Hoofdstuk · Chemie & basisstoffen
Papier maken
Pulp uit oud papier, lompen en brandnetel, een schepraam en een vel dat inkt houdt
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Loog en heet water Houtasloog en soda zijn bijtend; een spat in het oog kan blind maken. Bril, handschoenen, schort, buiten of onder een open afdak koken, en een emmer schoon water naast de ketel om meteen te spoelen (11.01 Veilig werken met stoffen). Een pan kokende loog tilt niemand alleen. Zet kinderen en dieren weg van de kuip en de ketel.
Gevaar · Brand Drogende vellen, droge lompen en papierstapels branden fel. Niet drogen bij de kachel, geen lamp of kaars in de droogruimte (05.14 Brand voorkomen en blussen).

Waarom dit telt
Zonder papier verdwijnt kennis met de mensen die haar dragen: het logboek van de put, de dosislijst van de arts, de kaart van het dorp, de les voor de kinderen. De eerste jaren is er papier genoeg in kantoren, scholen en winkels (10.13 De stad als voorraadkast), maar het raakt op, wordt vochtig en vergeelt. Zelf papier scheppen is oud ambacht dat met een zeef, een kuip en een pers al lukt, en het is de enige manier om het kennisarchief (16.01 Een kennisarchief) na tien jaar nog te kunnen bijschrijven.
Als er nog hulp is Koop nu zuurvrij papier en schriften met een vermelding "ISO 9706" of "zuurvrij", en potloden: een voorraad voor jaren kost weinig en weegt weinig. Schrijf wat moet blijven met potlood of zwarte pigmentinkt, niet met een balpen die vervaagt wordt getoetst.
Eerst doen
- Verzamel en bewaar oud papier droog: kantoorpapier, enveloppen, boekpagina's zonder glanslaag. Kranten en karton geven slecht, grauw papier.
- Bewaar katoenen en linnen lompen apart van synthetisch textiel; alleen natuurvezel wordt papier.
- Bouw een schepraam: een houten lijst met strak gespannen gaas en een losse tweede lijst (de deckel) erop.
- Zet een kuip van minstens 40 liter klaar, een stapel wollen dekens of handdoeken en twee platte planken met gewicht.
- Schep de eerste vellen van oud papier; leer eerst scheppen, koetsen en persen voordat je aan plantenvezel begint.
- Test elk vel met een druppel water en een streep inkt voordat je er iets belangrijks op schrijft.
Wat je nodig hebt
- Een schepraam: twee houten lijsten van bijvoorbeeld 25 bij 35 cm, de ene met fijn gaas (horrengaas, fijn metaalgaas, strak geweven vitrage), de andere leeg als deckel.
- Een kuip of bak die breder is dan het raam, met 30 tot 40 liter water.
- Oud papier, lompen van katoen en linnen, of plantenvezel: brandnetelstengels, stro van graan (04.16 Graan dorsen, wannen en malen), vlas, hennep.
- Een stamper en een houten blok of een vijzel om vezels te slaan; een blender op 12 volt werkt ook, maar snijdt de vezels kort.
- Houtasloog of soda voor het koken van lompen en plantenvezel (11.03 Loog uit houtas), met bril en handschoenen (11.01 Veilig werken met stoffen).
- Zo'n twintig wollen dekens, vilten lappen of oude handdoeken als koetsdoeken.
- Twee stevige planken, zo groot als het raam, en gewicht: stenen, een krik met blokken (VK.L06 Een last veilig opkrikken en ondersteunen met blokken) of een schroefpers.
- Lijmstof voor het vel: gelatine uit huidlijm (VK.H10 Huidlijm koken) of zetmeel uit tarwe, aardappel of maïs.
- Een beetje krijt, kalksteenmeel of fijngestampte schelpen om het papier niet-zuur te maken.
- Een droge, luchtige ruimte om vellen te laten drogen.
Werkwijze
Pulp uit oud papier
Het snelste papier maak je van papier dat er al is. De vezels zijn al kort, dus het nieuwe vel wordt zachter en zwakker dan het oude, en elke ronde hergebruik maakt het slechter. Goed genoeg voor logboeken en schoolwerk.
- Scheur het papier in stukjes van 2 tot 3 cm. Haal plastic, nietjes, plakband en glanzende bladen eruit.
- Week het een nacht in water.
- Sla het nat tot pap: in een emmer met een stamper, in een vijzel, of kort in een blender met veel water. Pap is klaar als je geen stukjes meer ziet en het tussen je vingers als dunne brij voelt.
- Roer de pap door de kuip: ongeveer een deel pap op twintig delen water wordt getoetst. Meer water geeft dunner papier, minder water dikker. Bedrukt papier geeft grijs papier; dat kun je niet bleken zonder chemicaliën. Gebruik het voor klad en voor het logboek, en houd wit kantoorpapier en lompen voor wat moet blijven.
Pulp uit lompen
Katoen en linnen leveren het sterkste, duurzaamste papier; Europese papiermolens draaiden er eeuwen op, en archiefpapier van lompen is na vijfhonderd jaar nog goed wordt getoetst. Het vraagt wel veel slagwerk.
- Knip of scheur de stof in stukken van 1 tot 2 cm. Alleen katoen, linnen, hennep, jute; geen wol (vilt, geen papier) en geen synthetisch.
- Kook de stukjes een tot twee uur in zwak loogwater, zodat vet, vuil en lijmresten oplossen, en spoel tot het water helder is wordt getoetst. Zonder loog kun je lompen ook weken tot ze beginnen te rotten (retten), dat duurt een tot twee weken en stinkt wordt getoetst.
- Sla de natte stukjes op een hard blok met een houten hamer, of stamp ze in een trog, tot de vezels los van elkaar liggen en het geheel een vezelige pap is. Reken op uren; molens deden dit met stampers op water- of windkracht. Hoe langer je slaat, hoe gladder en sterker het papier.
- Test: een snufje pap in een glas water moet uit elkaar drijven tot losse vezels zonder klonten.
Pulp uit plantenvezel
Brandnetel, vlas en hennep hebben lange bastvezels in de stengel (09.07 Touw en vezels, 09.16 Spinnen, breien en weven); stro en riet geven kortere vezels en zwakker papier. Plantenvezel moet gekookt worden met loog, anders blijven lijm en houtstof tussen de vezels zitten.
- Oogst brandnetel in de nazomer, als de stengels lang en houtig zijn. Laat ze een week in water of op het gras liggen (retten) en stroop de bast van de houtige kern. Stro en riet hak je in stukken van 5 cm.
- Kook de vezel in houtasloog (11.03): de vezel moet ruim onder staan, en de loog is zwak genoeg als je er met een handschoen in kunt zonder dat de huid meteen glad en zeperig voelt wordt getoetst. Hobby-papiermakers gebruiken soda ter grootte van ongeveer een kwart van het droge vezelgewicht wordt getoetst. Kook twee tot drie uur buiten, roer elk half uur, met bril en handschoenen; loog altijd bij het water, nooit water bij de loog.
- Klaar is de vezel als een pluk dwars op de draad makkelijk uit elkaar trekt. Te lang of te sterk koken maakt de vezels kort en het papier zwak.
- Spoel in vele keren water tot het water helder is en niet meer glibberig voelt, en pluk vuil en houtstukjes eruit.
- Sla de vezel zoals lompen, ongeveer een half uur of langer, tot pap. Een zwak basisch kookbad met houtas of soda is volgens onderzoek aan Japans papier beter voor de houdbaarheid dan bijtende natronloog of kalk. Gebruik houtasloog, geen kalk, voor papier dat moet blijven.
Scheppen
- Roer de kuip op tot de vezels overal even dicht zweven; een kuip die rust, geeft ongelijke vellen.
- Leg de deckel op de gaaskant van het raam en houd beide stevig vast aan de korte zijden.
- Steek het raam schuin, ongeveer 45 graden, aan de verste kant in de kuip, trek het naar je toe en til het horizontaal op, in één rustige beweging.
- Schud het raam meteen licht van voor naar achter en van links naar rechts terwijl het water wegloopt: zo weven de vezels in elkaar in alle richtingen.
- Laat uitlekken tot het niet meer stroomt. Een vel met een gat of een dikke plek: raam omdraaien, pap terug in de kuip, opnieuw.
- Haal de deckel eraf zonder te druppelen op het vel.
Koetsen, persen en drogen
Koetsen is het natte vel van het gaas op een doek overbrengen.
- Leg een natte, uitgewrongen deken of vilten lap op een plank, glad en zonder vouwen.
- Zet de lange kant van het raam op de doek, kantel het vel in één rollende beweging op de doek en druk het raam licht aan.
- Til het raam aan de andere kant op; het vel blijft op de doek liggen. Lukt dat niet, dan was de doek te droog of het vel te nat; wacht iets langer met uitlekken.
- Leg een volgende doek erop en koets het volgende vel. Zo bouw je een stapel ("post") van tien tot twintig vellen met doeken ertussen.
- Pers: plank erop, en dan gewicht, stapsgewijs steeds meer. Hoe harder je perst, hoe dichter en harder het papier. Laat een uur of langer onder druk staan, tot er geen water meer uitloopt.
- Haal de vellen voorzichtig van de doeken en plak ze met de hand op een gladde plank, een raam of een muur, of hang ze over een lijn in een luchtige schaduw. Op een plank drogen geeft een gladde kant. Drogen duurt een dag tot enkele dagen; bij droog zomerweer korter, in de winter langer.
- Strijk droog papier glad onder een plank of met een gladde steen.
Lijmen tegen uitlopende inkt
Ongelijmd papier zuigt als vloeipapier: elke inktstreep loopt uit. Lijmen (sizing) sluit de vezels met gelatine of zetmeel, zoals papiermakers tussen 1400 en 1800 deden met gelatine.
- Gelatine. Kook huidlijm (VK.H10 Huidlijm koken) of gelatine dun op: ongeveer een deel droge lijm op dertig tot vijftig delen warm water wordt getoetst, warm maar niet heet. Trek elk droog vel kort door het bad of strijk het aan beide kanten met een kwast, laat afdruipen en droog opnieuw. Dit geeft stevig, iets glanzend papier dat tegen een gum kan.
- Zetmeel. Kook een eetlepel tarwe-, aardappel- of maïszetmeel in een halve liter water tot het dun en glazig is, laat afkoelen en roer het door de kuip, of strijk het op de droge vellen wordt getoetst. Zetmeel is makkelijker en goedkoper, maar geeft zachter papier.
- Geen aluin of hars toevoegen, ook al staat dat in oude boeken: aluinhoudende lijm maakt papier zuur en laat het sneller bros worden wordt getoetst. Gelijmd papier test je met een druppel water: die moet een halve minuut als een parel blijven staan en pas langzaam wegzakken wordt getoetst.
Papier dat eeuwen meegaat
Voor het kennisarchief (16.01) gelden strengere eisen dan voor klad. Archiefnormen vragen papier met vrijwel geen houtstof (lignine; de Amerikaanse norm ANSI Z39.48 zegt maximaal 1 procent), en ISO 9706 vraagt een zuurgraad tussen pH 7,5 en 10 en een voorraad kalk in het papier (20 gram calciumcarbonaat per kilo) die later gevormde zuren opvangt. Zo kom je in de buurt:
- Lompen van katoen of linnen, of lange bastvezel van brandnetel, vlas of hennep. Geen krantenpapier, geen stro voor wat moet blijven.
- Koken met houtas of soda, niet met kalk, en spoelen tot het water helder is.
- Een handvol fijn kalksteenmeel, krijt of gestampte schelp per kuip door de pap: dat is dezelfde stof als de alkalische reserve in archiefpapier wordt getoetst.
- Gelatine of zetmeel als lijm, geen aluin.
- Droog, donker en koel bewaren, in houten of kartonnen dozen; vocht en licht doen meer kwaad dan de tijd. Bestaand papier beoordelen: krantenpapier en pockets vergelen en breken binnen tientallen jaren; wit kantoorpapier van na ongeveer 1990 is meestal niet-zuur en houdt lang wordt getoetst; oud lompenpapier is het beste wat er is. Schrijf wat blijven moet over op het beste papier dat je hebt.
Inkt uit roet en galnoten
Papier zonder inkt is niets. Twee oude inkten kun je zelf maken; de volledige recepten, het drukken en het bewaren staan in 16.05 Papier en drukwerk.
- Roetinkt. Vang roet op van een olielamp of een walmende kaars op een koude plaat (01.12 Vuur maken en beheren), wrijf het fijn met een beetje water en een bindmiddel: arabische gom, kersengom, huidlijm of eiwit. Roet is koolstof: het verbleekt niet en tast papier niet aan wordt getoetst, maar de inkt verdraagt geen water, dus hij heeft gelijmd papier nodig.
- IJzergallusinkt. Galnoten (de ronde gallen op eikenbladeren en -twijgen) bevatten looizuur; met ijzersulfaat en een beetje gom wordt dat na enkele dagen aan de lucht diepzwart. Een Engels recept uit omstreeks 1483 mengt galnoten, ijzervitriool, gom en water in gelijke delen; studenten van West Dean gebruikten 5 gram galnoten op 75 milliliter water met 1 gram ijzersulfaat en 1 gram arabische gom. Te veel ijzer is de klassieke fout: het overschot tast het papier aan en de inkt kan er na verloop van tijd doorheen vreten. Deze inkt is watervast, wat hem geschikt maakt voor kaarten en etiketten. Schrijf wat eeuwen moet blijven liever met potlood of roetinkt dan met ijzergallus. Potloden zijn er in elke school en elk kantoor; verzamel ze.
Zo weet je dat het werkt
- Een vel laat zich na het drogen omvouwen en weer terugvouwen zonder te breken.
- Een druppel water blijft op gelijmd papier een halve minuut staan.
- Een streep roetinkt blijft scherp en loopt niet uit in haartjes.
- Het vel is overal even dik als je het tegen het licht houdt, zonder gaten of klonten.
- Papier van een jaar oud is niet geel, niet bros en ruikt niet zuur.
Zo weet je dat het misgaat
- Het vel scheurt bij het koetsen of valt uit elkaar: te kort geslagen pulp of te weinig pulp in de kuip. Langer slaan, kuip dikker maken, vel dikker scheppen.
- Het vel blijft aan het gaas plakken: de koetsdoek is te droog of het vel is te nat. Doek natter maken, vel langer laten uitlekken, raam in één rollende beweging kantelen.
- Inkt loopt uit: niet of te dun gelijmd. Vellen opnieuw door een sterker gelatinebad halen.
- Het papier wordt na maanden geel en bros: lignine (hout, stro, krant) of zuur erin. Zulk papier alleen voor klad; voor het archief lompen en kalk.
- Schimmelvlekken op natte vellen of in de stapel: te langzaam gedroogd. Vellen uit elkaar, in de wind drogen, doeken wassen en koken; beschimmeld papier niet in het archief.
- De pap in de kuip stinkt en wordt slijmerig na een paar warme dagen: bacteriën. Kuip legen, schoonmaken, verse pap; in de zomer elke dag kleine hoeveelheden maken.
Gevaar · Loog en heet water Houtasloog en soda zijn bijtend; een spat in het oog kan blind maken. Bril, handschoenen, schort, buiten of onder een open afdak koken, en een emmer schoon water naast de ketel om meteen te spoelen (11.01 Veilig werken met stoffen). Een pan kokende loog tilt niemand alleen. Zet kinderen en dieren weg van de kuip en de ketel.
Gevaar · Brand Drogende vellen, droge lompen en papierstapels branden fel. Niet drogen bij de kachel, geen lamp of kaars in de droogruimte (05.14 Brand voorkomen en blussen).
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Gaas voor het raam | Vitrage of fijn linnen strak gespannen, of een rooster van dunne gespleten riet of grashalmen naast elkaar gebonden (zo werkte het oudste raam) wordt getoetst |
| 2 | Koetsdoeken van wol | Oude handdoeken, dekens van elke stof, zelfs vlakke stukken karton dat je daarna droogt |
| 3 | Een pers | Twee planken met zware stenen, een krik tussen plank en balk (VK.L06), of ga er zelf op staan |
| 4 | Gelatine | Zetmeel uit tarwe of aardappel; of ongelijmd papier met potlood beschrijven |
| 5 | Loog of soda | Alleen oud papier en schone katoenen lompen gebruiken, die hebben geen koken nodig; plantenvezel lukt dan niet |
| 6 | Krijt of kalksteen | Fijngestampte schelpen of eierschalen, gezeefd wordt getoetst |
| 7 | Papier, helemaal | Een lei met griffel, een wastafel van bijenwas in een plank, berkenschors, een plank met krijt (14.08 Berichten vastleggen, 03.11 Foerageren door het jaar) |
Achtergrond
Papier is een vlies van plantenvezels (cellulose) die in water uit elkaar gaan en bij het drogen weer aan elkaar klitten met waterstofbruggen; geen lijm nodig. Daarom moet je de vezels slaan, niet snijden: slaan rafelt de vezel open en maakt duizenden haakjes die zich aan elkaar hechten, snijden maakt alleen korte stompjes. Een blender snijdt, een stamper slaat. Lange vezels (katoen, linnen, bast) geven sterk papier, korte (hout, stro, oud papier) zwak papier. Loog lost de lijmstoffen tussen de vezels op, zodat ze los komen zonder te breken. Hout- en stropapier bevatten lignine, de houtstof, die in licht en lucht zuur vormt en vergeelt; daarom valt een krant van vijftig jaar uit elkaar en een boek van 1600 niet. Zuur breekt de celluloseketens, en een voorraad kalk in het papier vangt dat zuur op. Lijm sluit de holtes tussen de vezels, zodat inkt op het oppervlak blijft in plaats van erin te trekken. Bewijs: scheppen, koetsen, persen en drogen A (eeuwenoud ambacht, museum- en vakbronnen). Gelatine als lijm en de werking tegen uitlopen B (conserveringsonderzoek, historisch gebruik). Zwak basisch koken is beter voor houdbaarheid dan natronloog of kalk B (onderzoek aan Japans papier). Aluin en hars als oorzaak van verzuring B (conservering). Kalk in de pap als alkalische reserve C (afgeleid uit de archiefnorm, niet als handwerk beschreven). De verhoudingen van loog, pap en lijm C (hobby- en lesbronnen, uiteenlopend).
Volgende niveau
Bouw een echte stamper: een molen met nokkenas en houten hamers op water- of windkracht, zoals de Zaanse papiermolens, of een "hollander" met een draaiende rol met messen die de vezels maalt wordt getoetst. Maak een groot raam van 50 bij 70 cm en een schroefpers. Leer vellen watermerken met een draad op het gaas, als keurmerk van jullie archief. Ga dan verder met 16.05 Papier en drukwerk: inkt in voorraad, een pers voor drukken, boekbinden, en 16.03 Experimenten documenteren om elke proef vast te leggen. Leg een vlas- of hennepveldje aan voor vezel (09.16) en een wilgenhoek voor houtskool en manden.
Controlelijst
- Ik bewaar oud papier en lompen droog en gescheiden van synthetisch textiel.
- Ik sla pulp met een stamper en snijd hem niet kort.
- Ik kook lompen en plantenvezel in zwakke houtasloog met bril en handschoenen, buiten.
- Ik schep schuin in, schud het raam en koets in één rollende beweging.
- Ik pers de stapel tot er geen water meer uitloopt en droog in de schaduw.
- Ik lijm papier met gelatine of zetmeel en nooit met aluin.
- Ik test elk vel met een druppel water en een streep inkt.
- Ik schrijf wat moet blijven op lompenpapier met potlood of roetinkt.
Verantwoording
- Robert C. Williams Museum of Papermaking (Georgia Tech): Hand Papermaking Glossary: schepraam en deckel, koetsen op vilt, een blender snijdt vezels in plaats van ze te breken, lijmen met gelatine of maïszetmeel tegen water en voor inkt, rosin en aluin in fabriekspapier.
- Museum of Fine Arts Boston: Handmade Paper: oud papier in stukjes scheuren, een nacht weken, raam van gaas, schuin inscheppen, meer water geeft dunner papier, koetsen op vilt of handdoek, enkele dagen drogen.
- Fabriano: Handmade paper: vellen worden in dierlijke gelatine gebaad voor de houdbaarheid; lompen van katoen en linnen.
- Barrett en Mosier, The Role of Gelatin in Paper Permanence (JAIC 1995): gelatine als lijm tussen 1400 en 1800 tegen uitlopende inkt; aluin, zuurgraad en alkalische reserve bepalen de stabiliteit.
- Library of Congress: Permanent paper standards (ISO 9706, ANSI Z39.48): ISO 9706: pH 7,5 tot 10, alkalische reserve 20 gram calciumcarbonaat per kilo; ANSI Z39.48: maximaal 1 procent lignine.
- Slovak National Library catalog: The Effect of Cooking Agents on the Permanence of Washi (Part II): milde alkali zoals houtas en soda is beter voor de houdbaarheid van papier dan natronloog of kalk.
- Lacour Art: Cooking Japanese fibre: koken in loog of sterke sodaoplossing twee tot drie uur, klaar als de vezel dwars uit elkaar trekt, buiten koken, loog bij het water.
- Atlas of Making: Stinging nettle paper: brandnetel in de nazomer oogsten, retten, bast strippen, koken in loog, te sterke loog maakt vezels kort.
- CAMEO (Museum of Fine Arts Boston): Carbon ink: roetinkt is lampzwart in een dunne oplossing van gom of lijm.
- The National Archives (VK): Recipe for making iron gall ink, c. 1483: galnoten, ijzervitriool, arabische gom en water in gelijke delen.
- West Dean College: Making and testing iron gall ink: 5 gram galnoten, 75 milliliter water, 1 gram ijzersulfaat, 1 gram arabische gom; een overschot aan ijzer blijft in de inkt en breekt het papier af; veel historische inkten bevatten te veel ijzer.
- The National Archives blog: Galling ink: ijzergallusinkt is van zichzelf instabiel voor lange bewaring. Alleen als zoekfragment gezien, niet als volledige tekst: Fabriano, Barrett en Mosier, de catalogusregel over washi, Lacour Art, Atlas of Making, CAMEO en de blog van The National Archives (die laatste twee weigerden de opvraag). Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de houdbaarheid van lompenpapier, het verval door aluin, de kleurechtheid van roetinkt, de balpen, de verhouding pap op water, het koken van lompen in loog en het retten, de sodahoeveelheid en de loogsterkte, de verdunning van gelatine en de zetmeelmaat, de druppeltest, het kalkmeel in de pap, de houdbaarheid van kantoorpapier van na 1990, het rietraam, de schelpen als kalkbron, en de bouw van stampmolen en hollander. Getoetst door: nog niet.