Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Kennis & wederopbouw
  4. Een bibliotheek opbouwen

Hoofdstuk · Kennis & wederopbouw

Een bibliotheek opbouwen

Boeken redden, sorteren, een kaartcatalogus, uitleenregels, reparatie en mensen die het volhouden

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Oude gebouwen, schimmel en vuur Boeken zijn nooit een instorting waard. Ga geen gebouw in met scheve muren, doorhangende vloeren of brandschade (05.02 Een gebouw beoordelen). Kijk uit voor asbest en voor andermans eigendom (10.01 Veilig slopen, 12.11 Puin ruimen en veilig slopen).

  • Schimmel kan je ziek maken. Volg de maatregelen in 16.01 Een kennisarchief.
  • Geen vlam tussen de kasten. Papier in een kast brandt snel, en je hebt geen brandweer.
  • Een volle kast kan omvallen, zeker bij een aardbeving. Zet hem vast en klim er niet in.
In een droge bakstenen leeszaal met hoge ramen bekijkt een beheerder met een jonge lezer een teruggebracht boek, met een kaartenbak op tafel en metalen stellingen erachter.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een boek op de zolder van een leeg huis is dode kennis. Een bibliotheek maakt er gereedschap van: iemand met een kapotte pomp vindt binnen een uur het goede hoofdstuk. Het kennisarchief bewaart wat nooit weg mag (16.01 Een kennisarchief). De bibliotheek is groter en wordt gebruikt, door de werkplaats, de tuin, de ziekenboeg en de school. Hij heeft drie dingen nodig: een droog gebouw, een catalogus en mensen die het volhouden. Zonder die drie heb je alleen een stapel die langzaam schimmelt.

Als er nog hulp is Ga nu naar je bibliotheek en vraag een medewerker hoe de indeling werkt en waar de vakboeken staan. Vraag ook of je een kopie van de catalogus kunt krijgen.

Eerst doen

  1. Ga naar de bestaande bibliotheek en kijk naar het dak. Is het gebouw droog, laat de boeken dan staan en zet er beheerders neer (10.13 De stad als voorraadkast).
  2. Stel twee beheerders aan, met een eigen sleutel en een eigen schrift.
  3. Kies anders een droog, stevig gebouw dat je kunt afsluiten.
  4. Schrijf een zoeklijst: welke vragen heeft de groep dit jaar, en in welk soort boek staat het antwoord?
  5. Zet elk binnengekomen boek eerst apart, in een aparte ruimte, tot het is nagekeken.
  6. Geef elk boek dat de kast in gaat een nummer. Begin vandaag, ook bij tien boeken.

Wat je nodig hebt

  • Een droge ruimte met planken, liefst metalen stellingen uit kantoren of winkels (DK.18 Winkels en kantoren).
  • Kratten, een kar of fiets met aanhanger (14.12 De fiets als ruggengraat).
  • Stevig karton om kaarten uit te knippen, potloden, een schaar.
  • Een kaartenbak: schoenendozen of laden.
  • Twee schriften: een aanwinstenregister en een uitleenboek.
  • Voor reparatie: zetmeel, dun sterk papier, naald, linnen garen, doek, planken en gewichten.

Werkwijze

Het gebouw

  • Droog en met een goed dak. Bewaar nooit onder leidingen of een toilet, en liever niet in een kelder als die kan onderlopen.
  • De onderste plank 10 tot 15 cm boven de vloer, en 7,5 cm van buitenmuren.
  • Veel daglicht in de leeshoek, geen direct zonlicht op de boeken. Lezen doe je overdag: dan is er geen vlam nodig.
  • Boeken zijn zwaar. Zet volle kasten op de begane grond of op beton, tegen dragende muren, niet midden op een houten verdiepingsvloer wordt getoetst (12.03 Muren en draagconstructies).
  • Maak stellingen vast aan elkaar en aan de muur (NEDCC). In Groningen en Limburg is dat ook bescherming tegen aardbevingen wordt getoetst (12.01 Bouwprincipes).
  • NEDCC raadt hout af, en eiken het meest, omdat hout zuren afgeeft. Dat geldt voor bewaren op lange termijn. Voor gebruiksboeken is een geverfde houten plank beter dan geen plank wordt getoetst. Wat echt moet blijven, gaat in een doos in het archief.
  • Zet boeken rechtop op formaat, met steun, niet te strak. Te hoge boeken met de rug omlaag. Hele grote boeken plat, hooguit twee of drie op elkaar.

Verzamelen uit gebouwen

Waar je kijkt, hangt af van wat je zoekt. De lijst met onderwerpen die het eerst mee moeten staat in 10.13 De stad als voorraadkast. Dit zijn de vindplaatsen wordt getoetst:

№PlekWat je er vindt
1Openbare bibliotheek (biblioteca pública municipal)Van alles, al ingedeeld
2Scholen, mbo, universiteit (IES, facultad)Schoolboeken natuurkunde en scheikunde, vakboeken, atlassen
3Ziekenhuis, huisartsenpraktijk, verpleeghuis, centro de saludMedische handboeken, verpleegkunde, farmacie
4Gemeentehuis, waterschapKaarten, leidingplannen, bouwtekeningen
5Garage, installatiebedrijf, werkplaatsWerkplaatshandboeken, schema's, normen
6Boerderij, boerencoöperatie, cooperativaTeelt, dierziekten, bodem
7Kringloop, tweedehands boekenOude handboeken en kinderboeken
8WoonhuizenKookboeken, encyclopedieën, naslagwerken, woordenboeken

Oude handboeken gaan vaak uit van handwerk en zijn daarom juist nuttig wordt getoetst. Regels voor het halen.

  1. Woont of werkt er iemand, dan vraag je het. Een school die nog lesgeeft, leeg je niet (15.06 Ruil en samenwerking).
  2. Ga een leeg gebouw pas in na beoordeling, met twee mensen (05.02 Een gebouw beoordelen, 10.01 Veilig slopen).
  3. Houd boeken op hun volgorde als je een hele afdeling meeneemt: dan blijft de indeling bruikbaar.
  4. Vul kratten niet te vol en til goed (VK.K02 Tillen en dragen zonder je rug te slopen). Bind een stapel niet met touw of elastiek: dat snijdt in. Gebruik plat band.
  5. Zet natte en schone boeken nooit in dezelfde krat.
  6. Schrijf op de krat waar hij vandaan komt.

Binnenkomst: apart zetten en sorteren

Nieuw materiaal blijft eerst apart (NEDCC), zodat schimmel en insecten de collectie niet in gaan. Kijk elk boek na op vocht, muffe geur, vlekken, gaatjes en poeder. Sorteer in vier stapels: schoon, vochtig, schimmel, ongedierte. De behandeling van de laatste drie staat in 16.01 Een kennisarchief. Bepaal daarna de plek van het boek:

№KlasseWatRegel
1RoodLevensreddend of enig exemplaarBlijft in de leeszaal; tweede exemplaar naar het archief
2GeelVakboeken voor werkUitleen aan een werkplek, korte termijn
3GroenGewone boeken, verhalen, kinderboekenVrij uitlenen
4GrijsDubbel, buiten het doel, te beschadigdRuilen met andere groepen, of bewaren als papier

Schrijf vooraf op wat de bibliotheek wel en niet opneemt, zodat je niet vol raakt met boeken die niemand leest (NEDCC). Twee mensen besluiten samen over wegdoen. Verbrand nooit een boek zonder die beslissing. Een dubbel exemplaar van een rood boek is goud: dat is je tweede kopie. Gooi ook romans niet weg: kinderen leren er lezen van, en een groep heeft verhalen nodig wordt getoetst. Gevaarlijke boeken. Een boek kan fout of verouderd zijn. Oude medische boeken kunnen achterhaalde behandelingen bevatten, oude boeken over gif en verf kunnen stoffen aanraden die nu verboden zijn wordt getoetst. Plantengidsen uit het buitenland passen niet op onze soorten wordt getoetst. Gooi zo'n boek niet weg, maar leg er een papiertje in met wat er mis is en wie dat zegt (14.10 Kennis verspreiden).

Indelen

Een bibliotheek die al is ingedeeld, houd je zoals hij is wordt getoetst.

  • Nederlandse bibliotheken. Veel openbare bibliotheken gebruiken SISO, Vereenvoudigd SISO of PIM wordt getoetst. In SISO staat 000 voor algemeen, 500 voor wiskunde en natuurwetenschappen, 800 voor taal en letterkunde, 900 tot 940 voor geschiedenis en 950 tot 990 voor aardrijkskunde wordt getoetst.
  • Engelse boeken. Dewey gebruikt 610 voor geneeskunde, 630 voor landbouw, 640 voor huishouden en 690 voor bouwen wordt getoetst.

Begin je zelf, gebruik dan de zestien delen van dit boek als hoofdindeling wordt getoetst. Iedereen kent ze al, en de kast loopt gelijk met dit boek. Standplaats is deelnummer plus de eerste drie letters van de schrijver: 07 WER. Verhalen staan apart op achternaam, kinderboeken in een eigen lage kast.

De catalogus op kaarten

Een kaartencatalogus werkt zonder stroom, groeit mee en je kunt er kaarten tussen steken. De oude maat is ongeveer 7,5 bij 12,5 cm; A7 (7,4 bij 10,5 cm) is de Europese maat wordt getoetst. Uit een vel A4 knip je acht kaarten A7.

Maak per boek drie soorten kaarten:

  1. Schrijverskaart, op achternaam.
  2. Titelkaart, op eerste belangrijke woord.
  3. Onderwerpkaart, één per onderwerp. Dit is de kaart waar mensen in nood op zoeken.
№Op de kaartVoorbeeld
1Nummer en standplaats1042 · 02 HUI
2Schrijver, titelHuisman, Waterleidingen in de praktijk
3Jaar en taal1987, Nederlands
4Klasse en staatGeel, rug los
5OnderwerpenPompen, buizen, lekken

Dit voorbeeld is verzonnen.

Spreek een vaste woordenlijst af, anders staat hetzelfde onder drie woorden. Maak verwijskaarten: "Verhoging, zie Koorts" en "Fiebre, zie Koorts". Schrijf met potlood, zodat je kunt verbeteren. Een kaart gaat nooit de bak uit. Aanwinstenregister. Dit is een schrift met nummer, datum, titel, herkomst en klasse, in volgorde van binnenkomst. Het is je bewijs als de kaartenbak verloren gaat. Leg een kopie in het archief. Schrijf het nummer met potlood op een vaste plek in het boek, en plak geen zelfklevend etiket op iets waardevols (NEDCC).

Uitlenen

Een boek dat weg is, is voor iedereen weg. Tot in de achttiende eeuw lagen naslagwerken daarom vaak aan een ketting. De bibliotheek in de Walburgiskerk in Zutphen bestaat nog wordt getoetst. Een ketting heb je niet nodig, wel een regel.

  1. Rood gaat niet naar buiten. Lees aan de tafel of laat iemand het overschrijven.
  2. Geel: één boek, één week, op naam van een werkplek wordt getoetst.
  3. Groen: twee boeken, drie weken wordt getoetst.
  4. Elke uitleen staat in het uitleenboek: datum, nummer, titel, naam, teruggebracht, staat.
  5. De beheerder kijkt het boek na bij uitgifte en bij terugkomst (NEDCC). Dan weet je wie de schade heeft gezien.
  6. Handen wassen, geen eten of drinken, geen vlam, alleen potlood.
  7. Boeken gaan buiten in een dichte tas. Regen is de grootste vijand onderweg wordt getoetst.
  8. Vaste openingstijden bij daglicht, bijvoorbeeld twee middagen per week wordt getoetst.

Te laat of schade? Geen straf in eten. Laat iemand helpen bij het herstellen of overschrijven (15.13 Regels, straf en herstel). Wie niet kan lezen, sluit je niet uit: houd voorleesuren (14.10 Kennis verspreiden). Kinderen kunnen als schrijfoefening bladzijden overschrijven (15.08 Onderwijs organiseren). Controleer dat werk.

Repareren

Eerlijk: boekherstel is vakwerk. NEDCC zegt dat ook schijnbaar simpele reparaties deskundigheid vragen. Er is straks geen restaurator. Daarom drie regels:

  • Repareer gebruiksboeken, en oefen eerst op een boek dat je niet nodig hebt.
  • Gebruik wat later weer los kan: stijfsel, geen plakband. Plakband en rubberlijm doen schade (NEDCC).
  • Heeft een rood boek ernstige schade, schrijf het dan eerst over.
№SchadeWat je doet
1Scheur in een bladLeg de randen goed. Plak een smal strookje dun, sterk papier met stijfsel over de scheur. Vakmensen gebruiken Japans papier (NEDCC). Dun zijdepapier is een noodoplossing wordt getoetst
2Los bladSmeer de binnenrand 3 mm in met stijfsel en zet het blad terug wordt getoetst
3Losse katernVersterk de vouw met een strookje papier en naai hem terug met ongebleekt linnen garen (NEDCC; steken in VK.G01 Vijf basissteken met de hand)
4Kaft losPlak een strook katoen of linnen over de rug, op beide kaften wordt getoetst. Vakmensen gebruiken leer, stof of papier (NEDCC)
5Rug weg, kaft kapotMaak een eenvoudige doos of map van karton en bind hem dicht met plat band, los geknoopt aan de bovenkant of voorkant (NEDCC)
6Bros papierNiet repareren. Leg het in een map en maak een kopie

Stijfsel maken. Kook een deel tarwe- of maïszetmeel in ongeveer vijf delen water, onder roeren, tot het dik en glazig is wordt getoetst. Laat afkoelen en gebruik het dun. Het blijft een paar dagen goed wordt getoetst. Stijfsel lokt zilvervisjes: gebruik niet meer dan nodig en laat alles goed drogen. Droog onder gewicht: leg schoon papier aan beide kanten, dan een plank, dan een steen, tot het droog is wordt getoetst. Op niveau III leer je opnieuw binden (16.05 Papier en drukwerk). Schoonmaken. Houd het boek stevig dicht en borstel van de rug naar buiten, eerst de bovenkant. Werk plank voor plank van boven naar beneden. Zet boeken nooit terug op een natte plank. Een plumeau verplaatst stof alleen.

Wie beheert

  • Twee beheerders en een leerling. Eén persoon alleen is een risico. De leerling is liefst jong (16.07 Technieken overdragen, 15.02 Taken verdelen).
  • De bibliotheek is van de groep. De beheerder is geen eigenaar. Leg dat vast (15.01 Afspraken maken). Beheerders krijgen er tijd voor, want dit is werk.
  • Sleutels. Houd een lijst bij van wie een sleutel heeft (NEDCC).
  • Elke maand: ronde tegen vocht en ongedierte, vallen nakijken, late boeken navragen.
  • Elk half jaar: planken schoonmaken.
  • Elk jaar: tel een tiende van de kasten na tegen de catalogus wordt getoetst, en vertel de groep wat er bij kwam, wat kwijt is en wat ontbreekt.
  • Noodplan. Schrijf op wat als eerste het gebouw uit gaat bij brand of water, en waar het heen gaat (NEDCC noemt vaste prioriteiten vooraf). Hang het bij de deur en oefen één keer per jaar (05.14 Brand voorkomen en blussen).
  • Ruil. Leen met andere groepen uit, en maak kopieën voor elkaar (15.06 Ruil en samenwerking).

Zo weet je dat het werkt

  • Iemand met een vraag vindt via de kaarten binnen tien minuten het juiste boek wordt getoetst.
  • Elk boek op de plank heeft een nummer, een kaart en een regel in het register.
  • Bij een steekproef klopt de catalogus.
  • Het uitleenboek laat zien dat de boeken ook echt worden gebruikt.
  • De leerling kan een week zonder de beheerders open.
  • Geen muffe geur, geen vraatsporen, geen boeken op de vloer.

Zo weet je dat het misgaat

  • Boeken blijven weg: loop de namen in het uitleenboek af en bezoek mensen. Verkort de termijn.
  • Stapels die wachten op sortering: stop met verzamelen tot de stapel weg is.
  • Mensen vragen het de beheerder omdat de kaarten niet helpen: voeg onderwerpkaarten en verwijskaarten toe.
  • Schimmel of insecten in de kast: sluit die plank af, haal de buren na, zie 16.01 Een kennisarchief.
  • Beheerders stoppen of raken overbelast: verdeel het werk opnieuw voordat de boel stilvalt.
  • Rode boeken slijten door gebruik: maak een leeskopie en leg het origineel weg.

Gevaar · Oude gebouwen, schimmel en vuur Boeken zijn nooit een instorting waard. Ga geen gebouw in met scheve muren, doorhangende vloeren of brandschade (05.02 Een gebouw beoordelen). Kijk uit voor asbest en voor andermans eigendom (10.01 Veilig slopen, 12.11 Puin ruimen en veilig slopen).

  • Schimmel kan je ziek maken. Volg de maatregelen in 16.01 Een kennisarchief.
  • Geen vlam tussen de kasten. Papier in een kast brandt snel, en je hebt geen brandweer.
  • Een volle kast kan omvallen, zeker bij een aardbeving. Zet hem vast en klim er niet in.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1StellingenGeverfde planken op stenen, kratten, lege kasten
2Karton voor kaartenOmslagen van oude schriften, ansichtkaarten, doosjes
3KaartenbakSchoenendoos, lade, of een schrift per onderwerp met lege ruimte wordt getoetst
4UitleenboekEen kaart in elk boek: bij uitgifte blijft die bij de beheerder wordt getoetst
5Japans papierDun zijdepapier uit schoendozen of cadeaupapier wordt getoetst
6StijfselBloem met water gekookt, of methylcellulose als die er is
7Linnen garenSterk katoenen garen wordt getoetst

Achtergrond

Een catalogus werkt omdat hij het boek loskoppelt van de plek. Een boek staat maar op één plank, maar het kan drie onderwerpkaarten hebben. Daarom vind je een boek over pompen ook als het op de plank bij landbouw staat. Een vaste woordenlijst zorgt dat twee mensen hetzelfde onder hetzelfde woord zoeken. Lijm die weer los kan, laat je fouten herstellen. Daarom gebruiken restauratoren stijfsel en geen tape. Bewijs: opslag, afstand tot vloer en muur, schoonmaken en apart zetten van nieuw materiaal B (NEDCC, praktijk van bibliotheken). Controle bij uitgifte en terugkomst B (praktijk van archieven; NEDCC schrijft over zeldzame stukken). Reparatie met stijfsel en dun papier B (NEDCC, maar voor vakmensen). De uitvoering door leken D. Kaartencatalogus C (lange bibliotheekpraktijk; ik heb er geen handboek van ingezien). Klassen rood, geel, groen en grijs D (keuze van de redactie).

Volgende niveau

Maak een tweede leeszaal in een andere wijk, met eigen kopieën. Bind zelf boeken en druk wat de groep het meest vraagt (16.05 Papier en drukwerk). Laat leerlingen de belangrijkste boeken vertalen en samenvatten. Bouw met buurgroepen een gezamenlijke catalogus (14.10 Kennis verspreiden). Neem de bibliotheek op in je plan op 25 jaar (16.09 Langetermijnplanning).

Controlelijst

  • De bibliotheek staat droog, van de vloer en weg van leidingen.
  • Ik ga alleen beoordeelde gebouwen in, en vraag het als er nog iemand is.
  • Nieuwe boeken blijven apart tot ze zijn nagekeken.
  • Elk boek heeft een nummer, een klasse en kaarten.
  • Rode boeken gaan nooit naar buiten, en elke uitleen staat in het boek.
  • Ik repareer met stijfsel en dun papier, nooit met plakband.
  • Er zijn twee beheerders en een leerling, en de bibliotheek is van de groep.
  • Er ligt een noodplan bij de deur.

Verantwoording

Open in de app en bewaar offline