Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis
Iemand onderzoeken: de vitale functies
Een vaste volgorde, je handen, een klok en een kaart
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Wat meten niet kan
- Normale waarden sluiten een inwendige bloeding, een bloeding in het hoofd of een vergiftiging niet uit.
- Bij ouderen en bij wie bètablokkers slikt, stijgt de pols soms niet bij shock of koorts wordt getoetst.
- Jonge, fitte mensen en kinderen houden de bloedsomloop lang op peil en storten dan plotseling in wordt getoetst.
- Beweeg na een val of aanrijding de nek niet onnodig, en dwing nooit een houding af.

Waarom dit telt
Zonder ziekenhuis ben jij de monitor. Of iemand beter of slechter wordt, zie je alleen als je meet, opschrijft en na een kwartier opnieuw meet. Een vaste volgorde zorgt dat je onder stress niets overslaat. Je hebt geen bloeddrukmeter nodig: ademhaling, pols, huid, bewustzijn en temperatuur vertellen het meeste.
Als er nog hulp is Bel 112 zodra je een levensbedreiging ziet en ga daarna door met onderzoeken. Geef de meldkamer je getelde waarden en de tijden door.
Eerst doen
- Kijk of het veilig is: verkeer, vuur, stroom, gas, rook, puin, een agressief mens of dier.
- Spreek de persoon luid aan en knijp stevig in zijn schouder: "Hoort u mij?"
- Zoek een levensbedreigende bloeding en stop die direct (07.02 Bloedingen stoppen).
- Open de luchtweg en kijk, luister en voel hooguit tien seconden of hij normaal ademt. Zo niet: begin met reanimatie (VK.B06).
- Werk daarna A, B, C, D en E af, in die volgorde. Los wat je vindt op voordat je verder gaat.
- Schrijf de tijd en je bevindingen op, en meet elke vijf tot vijftien minuten opnieuw.
Wat je nodig hebt
- Een klok of horloge met secondewijzer.
- Een zaklamp of hoofdlamp.
- Een thermometer: digitaal met reservebatterijen, of een glazen zonder kwik.
- Een schaar, handschoenen, een deken en isolatie voor tegen de grond.
- Een potlood (schrijft ook nat) en onderzoekskaarten, of papier met dezelfde kolommen.
- Liefst een tweede persoon die opschrijft terwijl jij meet.
Werkwijze
De vaste volgorde
De European Resuscitation Council raadt iedereen dezelfde volgorde aan: veiligheid, aanspreekbaarheid, levensbedreigende bloeding, en dan ABCDE. A is de luchtweg, B de ademhaling, C de bloedsomloop, D het bewustzijn en E het blootstellen en de temperatuur. Die volgorde volgt wat het snelst doodt. Daarna volgt de tweede ronde van hoofd tot teen.
Aanspreekbaarheid: AVPU
Benoem het bewustzijn met één letter en schrijf die elke ronde op.
| № | Letter | Betekenis | Zo test je het |
|---|---|---|---|
| 1 | A | Alert: wakker, ogen open | Hij kijkt je aan en antwoordt |
| 2 | C | Nieuw verward | Weet hij zijn naam, de plek en de dag? Vraag een naaste of dit nieuw is |
| 3 | V | Reageert alleen op stem | Hij opent zijn ogen of kreunt pas als je hard praat |
| 4 | P | Reageert alleen op pijn | Knijp stevig in de spier tussen hals en schouder |
| 5 | U | Reageert niet | Geen reactie op stem en op pijn |
De C voor nieuwe verwardheid is een Europese en Britse toevoeging aan het bekende AVPU. Alles onder A is alarmerend. Reageert iemand niet maar ademt hij normaal: stabiele zijligging (VK.B07). Na een ongeval blijft hij op zijn rug zolang de luchtweg vrij blijft en jij erbij blijft. Braakt hij of loopt er bloed in zijn keel, draai hem dan met helpers in één lijn op zijn zij wordt getoetst.
A: de luchtweg
Kijk met een lamp in de mond en luister. Gorgelen is vocht in de keel: draai op de zij of veeg de mond leeg. Snurken is de tong: kantel het hoofd en til de kin op. Gieren bij inademen is een deels afgesloten luchtweg, en dat is gevaarlijk. Heftig ademen zonder geluid is een volledig afgesloten luchtweg (VK.B04 Verslikking bij volwassene en kind). Blauwe lippen zijn een laat teken.
B: de ademhaling tellen
- Houd zijn pols vast alsof je die telt. Wie weet dat je zijn adem telt, ademt anders wordt getoetst.
- Tel een volle minuut elke keer dat de borst omhoog komt. Bij een baby kijk je naar de buik.
- Let op diepte, ritme, geluid en moeite: werken de halsspieren mee, trekt de huid in tussen de ribben, bewegen de neusvleugels?
- Laat hem een zin zeggen. Lukken alleen losse woorden, dan is er ernstige ademnood wordt getoetst. Een volwassene ademt in rust 12 tot 20 keer per minuut. Snel ademen is vaak het eerste teken dat het misgaat, ook bij bloedverlies en infectie.
C: de pols tellen zonder apparaat
- Leg wijsvinger en middelvinger aan de binnenkant van de pols, aan de duimkant. Niet je duim: daarin voel je je eigen pols wordt getoetst.
- Voel je niets, zoek dan in de hals, in de groef naast het strottenhoofd, aan één kant tegelijk wordt getoetst. Bij een baby voel je aan de binnenkant van de bovenarm wordt getoetst.
- Tel dertig seconden en doe het maal twee. Onregelmatig: tel een volle minuut.
- Let op snelheid, regelmaat en kracht.
- Voel bij letsel aan arm of been ook voorbij het letsel. Een volwassene heeft in rust een pols van ongeveer 60 tot 100. Voel je hem bij de pols niet maar in de hals wel, dan is de bloeddruk waarschijnlijk laag wordt getoetst. Bij shock mag je vijftien seconden tellen en dat maal vier doen (VK.B15 Shock herkennen en opvangen).
C: capillaire refill, huid en plas
Houd een vingertop op harthoogte. Druk vijf seconden tot de huid wit wordt, laat los en tel de seconden tot de kleur terug is. Bij een volwassene is dat meestal binnen twee seconden; bij een kind is drie seconden of langer een waarschuwing. Kou, slecht licht en hoge leeftijd maken de tijd langer. Is iemand koud, druk dan ook op het borstbeen wordt getoetst. Bleek, koud en klam wijst op shock. Grauw of gevlekt is bij een kind een teken van ernstige ziekte. Een uitslag die niet wegtrekt onder een glas kan een levensgevaarlijke infectie zijn wordt getoetst (07.08 Koorts en besmettelijke ziekten). Een volwassene hoort minstens een halve milliliter per kilo per uur te plassen: bij 70 kilo ongeveer 35 ml per uur. Veel minder wijst op shock of uitdroging (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing).
D: bewustzijn, pupillen en suiker
- Benoem opnieuw A, C, V, P of U.
- Kijk naar tekens van een beroerte: hangt een mondhoek als hij lacht, zakt een gestrekte arm weg, praat hij onduidelijk wordt getoetst?
- Schijn met de lamp van opzij in elk oog. Normaal zijn de pupillen even groot en worden ze allebei kleiner.
- Denk bij iedereen die suf, zweterig of vreemd is aan lage bloedsuiker (VK.B14 Lage bloedsuiker herkennen en verhelpen). Pupillen die verschillend groot worden na een klap op het hoofd zijn een alarmteken wordt getoetst; een klein verschil kan aangeboren zijn wordt getoetst. Piepkleine pupillen met trage ademhaling wijzen op een overdosis opiaten, zoals morfine. Wijde pupillen die niet reageren bij iemand die niet ademt, horen bij een hartstilstand of de dood wordt getoetst.
E: blootstellen en temperatuur
Knip kleding open en kijk overal, ook op de rug, in oksels en liezen. Dek elk deel weer toe zodra je het hebt gezien. Meet met een thermometer in de oksel, arm tegen de romp; dat geeft een iets lagere waarde dan de kern van het lichaam wordt getoetst. Bij kinderen onder de vijf meet je in de oksel wordt getoetst. Zonder thermometer leg je de rug van je hand op voorhoofd, hals en buik, en vergelijk je met een gezond persoon. Handen en voeten zijn bij koorts vaak juist koud. Voelen is goed om koorts uit te sluiten, maar zegt vaak "koorts" als die er niet is. Onderkoeling herken je aan een koude buik onder de kleding, rillen, onhandigheid en verwardheid. Stopt het rillen terwijl hij koud blijft, dan wordt het erger wordt getoetst (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
Normaalwaarden voor een volwassene
De grenzen komen uit de Britse vroege waarschuwingsscore NEWS2. Die is gemaakt voor het ziekenhuis, met bloeddruk en zuurstofmeting erbij. Zonder die metingen is het een richtlijn, geen score wordt getoetst.
| № | Meting | Normaal | Let op | Alarm |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Ademhaling per minuut | 12 tot 20 | 9 tot 11, of 21 tot 24 | 8 of minder, of 25 of meer |
| 2 | Pols per minuut | 51 tot 90 | 41 tot 50, of 91 tot 130 | 40 of minder, of 131 of meer |
| 3 | Temperatuur | 36,1 tot 38,0 °C | 35,1 tot 36,0 °C, of 38,1 °C en hoger | 35,0 °C of lager |
| 4 | Capillaire refill | korter dan 2 seconden | 2 tot 3 seconden | langer dan 3 seconden wordt getoetst |
| 5 | Bewustzijn | A | C, V, P of U |
Normaalwaarden voor een kind
Deze grenzen gelden voor een ziek kind in rust wordt getoetst. Huilen, angst en koorts maken ademhaling en pols sneller. Meet als het kind rustig is of slaapt.
| № | Leeftijd | Ademhaling per minuut | Pols per minuut |
|---|---|---|---|
| 1 | tot 3 maanden | 25 tot 60 | 115 tot 170 |
| 2 | 1 jaar | 20 tot 45 | 105 tot 150 |
| 3 | 2 jaar | 20 tot 40 | 95 tot 150 |
| 4 | 4 jaar | 17 tot 30 | 80 tot 150 |
| 5 | 10 jaar | 15 tot 25 | 60 tot 130 |
| 6 | 14 jaar en ouder | 14 tot 25 | 60 tot 115 |
Waarschuwingen onder de vijf jaar: ademhaling boven 50 bij 6 tot 12 maanden, boven 40 vanaf 1 jaar, altijd boven 60. Pols boven 160 onder 1 jaar, boven 150 bij 1 tot 2 jaar, boven 140 bij 2 tot 5 jaar. Ernstig ziek is ook een baby onder de 3 maanden met 38 °C of meer, en een kind dat niet wakker te krijgen is, zwak en hoog huilt of bij elke uitademing kreunt (06.07 Zorg voor kinderen).
De tweede ronde: van hoofd tot teen
Doe deze ronde als A tot en met E onder controle zijn. Zeg wat je doet en vergelijk links met rechts.
- Vraag uit: klachten, allergieën, medicijnen, ziektes, laatste eten en plassen, en wat er gebeurde.
- Hoofd: wonden, bloed of helder vocht uit neus of oor, blauwe plekken rond de ogen of achter het oor wordt getoetst.
- Nek: vraag naar pijn midden achter. Voel zonder te bewegen.
- Borst: komen beide kanten even ver omhoog? Doet drukken op de ribben pijn?
- Buik: druk zacht rond de navel. Hard of pijnlijk wijst op een inwendige bloeding of ontsteking (07.02).
- Bekken: kijk en vraag, maar schud het niet heen en weer wordt getoetst.
- Armen en benen: vorm, zwelling, pijn op het bot, pols, gevoel en beweging (07.04 Botbreuken, verstuikingen en spalken).
- Rug: kantel hem met helpers in één lijn en kijk van nek tot stuit.
- Huid: brandwonden (07.05 Brandwonden), beten en teken (VK.B11 Beten en steken), drukplekken. Vraag naar pijn als cijfer van 0 tot 10.
Vastleggen op een kaart
Schrijf bovenaan naam, leeftijd, gewicht, ziektes, medicijnen en allergieën. Daaronder één regel per meting. Een gewonde die langzaam slechter wordt:
| № | Tijd | Adem | Pols | Refill | Huid | AVPU | Temp | Pupillen | Plas | Gedaan |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 14.20 | 18 | 96 krachtig | 2 s | bleek | A | 36,4 | gelijk | om 14.00 | drukverband been |
| 2 | 14.35 | 22 | 108 zwak | 3 s | bleek, klam | A | gelijk | plat, isolatie, deken | ||
| 3 | 14.50 | 26 | 118 zwak | 4 s | grauw, klam | C | 36,0 | gelijk | niets | wond opnieuw bekeken |
Elke waarde apart lijkt mee te vallen. Samen laten ze shock zien (VK.B15): het verloop zegt meer dan één meting. Meet elke vijf minuten zolang iemand instabiel is, elk kwartier als hij stabiel lijkt, daarna elk uur wordt getoetst. De kaart blijft bij de patiënt, ook bij een overdracht.
Wanneer is het alarmerend
- Nieuwe verwardheid of sufheid, of slechter op de AVPU-schaal.
- Een waarde in de kolom Alarm, of ademnood, blauwe lippen of gieren bij inademen.
- Refill boven drie seconden met een bleke, klamme of gevlekte huid, of weinig plas.
- Pupillen die verschillend groot worden na hoofdletsel.
- Twee of drie waarden in de kolom Let op tegelijk, of drie metingen achter elkaar de verkeerde kant op wordt getoetst. Behandel dan de oorzaak, meet elke vijf minuten, laat de persoon niet alleen en roep de best getrainde persoon in je groep (06.03 Hulp organiseren zonder alarmnummer). Koorts na een wond: 07.07 Infecties en antibiotica. Plotseling noodgeval: 07.16 Acute noodgevallen.
Zo weet je dat het werkt
- Je werkt de eerste ronde binnen vijf minuten af zonder een letter over te slaan wordt getoetst.
- Twee mensen tellen dezelfde pols en verschillen niet meer dan vier slagen per minuut.
- Bij elke meting staat een tijd, en een ander kan de trend lezen zonder jou.
- Je ziet een verslechtering aankomen voordat het een noodgeval wordt.
- Normale waarden bewijzen niet dat iemand veilig is. Ze zeggen alleen hoe het nu is.
Zo weet je dat het misgaat
- Je voelt bij een rustige volwassene een pols boven 140, of geen pols: tel opnieuw in de hals, een volle minuut. Denk aan shock (VK.B15).
- Je tellingen verschillen sterk: tel langer, in dezelfde houding en aan dezelfde arm, en laat iemand meetellen.
- De persoon koelt af tijdens het onderzoek: dek elk deel direct weer toe en leg isolatie onder hem.
- Je vond één letsel en stopte: doe de tweede ronde toch. Een pijnlijk letsel verbergt vaak een ander wordt getoetst.
- Hij wordt zieker terwijl de getallen normaal lijken: vertrouw op bewustzijn, huid en verloop, niet op één getal.
Gevaar · Wat meten niet kan
- Normale waarden sluiten een inwendige bloeding, een bloeding in het hoofd of een vergiftiging niet uit.
- Bij ouderen en bij wie bètablokkers slikt, stijgt de pols soms niet bij shock of koorts wordt getoetst.
- Jonge, fitte mensen en kinderen houden de bloedsomloop lang op peil en storten dan plotseling in wordt getoetst.
- Beweeg na een val of aanrijding de nek niet onnodig, en dwing nooit een houding af.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Klok met secondewijzer | Een steen aan een touw van 25 cm maakt met kleine uitslag ongeveer één hele slag heen en terug per seconde wordt getoetst. Of tel hardop "eenentwintig, tweeëntwintig" wordt getoetst |
| 2 | Thermometer | De rug van je hand op voorhoofd, hals en buik, vergeleken met een gezond persoon |
| 3 | Zaklamp | Dek bij daglicht een oog vijf seconden af en kijk of de pupil kleiner wordt als je de hand weghaalt wordt getoetst |
| 4 | Onderzoekskaart | Elk vel papier met dezelfde kolommen, of stift op het verband |
| 5 | Bloedsuikermeter | Bij twijfel suiker geven aan wie kan slikken (VK.B14) |
Achtergrond
Het lichaam verdedigt zich tegen bloedverlies, infectie en zuurstoftekort in een vaste volgorde. Eerst gaan ademhaling en pols omhoog. Dan knijpen de bloedvaten in de huid samen: de huid wordt bleek en koud, de refill trager. Pas daarna krijgen de hersenen te weinig bloed en wordt iemand verward of suf. Eén meting schommelt door pijn, angst en kou; een reeks metingen laat de richting zien. Bewijs: de ABCDE-volgorde B: de meest gebruikte opbouw in een overzicht van 57 studies, aanbevolen door de European Resuscitation Council. Ademfrequentie, pols, bewustzijn en temperatuur als tekens van verslechtering A, uit grote groepen ziekenhuispatiënten. Dezelfde grenzen buiten het ziekenhuis zonder bloeddruk C. Normaalwaarden voor kinderen B. Capillaire refill C. Koorts voelen met de hand C: in elf studies vond de hand 87 van de 100 kinderen met koorts, maar zei hij bij bijna de helft van de kinderen zonder koorts toch "koorts".
Volgende niveau
Op niveau II oefen je elke week: tel bij elkaar pols en ademhaling in rust en na traplopen, en vergelijk. Leg voor elk groepslid in een gezonde week de eigen waarden vast, met ziektes, medicijnen en allergieën (06.01 Een zorgplan). Heb je een bloeddrukmeter of saturatiemeter, leer ze nu gebruiken; een saturatiemeter meet bij een donkere huid soms te hoog. Op niveau III leid je een paar mensen op die meerdere zieken dag en nacht bewaken, met vaste meetmomenten en een overdracht (06.10 Zorg in de gemeenschap).
Controlelijst
- Ik werk veiligheid, aanspreekbaarheid, bloeding en ABCDE af zonder een stap over te slaan.
- Ik benoem het bewustzijn met A, C, V, P of U.
- Ik tel een ademhaling een volle minuut zonder dat de persoon het merkt.
- Ik vind de pols bij de pols en in de hals binnen tien seconden en tel hem tot op vier slagen nauwkeurig.
- Ik meet de capillaire refill aan een vingertop op harthoogte.
- Ik ken de normaalwaarden van een volwassene en weet waar de tabel voor kinderen staat.
- Ik schrijf elke meting op met de tijd en lees de trend.
- Ik weet welke tekens alarmerend zijn en wat ik dan doe.
Verantwoording
Volgorde en AVPU volgen de European Resuscitation Council (2025) en de Resuscitation Council UK; grenzen voor volwassenen NEWS2; voor kinderen het Royal Children's Hospital Melbourne en NICE. De vervangers en de meetfrequentie zijn redactioneel. Een arts controleert de tabellen.
- European Resuscitation Council Guidelines 2025: First Aid (Djärv e.a., Resuscitation 2025)
- Resuscitation Council UK: The ABCDE approach
- Royal College of Physicians: National Early Warning Score (NEWS) 2, samenvatting en kaart (2017)
- Royal Children's Hospital Melbourne: Acceptable ranges for physiological variables (2023)
- NICE: Traffic light system for identifying risk of serious illness
- British Heart Foundation: How to check your pulse
- Li e.a.: Accuracy of Tactile Assessment of Fever in Children by Caregivers (Indian Pediatrics 2017)
- Thuisarts: Ik ben op mijn hoofd gevallen of heb een klap op mijn hoofd gehad
Getoetst door: nog niet.