Hoofdstuk · Water & sanitatie
Water voor een gemeenschap
Liters per persoon, een tappunt zonder rij, chloor in de voorraad en een logboek dat een uitbraak ziet aankomen
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Chloor en besloten tanks
- Calciumhypochloriet en bleek geven chloorgas af (WHO) en kunnen bij vermenging met zuur of ammoniak dodelijk gas vormen wordt getoetst. Bewaar ze droog, donker en apart; werk buiten met handschoenen en bril; los korrels eerst op in een emmer.
- Een lege tank kan zuurstofarm zijn of gas bevatten. Blaas eerst verse lucht in, laat iemand bij het luik staan en ga er alleen in met een lijn (WHO).
- Te veel chloor jaagt mensen naar slechtere bronnen; te weinig beschermt niet. Meten is de enige manier om dat te weten.
- Chloor haalt geen zout, nitraat, brandstof of gif uit water. Een bron die verdacht ruikt of smaakt, sluit je (02.06).

Waarom dit telt
Eén huishouden regelt zijn water met een paar flessen en een pan. Dertig huishoudens die uit dezelfde put drinken, hebben een systeem nodig: wie haalt, wie behandelt, hoeveel krijgt ieder, wie let op de bron en wie merkt als er iets misgaat. Zonder afspraken drinkt de sterkste het meest en wordt de zwakste het eerst ziek; en één besmette voorraad maakt in een week een hele straat ziek. De normen in dit hoofdstuk komen uit noodhulp (Sphere, WHO): ze zijn gemaakt voor precies deze situatie, veel mensen en weinig middelen.
Als er nog hulp is Zolang het waterbedrijf, de gemeente of de veiligheidsregio nooddrinkwater uitdeelt, sluit je daarop aan en gebruik je je eigen systeem als aanvulling. Volg hun kook- of niet-drinkenadvies; dat weegt zwaarder dan je eigen meting (02.02 Bronnen herkennen).
Eerst doen
- Tel de mensen en reken met minstens 15 liter per persoon per dag, waarvan 3 liter om te drinken; zieken, baby's, zwangeren en zomerhitte vragen meer.
- Zet elke bron, elk tappunt, elke latrine en mesthoop op één kaart (14.05 Een lokale kaart maken) en controleer de 30 meter tussen water en latrine (02.10 Een latrine graven).
- Wijs een waterploeg aan: twee beheerders per bron, met een vervanger, en spreek de taptijden af (15.02 Taken verdelen).
- Scheid onbehandeld, in behandeling en behandeld water fysiek en met woorden op het vat (02.01 Water drinkbaar maken, 02.07 Drinkwater opslaan).
- Chloreer de drinkvoorraad en meet het restchloor: 0,2 tot 0,5 mg per liter bij het tappunt na 30 minuten.
- Begin vandaag een logboek met liters, chloormeting en wie diarree heeft. Twee of meer mensen met waterdunne diarree en ernstige uitdroging in één week is alarm.
Wat je nodig hebt
- Een voorraadtank of meerdere vaten die alleen eetbare vloeistoffen of water hebben bevat, met deksel en kraan: minstens 15 liter per persoon voor één dag, liever voor twee wordt getoetst.
- Jerrycans of emmers met deksel voor het halen, 10 tot 20 liter, één per huishouden plus reserve (02.04 Water vervoeren).
- Chloor: calciumhypochloriet in korrels (60 tot 80 procent chloor) of ongeparfumeerde bleek, droog en donker bewaard, plus een DPD-testsetje voor zwembaden om het restchloor te meten.
- Een kookpan of ketel van minstens 20 liter en brandstof als reserve voor chloor.
- Een lange roerstok, een maatbeker, een weegschaal of maatlepel, handschoenen en een bril.
- Een handwaspunt bij elk tappunt: kan met kraantje, zeep of as, en een afvoer naar een zinkgat (06.04 Persoonlijke hygiëne).
- Een logboek, potlood, een horloge en een thermometer.
- Een kaart van de buurt en een meetlint van 30 meter of je passen (VK.F09 Afstand meten met je pas).
Werkwijze
Hoeveel water een mens nodig heeft
Sphere, de internationale norm voor noodhulp, rekent met minstens 15 liter per persoon per dag voor drinken, koken en persoonlijke hygiëne. Dat is een minimum, geen comfort. Het getal is een afspraak: een Brits overzicht (UKHSA, 2023) vond er alleen zwak bewijs voor.
| № | Waarvoor | Liter per persoon per dag | Opmerking |
|---|---|---|---|
| 1 | Drinken, inclusief vocht in eten | 2,5 tot 3 | Meer bij hitte, zwaar werk, koorts, diarree en borstvoeding; 4 tot 6 liter bij zwaar werk in een hittegolf is niet gek wordt getoetst |
| 2 | Koken | 3 tot 6 | Rijst en bonen kosten meer water dan brood wordt getoetst |
| 3 | Wassen van lichaam en handen | 2 tot 7 | De nieuwere lesstof van Sphere rekent met 6 tot 7, de oudere uitgave met 2 tot 6 |
| 4 | Samen | 15 | Het minimum; Sphere mikt op tot 20 liter als de omstandigheden zwaar of de behoeften hoog zijn |
Alleen drink- en kookwater hoeft volgens de WHO volledig behandeld te zijn: ongeveer 5 liter per persoon per dag. Dat scheelt enorm in chloor en brandstof. Waswater mag van mindere kwaliteit zijn, maar niet uit een bron met chemische vervuiling (02.06 Chemische verontreiniging). Tel ook dieren, de moestuin en de ziekenkamer mee; die vallen buiten de 15 liter (07.08 Koorts en besmettelijke ziekten). Voor een ziekenhuis noemt Sphere 40 tot 60 liter per patiënt per dag, geciteerd in het UKHSA-overzicht.
Rekenvoorbeeld, geen norm: 40 mensen × 15 liter = 600 liter per dag, waarvan 200 liter behandeld drink- en kookwater. Een handgegraven put met pomp levert volgens WaterAid genoeg voor ongeveer 300 mensen; een biozandfilter levert 20 tot 60 liter per dag wordt getoetst, dus voor 200 liter heb je vier tot tien filters of één groot filter (02.12 Een langzaam zandfilter bouwen).
Het tappunt: afstand, rij en mensen per kraan
Water dat ver weg is, wordt minder gebruikt en vaker vuil onderweg wordt getoetst. Sphere geeft hiervoor cijfers:
- Niemand woont verder dan 500 meter van een tappunt.
- Wachten en vullen duurt samen hooguit 30 minuten (nieuwere lesstof van Sphere; de oudere uitgave zei 15 minuten). Een emmer van 20 liter hoort in 3 minuten vol te zijn.
- Per kraan met 7,5 liter per minuut: hooguit 250 mensen. Voor een handpomp noemt de oudere uitgave 500 mensen bij 16,6 liter per minuut, de nieuwe lesstof van Sphere 250 per kraan of handpomp. Reken met 250. Per open put met één emmer: hooguit 400 (oudere uitgave). Dat gaat uit van acht uur tappen per dag en water dat er altijd is. Een lange rij is geen teken van discipline maar van een tekort aan tappunten. Zet dan een tweede kraan op dezelfde tank, verdeel over taptijden per straat, of breng water met een kar naar wie slecht loopt (02.04). Spreek met de gebruikers af wanneer er getapt wordt en kies tijden die veilig zijn voor wie het water haalt, vooral vrouwen (Sphere). Een tappunt heeft licht in het donker, een verharde vloer die afwatert, en een handwaspunt.
De bron beschermen
Alles uit 02.11 Een put slaan en beschermen geldt hier met meer mensen en dus strenger:
- Een hek of afspraak: 15 meter geen dieren, 30 meter geen latrine, mesthoop of afvalwater, en al die dingen lager in het terrein (02.10, 02.09 Afvalwater scheiden).
- Eén emmer aan de put, niet ieders eigen. Beter: een pomp of kraan, zodat niemands handen in het water komen.
- Wassen, baden en vee drenken gebeurt op een eigen plek, lager dan de bron.
- Eén beheerder kijkt elke dag naar deksel, rand, plassen en het touw, en noteert het.
- Pomp niet meer dan er bijkomt: meet maandelijks de waterstand; aan de kust proef je op zout (02.11, 13.03 Water in de bodem).
- Regenwater is een tweede bron die de put ontlast (02.03 Regenwater opvangen als drinkwater, BR.11 Regenopvang met voorspoelafsluiter).
Chloreren van een voorraad
Chloor is voor een groep de werkbare methode: één persoon behandelt in één keer honderden liters, en het restchloor beschermt het water nog in de emmer thuis. Koken doet dat niet.
- Eerst helder. Chloor werkt niet in troebel water; de WHO wil onder 5 NTU. Zie je de munt op de bodem van een donkere ton nog bij 50 cm waterhoogte, dan zit je waarschijnlijk onder 10 NTU (02.11); onder 5 NTU kun je daarmee niet aantonen. Anders bezinken en filteren (02.05, 02.12).
- Maak een oplossing. Maak van chloorpoeder eerst een papje met wat water en los dat op in een emmer. Doe nooit vast chloor rechtstreeks in de voorraad, want het mengt en lost niet goed op (WHO). Werk buiten, met handschoenen en bril.
- Doseer. Voor kleine hoeveelheden gebruik je de druppeltabel uit 02.01 Water drinkbaar maken. Voor een tank reken je die om: 2 druppels per liter van 6 tot 8 procent bleek is ongeveer 1 ml per 10 liter en dus 100 ml per 1000 liter wordt getoetst. Bij koud, gekleurd of troebel water het dubbele. Met calciumhypochloriet reken je de sterkte om; schrijf de dosis op het vat wordt getoetst.
- Roer en wacht. Minstens 30 minuten bij water van 18 graden of warmer; kouder water krijgt langer, een uur in de winter is niet te veel wordt getoetst. Bij een pH boven 8 werkt chloor slecht wordt getoetst.
- Meet het restchloor. Met het DPD-setje: bij het tappunt 0,2 tot 0,5 mg per liter, dicht bij de tank aan de hoge kant, bij het verste tappunt aan de lage kant (WHO). Onder 0,2: dosis verhogen. Boven 0,5: het water smaakt naar chloor, mensen weigeren het en drinken dan iets slechters; verdun met een nieuwe, lager gedoseerde partij wordt getoetst.
- Meet elke dag zolang het systeem nieuw is, daarna minstens één keer per week, en altijd na een nieuwe partij, een nieuwe bron of regen. Chloor doodt bacteriën en de meeste virussen, maar niet Cryptosporidium. Dat haal je weg met een zandfilter vóór het chloor (02.12). Chloreer nooit vóór een zandfilter: dan dood je het filter. Restchloor laat volgens de WHO zien dat de gevaarlijkste kiemen weg zijn en dat het water waarschijnlijk veilig is. Het zegt niets over Cryptosporidium of chemische vervuiling.
Een tank of vat in gebruik nemen
Een tank die eerder iets anders heeft bevat, of lang heeft stilgestaan, maak je schoon volgens de WHO:
- Alleen tanks die water of eetbare vloeistof hebben bevat: melk, olie, sap, wijn. Nooit brandstof, mest of chemicaliën.
- Leeg, schrob binnenin met heet water en waspoeder, spoel tot er geen zeep meer is.
- Vul voor een kwart met schoon water, strooi 80 gram calciumhypochloriet per 1000 liter tankinhoud erin, vul helemaal, deksel dicht, 24 uur laten staan. Haast: dubbele hoeveelheid en 8 uur.
- Laat het chloorwater ook door slangen, pomp en kraan lopen.
- Leeg de tank ver van sloot en vijver, vul met drinkwater, laat 30 minuten staan, leeg opnieuw. Nu is de tank klaar. Niemand gaat een tank in zonder dat er eerst verse lucht is ingeblazen en er iemand bij het luik blijft staan.
Verdeling en beheer
Water verdelen is een bestuursvraag, geen techniekvraag (15.01 Afspraken maken, 15.03 Besluiten nemen).
- Vaste hoeveelheid per persoon, niet per huishouden: een gezin van zes krijgt zes porties. Kinderen tellen vol mee.
- Extra op recept van de verzorger: zieken met diarree of koorts, zwangeren, zogende moeders, ouderen en wie zwaar werk doet (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing).
- Haaldienst voor wie niet kan lopen of tillen; zij worden anders onzichtbaar in de verdeling (02.07).
- Taptijden per straat of groep, zichtbaar op een bord bij het tappunt, en één persoon die tapt en noteert.
- Rantsoeneren doe je pas als de bron het vraagt, in overleg met de gebruikers, en dan eerst op waswater en vee, nooit op drinkwater.
- Geschillen gaan naar het vaste overleg, niet naar de kraan (15.04 Conflicten bespreken). Wie het water beheert, drinkt zichtbaar hetzelfde als de rest.
- Afspraak met buren: deel kaart en logboek met de volgende straat, zodat hun latrine niet boven jouw put komt.
Het logboek
Het logboek is je laboratorium. Eén blad per dag bij het tappunt, met:
| № | Kolom | Wat je noteert |
|---|---|---|
| 1 | Bron en peil | Welke bron, waterstand in cm onder de rand, smaak (zout, roest, niets) |
| 2 | Behandeling | Partijnummer, liters, methode, dosis, tijd van doseren en van vrijgeven |
| 3 | Restchloor | Meting in mg per liter, waar en hoe laat |
| 4 | Uitgifte | Liters per huishouden, wie heeft getapt, wie is niet geweest |
| 5 | Controle | Deksel, rand, plassen, handwaspunt, zeep aanwezig |
| 6 | Gezondheid | Wie diarree of braken heeft, sinds wanneer, hoe oud, welk water hij dronk |
Laat een tweede persoon het blad teruglezen voordat de dienst wisselt. Een partij met een onbekende dosis of tijd gaat terug naar ONBEHANDELD, niet naar de voorraad (02.01).
Een uitbraak herkennen
Diarree is vaak het eerste teken dat er iets mis is met water, handen of latrines. Cholera kan binnen uren dodelijk zijn (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing), dus wacht niet. Gebruik de alarmregels die MSF van de WHO overneemt:
- Acute waterige diarree: drie of meer dunne, waterige ontlastingen zonder bloed binnen 24 uur wordt getoetst.
- Alarm: twee of meer mensen van 2 jaar of ouder uit hetzelfde gebied binnen één week met waterige diarree én ernstige uitdroging, of die eraan overlijden. Of één overlijden aan ernstige waterige diarree bij iemand van 5 jaar of ouder (MSF). Zonder laboratorium kun je cholera niet bevestigen. Handel dan alsof het cholera is wordt getoetst.
- Bloed bij de ontlasting of koorts met buikkramp wijst op een andere besmetting wordt getoetst en hoort ook in het logboek (07.08). Wat je doet bij alarm:
- Zet de verdachte partij en bron apart, en behandel al het drinkwater van iedereen dubbel zorgvuldig: chloor met meting, of koken.
- Geef zieken direct een drinkoplossing en laat iemand bij hen blijven (07.06). Ernstige uitdroging zonder infuus kan dodelijk zijn; wees daar eerlijk over.
- Geef zieken een eigen latrine en eigen emmer, en zet handen wassen met zeep op scherp bij elk tappunt en elke latrine (06.04, 02.08 Een noodtoilet).
- Loop de kaart na: is er een latrine overgelopen, een put ondergelopen, een nieuwe mesthoop, een gebroken deksel?
- Teken per dag het aantal nieuwe zieken; zakt de lijn niet binnen een week, dan zit de fout nog in het systeem wordt getoetst.
- Antibiotica horen alleen bij het geschreven plan dat de groep met een arts heeft gemaakt (07.07 Infecties en antibiotica); dit hoofdstuk geeft geen middelen of doses. Waarschuw buurgroepen met het afgesproken signaal (14.09 Signalen afspreken en geven). Een uitbraak stopt niet bij je eigen straat.
Zo weet je dat het werkt
- Iedereen krijgt zijn 15 liter, ook wie niet kan lopen, en dat staat in het logboek.
- Niemand loopt verder dan 500 meter en niemand wacht langer dan 30 minuten.
- Het restchloor bij het tappunt ligt tussen 0,2 en 0,5 mg per liter, en in de emmer thuis is nog iets meetbaar wordt getoetst.
- Bij elk tappunt is water en zeep, en de grond eromheen is droog.
- De waterstand in de bron is aan het eind van de zomer niet lager dan vorig jaar.
- Het aantal mensen met diarree in het logboek blijft laag en vlak. Let op: dat bewijst niet dat het water veilig is, alleen dat het systeem tot nu toe werkt.
Zo weet je dat het misgaat
- Rijen van meer dan 30 minuten of mensen die zelf naar de sloot gaan: te weinig tappunten of te korte taptijden. Tweede kraan, extra tijden, haaldienst.
- Restchloor onder 0,2 of nul bij het tappunt: te lage dosis, troebel water of oude bleek. Nieuwe partij met hogere dosis, eerst helder maken, chloor vervangen.
- Mensen klagen over chloorsmaak en halen elders water: boven 0,5 mg per liter. Verlaag de dosis stap voor stap en leg uit waarom het water zo smaakt.
- De waterstand zakt elke week: overgebruik. Rantsoeneer waswater, zoek een tweede bron, laat vee elders drinken.
- Twee mensen met waterige diarree en ernstige uitdroging in één week: alarm. Volg de zes stappen hierboven.
- Een huishouden ontbreekt dagen in het logboek: ga langs. Ouderen en zieken halen vaak niet meer zelf.
- Het logboek heeft gaten: de dienst wisselt zonder overdracht. Zet de teruglezing door een tweede persoon verplicht.
Gevaar · Chloor en besloten tanks
- Calciumhypochloriet en bleek geven chloorgas af (WHO) en kunnen bij vermenging met zuur of ammoniak dodelijk gas vormen wordt getoetst. Bewaar ze droog, donker en apart; werk buiten met handschoenen en bril; los korrels eerst op in een emmer.
- Een lege tank kan zuurstofarm zijn of gas bevatten. Blaas eerst verse lucht in, laat iemand bij het luik staan en ga er alleen in met een lijn (WHO).
- Te veel chloor jaagt mensen naar slechtere bronnen; te weinig beschermt niet. Meten is de enige manier om dat te weten.
- Chloor haalt geen zout, nitraat, brandstof of gif uit water. Een bron die verdacht ruikt of smaakt, sluit je (02.06).
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Voorraadtank | Meerdere kleine vaten met deksel en kraan; een schone IBC-container die alleen water of eetbare vloeistof heeft bevat; een gemetselde bak met voedselveilige pleister wordt getoetst |
| 2 | Calciumhypochloriet | Ongeparfumeerde bleek volgens 02.01; zonder chloor: koken op een vaste kookpost, per huishouden PET-flessen in de zon |
| 3 | DPD-testsetje | Geen goede vervanging. Doseer dan voorzichtig op de lichte chloorgeur zoals in 02.01, en vertrouw op koken voor zieken en baby's wordt getoetst |
| 4 | Tweede kraan | Taptijden per straat, een vuldienst met een kar, of een schone jerrycan per huishouden die bij de tank wordt gevuld |
| 5 | Meetlint voor 500 meter | Ongeveer 600 tot 700 passen (VK.F09); of de tijd: tien minuten lopen met een volle emmer wordt getoetst |
| 6 | Logboek | Een kalender aan de muur van het tappunt met per dag liters, chloor en zieken; een krijtbord dat je elke dag overschrijft |
| 7 | Zeep | Houtas en water, langer wrijven (02.10) |
| 8 | Pomp | Een windas met één vaste emmer; een zonnepomp als er panelen zijn (BR.20 Waterpomp op zonnestroom) |
Achtergrond
Ziektekiemen uit ontlasting bereiken een mens via water, handen, vliegen en eten. Een gemeenschap die water deelt, deelt ook die routes: één vuile emmer in de tank, één latrine op de verkeerde plek, en iedereen drinkt mee. Daarom werkt dit hoofdstuk met drie sloten op dezelfde deur: de bron beschermen, de voorraad behandelen met een meetbaar restchloor, en handen wassen bij het tappunt. Elk slot vangt wat de andere missen.
Chloor is voor een groep de beste keuze omdat het nawerkt: het vrije chloor dat na 30 minuten over is, blijft kiemen doden in de emmer en in de kan thuis, waar het meeste water opnieuw vuil wordt. Koken en zon hebben dat voordeel niet. Het nadeel is dat chloor afhangt van helderheid, temperatuur en zuurgraad, en dat je dus moet meten. Zonder meting is chloreren gokken.
De cijfers van Sphere zijn geen natuurwetten maar afspraken uit veldervaring. Het UKHSA-overzicht (2023) vond voor 15 tot 20 liter alleen zwak bewijs. In één studie ging meer dan 18,9 liter per persoon per dag samen met minder ziekte bij kinderen onder de 6 jaar, maar een exact veilig getal is niet aangetoond. De alarmregels voor diarree zijn bedoeld om een uitbraak vroeg op te merken wordt getoetst.
Bewijs: 15 liter per persoon per dag en de tapnormen C (Sphere, veldervaring; UKHSA vond alleen zwak bewijs). Restchloor 0,2 tot 0,5 mg per liter na 30 minuten A (WHO, decennia drinkwaterpraktijk). Tankdesinfectie met 80 gram per 1000 liter B (WHO-veldnorm). Handen wassen met zeep A. De alarmregels voor diarree B (WHO, via MSF). Dosering van een tank op basis van de druppeltabel C (eigen omrekening). Verdeling per persoon en haaldienst C (bestuurspraktijk).
Volgende niveau
Een stap verder is een klein distributienet: een hoog vat dat op zwaartekracht een paar tappunten voedt, gevuld met een zonnepomp (BR.20), gechloreerd aan de inlaat zodat de contacttijd in het vat zit, met een DPD-meting aan het verste tappunt. De WHO waarschuwt dat een net dat niet altijd onder druk staat, vuil water aanzuigt door lekken: dan telt alleen behandeling thuis. Leg vast wie het net onderhoudt, en houd de kaart van bronnen, tanks, latrines en zieken bij als één document dat met de buurt wordt gedeeld (14.05). Leid elk seizoen twee nieuwe beheerders op, zodat kennis niet aan één persoon hangt.
Controlelijst
- Ik reken met 15 liter per persoon per dag, waarvan 5 liter volledig behandeld, en extra voor zieken, zwangeren en hitte.
- Niemand loopt verder dan 500 meter of wacht langer dan 30 minuten; anders zet ik een tappunt bij.
- Elke bron ligt 30 meter van en hoger dan latrines en mest, met hek, deksel en één emmer of een pomp.
- Ik chloreer alleen helder water, los chloor eerst op, wacht 30 minuten en meet 0,2 tot 0,5 mg per liter bij het tappunt.
- Een nieuwe of oude tank maak ik schoon met 80 gram calciumhypochloriet per 1000 liter en 24 uur wachten.
- Het logboek heeft elke dag liters, chloormeting, controle en zieken, en een tweede persoon leest het terug.
- Bij twee mensen met waterige diarree en ernstige uitdroging in één week handel ik als bij cholera: water, drinkoplossing, aparte latrine, handen, kaart.
- Ik verdeel per persoon, haal water voor wie niet kan lopen en bespreek rantsoenen met de groep.
Verantwoording
- Sphere: Water supply standard 1, access and water quantity (oudere uitgave, kopie bij de Universiteit van Oxford): 15 liter per persoon per dag en de verdeling 2,5 tot 3, 2 tot 6 en 3 tot 6 liter; 500 meter; wachttijd 15 minuten en 3 minuten per 20 liter; 250 mensen per kraan bij 7,5 l/min, 500 per handpomp bij 16,6 l/min, 400 per open put bij 12,5 l/min; acht uur tappen; hoeveelheid gaat vóór kwaliteit; grondwater heeft de voorkeur; taptijden en toegang voor kwetsbaren.
- Sphere: interactieve lesstof bij het Handbook: minstens 15 liter en tot 20 liter bij zware omstandigheden, 2,5 tot 3 liter drinken, 3 tot 6 koken, 6 tot 7 hygiëne, 500 meter, hooguit 30 minuten wachten en vullen, hooguit 250 mensen per kraan of handpomp. Het volledige Handbook 2018 is niet ingezien.
- UKHSA: Minimum water requirements, a rapid evidence summary (2023): 15 tot 20 liter berust op zwak bewijs en grijze literatuur, de bewijsbasis van Sphere kon niet worden vastgesteld, 18,9 liter in één studie, 40 tot 60 liter per ziekenhuispatiënt.
- WHO/WEDC: Technical Note 11, Measuring chlorine levels in water supplies (2013): restchloor 0,2 tot 0,5 mg/l bij het tappunt, hoog bij de bron en laag aan het eind; 30 minuten contact bij 18 graden of warmer en langer bij kouder water; troebelheid onder 5 NTU en pH 6,8 tot 7,2; DPD-vergelijker; dagelijks meten bij een nieuw systeem en daarna wekelijks; nooit vast chloor rechtstreeks in de voorraad; nooit chloor vóór een zandfilter; een net zonder constante druk is besmet.
- WHO/WEDC: Technical Note 3, Cleaning and disinfecting water storage tanks and tankers (2013): alleen tanks van eetbare vloeistoffen, schrobben met heet water en waspoeder, 80 gram calciumhypochloriet per 1000 liter en 24 uur (dubbel bij 8 uur), slangen en pomp meespoelen, afvalwater niet in beken, verse lucht en iemand bij het luik.
- WHO/WEDC: Technical Note 1, Cleaning hand-dug wells (2013): muntproef voor troebelheid, pH 6 tot 8, chloorgas, niemand gebruikt de bron tijdens het chloreren.
- WHO/WEDC: Technical Note 5, Emergency treatment of drinking-water at the point of use (2013): ongeveer 5 liter per persoon per dag drink- en kookwater dat behandeld moet worden; chloor doodt geen Cryptosporidium; kraantje op de voorraad; handen wassen op vier momenten.
- MSF: Cholera guidelines, 2.2 Cholera alerts: alarm bij twee of meer mensen van 2 jaar of ouder met acute waterige diarree en ernstige uitdroging of overlijden, uit hetzelfde gebied binnen één week; één overlijden aan ernstige waterige diarree bij 5 jaar of ouder; elk alarm controleren en ter plekke onderzoeken.
- GTFCC: Interim guidance document on cholera surveillance (niet ingezien, alleen zoekresultaat; de link gaf een fout): definitie van acute waterige diarree als drie of meer dunne ontlastingen in 24 uur.
- WaterAid: Technical brief, Hand-dug wells (2013): een handgegraven put met handpomp voor ongeveer 300 mensen.
- De druppeltabel voor bleek komt uit 02.01 Water drinkbaar maken, de 30 meter tot latrines uit 02.10 Een latrine graven en de snelheid van cholera uit 07.06 Uitdroging en de drinkoplossing; die zijn hier niet opnieuw nagelezen.
Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de voorraad van twee dagen, 4 tot 6 liter drinken in de hitte, waterverbruik per gerecht, de opbrengst van een biozandfilter, het verband tussen afstand en waterverbruik, de omrekening van druppels naar milliliters per 1000 liter en de dosering met calciumhypochloriet, een uur contacttijd in de winter, pH 8 als grens, het verdunnen van een te sterk gechloreerde partij, restchloor in de emmer thuis, de definitie van acute waterige diarree, handelen alsof het cholera is, bloed als teken van een andere besmetting, de week als grens bij een uitbraaklijn, mengen van chloor met zuur of ammoniak, de gemetselde bak, doseren op geur zonder testsetje, en passen en looptijd voor 500 meter. Getoetst door: nog niet.