Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Onderdak, vuur & warmte
  4. Bijl, zaag en brandhout

Hoofdstuk · Onderdak, vuur & warmte

Bijl, zaag en brandhout

Droog hout op tijd, zonder je benen te raken

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Bijl, zaag en vallende bomen

  • Hak nooit met iemand binnen 3 meter, ook niet achter je.
  • Kloof nooit op de grond, maar altijd op een hakblok.
  • Werk nooit onder een boom die vastgelopen is in een andere boom.
  • Snijwonden van bijl en zaag bloeden hevig. Houd een drukverband bij de hakplek (07.02 Bloedingen stoppen).
  • Stop als je moe bent. De meeste ongelukken gebeuren in het laatste uur.
Een man en een meisje zagen met een beugelzaag een paal op een zaagbok terwijl een oudere vrouw hout kloft; erachter een lange houtstapel onder een golfplaten dak.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Zonder gas en stroom is hout je brandstof om te koken, water te koken en te verwarmen. Nat hout geeft de helft van de warmte, veel rook en een kans op schoorsteenbrand. En een bijl in je scheen is zonder ziekenhuis een levensbedreigende wond.

Als er nog hulp is Laat een boomverzorger elke boom vellen die dikker is dan 20 centimeter of die binnen twee boomlengtes van een huis, weg of leiding staat. Koop zolang het kan een vochtmeter, reservezaagbladen, een vijl en een slijpsteen.

Eerst doen

  1. Verzamel alle bijlen, zagen, wiggen, vijlen en slijpstenen uit schuren en garages in de straat (10.13 De stad als voorraadkast).
  2. Reken uit hoeveel hout je nodig hebt tot de volgende winter (zie het rekenvoorbeeld hieronder).
  3. Zoek eerst hout dat al droog is: gekloofde voorraden, massieve houten meubels, onbehandelde pallets, sloophout zonder verf.
  4. Zaag en kloof nat hout meteen, en stapel het onder een dak in zon en wind.
  5. Richt één vaste hakplek in, met een hakblok, waar binnen 3 meter niemand komt.
  6. Spreek af dat niemand hakt of zaagt als hij moe is, alleen is of gedronken heeft.

Wat je nodig hebt

  • Een kloofbijl of kloofhamer, een velbijl en een handbijl.
  • Twee stalen wiggen en een moker van 2 tot 3 kilo.
  • Een beugelzaag van 75 tot 90 centimeter met reservebladen, en voor dikke stammen een trekzaag voor twee personen.
  • Een platte vijl van 20 tot 25 centimeter, een driekantvijl voor zagen, een slijpsteen.
  • Een zaagbok (VK.C08 Een zaagbok bouwen) en een hakblok.
  • Stevige schoenen, werkhandschoenen, een veiligheidsbril.
  • Een vochtmeter voor hout, of een weegschaal.
  • Pallets, palen of balken om het hout op te stapelen, en golfplaten of dakpannen als dak.

Werkwijze

Welk hout je wel en niet stookt

Stook alleen schoon hout. Geverfd, gelakt, geïmpregneerd of verlijmd hout geeft giftige rook en as die je niet in de moestuin mag gebruiken. Herken geïmpregneerd hout aan een groene of bruine glans en kleine sneetjes in het oppervlak. Oude spoorbielzen en palen ruiken naar teer: die bevatten creosoot. Spaanplaat, mdf en multiplex bevatten lijm. Pallets met het stempel HT zijn met hitte behandeld en mag je stoken. Pallets met het stempel MB zijn met gif begast; laat die liggen. Het beste stookhout is beuk, eik, es, haagbeuk, robinia en fruitbomen. Berk brandt goed en makkelijk aan. Den, spar, populier, wilg en els geven minder warmte per stère, maar drogen snel en zijn goed als aanmaakhout en voor de zomer. Tamme kastanje spat vonken; stook die alleen in een gesloten kachel.

Een bijl kiezen

№SoortKopSteelGebruik
1Handbijl0,5 tot 0,9 kilo35 tot 45 centimeterAanmaakhout, takken, snoeien
2Velbijl1,2 tot 1,8 kilo65 tot 90 centimeterVellen, takken afslaan, inkorten
3Kloofbijl1,5 tot 2,5 kilo70 tot 85 centimeterKloven van blokken tot 30 centimeter
4Kloofhamer3 tot 5 kilo80 tot 90 centimeterGrote blokken, slaan op wiggen als de achterkant daarvoor gemaakt is

Een velbijl heeft een dunne, scherpe kop die diep in het hout bijt. Een kloofbijl heeft een dikke wigvorm die het hout uit elkaar duwt. Kloof dus niet met een velbijl: die blijft vastzitten. Controleer elke bijl voor gebruik.

  1. Kijk of de kop vastzit. Sla de steel met de onderkant op een blok: de kop mag niet schuiven.
  2. Kijk of de steel geen scheuren heeft, vooral net onder de kop.
  3. Kijk of de nerf van de steel in de lengte loopt, zonder schuine draad.
  4. Zit de kop los, sla dan een nieuwe wig van hard hout in de bovenkant. Zet de kop niet in water om hem te laten zwellen. Dat werkt een dag, daarna krimpt het hout verder en zit hij losser dan eerst.

Een zaag kiezen

Een beugelzaag zaagt stammen tot ongeveer een derde van de bladlengte goed door. Een blad van 90 centimeter haalt dus stammen tot 30 centimeter. Voor dikkere stammen werk je met twee mensen aan een trekzaag. Een snoeizaag met een smal blad is goed voor takken. Een gewone handzaag uit de werkplaats is voor droog, bewerkt hout en loopt vast in vers hout. Een kettingzaag werkt zolang je benzine en kettingolie hebt. Tweetaktmengsel bederft na een paar maanden wordt getoetst. Een kettingzaag kan terugslaan naar je gezicht en zaagt dwars door een broek heen. Gebruik hem alleen als je getraind bent en een zaagbroek, helm en gelaatsscherm hebt.

Slijpen

Een botte bijl is gevaarlijker dan een scherpe. Hij ketst af op het hout en schiet richting je benen. Slijp een bijl voor elke grote klus, en haal hem bij gebruik om het uur over de steen. Hoe dat gaat, staat op VK.C05 Een bijl slijpen. Een zaag scherpen en de tanden zetten staat op VK.C10 Een zaag scherpen en zetten. Moderne zaagbladen met donkere, geharde tandpunten kun je niet vijlen. Leg daarom een voorraad reservebladen aan.

Veilig hakken en kloven

Kloof op een hakblok van knie hoogte, nooit op de grond. Mik door het blok heen en laat het gewicht van de bijl het werk doen. Houd 3 meter vrij rond de hakker, ook boven je hoofd. Meer staat op VK.C06 Veilig hakken en kloven.

Hout halen en vellen

Begin met hout dat al ligt: omgewaaide bomen, takken na een storm, snoeihout uit parken en boomgaarden. Vel daarna dunne bomen uit een te dicht bos, zodat de rest beter groeit. Een kleine boom tot 20 centimeter dikte vel je zelf volgens VK.C07 Een kleine boom vellen. Laat dode staande bomen staan als je geen ervaring hebt: dode takken breken zonder waarschuwing af. Ga niet aan bomen werken die tegen een andere boom hangen, die over een huis of weg hangen of die op een helling staan. Zaag het hout op de plek in stukken die je kunt dragen, en kort het thuis op de zaagbok in tot de maat van je kachel. Voor de meeste kachels is dat 25 tot 33 centimeter.

Drogen

Vers gekapt hout bestaat voor 40 tot 60 procent uit water wordt getoetst. Brandhout is droog onder 20 procent, en ideaal rond 15 procent. Hout droogt vooral via de kopse kanten. Zaag en kloof daarom eerst, en stapel daarna. Een ronde stam met schors droogt soms jaren niet. Kap bij voorkeur in de winter, als er minder sap in de boom zit, en laat het hout een heel voorjaar en een zomer liggen.

№HoutsoortDroogtijdWarmte per stère
1Beuk, haagbeuk1 tot 2 jaarHoog
2Eik2 jaarHoog
3Es, robinia1 jaarHoog
4Berk1 jaar, kloof snel anders rot hijMiddel
5Fruitbomen1 tot 2 jaarHoog
6Den, spar, lariks6 tot 12 maandenMiddel, veel hars
7Populier, wilg, els6 tot 12 maandenLaag

Alle tijden gelden voor gekloofd hout van 33 centimeter, onder een dak, in de wind wordt getoetst.

Zo herken je droog hout

  1. Meet met een vochtmeter. Kloof een blok, druk de pinnen in het midden van het verse breukvlak, in de lengte van de nerf. Onder 20 procent is goed. Bewijs A.
  2. Weeg. Leg vijf blokken apart, weeg ze elke twee weken en noteer het. Neemt het gewicht niet meer af, dan is het hout luchtdroog. Bewijs A.
  3. Kijk. Droog hout heeft scheuren in de kopse kant die vanuit het hart naar buiten lopen, een grijze verkleuring en losse schors. Scheuren ontstaan wel al voordat de kern droog is. Bewijs C.
  4. Klop. Sla twee blokken tegen elkaar. Droog hout klinkt helder en hol, nat hout klinkt dof. Bewijs C.
  5. Brand. Droog hout vat snel vlam, brandt helder en sist niet. Komt er schuim of water uit de kopse kant, dan is het nat. Bewijs B.
  6. Blaas. Smeer zeepsop op één kopse kant van een stuk eik of es van 30 centimeter en blaas aan de andere kant. Bellen betekent droog. Dit werkt niet bij alle soorten wordt getoetst. Bewijs C.

Stapelen

Stapel het hout los van de grond, in één of twee rijen, met de zijkanten open voor de wind en alleen een dak erop. Houd minstens 5 meter afstand tot het huis vanwege brand en ongedierte. In houtstapels kunnen muizen, ratten en wespen zitten, en op heide en in veengebied een adder wordt getoetst: pak hout altijd met handschoenen en til een blok eerst op naar je toe, zodat wat eronder zit van je wegloopt. Hoe je een stapel bouwt die blijft staan en snel droogt, staat op VK.C09 Brandhout stapelen en drogen.

Hoeveel hout je per winter nodig hebt

Brandhout wordt verkocht en geteld in verschillende maten. Gebruik in je plannen één maat: de stère.

№MaatWat het is
1Stère1 kubieke meter gestapelde blokken van 1 meter lang, met lucht ertussen. Daarin zit ongeveer 0,7 kubieke meter massief hout wordt getoetst
2Vaste kuub1 kubieke meter massief hout, zonder lucht. Ongeveer 1,4 stère wordt getoetst
3Gestapelde kuub kachelhout1 kubieke meter gestapeld hout van 25 tot 33 centimeter. Ongeveer 1,2 stère, want korte blokken liggen dichter wordt getoetst
4Gestorte kuub1 kubieke meter los gestort kachelhout. Ongeveer 0,6 tot 0,7 stère wordt getoetst

Droog hout met 15 tot 20 procent vocht geeft per kilo ongeveer 4 kilowattuur warmte, vrijwel ongeacht de soort wordt getoetst. Het verschil zit in het gewicht per stère: een stère beuk weegt droog ongeveer 450 tot 500 kilo, een stère den ongeveer 350 tot 380 kilo, een stère populier ongeveer 300 kilo wordt getoetst. Een goede houtkachel benut 70 procent daarvan; een open haard 10 tot 20 procent wordt getoetst.

Rekenvoorbeeld. Een gezin van vier verwarmt alleen de woonkamer van 30 vierkante meter in een rijtjeshuis met redelijke isolatie, van oktober tot en met april: ongeveer 200 dagen. De kamer verliest gemiddeld 1,2 kilowatt als je hem op 17 graden houdt wordt getoetst.

  1. Reken de warmte uit: 1,2 kilowatt keer 24 uur keer 200 dagen is 5.760 kilowattuur.
  2. Deel door het rendement van de kachel: 5.760 gedeeld door 0,7 is ongeveer 8.200 kilowattuur in hout.
  3. Deel door 4 kilowattuur per kilo: ongeveer 2.050 kilo droog hout.
  4. Deel door 480 kilo per stère beuk: ongeveer 4,3 stère.
  5. Tel er koken in de zomer bij op een raketkachel: 165 dagen keer 2 kilo is 330 kilo, ongeveer 0,7 stère.
  6. Tel er warm water voor wassen bij: ongeveer 0,5 stère wordt getoetst.
  7. Tel 15 procent reserve op voor een koude winter en verlies. Uitkomst: ongeveer 6 stère beuk, of 8 tot 9 stère als het grotendeels den en populier is. Wil je het hele huis warm houden, reken dan op 15 tot 25 stère wordt getoetst. Verwarm daarom één kamer en slaap warm in plaats van in een warm huis (05.13 Slapen zonder kou).

Verwarmen is de grootste post. Een hooikist (04.13 Koken op vuur en in de hooikist) bespaart bij het koken veel hout wordt getoetst. Reken ook de arbeid. Een stère hout met de hand vellen, zagen, kloven en stapelen kost één persoon 1 tot 2 werkdagen wordt getoetst. Zes stère is dus twee tot drie werkweken. Plan dat in de lente, niet in november.

Waarom nat hout gevaarlijk en verspillend is

Een kilo vers hout met 50 procent vocht bevat een halve kilo water. Dat water moet eerst verdampen voordat het hout warmte afgeeft. Daardoor geeft een kilo vers hout ongeveer de helft van de warmte van een kilo droog hout wordt getoetst. Je sjouwt, zaagt en klooft dus dubbel zoveel gewicht voor dezelfde warmte. Het vuur brandt ook kouder. Daardoor verbrandt het hout niet volledig. Je krijgt meer rook, meer koolmonoxide, meer fijnstof en een kleverige teerlaag in de schoorsteen. Die teer kan gaan branden (VK.C03 Een schoorsteenbrand aanpakken). Wie nat hout stookt en de kachel dan ook nog smoort om hem langer te laten branden, maakt die teer het snelst.

Zo weet je dat het werkt

  • Je hout meet onder 20 procent vocht als je het in de kachel legt.
  • Het vuur vat binnen vijf minuten vlam en de schoorsteen geeft na het aansteken bijna geen zichtbare rook.
  • Je hebt in oktober de voorraad voor de hele winter droog onder dak, en het hout voor de winter daarna ligt al te drogen.
  • Er is in een jaar niemand gewond geraakt aan bijl of zaag.

Zo weet je dat het misgaat

  • Het vuur sist, rookt en gaat steeds uit. Het hout is nat. Stook het niet; kloof het kleiner en stapel het terug. Zoek droger hout, desnoods sloophout, voor nu.
  • Er hangt bruine teer aan de kachelruit of in de pijp. Te nat hout of te weinig lucht. Stook droger hout, geef meer lucht en veeg de schoorsteen.
  • De bijl ketst af of blijft steeds in het blok steken. Hij is bot, of je gebruikt een velbijl om te kloven. Slijp hem of pak een kloofbijl.
  • De onderste laag van de stapel is groen of zacht. De stapel staat op de grond of te nat. Zet hem op palen of pallets en haal het rotte hout eruit.
  • In februari is de voorraad op. Je rekende te krap. Verwarm minder ruimte, gebruik een hooikist en zoek sloophout; plan de volgende winter 30 procent ruimer.

Gevaar · Bijl, zaag en vallende bomen

  • Hak nooit met iemand binnen 3 meter, ook niet achter je.
  • Kloof nooit op de grond, maar altijd op een hakblok.
  • Werk nooit onder een boom die vastgelopen is in een andere boom.
  • Snijwonden van bijl en zaag bloeden hevig. Houd een drukverband bij de hakplek (07.02 Bloedingen stoppen).
  • Stop als je moe bent. De meeste ongelukken gebeuren in het laatste uur.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1KloofbijlVelbijl met stalen wiggen en een moker, of een kloofhamer
2WiggenWiggen van hard, droog hout zoals eik of robinia
3ZaagbokEen gesjorde bok van drie palen (09.13 Knopen en sjorringen), of twee stammen met een inkeping
4VochtmeterEen weegschaal en geduld, of klop en kijk
5SlijpsteenEen gladde rivierkiezel, de ongeglazuurde onderrand van een bord of mok
6VijlEen slijpsteen, langer werken; voor zagen nieuwe bladen uit schuren
7Dak voor de stapelGolfplaten, oude dakpannen op latten, schors met de bolle kant naar boven

Achtergrond

Hout bestaat vooral uit cellulose en lignine. Bij verhitting komen eerst water en daarna brandbare gassen vrij, die in de vlam verbranden; wat overblijft is houtskool, die gloeit. Een goed vuur verbrandt die gassen helemaal. Te nat hout of te weinig lucht houdt het vuur zo koel dat een deel van de gassen onverbrand de schoorsteen in gaat en daar neerslaat als teer. Water verdampen kost veel energie: ongeveer 0,6 kilowattuur per kilo water wordt getoetst. Daarom is drogen gratis energie: de zon en de wind doen het werk dat anders je vuur doet. Hout krimpt en scheurt bij het drogen omdat het in de breedte meer krimpt dan in de lengte. De kopse kanten zijn de open uiteinden van de vaten in de stam; daar gaat het water er tien keer sneller uit dan door de zijkant wordt getoetst.

Volgende niveau

Leg een hakhoutbos aan of neem er een in beheer. Wilg, els, hazelaar, es en kastanje lopen na het kappen weer uit de stronk uit. Met een omloop van 7 tot 15 jaar oogst je elk jaar een ander vak, voor altijd wordt getoetst. Richt een gemeenschapshoutplaats in met een groot droog afdak, een zaagbok voor twee personen en een rooster. Brand van takken houtskool voor de smederij (11.02 Houtskool branden, 09.12 Smeden: de basis). Leer bijlen en wiggen smeden en herstellen.

Controlelijst

  • Je weet hoeveel stère je nodig hebt en hebt het uitgerekend.
  • Er ligt hout voor deze winter droog onder dak en hout voor volgend jaar te drogen.
  • Je stookt geen geverfd, geïmpregneerd of verlijmd hout.
  • Alle bijlen zijn scherp, met vaste koppen en gave stelen.
  • Je hebt reservezaagbladen of kunt een zaag zelf scherpen.
  • Er is een vaste hakplek met hakblok en vrije zone.
  • Er ligt een drukverband bij de hakplek.

Verantwoording

Gebaseerd op gangbare praktijk in bosbouw en brandhoutwinning in Nederland en België; voorlichting over het stoken van droog hout en de omrekening van houtmaten en stookwaarde; en handboeken over bijlgebruik, velling met handgereedschap en hakhoutbeheer. Getallen voor droogtijd en warmtebehoefte zijn ronde schattingen en moeten per plek worden nagerekend. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline