Hoofdstuk · De eerste 72 uur
Vuur maken en beheren
Aansteken, gaande houden en doven zonder brand of koolmonoxide
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Brand en koolmonoxide Gebruik nooit houtskool, een barbecue, een campingkooktoestel of een aggregaat binnen, in een garage of in een tent. Koolmonoxide kan je in je slaap doden. Laat een vuur nooit alleen, ook niet even.
- Giet nooit benzine, spiritus of een andere brandstof op een vuur dat brandt of smeult wordt getoetst.
- Gebruik geen natte of poreuze stenen rond het vuur: ze kunnen barsten.
- Stook buiten niet in een lange droge periode of bij harde wind, zeker niet bij heide, dennenbos of droog gras.

Waarom dit telt
Vuur geeft warmte, kookt water drinkbaar, maakt eten veilig en geeft licht en een signaal. Zonder stroom en gas is het vaak je enige warmtebron. Maar vuur doodt ook: door brand, door koolmonoxide binnen, en in een droge periode door een natuurbrand die met één vonk begint. Daarom leer je ook klein houden en goed doven.
Als er nog hulp is Houd je aan de stookverboden van de gemeente, de provincie, de terreineigenaar en de brandweer. Bel 112 zodra een vuur buiten je kuil of kachel komt.
Eerst doen
- Kies de plek: buiten op kale grond, minstens 4,5 meter van tent, struiken en houtstapel, met niets boven het vuur. Binnen alleen in een kachel of haard met een werkende schoorsteen.
- Zet een volle emmer water en een schep klaar voordat je aansteekt.
- Leg alles klaar voordat je aansteekt: een vuist tondel, twee handen aanmaakhout, een arm vol brandhout.
- Bouw klein: tondel onder, aanmaakhout erover, brandhout pas als het aanmaakhout goed brandt.
- Steek aan aan de kant waar de wind vandaan komt, en houd het vuur klein.
- Laat een vuur nooit alleen. Doof het met water, roer, giet opnieuw en voel.
Wat je nodig hebt
- Twee manieren om aan te steken: een aansteker, lucifers in een dichte zak, of een vuurstaal (een staaf ferrocerium) met schraper.
- Tondel, aanmaakhout en droog, gekloofd brandhout (zie de tabel hieronder, en 05.15 Bijl, zaag en brandhout).
- Een mes en een bijl (VK.H06 Veilig snijden met een mes, VK.C06 Veilig hakken en kloven).
- Een emmer water van minstens 10 liter wordt getoetst en een schep.
- Werkhandschoenen en een metalen emmer met deksel voor as.
- Binnen: een koolmonoxidemelder met de norm NEN-EN 50291 op de verpakking, en een rookmelder.
Werkwijze
Hoe vuur werkt
Vuur heeft drie dingen nodig: brandstof, warmte en lucht. Haal er één weg en het vuur dooft. Hout brandt niet zomaar. Eerst verdampt het water eruit. Daarna geeft heet hout gas af, en dat gas brandt als vlam. Dun hout wordt snel heet, dik hout langzaam. Daarom begin je met heel dun materiaal en maak je het stap voor stap dikker.
De plek kiezen en klaarmaken
- Kies een plek uit de wind, minstens 4,5 meter van tent, struiken, houtstapel en lage takken.
- Kijk omhoog. Boven het vuur moet minstens drie keer zoveel ruimte zijn als de vlammen hoog zijn.
- Krab een cirkel van 3 meter doorsnede kaal, tot op de minerale grond.
- Graaf in het midden een kuil van ongeveer 30 cm diep, of leg een ring van stenen.
- Gebruik geen natte of poreuze stenen, zoals stenen uit een beek. Die kunnen barsten als ze heet worden.
- Natte grond of sneeuw? Leg een vloer van droge takken of schors (VK.F01 Een signaalvuur bouwen).
- Veengrond? Daar is geen minerale grond, en de bodem zelf kan gaan branden en ondergronds doorsmeulen. Stook daar niet op de grond wordt getoetst.
Tondel, aanmaakhout en brandhout
| № | Soort | Dikte | Voorbeelden | Zo test je het |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Tondel | Zo dun als papier of haar | Berkenschors, droog gras, dennennaalden, droogtrommelpluis, watten met vaseline, fijne houtkrullen | Vat vlam van één lucifer of vonk |
| 2 | Aanmaakhout | Van lucifer tot duim, dunner dan 2,5 cm | Dode takjes die nog aan de boom of struik hangen, gekloofde latjes | Knapt hoorbaar als je het breekt wordt getoetst |
| 3 | Brandhout | Van pols tot onderarm wordt getoetst | Gekloofd stookhout, droog onder een dak | Klinkt hol als je twee blokken tegen elkaar slaat wordt getoetst |
Hout op de grond lijkt droog, maar is vaak vochtig. Pak dode takjes die nog aan de boom hangen. Bij nat weer klief je een blok: de kern is vaak droog. Snijd daar dunne krullen aan die aan het stokje blijven zitten. Den, spar, wilg en populier drogen snel en zijn goed als aanmaakhout (05.15 Bijl, zaag en brandhout). Ook dennenappels en droog snoeihout van fruitbomen zijn bruikbaar. Brandhout moet droog zijn, onder ongeveer 20 procent vocht wordt getoetst (VK.C09 Brandhout stapelen en drogen). Stook nooit geverfd of geïmpregneerd hout, spaanplaat, plastic of banden: die geven giftige rook.
Een vuur opbouwen: de tipi
De tipi is de makkelijkste vorm en werkt ook met wat vochtig hout.
- Leg een vuist tondel in het midden van je kuil.
- Zet het dunste aanmaakhout er als een tentje omheen. Laat een opening aan de kant waar de wind vandaan komt.
- Zet daaromheen een tweede tentje van dikker aanmaakhout.
- Steek de tondel aan in de opening, onderaan.
- Smeult het? Blaas zacht en langzaam onderin.
- Voeg pas dikker hout toe als de vlammen door het vorige laagje heen komen. Te veel tegelijk smoort het vuur.
- Leg brandhout op als het aanmaakhout fel brandt. Bij harde wind maak je een leunvuur: aanmaakhout tegen een groene stok die schuin in de grond staat, de punt naar de wind. Voor een lang, rustig vuur een piramide: lagen hout kruislings, onderaan het dikst, bovenop een klein vuurtje dat naar beneden brandt. In een kachel kun je bovenaf aansteken, met de grote blokken onderin. Dat geeft minder rook wordt getoetst.
Aansteken zonder aansteker
Draag altijd twee manieren bij je. Hieronder van makkelijk naar moeilijk.
- Vuurstaal (ferrocerium). Houd de staaf met de punt in de tondel. Trek de staaf met kracht terug langs de schraper of de rug van je mes, zodat de vonken in de tondel vallen. Zo schop je de tondel niet weg wordt getoetst. Werkt ook als hij nat is geweest en weer is afgeveegd wordt getoetst.
- Batterij en staalwol. Houd een batterij van 9 volt met beide polen tegen een plukje fijne staalwol. De staalwol gloeit meteen. Houd hem direct tegen de tondel en blaas zacht. Draden van de twee polen van een andere batterij tegen elkaar houden geeft ook een vonk, maar doe dat nooit bij een auto-accu: die kan ontploffen wordt getoetst. Bewaar staalwol en batterij nooit samen in één zak: dan kan het vanzelf gaan branden wordt getoetst.
- Lens. Alleen bij felle zon: een vergrootglas of de lens van een verrekijker of camera. Maak de lichtvlek op de tondel zo klein mogelijk en houd hem stil tot het smeult. Donkere tondel werkt beter wordt getoetst.
- Vuursteen en staal. Sla met koolstofstaal, zoals de rug van een oude vijl, tegen een harde steen met een scherpe rand. Roestvrij staal vonkt slecht. Vang de vonk op met verkoold katoen.
- Boog en drilboor. Een stok van droog hard hout draait in een plankje van zacht hout tot er heet zwart poeder ontstaat, dat je in de tondel aanblaast. Zonder veel oefening lukt dit in nat weer zelden wordt getoetst. Oefen het op niveau II. Verkoold katoen maken. Doe stukjes katoen in een blikje met een klein gaatje in het deksel. Zet het in het vuur tot er geen rook meer uit het gaatje komt. Het katoen is dan zwart, niet verbrand. Bewaar het luchtdicht.
Een vuur gaande houden
- Houd het vuur klein: minder hout, minder rook, makkelijker te beheersen.
- Leg hout bij voordat het vuur is ingezakt. Om te koken zijn gloeiende kolen beter dan hoge vlammen (04.13 Koken op vuur en in de hooikist). Een raketkachel kookt met een handvol takken (05.11 Een raketkachel bouwen).
- Er blijft altijd iemand wakker bij een open vuur. Kinderen blijven buiten een vaste kring wordt getoetst.
- Geen loshangende kleding, lang haar vast. Kunststof kleding kan smelten en aan je huid plakken wordt getoetst. Brandwond? Koel meteen (07.05 Brandwonden).
- Gloed bewaren tot de ochtend: schep as over de kolen, in een kachel of kuil. Buiten alleen als iemand wakker blijft en het niet droog en winderig is. Wat het vuur je geeft, gebruik je meteen: kook water drinkbaar (02.01 Water drinkbaar maken), bewaar droge as van schoon hout voor loog (11.03 Loog uit houtas) en houtskool voor de smidse (11.02 Houtskool branden).
Doven: water, roeren, water, voelen
- Giet veel water op het vuur, tot het sissen stopt.
- Roer met een schep het water door de kolen, de as en de grond. Schraap de stukken hout af tot niets meer smeult.
- Giet opnieuw water en roer opnieuw, tot alles koud is.
- Houd de rug van je hand vlak boven de as. Voel je warmte, dan is het nog te heet om weg te gaan. Alleen zand of aarde is niet genoeg: het vuur kan eronder smeulen en later oplaaien. Weinig water? Meng aarde met wat water, roer goed en voel na een uur opnieuw wordt getoetst. As kan dagen heet blijven wordt getoetst: bewaar hem in een metalen emmer met deksel, buiten en ver van hout.
Binnen stoken en koolmonoxide
Koolmonoxide (CO) ontstaat als vuur niet goed brandt. Je ruikt het niet en ziet het niet. Het is ongeveer zo zwaar als lucht en mengt zich door de hele ruimte.
- Stook binnen alleen in een kachel of open haard met een schoorsteen die trekt. Nooit een open vuur op een vloer.
- Gebruik nooit houtskool, een barbecue, een campingkooktoestel of een gasoven om binnen te verwarmen. Niet in huis, niet in een garage, niet in een tent.
- Zet een aggregaat buiten, minstens 6 meter van ramen, deuren en roosters.
- Houd dag en nacht een rooster of raam op een kier.
- Leeg de aslade van de kachel op tijd. Een volle aslade geeft slechtere verbranding en meer CO.
- Smoor de kachel 's nachts niet om hem langer te laten branden. Dat geeft meer CO en teer in de schoorsteen wordt getoetst.
- Laat de schoorsteen minstens één keer per jaar vegen. Teer in de schoorsteen kan gaan branden (VK.C03 Een schoorsteenbrand aanpakken).
- Hang een CO-melder in de ruimte met de kachel. Test hem zoals op de verpakking staat. Signalen van CO lijken op griep: lichte hoofdpijn, misselijkheid, braken, moeheid. Daarna verwarring, slaperigheid en een snelle hartslag. Bij veel CO: bewusteloosheid en de dood. Hebben meerdere mensen in één ruimte tegelijk klachten, denk dan aan CO. Waarschuw iedereen, ga naar buiten en zet ramen en deuren wijd open. Ga pas terug als het vuur uit is en de ruimte goed gelucht is wordt getoetst. Bewusteloos maar ademt hij: stabiele zijligging (VK.B07 Stabiele zijligging). Ademt hij niet normaal: reanimatie (VK.B06 Reanimatie, 07.16 Acute noodgevallen). Zie verder 05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide.
Natuurbrand: wanneer je niet stookt
De brandweer werkt met twee fasen van natuurbrandrisico. In fase 2 is het al lang droog en mag je waarschijnlijk niet meer stoken, ook niet met een ontheffing. Sommige terreineigenaren verbieden open vuur in of bij de natuur helemaal, ook in een vuurkorf. Vooral droogte en harde wind maken een natuurbrand snel en onvoorspelbaar. Heide, droog gras en dennenbos branden hard in een droog voorjaar wordt getoetst. Na een ineenstorting meldt niemand de fase meer en controleert niemand dit, maar de reden blijft: er komen geen blusvliegtuigen en geen brandweer. Spreek als groep af dat je buiten niet meer stookt zodra het lang droog is. Kook dan bij zon op zonlicht (BR.06 Zonnekoker) en houd het vuur kort met een hooikist (BR.07 Hooikist uit een koelkast). Moet je toch vuur maken, doe het dan zo ver mogelijk van bos, heide en struiken, in een gesloten kachel op steen, met water ernaast, en nooit bij wind. Bij harde, droge wind stook je helemaal niet. Maak rond huis en voorraad een strook zonder brandbaar materiaal (VK.C04 Een brandgang maken). Breekt er toch brand uit, zie 05.14 Brand voorkomen en blussen.
Zo weet je dat het werkt
- Je tondel vat bij de eerste of tweede poging vlam, en het aanmaakhout brandt door.
- Het vuur geeft weinig rook wordt getoetst.
- De vlammen blijven binnen de kuil en er vallen geen vonken buiten de kale cirkel.
- Binnen blijft de CO-melder stil en krijgt niemand hoofdpijn.
- Na het doven voel je met de rug van je hand geen warmte meer boven de as.
- Je kunt op minstens twee manieren vuur maken zonder aansteker.
Zo weet je dat het misgaat
- De tondel brandt op, maar het aanmaakhout pakt niet: te dik of te nat. Splijt het dunner, maak krullen, leg meer tondel.
- Veel dikke rook: nat hout of te weinig lucht. Haal hout weg, maak openingen, gebruik droger hout.
- Het vuur gaat steeds uit: te veel hout tegelijk. Haal hout weg en blaas zacht onderin.
- De wind wakkert aan of er vliegen vonken: maak het vuur kleiner of doof het.
- Het vuur kruipt door gras of bladeren buiten de cirkel: doof meteen met water, een natte jutezak of aarde. Lukt dat niet, waarschuw iedereen en ga weg (05.14 Brand voorkomen en blussen).
- Binnen piept de CO-melder, of mensen krijgen hoofdpijn of worden misselijk: iedereen naar buiten, ramen en deuren open.
- Rook komt de kamer in: laat het vuur uitgaan en controleer of de schoorsteen open en schoon is. Brandt de schoorsteen zelf: VK.C03 Een schoorsteenbrand aanpakken.
Gevaar · Brand en koolmonoxide Gebruik nooit houtskool, een barbecue, een campingkooktoestel of een aggregaat binnen, in een garage of in een tent. Koolmonoxide kan je in je slaap doden. Laat een vuur nooit alleen, ook niet even.
- Giet nooit benzine, spiritus of een andere brandstof op een vuur dat brandt of smeult wordt getoetst.
- Gebruik geen natte of poreuze stenen rond het vuur: ze kunnen barsten.
- Stook buiten niet in een lange droge periode of bij harde wind, zeker niet bij heide, dennenbos of droog gras.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Aansteker en lucifers | Vuurstaal, batterij met staalwol, een lens in de zon, vuursteen met koolstofstaal |
| 2 | Tondel | Droogtrommelpluis, watten met vaseline, berkenschors, dennenhars, papier, fijne houtkrullen |
| 3 | Droog aanmaakhout | Klief nat hout en snijd krullen uit de droge kern; dode takjes die nog aan de boom hangen |
| 4 | Schep | Een pan, een plank of een stevige tak |
| 5 | Emmer water | Een natte jutezak en aarde, maar dan langer roeren en vaker voelen |
| 6 | Vuurkuil | Een ring van droge, niet-poreuze stenen, of de trommel van een wasmachine op stenen (DK.04 Wasmachine) |
| 7 | CO-melder | Geen goede vervanging. Stook alleen als iedereen wakker is, en houd een raam open wordt getoetst |
Achtergrond
Als hout warm wordt, verdampt eerst het water. Daarna valt het hout uiteen in brandbare gassen, die boven het hout als vlam branden. Wat overblijft is houtskool, die gloeit zonder vlam. Dun hout heeft veel buitenkant per gram, wordt snel heet en geeft snel gas. Daarom begin je dun. Nat hout kost eerst warmte om het water te verdampen. Het vuur brandt kouder en onvolledig: meer rook, meer koolmonoxide, meer teer (05.15 Bijl, zaag en brandhout). CO ontstaat ook bij te weinig lucht, zoals in een gesmoorde kachel of bij een volle aslade. In je bloed neemt CO de plaats in van zuurstof, waardoor je suf wordt voordat je merkt dat er iets mis is wordt getoetst. Water dooft vooral door af te koelen. Roeren brengt het water bij de kolen onder de as. Zand en aarde koelen niet, waardoor een vuur eronder uren kan blijven smeulen wordt getoetst. Bewijs: nooit houtskool, een barbecue of een aggregaat binnen A (veel vastgelegde vergiftigingen, zeker na stormen en stroomuitval). Een CO-melder in de stookruimte B (brandweeradvies en Europese norm, beperkt eigen onderzoek). Doven met water, roeren en voelen B (praktijk van bosbeheer en brandweer). Doven met alleen zand of aarde D: het vuur kan opnieuw oplaaien. Opbouw van tondel naar brandhout C (algemene praktijkkennis). Bovenaf aansteken voor minder rook C. Wrijvingsvuur als enige methode voor wie het niet heeft geoefend D.
Volgende niveau
Op niveau II oefen je elke maand, ook in de regen en met koude handen. Maak een waterdichte vuurdoos: twee aanstekers, een vuurstaal, watten met vaseline, verkoold katoen, stormlucifers. Oefen boog en drilboor tot het drie keer achter elkaar lukt. Bouw een raketkachel (05.11 Een raketkachel bouwen) en een signaalvuur dat klaarstaat (VK.F01 Een signaalvuur bouwen). Leg hout aan voor een jaar (05.15 Bijl, zaag en brandhout). Maak loog uit de as (11.03 Loog uit houtas) en houtskool (11.02 Houtskool branden).
Controlelijst
- Ik kan op minstens twee manieren vuur maken zonder aansteker.
- Ik leg tondel, aanmaakhout en brandhout klaar voordat ik aansteek.
- Ik kies een kale plek, minstens 4,5 meter van tent, struiken en hout, met niets erboven.
- Ik zet water en een schep klaar en laat een vuur nooit alleen.
- Ik doof met water, roeren, opnieuw water en voelen met de rug van mijn hand.
- Ik stook binnen alleen in een kachel met schoorsteen, met een CO-melder en een rooster op een kier.
- Ik gebruik nooit houtskool, een barbecue of een aggregaat binnen.
- Ik stook buiten niet in een lange droge periode of bij harde wind.
Verantwoording
- Smokey Bear (USDA Forest Service): Campfire Safety: 15 voet (4,5 meter) van tent en begroeiing, drie keer de vlamhoogte vrij erboven, 10 voet (3 meter) kaal maken, kuil van 1 voet (30 cm), aanmaakhout dunner dan 1 inch (2,5 cm), klein houden, doven met water, roeren, water en voelen, niet alleen zand of aarde.
- Survival Manual, hoofdstuk 7 Firecraft (open bewerking van US Army FM 21-76): branddriehoek, gas uit verhit hout, geen natte of poreuze stenen, tondel, aanmaakhout en brandhout, tipi, leunvuur en piramide, lens, vuurstaal, batterij, vuursteen en koolstofstaal, boog en drilboor, verkoold katoen, hout van de grond is vaak vochtig.
- Brandweer: Koolmonoxide: CO ongeveer zo zwaar als lucht, volle aslade geeft meer CO, rooster dag en nacht op een kier, schoorsteen jaarlijks vegen, melder met NEN-EN 50291, klachten, naar buiten en 112.
- Brandweer: Natuurbrandrisico: fase 1 en 2, in fase 2 waarschijnlijk niet stoken, ook niet met ontheffing; terreineigenaren die open vuur verbieden; droogte en wind.
- CDC: What to Do to Protect Yourself During a Power Outage: aggregaat minstens 20 voet (6 meter) van ramen, deuren en roosters; nooit houtskool, barbecue, lamp of campingkooktoestel in huis, tent of camper; geen gasoven om te verwarmen; wie slaapt of gedronken heeft, kan sterven zonder klachten. Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de hoeveelheid bluswater, de breek- en kloptest voor droog hout, 20 procent vocht, bovenaf aansteken, de techniek met vuurstaal, het gevaar van staalwol bij een batterij, wrijvingsvuur in nat weer, hoe lang as heet blijft, kunststof kleding, benzine op vuur, smoren van de kachel en het brandgevaar van veengrond. Getoetst door: nog niet.