Hoofdstuk · Navigatie, communicatie & vervoer
Tijd en kalender bijhouden
Weten welke dag en hoe laat het is als de telefoon leeg is
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Ogen en vuur Kijk nooit recht in de zon, ook niet door een smal gaatje, bij laag zonlicht of bij een verduistering. Werk met schaduw. Je ogen kunnen blijvend beschadigd raken zonder dat je het voelt wordt getoetst. Laat een kaars of olielamp die tijd meet nooit alleen branden (05.14 Brand voorkomen en blussen).
Gevaar · Tijd in de zorg Vertrouw bij medicijnen niet op je geheugen. Schrijf elke gift op met datum en tijd. Volg de bijsluiter en het plan dat de groep met een arts heeft gemaakt (07.07 Infecties en antibiotica).

Waarom dit telt
Telefoons en computers hielden de datum voor je bij. Als ze leeg zijn, kan een groep snel de tel kwijtraken, en krijgen twee huizen twee kalenders. Toch hangt er veel aan: zaaien, wachtdiensten, radiotijden, een uitgerekende bevalling, de leeftijd van een kind, de dag waarop iemand stierf. Tijd is vooral een afspraak, en de zon en de maan geven je de middelen om die afspraak te controleren.
Als er nog hulp is Leg nu een papieren jaarkalender en een horloge op batterij of opwindveer in je noodmap. Noteer er de maanfasen van de komende jaren bij.
Eerst doen
- Schrijf vandaag de datum en de dag van de week op een vaste plek, en wijs een kalenderhouder aan (15.02 Taken verdelen).
- Streep elke avond op hetzelfde moment één dag af.
- Laat een tweede persoon apart tellen, in een eigen schrift of op een kerfstok.
- Vergelijk beide tellingen elke zondag. Schrijf verschillen op.
- Noteer elke volle maan en zet een stok met middaglijn (VK.F10 Tijd en richting uit de zon).
- Spreek één groepstijd af en schrijf op hoe je die instelt.
Wat je nodig hebt
- Een kalender of schrift, potlood, en een kopie op een tweede plek.
- Een reservetelling: kerfstok, koord met knopen of potje met steentjes.
- Een rechte stok van 1 tot 2 meter, een schietlood, tien stenen of pennen.
- Touw om een cirkel te trekken.
- Een klok of horloge. Geen klok: zie hieronder.
- Voor een zonnewijzer: plank, gradenboog, waterpas, dun plaatje of driehoek van hout of metaal.
Werkwijze
Dagen tellen
- Streep altijd op hetzelfde moment af, bijvoorbeeld na het avondeten. Niet "als je eraan denkt".
- Kerf elke zevende dag langer, en begin elke maand een nieuwe stok of regel.
- De kalenderhouder en de reserve doen het los van elkaar. Is de houder ziek of weg, dan neemt de reserve het over.
- Schrijf bij elke dag kort wat er gebeurde: weer, zaaien, ziekte, geboorte. Dat helpt later om fouten te vinden.
- Ben je dagen onderweg geweest, tel dan terug aan de hand van slaapplekken en schrijf "onzeker" bij die dagen.
Weet je de datum nog, dan kun je een papieren kalender zelf maken. Het jaar telt 12 maanden: 31, 28 of 29, 31, 30, 31, 30, 31, 31, 30, 31, 30, 31. Gebruik deze tabel voor de eerste dag:
| № | Jaar | 1 januari valt op | Schrikkeljaar |
|---|---|---|---|
| 1 | 2027 | vrijdag | nee |
| 2 | 2028 | zaterdag | ja |
| 3 | 2029 | maandag | nee |
| 4 | 2030 | dinsdag | nee |
| 5 | 2031 | woensdag | nee |
| 6 | 2032 | donderdag | ja |
Elk gewoon jaar schuift de dag één plaats op, na een schrikkeljaar twee plaatsen. Zo reken je zelf verder.
Houd een week van zeven dagen aan met een vaste rustdag. Dat geeft ritme en maakt het afspreken makkelijker (01.10 Rust en ritme). Bij verschil tussen buren: spreek de datum samen af (15.03 Besluiten nemen).
De middaglijn
De middaglijn is de vaste noord-zuidlijn van je groep. Hij geeft de klok en de kalender. Maak hem één keer goed.
- Zet de stok loodrecht in vlakke, harde grond. Controleer met het schietlood.
- Trek 's ochtends met een touw om de voet van de stok een cirkel door de punt van de schaduw.
- Wacht tot de schaduw na de middag de cirkel opnieuw raakt. Zet daar een tweede merk.
- Verbind de twee merken. Trek een lijn van de voet van de stok naar het midden van die verbinding. Die lijn wijst precies naar het noorden wordt getoetst.
- Maak de lijn blijvend met stenen of een geverfde lat. Controleer hem 's nachts met de Poolster (VK.F11 Noord en breedtegraad met de Poolster).
Deze methode is beter dan de kortste schaduw zoeken, want rond de middag verandert de lengte bijna niet wordt getoetst. Als de schaduw over de lijn valt, is het echte middag, op de zon gemeten.
De lengte van de schaduw op die lijn is ook je kalender. Bij een stok van 1 meter (berekend):
| № | Moment | Midden Nederland (52 graden) |
|---|---|---|
| 1 | 21 juni | 0,54 m |
| 2 | 20 maart en 23 september | 1,28 m |
| 3 | 21 december | 3,85 m |
Merk elk jaar de schaduw op vaste dagen op de lijn. Rond 20 maart en 23 september schuift de punt ongeveer 1,8 cm per dag (berekend). Daar kun je een datum op één tot twee dagen na bepalen wordt getoetst. Rond 21 juni en 21 december staat de schaduw bijna stil en lukt dat niet. De punt van een schaduw is wazig: met een stok van 2 meter of een plaatje met een gaatje wordt het scherper wordt getoetst.
Je kunt ook de horizon gebruiken. Zet een vast kijkpunt neer en merk op een rij paaltjes waar de zon op bepaalde dagen opkomt. Op vlak land heb je die paaltjes nodig, want de horizon zelf biedt geen merken. De zon loopt heen en weer en keert om bij 21 juni en 21 december.
Zonnewijzer
Een zonnewijzer laat het hele jaar de zonnetijd zien. Maak een liggende wijzer op een plank.
- Teken een rechte lijn op de plank: dat wordt de 12-uurlijn.
- Maak een driehoek met een schuine rand. De hoek tussen schuine rand en plank is gelijk aan je breedtegraad: 52 graden in midden Nederland.
- Zet de driehoek rechtop op de 12-uurlijn, met de schuine kant oplopend naar het noorden.
- Teken vanaf het punt waar de schuine rand de plank raakt de uurlijnen, links en rechts van de 12-uurlijn.
| № | Uren voor of na de middag | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Hoek bij 52 graden | 11,9 | 24,5 | 38,2 | 53,8 | 71,2 | 90 |
De hoeken volgen uit de formule tan(hoek) = sin(breedte) × tan(15 graden × uren). Aan de westkant staan de ochtenduren, want de schaduw valt 's ochtends naar het westen.
- Zet de plank waterpas, met de 12-uurlijn precies op je middaglijn.
- Lees de tijd af op de rand van de schaduw.
Klokken gelijk zetten
De klok loopt niet gelijk met de zon, om twee redenen: je woont niet midden in je tijdzone, en de zon loopt door het jaar voor en achter. Nederland gebruikt de tijdzone die hoort bij 15 graden oost. Per graad die je westelijker woont, is de zon 4 minuten later.
| № | Plek | Gemiddelde zonnemiddag (wintertijd) |
|---|---|---|
| 1 | Groningen | 12:34 |
| 2 | Utrecht | 12:40 |
| 3 | Middelburg | 12:46 |
Tel daar de correctie van de datum bij op (berekend met de formule van NOAA; in minuten):
| № | Maand | Op de 1e | Op de 15e |
|---|---|---|---|
| 1 | Januari | +3 | +9 |
| 2 | Februari | +13 | +14 |
| 3 | Maart | +13 | +10 |
| 4 | April | +4 | 0 |
| 5 | Mei | -3 | -4 |
| 6 | Juni | -3 | 0 |
| 7 | Juli | +3 | +6 |
| 8 | Augustus | +7 | +5 |
| 9 | September | 0 | -5 |
| 10 | Oktober | -10 | -14 |
| 11 | November | -16 | -15 |
| 12 | December | -11 | -5 |
Voorbeeld: op 15 februari in Groningen is het echte middag om 12:34 plus 14 minuten, dus om 12:48 wintertijd. Op 1 november in Utrecht is dat 12:24.
Zo zet je de groepsklok gelijk:
- Kies één klok als groepsklok en hang die op een vaste plek.
- Houd het hele jaar de wintertijd aan. Dat is ons advies, geen wet. Zo hoef je niets om te zetten. Maak dezelfde afspraak met buurgroepen, anders loopt jullie tijd een uur uiteen. Zomertijd loopt van de laatste zondag van maart tot de laatste zondag van oktober (Staatsblad 2001).
- Kijk op een heldere dag wanneer de schaduw op de middaglijn valt. Stel de klok in volgens de tabel.
- Schrijf de datum en het verschil op. Zo leer je hoeveel seconden per dag de klok afwijkt.
- Zet alle andere klokken en de horloges van de wacht gelijk aan de groepsklok, elke week op hetzelfde moment.
Een kwartshorloge wijkt ongeveer een halve minuut per maand af, een mechanisch horloge soms een halve minuut per dag wordt getoetst. Met de middaglijn kom je op een paar minuten nauwkeurig wordt getoetst. Dat is genoeg voor wachtdiensten, niet voor exacte metingen.
Werkt er nog een radioklok, gebruik hem dan. Het Duitse tijdsignaal DCF77 is volgens het PTB tot ongeveer 2.000 km te ontvangen wordt getoetst; Meinberg noemt 1.500 km. In Nederland lukt dat dus. Een gps-ontvanger toont ook de juiste tijd, zolang de satellieten werken wordt getoetst.
Tijd meten zonder klok
- Slinger. Een gewicht aan een touw van 99 cm tot het midden van het gewicht zwaait in 1 seconde heen en in 1 seconde terug. Bij 25 cm is dat een halve seconde. Houd de uitslag klein.
- Kaars of olielamp. Brand een kaars en merk hem om de 30 minuten aan de hand van de zonnewijzer. Laat hem nooit alleen branden.
- Zandloper of waterklok. Een fles met een klein gaatje, geijkt op de zonnewijzer. Geschikt voor wachtdiensten.
- Hand en zon. Zie VK.F12 De tijd tot zonsondergang schatten met je hand.
Maanfasen
De maan is een gratis kalender. Van nieuwe maan tot nieuwe maan duurt gemiddeld 29,53 dagen (NASA). Tel dus ongeveer afwisselend 29 en 30 dagen.
| № | Fase | Dag | Hoe je het ziet |
|---|---|---|---|
| 1 | Nieuwe maan | 0 | Niet te zien |
| 2 | Eerste kwartier | ongeveer 7 | Rechterhelft verlicht, 's avonds hoog aan de hemel |
| 3 | Volle maan | ongeveer 15 | Rond, komt op als de zon ondergaat |
| 4 | Laatste kwartier | ongeveer 22 | Linkerhelft verlicht, komt rond middernacht op |
De getallen en tijden in deze tabel zijn afgerond wordt getoetst. Onthoud: rechts verlicht is groeien, links verlicht is krimpen.
Twee vaste punten: een zonsverduistering valt altijd op nieuwe maan. Er was er een op 12 augustus 2026, en op 2 augustus 2027 valt er weer een (NASA). Tel vanaf zo'n dag verder, en je weet ongeveer wanneer het nieuwe maan is.
Gebruik de maan om je telling te controleren. Noteer elke volle maan. De afstand tussen twee volle manen is 29 of 30 dagen. Op het oog kun je een dag naast de echte volle maan zitten, dus één dag verschil zegt weinig. Komt je telling op 27 of 32 uit, dan heb je waarschijnlijk dagen gemist of dubbel geteld wordt getoetst. Hoe de maan het tij stuurt, staat in 03.07 Schelpdieren en de kust.
Twaalf maanmaanden duren 354 dagen, 11 dagen korter dan een zonnejaar. Een kalender op de maan alleen schuift dus door de seizoenen.
Een kalender voor zaaien, werk en feesten
Maak per maand één bladzijde met: de dagen, de maanfase, de schaduwlengte, het weer (14.15 Het weer lezen), zaaien en oogsten, en de taken. Schrijf het zo op dat een ander het kan lezen (14.08 Berichten vastleggen). Zo groeit er een jaarboek voor de groep (15.09 Collectief geheugen).
Zaaien. Plan op zonnedata en bodem, niet op de maan. Volgens Illinois Extension is er weinig wetenschappelijk bewijs voor zaaien op de maan.
- De IJsheiligen (11 tot 14 mei) gelden als het einde van de vorst. Het KNMI noemt de kans op vorst daarna zeer klein, maar niet nul. Sinds 1901 kwam het in De Bilt in negen jaren nog voor, op zijn laatst op 28 mei (1961).
- Zaaidata staan in 13.05 Teeltplanning. Schrijf je eigen data op, want die zijn beter dan elke tabel.
Werk en zorg. Zet op de kalender wanneer de wacht wisselt (15.11 Wacht lopen en waarschuwen), wanneer je voorraad telt (15.07 Voorraad beheren) en wanneer je onderhoud doet (12.09 Onderhoud plannen). De taakverdeling zelf staat in 15.02 Taken verdelen. Noteer geboorten, sterfgevallen en behandelingen altijd met datum en tijd (07.15 Overlijden en lijkzorg, 07.09 Zwangerschap en bevalling).
Feesten. Feesten houden een groep bij elkaar (VK.K03 Moreel hoog houden in een groep). Kies vaste dagen en houd ook de feesten aan van de mensen in je groep.
- Pasen valt op de zondag na de eerste kerkelijke volle maan op of na 21 maart, tussen 22 maart en 25 april (US Naval Observatory). In de praktijk gebruik je de echte volle maan: die kan afwijken.
- De islamitische kalender volgt de maan en schuift elk jaar ongeveer 11 dagen op wordt getoetst. De maand begint als de nieuwe sikkel wordt gezien, wat per plek kan verschillen wordt getoetst.
- Vaste data zoals Kerstmis en Nieuwjaar hangen af van je kalender. Spreek af welke je viert.
Schrikkeljaar in hoofdlijnen
Een zonnejaar duurt 365,2422 dagen, ongeveer zes uur meer dan 365 dagen. Daarom krijgt een jaar dat deelbaar is door 4 een extra dag: 29 februari. Eeuwjaren slaan dat over, tenzij ze deelbaar zijn door 400. Zo was 2000 een schrikkeljaar en wordt 2100 dat niet (US Naval Observatory). Het gemiddelde jaar is dan 365,2425 dagen.
Sla je de schrikkeldag over, dan schuiven de seizoenen in vier jaar één dag op, en loopt je telling uiteen met die van de buren.
De telling is kwijt
- Zoek eerst het laatste moment waarop je zeker bent, en tel daarvandaan met je aantekeningen.
- Vergelijk met de buren, reizigers en de maan.
- Meet bij de eerstvolgende lente of herfst de schaduw, en bepaal de datum op je middaglijn.
- Laat de groep een nieuwe datum vaststellen (15.03 Besluiten nemen).
- Schrijf de correctie op, met de reden. Verander nooit stilletjes oude bladzijden.
Zo weet je dat het werkt
- Twee onafhankelijke tellingen zijn elke zondag gelijk.
- De afstand tussen twee volle manen is ongeveer 29 of 30 dagen.
- De schaduw op de middaglijn klopt rond 20 maart en 23 september met de tabel, binnen een paar centimeter wordt getoetst.
- De groepsklok wijkt hooguit een paar minuten af van de tabel met zonnemiddagen wordt getoetst.
- Iedereen in de groep kan zeggen welke dag het is.
Zo weet je dat het misgaat
- De twee tellingen lopen uiteen: zoek de dag in de aantekeningen, en leg vast welke telling geldt.
- De middagschaduw klopt niet met je datum: controleer of de stok nog recht staat en of de lijn nog klopt. Klopt dat wel, dan is je datum fout.
- De zonnewijzer loopt scheef: de plank is niet waterpas of de 12-uurlijn ligt niet op de middaglijn. Stel hem opnieuw in.
- Mensen komen te laat op wacht: de klokken lopen uiteen. Zet ze vaker gelijk.
- Buurgroepen noemen een andere datum: bespreek het, vergelijk met de zon en de maan, en kies samen één datum.
Gevaar · Ogen en vuur Kijk nooit recht in de zon, ook niet door een smal gaatje, bij laag zonlicht of bij een verduistering. Werk met schaduw. Je ogen kunnen blijvend beschadigd raken zonder dat je het voelt wordt getoetst. Laat een kaars of olielamp die tijd meet nooit alleen branden (05.14 Brand voorkomen en blussen).
Gevaar · Tijd in de zorg Vertrouw bij medicijnen niet op je geheugen. Schrijf elke gift op met datum en tijd. Volg de bijsluiter en het plan dat de groep met een arts heeft gemaakt (07.07 Infecties en antibiotica).
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Schrift | Kerfstok, knopenkoord, steentjes in een pot |
| 2 | Klok | Zonnewijzer, slinger, kaars met streepjes |
| 3 | Zon | Maan en sterren. Zet de klok gelijk op de volgende heldere dag |
| 4 | Rechte stok | Muurrand, paal, dak: alles met een scherpe schaduw |
| 5 | Waterpas | Een bak water, of een fles met een bel |
| 6 | Kalender | Teken er een met de maandlengten en de tabel met 1 januari |
Achtergrond
De aarde draait in 24 uur om haar as, dus de zon lijkt 15 graden per uur te schuiven. Omdat haar as scheef staat, verandert de hoogte van de middagzon door het jaar: dat zijn de seizoenen, en dat is ook waarom de schaduwlengte de datum geeft. De schuine rand van een zonnewijzer staat evenwijdig aan de aardas. Daarom moet de hoek gelijk zijn aan je breedtegraad. De zon loopt niet gelijk met de klok, omdat de baan van de aarde een ellips is en de as scheef staat. Dat verschil is de tijdsvereffening: tot ongeveer 16 minuten voor en 14 minuten achter. De correctie is bijna elk jaar gelijk. Elke kalender is een compromis tussen zon en maan. Onze kalender kiest de zon, de islamitische de maan, en de joodse houdt ze met extra maanden bij elkaar wordt getoetst. Bewijs: maanmaand, schrikkelregel en Pasenregel A (astronomische instanties). Schaduwlengten, uurhoeken en de correctietabel A (berekening met vaste formules). Vorst na de IJsheiligen A (KNMI-metingen in De Bilt). Twee onafhankelijke tellingen C (eigen advies). De nauwkeurigheid van middaglijn en klok D (niet getest). Zaaien op de maan C (voorlichtingstekst die een overzichtsartikel samenvat; het artikel zelf is niet gelezen).
Volgende niveau
Maak een zonnewijzer van steen en leg schaduwmerken aan voor elke maand. Bouw een waterklok voor de wacht. Houd een jaarboek bij dat de groep overneemt (16.09 Langetermijnplanning). Leer kinderen hoe je de tel herstelt (15.08 Onderwijs organiseren).
Controlelijst
- Ik weet wie de kalender bijhoudt en wie de reserve is.
- We vergelijken elke zondag twee tellingen.
- Ik noteer elke volle maan en controleer de afstand.
- Er staat een vaste middaglijn, en ik kan hem controleren.
- Ik kan de klok gelijk zetten met de tabel.
- We hebben één groepstijd afgesproken.
- Ik kan de schrikkelregel uitleggen.
- Er ligt een kopie van de kalender op een tweede plek.
Verantwoording
- US Naval Observatory: Leap Years: schrikkelregel, 365,2422 dagen, gemiddeld 365,2425 dagen.
- US Naval Observatory: The Date of Easter: regel voor Pasen, 22 maart tot 25 april.
- NASA: Moon Fact Sheet: synodische maand van 29,53 dagen.
- NASA - Solar Eclipses: 2021 - 2030: verduisteringen van 12 augustus 2026 en 2 augustus 2027.
- NOAA Global Monitoring: General Solar Position Calculations: formules voor de tijdsvereffening en de declinatie van de zon, gebruikt voor de correctietabel.
- Wikipedia: Sundial: uurlijnen op een liggende zonnewijzer, hoek van de stijl, 4 minuten per graad lengte, correctietabel. Geen primaire bron.
- KNMI: Vorst met IJsheiligen steeds zeldzamer: IJsheiligen 11 tot 14 mei, kans op vorst daarna zeer klein, vorst in De Bilt op 14 mei 2020.
- KNMI: Laatste nachtvorst valt steeds vroeger: negen jaren met vorst na 14 mei sinds 1901, laatste vorst op 28 mei 1961.
- PTB News: bericht over de tijddienst (niet ingezien, alleen zoekresultaat): DCF77 tot ongeveer 2.000 km.
- Meinberg: DCF77 Time Server: noemt 1.500 km rond Mainflingen. Beide getallen staan in de tekst.
- Illinois Extension: Lunar Influence on Gardening (Ryan Pankau, 2022): weinig wetenschappelijk bewijs voor zaaien op de maan, met verwijzing naar een overzichtsartikel in Agronomy dat niet is gelezen.
- Staatsblad 2001, 612: Besluit van 5 december 2001 tot vaststelling van de zomertijd: zomertijd van de laatste zondag van maart tot de laatste zondag van oktober, op grond van richtlijn 2000/84/EG. Of die regel nog geldt, is niet nagegaan.
- Eigen rekenwerk: de schaduwlengten (met een ashelling van 23,44 graden), de uurhoeken, de zonnemiddagen (4 minuten per graad lengte), de schaduwsnelheid, de slingerlengten (slingerformule) en 354 dagen voor twaalf maanmaanden. De weekdagen zijn nagerekend. Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de methode met de cirkel, hoe snel de schaduw schuift en hoe nauwkeurig je daarmee een datum bepaalt, de afwijking van horloges, tijd via gps, het bereik van DCF77 volgens het PTB, maan-opkomsttijden, de marge bij het controleren van volle manen, het begin van de islamitische maand, de joodse kalender en oogschade. Getoetst door: nog niet.