Hoofdstuk · Samenleven, veiligheid & organisatie
Ruil en samenwerking
Ruilen zonder geld, met een boek, een markt en de buren
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Uitbuiting In tekorten komen mensen in de verleiding om seks, kinderen of hun vrijheid te ruilen voor eten. Dat is nooit een ruil. Een groep ziet erop toe dat niemand schulden aangaat die hij met zijn lichaam moet betalen. Niemand wordt onderpand. Voedsel voor kinderen wordt nooit achtergehouden als betaling. Meld het, stop het, en zie 15.13 Regels, straf en herstel.
Gevaar · Voorraad en veiligheid Wie laat zien wat hij heeft, wordt een doelwit. Ruil met wat je meeneemt, nooit bij je opslag. Ga nooit alleen naar een eerste ontmoeting. Voelt het niet goed, loop dan weg. Geen enkele ruil is je leven waard.

Waarom dit telt
Geen huishouden heeft alles. De een heeft eieren, de ander een smid, de derde een put. Als geld niets meer doet, moet je toch kunnen krijgen wat je mist, en zonder afspraken eindigt dat in ruzie of geweld. Goed ruilen en samenwerken maakt elke groep sterker dan haar eigen voorraad.
Als er nog hulp is Leer nu je buren kennen en weet wie wat kan. Oefen met een ruilmarkt, een buurtapp of een tijdbank in je gemeente.
Eerst doen
- Maak drie lijsten: wat we overhebben, wat we zoeken, wat we kunnen.
- Spreek af wat nooit geruild wordt: water dat je zelf nodig hebt, medicijnen voor je eigen zieken, zaaizaad voor volgend jaar, en informatie over je voorraad.
- Kies twee mensen die namens de groep ruilen. Niemand ruilt groepsvoorraad alleen.
- Begin een tegoedboek voor bekenden.
- Ruil met nieuwe mensen eerst klein, en direct: geven en krijgen op hetzelfde moment.
- Spreek met buren een vast moment en een neutrale plek af.
Wat je nodig hebt
- Een schrift met harde kaft, pen, een tweede schrift als kopie.
- Een weegschaal of unster, een maatbeker van 1 liter, een meetlint.
- Een bord of vel voor de ruilwaarden, zichtbaar voor iedereen.
- Een plek waar je elkaar kunt zien aankomen, met een uitweg.
Werkwijze
Twee soorten ruil
Directe ruil is lastig: jij moet hebben wat de ander wil, op het moment dat hij heeft wat jij wilt. Antropologen vonden geen samenleving die vooral zo werkte. Volgens Graeber en Humphrey komt directe ruil vooral voor tussen vreemden. Mensen die elkaar kennen, werken met krediet: ik help jou nu, jij helpt mij later. Dat geeft de hoofdregel van dit hoofdstuk:
| № | Met wie | Hoe |
|---|---|---|
| 1 | Eigen groep | Geen ruil: delen volgens afspraak (15.05 Zorg eerlijk verdelen) |
| 2 | Buren die je kent | Tegoed in een boek, tot een afgesproken grens |
| 3 | Vreemden en nieuwe groepen | Directe ruil, hier en nu, op neutrale grond |
Wat iets waard is
Een ruil lukt als beide kanten wat ze krijgen meer waard vinden dan wat ze geven. Er is geen vaste waarde. Zout is in november in een dorp dat slacht veel waard, en in de zomer minder wordt getoetst. Water is in een droge augustus goud, en in een natte februari bijna niets. Vraag dus niet "wat is het waard", maar "wat zou het kosten om zonder te doen".
Spreek toch één rekeneenheid af, zodat je kunt vergelijken. Twee opties:
- Eén uur gewoon werk. Iedereen snapt het, en iedereen heeft het.
- Eén kilo graan. Goed om mee te rekenen, slecht om te bewaren: graan is zwaar en kan bederven.
Een goede ruilwaar is houdbaar, deelbaar, herkenbaar en altijd gewild. In een krijgsgevangenenkamp werden sigaretten geld (Radford, 1945). In Amerikaanse gevangenissen waren het later blikjes makreel. Denk aan zout, zeep, naalden, lucifers, batterijen, kaarsen, tabak en sterke drank wordt getoetst. Zulke waar is eerlijk, maar hij stijgt en daalt: wie te veel oppot, of wie een nieuwe partij binnenbrengt, verandert de prijs.
Zet de ruilwaarden op een bord en schrijf de datum erbij. Dit is een voorbeeld, geen norm wordt getoetst:
| № | Dit | Is ongeveer |
|---|---|---|
| 1 | 1 uur gewoon werk | 1 eenheid |
| 2 | 1 kilo graan | 2 eenheden |
| 3 | 1 liter olie | 6 eenheden |
| 4 | 1 dozijn eieren | 3 eenheden |
| 5 | 1 uur smid, verpleger, tandarts | 2 eenheden |
Reken na of een dag werk een mens kan voeden. Een dag zwaar werk moet minstens 1 kilo graan of meer opleveren, anders wordt werken voor een ander een manier om langzaam te verhongeren (03.01 Wat het lichaam nodig heeft) wordt getoetst.
Het tegoedboek
Dit is de eenvoudigste vorm van onderling krediet, zoals een LETS of een tijdbank. Er is geen geld nodig. Elke ruil is een regel in een boek, dat voor iedereen open ligt.
| № | Datum | Van | Aan | Wat | Eenheden | Paraaf beide |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 3 mrt | Anna | Bram | 4 uur dak repareren | 4 | A.B. |
| 2 | 5 mrt | Bram | Cato | 2 kilo graan | 4 | B.C. |
Anna heeft nu +4, Bram 0, Cato -4. Alle standen samen zijn altijd nul. Klopt dat niet, dan zit er een fout in het boek. Regels:
- Beide kanten paraferen elke regel, op de dag zelf.
- Stel een grens vast, bijvoorbeeld niet meer dan 40 eenheden plus of 20 min wordt getoetst. Wie erbuiten komt, moet eerst terugwerken of besteden.
- Eén persoon houdt het boek bij en een ander controleert elke maand (16.13 Rekenen en boekhouden zonder computer).
- Bewaar een kopie op een andere plek.
- Spreek af wat er gebeurt als iemand sterft of vertrekt met een min. In een LETS draagt de hele groep dat verlies samen.
- Geen rente. Schulden gaan niet over op kinderen.
Tijdbanken rekenen elk uur als een uur, wat het werk ook is. Dat is simpel en geeft weinig ruzie, maar een vakman voelt zich tekortgedaan. Kies vooraf. Een kleine groep kan een factor 2 afspreken voor gevaarlijk of geschoold werk. Een tijdbank werkt alleen als de vaardigheden er echt zijn, en een tegoed is alleen iets waard zolang het rondgaat. Wie alleen spaart, heeft straks niets om uit te geven.
Arbeid als ruil
Veel dorpen deden dit al eeuwen zonder boek. Noaberschap in Twente, de Achterhoek en Drenthe is burenhulp met vaste gewoonten: de naaste buur helpt bij ziekte en sterfgevallen. Spreek af: een dag werk tegen een dag werk terug. Zo doe je oogst, slacht en dakwerk samen.
Spreek voor elke klus af:
- wat er af moet zijn, en wie zegt dat het af is;
- wie gereedschap meebrengt en wie het eten geeft;
- wat er gebeurt als iemand zich bezeert;
- wanneer het terugkomt.
Eten tijdens het werk is altijd deel van de ruil. Reken het mee.
Vertrouwen opbouwen
In computerproeven van Axelrod won de eenvoudigste strategie: begin vriendelijk, reageer meteen op bedrog, vergeef zodra de ander weer eerlijk is, en wees duidelijk. Dat werkt alleen bij mensen die je blijft tegenkomen. De zwakke plek: één misverstand kan een eindeloze reeks wraak geven. Praat dus eerst, voordat je terugslaat (15.04 Conflicten bespreken).
Begin klein. Verhoog pas als de vorige ruil goed ging. Houd je aan wat je zei, ook als het je nu slecht uitkomt: je naam is het enige kapitaal dat niet bederft.
Bedrog herkennen
| № | Truc | Controle |
|---|---|---|
| 1 | Stenen of zand in zakken graan | Open de zak, steek je arm erin, stort een deel uit |
| 2 | Goed bovenop, slecht eronder | Neem een monster van onderuit |
| 3 | Beschimmeld graan of noten | Bekijk het goed; weggooien bij twijfel (15.07 Voorraad beheren) |
| 4 | Water bij melk, olie, wijn, brandstof | Bekijk de laag in een glas; laat even staan wordt getoetst |
| 5 | Vals gewicht | Gebruik je eigen weegschaal; ijk met 1 liter water, dat is 1 kilo |
| 6 | Valse of oude medicijnen | Niet ruilen zonder doosje, bijsluiter en datum (06.02 De eerstehulpkist) |
| 7 | Onbekend water of ingemaakt voedsel | Neem niet zonder uitleg; behandel water altijd zelf (02.01 Water drinkbaar maken, 04.09 Inmaken en het botulismegevaar) |
| 8 | Slechte schuld | Vraag buren naar hem; geef geen tegoed aan vreemden |
Eén gedeelde maat voorkomt veel ruzie. In het middeleeuwse Engeland was de maat van brood en bier wettelijk vast, en in elk dorp keurde een gekozen persoon. Leg op de markt één gezamenlijke set gewichten en maatbekers neer (16.04 Eenheden en standaarden).
De marktdag
Een vaste markt is veiliger dan losse ontmoetingen.
- Kies een vaste dag en tijd. Bijvoorbeeld elke tweede zaterdag van 09:00 tot 12:00, bij hitte van 07:30 tot 10:00 wordt getoetst.
- Kies een neutrale plek, tussen de groepen in, open, met overzicht en een uitweg. Een plein of een kruispunt, geen eigen erf.
- Wijs twee marktmeesters aan uit verschillende groepen. Zij bewaken gewichten, regels en vrede.
- Spreek regels af: geen wapens zichtbaar, geen alcohol tijdens de markt, geen dwang, geen handel met kinderen zonder volwassene.
- Regel een snelle uitspraak. Drie marktmensen beslissen ter plekke, mondeling, en wie partij is doet niet mee.
- Houd het gezond. Ziek? Blijf thuis. Handen wassen, geen rauw vlees in de zon, elke groep neemt zijn afval mee wordt getoetst.
- Zorg voor beveiliging op de terugweg: nooit alleen, en wissel van route (15.11 Wacht lopen en waarschuwen).
Neem nooit alles mee. Laat niet zien hoeveel je hebt, en zeg niet waar je woont.
Samenwerken met buren en andere groepen
Veel dingen kan één groep niet alleen: een weg onderhouden, een put delen, een molen draaien, wacht lopen. Elinor Ostrom onderzocht hoe gemeenschappen zulke dingen eeuwenlang goed beheren, en vond acht kenmerken.
| № | Kenmerk | Zo doe je het |
|---|---|---|
| 1 | Duidelijke grenzen | Schrijf op wie meedoet en wat er gedeeld wordt |
| 2 | Regels passen bij de plek | Beurten voor water in droge maanden, andere regels in natte |
| 3 | Wie het raakt, praat mee | Elk huishouden heeft een stem |
| 4 | Toezicht | Iemand telt en kijkt, en legt uit aan de leden |
| 5 | Oplopende straf | Eerst een gesprek, dan een dag werk, pas later meer (15.13 Regels, straf en herstel) |
| 6 | Snel en goedkoop oplossen | Eén avond, drie mensen, zoals bij de marktdag |
| 7 | Niemand breekt het af | Een grotere groep erkent wat jullie regelen |
| 8 | Lagen | Straat, dorp, polder: elk regelt wat bij hem past |
Het waterschap is het Nederlandse voorbeeld: het begon bij boeren die samen dijken en sloten onderhielden wordt getoetst.
Maak elke afspraak kort en schriftelijk: wie, wat, hoeveel, hoe lang, en hoe je stopt. Eén bladzijde is genoeg (15.01 Afspraken maken).
Een onbekende groep benaderen.
- Kijk eerst een paar dagen van een afstand hoe ze leven.
- Stuur twee mensen, overdag, zichtbaar, met iemand die op afstand blijft en de groep kan waarschuwen.
- Spreek af hoe je komt en wat je wilt, met een afgesproken signaal (14.09 Signalen afspreken en geven).
- Geef iets kleins en vraag iets kleins.
- Noem geen aantallen, geen voorraad, geen route.
- Beslis thuis, niet aan tafel (15.03 Besluiten nemen).
Zo weet je dat het werkt
- Alle standen in het tegoedboek tellen op tot nul.
- Mensen komen terug op de markt en aanvaarden de uitspraken.
- Iedereen weet wat de grens is en waar het bord met ruilwaarden hangt.
- Je kunt in één minuut zeggen wat je overhebt, wat je zoekt en wat je kunt.
- Klussen die één groep niet kan, worden gedaan: de put, de weg, de wacht.
Zo weet je dat het misgaat
- Eén persoon heeft een hoge min en komt niet meer: praat met hem, zet de limiet lager, laat hem terugwerken.
- Een paar mensen sparen alles op: geef een bovengrens of laat hen teruggeven aan een gemeenschapspot.
- De ruilwaarden schieten omhoog of omlaag: kijk wat er schaars is, verander het bord met datum.
- Mensen handelen stiekem buiten het boek: de regels passen niet meer, of er is wantrouwen. Bespreek het.
- Iemand verkoopt groepsvoorraad: zie 15.07 Voorraad beheren en 15.13 Regels, straf en herstel.
- Bedrog op de markt: weeg opnieuw en draai de ruil terug. Bij herhaling sluit je iemand uit.
- Een buurgroep vraagt steeds meer, en biedt niets: stop met geven en zeg waarom.
Gevaar · Uitbuiting In tekorten komen mensen in de verleiding om seks, kinderen of hun vrijheid te ruilen voor eten. Dat is nooit een ruil. Een groep ziet erop toe dat niemand schulden aangaat die hij met zijn lichaam moet betalen. Niemand wordt onderpand. Voedsel voor kinderen wordt nooit achtergehouden als betaling. Meld het, stop het, en zie 15.13 Regels, straf en herstel.
Gevaar · Voorraad en veiligheid Wie laat zien wat hij heeft, wordt een doelwit. Ruil met wat je meeneemt, nooit bij je opslag. Ga nooit alleen naar een eerste ontmoeting. Voelt het niet goed, loop dan weg. Geen enkele ruil is je leven waard.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Weegschaal | Een stok met touw in het midden en twee emmers, met 1 liter water als gewicht wordt getoetst |
| 2 | Schrift | Een bord met krijt plus een overschrijving per week; of kerfstokken in twee helften die aan elkaar passen wordt getoetst |
| 3 | Rekeneenheid | Eén uur werk |
| 4 | Marktplek | Een kruispunt, een parkeerplaats, een strand |
| 5 | Vertrouwen | Directe ruil, kleine stappen, iemand die beide kanten kent als tussenpersoon |
| 6 | Iets om te ruilen | Je werk en je vak (15.02 Taken verdelen) |
Achtergrond
Adam Smith dacht dat geld uit ruil ontstond, omdat twee mensen zelden precies elkaars wensen hebben. Antropologen vinden daarvoor weinig bewijs: in dorpen hielden mensen vooral bij wie wat verschuldigd was. Directe ruil komt op als geld instort, zoals bij de ruilmarkten in Argentinië rond 2001, waar naar schatting 2,5 miljoen mensen een lokale munt gebruikten wordt getoetst. Een tegoed werkt omdat mensen elkaar blijven tegenkomen; wie bedriegt, verliest zijn plek.
Bewijs: Ostroms kenmerken van duurzaam gezamenlijk beheer B (veel veldonderzoek, wij lazen de samenvatting). Directe ruil vooral tussen vreemden, krediet onder bekenden B (antropologie, via een samenvatting). Vriendelijk en duidelijk wederkerig zijn C (computerspel, geen praktijkproef). Rekeneenheid, limieten en voorbeeldprijzen D (eigen voorstel, geen bron). Ruilwaren in een crisis C.
Volgende niveau
Maak van de markt een vaste instelling met een gekozen marktmeester. Geef tegoedbonnen uit die je kunt doorgeven, met nummer en paraaf, en een register. Spreek met meerdere groepen één set gewichten af. Plan gezamenlijke werken op de kalender (12.09 Onderhoud plannen, 14.14 Tijd en kalender bijhouden). Maak een lijst van wie welk vak heeft (10.13 De stad als voorraadkast, 13.13 Een lokaal voedselsysteem).
Controlelijst
- Ik heb drie lijsten: overhebben, zoeken, kunnen.
- Ik weet wat we nooit ruilen.
- Ik ruil groepsvoorraad nooit alleen.
- Ik gebruik een tegoedboek met bekenden, en directe ruil met vreemden.
- Ik parafeer elke regel en controleer of de standen samen nul zijn.
- Ik weeg en kijk altijd zelf, ook bij mensen die ik ken.
- Ik laat niet zien hoeveel we hebben of waar we zijn.
- Ik accepteer geen ruil die iemand zijn lichaam of vrijheid kost.
Verantwoording
- Wikipedia: Barter: probleem van de dubbele wens, Graeber, Humphrey, krediet onder bekenden, Argentinië. Secundaire bron.
- Wikipedia (es): Trueque: subjectieve waarde, opkomst bij crisis.
- Wikipedia: Local exchange trading system: onderling krediet, open boek, grenzen, verlies gedeeld, waarde alleen als het rondgaat. Dat alle standen samen nul zijn, is eigen rekenwerk.
- Wikipedia: Time-based currency: een uur is een uur, papieren boek, zwakke punten.
- Wikipedia: Commodity money: sigaretten (Radford 1945), blikjes makreel, graan als slechte ruilwaar.
- Wikipedia: Tit for tat: Axelrod, kenmerken en zwakke plek.
- Wikipedia: Elinor Ostrom: de acht kenmerken.
- Wikipedia: Noaberschap: burenhulp in Oost-Nederland, de naaste buur.
- Wikipedia: Assize of Bread and Ale: vaste maat, keurders per dorp.
Niet onderbouwd en daarom gemarkeerd: de cijfers over Argentinië (alleen Wikipedia), de lijst van ruilwaren, seizoenswaarde van zout, alle voorbeeldprijzen en limieten, wat een dag werk minstens moet opleveren, de markttijden, testen op aangelengde vloeistof, de bouw van een balans en kerfstokken, en het begin van de waterschappen. Bijna alle bronnen zijn encyclopedieën, geen eigen werken van Graeber of Ostrom. De regels tegen uitbuiting zijn een redactionele keuze. Dit hoofdstuk moet worden nagekeken door iemand met ervaring in gemeenschapswerk of noodhulp. Getoetst door: nog niet.