Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Kennis & wederopbouw
  4. Eenheden en standaarden

Hoofdstuk · Kennis & wederopbouw

Eenheden en standaarden

Meter, liter en kilo, een eigen standaard maken, ijken, en omgaan met inches en oude maten

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Verkeerde eenheid, verkeerde dosis Een fout van een factor tien of duizend is snel gemaakt: gram en milligram, liter en milliliter, komma en punt. Bij chloor, loog en chemie kan dat vergiftiging of bijtwonden geven. Reken alles twee keer na en laat een tweede persoon het nalezen. Weeg in gram, schat niet met een lepel als het om loog of chloor gaat (11.01 Veilig werken met stoffen, 02.01 Water drinkbaar maken).

  • Medicijnen: gebruik het maatje uit de verpakking en volg de bijsluiter of het geschreven plan met een arts (07.07 Infecties en antibiotica). Keukenlepels zijn geen doseermiddel.
  • Forceer nooit een fitting op gas, druk of water. Een verkeerde draad kan loskomen onder druk.
  • Gebruik geen lood of kwik als gewicht of standaard.
In een bakstenen schuurwerkplaats bij een hoog raam vergelijken een oudere vrouw en een jongere man een houten balans, met munten en een fles water op de werkbank.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een verkeerde maat kan een pot zeep bijtend maken, een schroefdraad slopen of een voorraad verkeerd laten lijken. Zolang er winkels zijn, merk je niet dat maten afspraken zijn. Daarna moet de groep ze zelf bewaren. Wie een goede meetlat, een liter en een kilo vasthoudt, kan recepten delen, ruilen zonder ruzie en onderdelen laten passen. Alles in dit boek hangt daaraan.

Als er nog hulp is Koop nu een stalen rolmaat, een schuifmaat, een maatbeker en een goede keukenweegschaal met reservebatterijen. Laat een set gewichten nakijken bij een school of een laboratorium, als dat kan.

Eerst doen

  1. Spreek af dat de groep werkt in millimeter, meter, gram, kilo, liter, °C en de 24-uursklok.
  2. Wijs één goede meetlat, één weegschaal en één maatbeker aan als standaard. Gebruik die niet dagelijks.
  3. Bewaar een handvol nieuwe euromunten als gewichten.
  4. Merk een fles op 1 liter met de weegschaal en water.
  5. Schrijf bij elk getal de eenheid. In recepten ook bij elke tussenstap.
  6. Hang de omrekentabel van dit hoofdstuk in de werkplaats.

Wat je nodig hebt

  • Een stalen rolmaat of meetlat met millimeters (09.03 Meten en markeren).
  • Een weegschaal of balans, en euromunten.
  • Lege flessen met dop en een maatbeker.
  • Een rechte lat van hardhout van ongeveer 60 cm, touw, dun blik of twee schaaltjes, een spijker.
  • Een schuifmaat of een liniaal voor schroefdraad.
  • Merkstift, verf of een kerf, en etiketten.

Werkwijze

De band tussen meter, liter en kilo

De maten zijn zo gemaakt dat ze uit elkaar volgen. Dat is je reddingsboei: heb je er één, dan maak je de andere.

  • 1 liter is 1 kubieke decimeter: een kubus van 10 bij 10 bij 10 cm.
  • 1 milliliter is 1 cm³. 1000 liter is 1 m³.
  • 1 liter water weegt ongeveer 1 kilo. Dus 1 m³ water weegt ongeveer 1000 kilo.
  • 1 mm regen op 1 m² is 1 liter (16.02 Waarnemen en meten).

De kilo was oorspronkelijk de massa van 1 dm³ water bij de temperatuur waarbij water het dichtst is. Die band is officieel losgelaten: sinds 2019 hangt de kilo aan een natuurconstante. Voor jou blijft water de beste standaard, maar de temperatuur telt mee:

№WatertemperatuurGewicht van 1 liter
14 °C1000 g
210 °C999,8 g
321 °C998 g
432 °C995 g
560 °C983 g
6100 °C959 g

Op kamertemperatuur is de fout dus 2 gram per liter. Dat is verwaarloosbaar in de keuken en de werkplaats. Maar dit geldt alleen voor schoon zoet water. Zeewater is zwaarder. Olie, alcohol en melk wegen anders: 1 liter is daar geen 1 kilo (11.09 Alcohol voor ontsmetting).

Standaarden uit bekende dingen

Sommige dingen zijn binnen kleine marges overal gelijk gemaakt. Dat maakt ze bruikbaar als noodmaat.

№MuntDoorsnedeDikteGewicht
12 euro25,75 mm2,20 mm8,50 g
21 euro23,25 mm2,33 mm7,50 g
350 cent24,25 mm2,38 mm7,80 g
410 cent19,75 mm1,93 mm4,10 g
51 cent16,25 mm1,67 mm2,30 g

Tien munten van 1 euro wegen 75 gram en tien van 2 euro 85 gram. Weeg altijd een stapel: dan valt de slijtage van één munt weg. Oude munten zijn lichter door slijtage wordt getoetst.

№DingWat je eraan hebtGrenzen
1A4-papier210 × 297 mm wordt getoetstPapier van 80 g/m² weegt 5 gram per vel wordt getoetst. Vocht verandert dat
2Bankpas85,60 × 53,98 mm wordt getoetstHandig als kleine liniaal
3Fles waterDe inhoud op het etiketVol tot de hals is vaak meer. Weeg na
4Slinger99 cm lang geeft 1 seconde per slag (14.14 Tijd en kalender bijhouden)Alleen met een goede klok, van ophangpunt tot midden van het gewicht, met kleine uitslag
5Je pasEigen maat, meet die op 100 meter (VK.F09 Afstand meten met je pas)Verandert met helling en vermoeidheid
6Je hand en spanMeet je eigen hand, duim en armlengte en schrijf ze opAlleen voor ruwe maten

De slinger werkt ook andersom. Heb je een goede klok maar geen meetlat, dan vind je ongeveer een meter terug: de lengte die in 1 seconde één slag geeft is ongeveer 99 cm wordt getoetst.

Een standaard maken en bewaren

Een standaard is een ding dat je niet gebruikt, zodat het niet slijt.

  • Lengte. Neem een stalen rolmaat of lat als hoofdmaat. Bewaar hem droog en plat. Kerf daarvan een werklat voor de werkplaats. Hout werkt met vocht, staal minder wordt getoetst.
  • Inhoud. Merk een fles en een emmer op 1, 5 en 10 liter met gewogen water. Of maak een bakje met binnenmaten van 10 × 10 × 10 cm. Een bak met rechte wanden vul je makkelijk en strijk je af.
  • Gewicht. Weeg stenen of stukken ijzer op een goede weegschaal, zet de waarde erop en bewaar ze droog. Een reeks van 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 gram weegt alles. Gebruik geen lood: dat is giftig en slijt op je handen wordt getoetst.

Kopieer altijd van de hoofdmaat, nooit van een kopie. Elke kopie voegt een fout toe. Dat is dezelfde regel als in de werkplaats: werk vanaf één referentie (09.03 Meten en markeren). Is de groep groot, leg dan de hoofdmaten vast op één plek, met één verantwoordelijke, en maak de maten bekend aan de buurgroepen (15.06 Ruil en samenwerking). Een gelijke maat voorkomt ruzie.

Een balans bouwen

Een balans vergelijkt twee massa's en heeft geen batterij nodig. Hij hangt ook niet af van de plek op aarde, want de zwaartekracht trekt aan beide kanten even hard.

  1. Neem een rechte lat van ongeveer 60 cm wordt getoetst. Zoek het midden.
  2. Boor net boven het midden van de lat een gat, ruim om een gladde spijker. Zo blijft de balans vanzelf terugkomen wordt getoetst.
  3. Hang op beide uiteinden een schaaltje, op precies dezelfde afstand van het gat.
  4. Hang de balans vrij op, uit de wind.
  5. Staat hij scheef? Plak wat was of tape aan de lichte kant, tot hij leeg recht hangt.
  6. Test: leg twee gelijke munten op de schaaltjes en wissel ze om. Blijft hij recht? Dan zijn de armen gelijk. Zo niet: verschuif een ophangpunt.
  7. Test de gevoeligheid: voeg 1 cent toe en kijk of hij beweegt. Schrijf op welk verschil je nog ziet.

Bij het wegen leg je wat je wilt wegen links en de gewichten rechts. Zijn de armen niet gelijk? Leg het voorwerp links, zet rechts zand tot het gelijk staat, haal het voorwerp weg en leg links gewichten tot het weer gelijk staat. Dan telt alleen het zand als tegenwicht, en valt de fout van de armen weg wordt getoetst. Tocht, wrijving en vocht verstoren de meting, dus werk binnen. Een kleine balans als deze is goed voor grammen, niet voor milligrammen wordt getoetst.

IJken

IJken is vergelijken met iets beters en het verschil opschrijven. Je hoeft de meter niet te veranderen: je mag ook een correctie erop plakken.

  1. Kies drie punten die je echt gebruikt. Bij een weegschaal bijvoorbeeld 75 gram (10 munten van 1 euro), 500 gram en 1 kilo water, min het gewicht van de fles.
  2. Meet elk punt drie keer.
  3. Schrijf datum, naam en verschil op een etiket op de meter en in het boek.
  4. Herhaal elk jaar wordt getoetst, na een val en als je twijfelt.

Een rolmaat. Leg hem langs de hoofdmaat. Let op het haakje aan het begin, dat los moet zitten en kan verbuigen. Een lepel. Weeg tien volle lepels water, deel door tien. Een eetlepel wordt vaak op 15 ml gezet wordt getoetst, maar jouw lepel kan anders zijn. Een lepel poeder of zout weegt elke keer anders. Weeg wat ertoe doet. Een thermometer. Zie 16.02 Waarnemen en meten.

Omrekenen: inches, ponden en oude maten in gereedschap

Veel gereedschap, bouten, fittingen en boeken zijn Engels of Amerikaans. Deze waarden zijn exact of nauwkeurig genoeg:

№EenheidMetrisch
11 inch (duim, ")25,4 mm (exact)
21 foot (voet)304,8 mm (exact)
31 pound (lb)453,6 g
41 ounce (oz)28,35 g
51 US gallon3,785 l
61 imperial gallon4,546 l (exact 4,54609)
71 bar100 kPa (exact)
81 psi6,895 kPa, dus 1 bar is ongeveer 14,5 psi
91 pk (hp)ongeveer 746 W

Inchbreuken: 1/8" = 3,175 mm, 1/4" = 6,35 mm, 3/8" = 9,525 mm, 1/2" = 12,7 mm, 3/4" = 19,05 mm. Schroefdraad. Dit is de plek waar het het vaakst misgaat. Meet de buitenkant en tel de gangen.

№SoortVoorbeeldHoe je het leestHoek
1Metrisch (M)M88 mm buitenmaat, steek 1,25 mm. Grof: M3 0,5, M4 0,7, M5 0,8, M6 1, M10 1,5, M12 1,75 wordt getoetst60°
2Unified (UNC)1/4-206,35 mm, 20 gangen per inch wordt getoetst60°
3Whitworth (BSW)1/4 BSW6,35 mm, 20 gangen per inch; 1/2 BSW heeft 12 wordt getoetst55°
4Gasdraad (G, BSP)G 1/2Buitenmaat 20,96 mm, 14 gangen per inch wordt getoetst55°

Let op bij gasdraad: de naam zegt niets over de buitenmaat. G 1/2 is geen 12,7 mm maar bijna 21 mm, want de maat komt van de oude binnenmaat van de buis. G 3/4 is 26,44 mm en G 1 is 33,25 mm wordt getoetst. Bepaal de steek zo: leg een liniaal langs de bout, tel 10 gangen en deel de lengte door 10. Past een moer na één of twee slagen niet soepel, stop dan. M6 en 1/4" schelen 0,35 mm en lijken te passen, maar dan vernielen de draden wordt getoetst. Bewaar bouten en moeren per soort, met een label (10.12 De onderdelenbibliotheek). Sleutels. Een sleutel van 13 mm op een kop van 1/2" (12,7 mm) zit los en rondt de kop af wordt getoetst. Fietsbanden. Kijk naar het ISO-getal op de band, niet naar de inchmaat. 622 is de maat van 700C of "28 inch", 559 van de moderne 26 inch wordt getoetst. Let op: 26 × 1 1/2 is 584 mm en 26 × 1.5 is 559 mm, en die passen niet op elkaars velg wordt getoetst. Komma en punt. In het Nederlands is 1,5 anderhalf en 1.000 duizend. In Engelse boeken is 1.5 anderhalf en 1,000 duizend. Schrijf zelf nooit 1.000 maar 1000.

Oude maten

Oude maten kom je tegen in boeken, kadasterstukken, oude gereedschappen en verhalen van boeren. De belangrijkste les: een oude maat is plaatselijk. Reken alleen als je weet uit welke streek hij komt.

№MaatWaardeLet op
1Rijnlandse roedeongeveer 3,77 m wordt getoetstAndere roedes: 3,68 m in Amsterdam, 5,75 m in Den Bosch wordt getoetst
2Nederlandse roede van 182010 m wordt getoetstEen metrische naam, niet de oude roede
3Rijnlandse voetongeveer 31,4 cm wordt getoetstPer streek verschillend, ook in het aantal duimen wordt getoetst
4Amsterdams pondongeveer 494 g wordt getoetstGeen Engels pond
5Schepel (graan)ongeveer 27 tot 38 liter wordt getoetstPer plaats verschillend. Een mud is 4 schepel wordt getoetst. Meet een oude maatbak na
6Rijnlandse morgenongeveer 8500 m² wordt getoetstElders sterk afwijkend, ook boven 1 hectare wordt getoetst

Nederland voerde de metrische maten in 1820 in wordt getoetst. Schrijf bij elke overname op: de oude maat, de streek en je eigen omrekening. Een oude maatbak of duimstok meet je gewoon na.

Tijd als standaard

Tijd is ook een afspraak. De seconde is officieel vastgelegd op een natuurconstante, maar jij werkt met zon, klok en slinger (14.14 Tijd en kalender bijhouden).

  • Spreek één groepstijd af en wie die bijhoudt. Zet klokken gelijk op zonnemiddag of op een vast signaal.
  • Schrijf tijden met de 24-uursklok: 08:00 en 20:00, niet "8 uur".
  • Schrijf datums voluit, met de maand in letters: 3 mrt 2031. Dan kan 3/4 niet per ongeluk 4 maart of 3 april worden.
  • IJk zandlopers, waterklokken en kaarsen tegen de zonnewijzer. Een wachtdienst duurt dan overal even lang.
  • Houd ook een register bij van alle apparaten, met volt, ampère en watt (08.01 Energiebehoefte, 10.04 De 12 volt standaard).

Zo weet je dat het werkt

  • Twee mensen meten hetzelfde ding en komen op hetzelfde getal.
  • Eén liter uit je maatbeker weegt op je weegschaal ongeveer 1 kilo.
  • Tien munten van 1 euro wegen op je balans of weegschaal ongeveer 75 gram.
  • Een recept van de ene keuken lukt in de andere zonder aanpassing.
  • Bouten en moeren passen zonder kracht.
  • Ieder weet waar de hoofdmaten liggen en wie ze beheert.

Zo weet je dat het misgaat

  • Een liter weegt niet ongeveer een kilo: de maatbeker of de weegschaal is fout. IJk beide opnieuw met munten en met de kubus.
  • De balans wijst anders na het omwisselen: de armen zijn niet gelijk. Herstel de ophanging of weeg met zand als tegenwicht.
  • Recepten mislukken na een wisseling van persoon: iemand werkt met andere lepels of een andere maat. Weeg het recept na en schrijf grammen.
  • Er komen ruzies over ruil of rantsoen: de maten verschillen tussen huishoudens. Vergelijk alles met de hoofdmaat, in het openbaar.
  • Een getal staat zonder eenheid in het boek: gebruik het niet voordat je zeker weet wat het is.

Gevaar · Verkeerde eenheid, verkeerde dosis Een fout van een factor tien of duizend is snel gemaakt: gram en milligram, liter en milliliter, komma en punt. Bij chloor, loog en chemie kan dat vergiftiging of bijtwonden geven. Reken alles twee keer na en laat een tweede persoon het nalezen. Weeg in gram, schat niet met een lepel als het om loog of chloor gaat (11.01 Veilig werken met stoffen, 02.01 Water drinkbaar maken).

  • Medicijnen: gebruik het maatje uit de verpakking en volg de bijsluiter of het geschreven plan met een arts (07.07 Infecties en antibiotica). Keukenlepels zijn geen doseermiddel.
  • Forceer nooit een fitting op gas, druk of water. Een verkeerde draad kan loskomen onder druk.
  • Gebruik geen lood of kwik als gewicht of standaard.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1MeetlatLange kant van A4 (297 mm), een bankpas of een rij munten. Merk hem op een stok
2WeegschaalDe balans van hierboven, met munten of gewogen water
3GewichtenWater in flessen: 100 ml is 100 g. Weeg de lege fles mee
4MaatbekerEen fles gemerkt met gewogen water
5SchuifmaatTwee blokjes langs een liniaal, of wikkel een draad om de bout en meet de omtrek

Achtergrond

Vroeger had bijna elke streek eigen maten. Rond 1795 begon Frankrijk met een stelsel in tientallen wordt getoetst, in 1875 tekenden landen het Meterverdrag, en nu rusten alle eenheden op zeven natuurconstanten. Dat verandert niets aan de maat in je hand. Een maat is alleen goed als iedereen dezelfde gebruikt. Bewijs: 1 liter is 1 dm³ A (definitie). Dichtheid van water A (USGS). Maten van euromunten A (ECB). Omrekenfactoren A (NIST). Schroefdraadmaten B (normen, hier uit naslagwerk). Oude maten C (algemene naslag, sterk plaatselijk). Zelfgebouwde balans D, tot je hem met bekende gewichten hebt getest. Slinger als lengtestandaard C.

Volgende niveau

Maak een geijkte set gewichten en maten voor de hele gemeenschap, en vergelijk elk jaar met een buurgroep. Maak een draadkaliber van bouten en moeren. Zet je recepten in gram, met de uitkomsten erbij (16.03 Experimenten documenteren). Leer iedereen rekenen met deze maten (16.13 Rekenen en boekhouden zonder computer).

Controlelijst

  • Ik weet dat 1 liter een kubus van 10 cm is en dat die met water ongeveer 1 kilo weegt.
  • Ik schrijf bij elk getal de eenheid.
  • Ik kopieer maten van de hoofdmaat, niet van een kopie.
  • Ik kan een weegschaal controleren met munten en water.
  • Ik kan een balans bouwen en de armen testen door om te wisselen.
  • Ik reken inches om met 25,4 mm per inch.
  • Ik weet dat G 1/2 geen 12,7 mm is en dat metrisch en inch-draad niet samen gaan.
  • Ik noem bij een oude maat altijd de streek.

Verantwoording

Eigen rekenwerk: gewicht per liter uit de dichtheid, stapels munten, inchbreuken en het verschil tussen M6 en 1/4 inch. Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de slijtage van munten, alle maten die alleen uit Wikipedia komen (A4, bankpas, slinger, schroefdraad, oude maten en jaartallen), fietsbanden, de bouw en het gebruik van de balans, tegenwegen met zand, de ijktermijn, de eetlepel van 15 ml, de werking van hout, lood als gewicht en de sterkte van een moer met een verkeerde draad. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline