Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Koken & bewaren
  4. Kaarsen gieten

Vaardigheid · Koken & bewaren

Kaarsen gieten

Licht uit bijenwas, talg of kaarsresten

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Brandende was Was die te heet wordt, vat vlam. Blus brandende was nooit met water: de was spat en de brand wordt een vuurbal. Zet een deksel op de pan en haal hem van het vuur. Laat een brandende kaars nooit alleen.

VK.H07: vier verschillende scènes voor kaarsen gieten, met handmatig gezette uitleg.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarvoor

Een kaars geeft licht zonder stroom en zonder vloeibare brandstof die kan morsen. Kaarsresten, bijenwas en talg van slachtdieren zijn het hele jaar te vinden.

Wat je nodig hebt

  • Was of vet: bijenwas, kaarsresten of talg (uitgesmolten runder of schapenvet), liefst gemengd met wat bijenwas
  • Lont: katoenen garen of koord, geen synthetisch
  • Een vorm: blikje, glazen pot, rolletje karton bekleed met papier
  • Een pan met water en een blik of steelpan erin (au bain marie)
  • Een moertje of ringetje als gewicht, een stokje of satéprikker, een deksel

Stappen

De lont

  1. Vlecht drie katoenen draden tot een lont van 2 tot 3 mm dik voor een kaars van 4 tot 5 cm doorsnede.
  2. Week de lont een dag in een oplossing van 1 eetlepel zout en 2 eetlepels borax op een glas water, en laat hem drogen wordt getoetst (bewijs C). Zonder borax werkt het ook, maar walmt het meer.
  3. Doop de lont drie keer in gesmolten was en trek hem recht terwijl hij afkoelt.

Gieten

  1. Smelt de was in een blik dat in een pan water staat. Verwarm nooit was direct op het vuur.
  2. Knoop het moertje aan het onderste eind van de lont en laat het in het midden van de vorm zakken.
  3. Leg het stokje over de opening en wikkel de lont eromheen, zodat hij recht in het midden staat.
  4. Giet de was langzaam in de vorm tot 1 cm onder de rand. Bewaar een beetje was.
  5. Laat 1 uur afkoelen. Er ontstaat een kuil rond de lont.
  6. Prik een paar gaatjes rond de lont, verwarm de bewaarde was en vul de kuil.
  7. Laat een nacht afkoelen. Haal de kaars uit de vorm: knip het karton los of zet het blik even in warm water.
  8. Knip de lont op 1 cm.

Zo controleer je het

  • De kaars brandt met een rustige vlam van 2 tot 3 cm zonder zwarte rook.
  • De was smelt in een kuiltje rond de lont dat bijna tot de rand loopt, zonder over te stromen.

Veelgemaakte fouten

  • Vlam verdrinkt: lont te dun. Gebruik een dikkere.
  • Kaars walmt en druipt: lont te dik of te lang. Knip hem korter.
  • Talgkaars stinkt en zakt in: meng talg half om half met bijenwas.

Gevaar · Brandende was Was die te heet wordt, vat vlam. Blus brandende was nooit met water: de was spat en de brand wordt een vuurbal. Zet een deksel op de pan en haal hem van het vuur. Laat een brandende kaars nooit alleen.

Oefenen Giet drie kaarsen van dezelfde was met drie lontdiktes. Brand ze naast elkaar en kies de beste.

Proeve Je giet een kaars van 5 cm doorsnede die 3 uur achter elkaar brandt zonder walm en zonder over te lopen.

Varianten

  • Dompelkaarsen: doop een lont 30 keer in gesmolten was, laat telkens even hard worden.

Open in de app en bewaar offline