten.
- Zet bij elke vondst een stok met een lap. Noteer plek, tijd, wat en hoe groot, en vergelijk bij de volgende ronde.
| № | Wat je ziet | Wat het betekent | Wat je doet |
|---|---|---|---|
| 1 | Natte plek of plas aan de binnenkant, helder water | Kwel. Bij hoog water normaal | Markeren. Elke ronde kijken of het groeit of troebel wordt |
| 2 | Water borrelt uit de grond, helder | Wel: water vindt een weg onder de dijk door | Markeren, elk uur kijken |
| 3 | Water borrelt troebel, met een kegeltje zand rond het gat | Zandmeevoerende wel: de dijk wordt van onderen uitgehold | Alarm. Direct opkisten (VK.E08 Een wel opkisten) |
| 4 | Scheur in de lengte van kruin of binnentalud, verzakking, uitpuilende teen | Afschuiving begint | Alarm. Niemand op de dijk. Evacuatie voorbereiden |
| 5 | Water slaat over de kruin, kale of uitgespoelde plekken | Erosie van de binnenkant | Kruin verhogen met zandzakken, plastic op de buitenkant |
| 6 | Drijvend hout en vuil tegen de dijk | Golven en stoten beschadigen de bekleding | Wegtrekken met een haak, plekken nakijken |
Opkisten en zandzakken
Een zandmeevoerende wel stop je niet door hem dicht te gooien. Je zet er een ring van zandzakken omheen en laat die vollopen. Het water in de ring drukt terug, de stroming wordt zwakker en het zand blijft liggen. Werk dit uit met VK.E08 Een wel opkisten. Vul een zak voor hooguit twee derde, ongeveer 15 kg. Bind hem niet dicht maar vouw de bovenkant eronder. Stapel in verband, als metselwerk. Zie VK.E07 Zandzakken vullen en stapelen.
Een kade verhogen
- Bepaal hoe hoog het water nog kan komen en tel er 15 cm bij.
- Leg plastic over de kruin, met een flap van een meter over de buitenkant.
- Leg de zakken op het plastic. Maak de voet twee tot drie keer zo breed als de hoogte.
- Stapel elke laag een halve zak versprongen en stamp hem aan.
- Vouw het plastic aan de waterkant omhoog tegen de zakken. Reken voor 30 cm hoogte op ongeveer 25 zakken per meter wordt getoetst. Twee keer zo hoog kost vier keer zo veel zakken. Meer dan een meter geïmproviseerd op een zwakke dijk is onbetrouwbaar wordt getoetst.
Evacueren
Ga weg als een opgekiste wel blijft zand meevoeren, als de dijk scheurt of afschuift, als water over de kruin stroomt of als de sloten meer dan 10 cm per dag stijgen en er geen pomp meer draait.
- Vertrek bij daglicht, over dijken en hoge wegen, nooit door tunnels.
- Neem per persoon water voor drie dagen, voedsel, warme kleding, medicijnen en een lamp mee.
- Laat een briefje achter: wie, wanneer, waarheen.
- Tel de groep op de hoge plek. Ben je te laat, ga dan naar de bovenste verdieping en zo nodig door het dak. Hang een wit laken uit. Ga niet het water in: stromend water van 15 cm kan je omver trekken, 30 tot 60 cm neemt een auto mee wordt getoetst.
Beken en hoosbuien: snel water
Niet alleen dijken breken. In heuvelland en beekdalen kan water in uren stijgen. In juli 2021 viel in Zuid-Limburg plaatselijk meer dan 150 mm in 48 uur en liep het oude centrum van Valkenburg onder, tot ongeveer 1,25 meter diep wordt getoetst. Regent het stroomopwaarts, dan komt het water bij jou als een snelle bruine stroom met takken en vuil, ook als het bij jou droog is.
- Slaap, kampeer of parkeer bij zware regen nooit in een beekdal, en niet in een lage doorgang onder een weg.
- Ga bij zware regen direct naar hoger gelegen grond.
- Ga niet naar de auto of de ondergrondse garage.
- Steek nooit een ondergelopen weg over, ook niet als het water ondiep lijkt.
- Let op: plotseling troebel water of drijvende takken betekent dat er meer water aankomt.
- Blijf van bruggen af: drijfhout stuwt er het water op en ze kunnen bezwijken. Na de regen glijden hellingen weg en storten oevers in. Blijf een dag uit de buurt van steile randen.
Gebouwen na een overstroming
- Bekijk eerst de buitenkant: scheuren, scheefstand, uitgespoelde grond langs de fundering (zie 05.02 Een gebouw beoordelen).
- Ruik naar gas. Zet zonnepanelen en thuisaccu's uit, want die blijven stroom leveren (zie 10.05 Zonnepanelen loskoppelen van het net).
- Draag laarzen en handschoenen: het water bevat riool, olie en chemicaliën.
- Pomp een kelder langzaam leeg, ongeveer een derde per dag wordt getoetst, anders drukt de natte grond de muren in.
- Schep de modder eruit, zet alles open en stook. Schimmel begint na 24 tot 48 uur wordt getoetst. Sloop gipsplaat en isolatie tot een halve meter boven de waterlijn wordt getoetst.
- Gooi nat geworden voedsel weg, behalve dichte blikken die je buiten ontsmet. Beschouw elke put en regenton als besmet (zie 02.01 Water drinkbaar maken).
Zo weet je dat het werkt
- De peilstok laat een rustig of dalend peil zien.
- Opgekiste wellen geven helder water zonder zand.
- Iedereen kan de hoge plek en het watersignaal noemen, ook de kinderen.
- Elke dijkronde staat in het schrift, met tijd en naam.
Zo weet je dat het misgaat
- Een opgekiste wel voert weer zand mee, of er verschijnen nieuwe wellen ernaast: verhoog de ring met één laag, zet een tweede ring om de groep en bereid evacuatie voor.
- De sloot stijgt meer dan 10 cm per dag: breng alles naar boven en kies een dag om te vertrekken.
- Er staat water in kruipruimte of kelder dat je niet kunt verklaren: zoek de lekplek en houd het peil per uur bij.
- De kruin zakt of scheurt: haal iedereen van de dijk en geef het alarmsignaal.
Gevaar · Water dat beweegt
- Loop niet op een dijk die scheurt of zakt. Een afschuiving neemt je mee.
- Gooi een wel nooit helemaal dicht. Het water zoekt dan een nieuwe weg, vaak vlak ernaast.
- Ga nooit een kelder in waar nog stroom op kan staan.
- Waad niet door stromend water dat hoger komt dan je enkels.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Zandzakken | Kussenslopen, jutezakken, sporttassen, dubbele vuilniszakken, big bags van een bouwplaats |
| 2 | Zand | Kleigrond of tuinaarde. Grind lekt, gebruik het alleen met plastic ervoor |
| 3 | Folie | Landbouwplastic, dekzeilen, tentdoek, opengeknipte vuilniszakken met overlap |
| 4 | Peilstok | Een hek of brugpaal met een kalkstreep, een stok met knopen |
| 5 | Pomp | Een emmerketting: tien mensen verplaatsen samen honderden liters per uur wordt getoetst |
| 6 | Kaart met hoogtes | Oude dorpskernen, kerken en boerderijen op terpen: die liggen bijna altijd het hoogst |
Achtergrond
Elke meter hoogteverschil geeft een tiende atmosfeer druk. Staat de rivier 4 meter hoger dan de polder, dan perst die druk water door de zandlaag onder de dijk. Neemt het water zandkorrels mee, dan ontstaat een kanaaltje dat steeds groter wordt. Dat heet piping en het kan een dijk van binnenuit opeten. Opkisten verkleint het hoogteverschil: water in de ring drukt terug en het zand blijft liggen. Eeuwen malen heeft het veen laten inklinken; daarom ligt het land nu lager dan ooit.
Volgende niveau
- Richt een vaste dijkploeg op met rooster, dijkmagazijn en logboek per vak.
- Herstel windbemaling: een oude poldermolen, of een kleine windpomp voor één sloot (zie 08.05 Kleine windenergie).
- Repareer kades met klei, niet met zand, en houd het gras kort en dicht.
- Bouw nieuwe woonplekken op hoge grond of op terpen.
Controlelijst
- Ik weet hoe laag mijn huis ligt en waar de hoge plek is.
- Voorraad en een uitweg via het dak liggen boven.
- Ik lees twee keer per dag de peilstok af.
- Ons dijkvak heeft een vast tweetal, een rooster en een schrift.
- Ik herken kwel, een wel, een zandmeevoerende wel en een afschuiving.
- Bij zware regen parkeer en slaap ik nooit in een beekdal of lage doorgang.
Verantwoording
Werkinstructies voor dijkbewaking en zandzakken van de Nederlandse waterschappen en het kenniscentrum STOWA; overstromingsrichtlijnen van het Amerikaanse leger en van Canadese provincies voor zandzakdijken; analyses van de watersnood van 1953; klimaatgegevens van het KNMI; KNMI: Juli 2021 en Deltares: Analyse overstroming Valkenburg voor Zuid-Limburg. Getoetst door: nog niet.