Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Geneeskunde zonder ziekenhuis
  4. Uitdroging en de drinkoplossing

Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis

Uitdroging en de drinkoplossing

Water en zout terugbrengen bij diarree, braken en hitte

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Te veel zout of te veel suiker Een te sterke drinkoplossing trekt water uit het lichaam de darm in. Dat geeft meer diarree en te veel zout in het bloed, met stuipen als gevolg.

  • Weeg zout en suiker. Schep niet op het oog.
  • Gebruik geen zeewater, pekel of bouillonblokjes als zoutbron wordt getoetst.
  • Maak flesvoeding nooit sterker of slapper dan de verpakking zegt.

Gevaar · Baby's en ouderen Een baby jonger dan 3 maanden met diarree, een kind dat suf wordt en een oudere die verward raakt, zijn in direct gevaar. Laat er dag en nacht iemand bij die elk uur opschrijft wat hij drinkt, plast en verliest wordt getoetst.

In de schaduw van een grote linde naast een bakstenen boerderij geeft een moeder haar peuter met een lepel te drinken uit een beker.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Bij diarree en braken verliest het lichaam water en zout. Veel mensen die aan diarree sterven, sterven aan uitdroging. Cholera kan binnen uren dodelijk zijn. Als waterleiding en riool uitvallen, komt diarree terug als groot gevaar, vooral voor baby's, peuters en ouderen. Het goede nieuws: een drinkoplossing van water, zout en suiker behandelt meer dan 90 procent van de uitdrogingen door diarree die nog niet ernstig zijn, met niet meer dan een lepel, een beker en schoon water.

Als er nog hulp is ORS koop je zonder recept bij de apotheek of drogist. Bel dezelfde dag de huisarts als iemand minder dan de helft drinkt van normaal of meer dan 12 uur niet plast, en bel direct bij een baby jonger dan 3 maanden of bij iemand die suf of verward wordt.

Eerst doen

  1. Geef meer te drinken dan normaal: kleine slokjes, vaak, en na elke dunne ontlasting een extra portie.
  2. Maak ORS aan met precies de hoeveelheid drinkwater van de verpakking (02.01 Water drinkbaar maken).
  3. Geef een baby vaker de borst. Stop nooit met borstvoeding.
  4. Kijk naar vier dingen: hoe wakker hij is, de ogen, de dorst en de huidplooi (07.01 Iemand onderzoeken: de vitale functies).
  5. Schrijf op wanneer hij voor het laatst plaste of een natte luier had.
  6. Laat hem eten zodra hij wil.

Wat je nodig hebt

  • ORS-zakjes: gewone ORS en ORS junior voor kinderen, per persoon genoeg voor meerdere ziektedagen wordt getoetst.
  • Een maatbeker of fles waarvan je de inhoud zeker weet. 1 liter water weegt 1 kilo.
  • Drinkwater volgens 02.01, een beker, een theelepel en een spuitje zonder naald.
  • Een keukenweegschaal die per gram weegt, suiker en keukenzout, voor als de ORS op is.
  • Een thermometer, een pen en een lijst voor drinken, plassen, ontlasting en braken.
  • Het gewicht van ieder kind, of een weegschaal.

Werkwijze

Uitdroging herkennen

Gebruik de indeling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Twee of meer kenmerken in de laatste kolom: ernstige uitdroging. Anders twee of meer in de middelste kolom: enige uitdroging. Anders: geen tekenen.

№Kijk naarGeen tekenenEnige uitdrogingErnstige uitdroging
1Hoe hij isGoed en alertOnrustig, prikkelbaarSlap, suf of bewusteloos
2OgenNormaalIngevallenIngevallen
3DorstDrinkt normaalDorstig, drinkt gretigDrinkt slecht of kan niet drinken
4Huidplooi op de buikTrekt snel terugTrekt langzaam terugTrekt heel langzaam terug, langer dan 2 seconden
  • Slap is iets anders dan slapen: een slap kind wordt niet goed wakker.
  • Vraag de ouder of de ogen dieper liggen dan normaal.
  • Knijp voor de huidplooi de huid van de buik op en laat los. Bij een ondervoed of heel dik kind zegt dit weinig. Bij een baby zie je ook een ingezonken fontanel (de zachte plek boven op het hoofd), weinig of geen tranen, minder natte luiers, en sufheid of prikkelbaarheid. Meer dan 12 uur geen natte luier is een alarmteken. Bij een volwassene zie je weinig of donkergele plas, veel dorst, een droge mond, hoofdpijn en lusteloosheid. Later komen duizeligheid, flauwvallen en verwardheid. Kinderen tot 2 jaar en mensen boven de 70 drogen sneller uit. Ouderen voelen minder dorst: geef te drinken zonder te vragen. Bij enige uitdroging mist iemand 5 tot 10 procent van zijn gewicht aan vocht: bij een kind van 10 kilo een halve tot een hele liter.

De drinkoplossing (ORS)

ORS is een poeder met zout, glucose, kalium en citraat. De WHO en UNICEF bevelen per liter aan: 2,6 g natriumchloride (zout), 13,5 g glucose, 1,5 g kaliumchloride en 2,9 g natriumcitraat.

  1. Was je handen.
  2. Los een zakje op in precies de hoeveelheid water van de verpakking. Niet meer en niet minder.
  3. Gebruik drinkwater (02.01). Laat gekookt water eerst afkoelen wordt getoetst.
  4. Dek af. Bewaar aangemaakte ORS zonder koeling niet langer dan een dag, of korter als de verpakking dat zegt wordt getoetst.
  5. Bewaar de zakjes droog en koel en let op de datum (06.06 Medicijnen bewaren en houdbaarheid).

Hoeveel geven zonder tekenen van uitdroging

De hoofdregel van de WHO: geef zoveel als hij wil, tot de diarree stopt. Als richtlijn na elke dunne ontlasting:

№LeeftijdNa elke dunne ontlasting wordt getoetst
1Jonger dan 2 jaar50 tot 100 ml, een kwart tot halve grote beker
22 tot 10 jaar100 tot 200 ml, een halve tot hele grote beker
3Ouder dan 10 jaarZoveel als hij wil

Thuisarts geeft volwassenen met ORS: 300 ml na elke keer diarree, en na elke keer braken 150 ml (onder 75 kilo) of 200 ml. Geef daarnaast gewoon drinkwater.

Hoeveel geven bij enige uitdroging

De WHO geeft in de eerste vier uur ongeveer 75 ml ORS per kilo lichaamsgewicht. Een kind van 12 kilo krijgt dus ongeveer 900 ml in vier uur.

№Gewicht (leeftijd)ORS in de eerste vier uur wordt getoetst
1Minder dan 5 kg (tot 4 maanden)200 tot 400 ml
25 tot 8 kg (4 tot 12 maanden)400 tot 600 ml
38 tot 11 kg (1 tot 2 jaar)600 tot 800 ml
411 tot 16 kg (2 tot 5 jaar)800 tot 1200 ml
516 tot 30 kg (5 tot 15 jaar)1200 tot 2200 ml
630 kg en meer (vanaf 15 jaar)2200 tot 4000 ml

Deze tabel komt uit de WHO-handleiding voor artsen, die dit op een zorgpost laat doen. Thuis moet er iemand de hele tijd bij blijven wordt getoetst.

  • Wil hij meer, geef dan meer. Een volwassene kan tot 750 ml per uur drinken, een kind tot 20 ml per kilo per uur.
  • Een baby blijft in deze vier uur ook aan de borst.
  • Kijk na vier uur opnieuw met de tabel van de tekenen. Nog enige uitdroging: herhaal en geef ook eten. Geen tekenen meer: ga terug naar de hoeveelheden zonder uitdroging.

Ernstige uitdroging

Ernstige uitdroging vraagt een infuus, en dat is er niet. Kan een kind nog drinken, geef dan ORS met de mond: 20 ml per kilo per uur, zes uur lang. Een volwassene geef je zoveel als hij kan, tot 750 ml per uur wordt getoetst. Braakt hij steeds, geef het langzamer. Kijk elk uur opnieuw. Wees eerlijk tegenover de groep: zonder infuus overleeft niet iedereen dit wordt getoetst. Is hij bewusteloos, giet dan niets in zijn mond en leg hem in stabiele zijligging (VK.B07 Stabiele zijligging) wordt getoetst.

Zo geef je het

  1. Geef met een beker of lepel, niet met een fles. Een speen krijg je moeilijk schoon.
  2. Geef een baby kleine beetjes met een lepeltje, of met een spuitje zonder naald in de wang.
  3. Geef een kind jonger dan 2 jaar elke 1 tot 2 minuten een theelepel. Bij ongeveer 5 ml per lepel is dat 150 tot 300 ml per uur wordt getoetst.
  4. Oudere kinderen en volwassenen nemen vaak kleine slokjes.
  5. Braakt hij, wacht dan 5 tot 10 minuten en geef daarna elke 2 tot 3 minuten een lepel. Meestal stopt het braken na een uur of twee, en het meeste vocht blijft binnen.
  6. Geef ORS los van ander eten en drinken, en schrijf elk uur op wat erin ging en eruit kwam.

Borstvoeding, flesvoeding en eten

  • Geef borstvoeding zo vaak en zo lang als de baby wil. Geef de moeder extra drinken en eten.
  • Geef flesvoeding op normale sterkte, minstens elke drie uur, liefst met een beker. Doe geen extra water in de flesvoeding.
  • Een baby ouder dan 4 maanden mag tussen de voedingen een paar slokjes water.
  • Geen moedermelk: zie VK.B20 Een baby voeden als moedermelk ontbreekt.
  • Houd geen eten in en verdun het niet. Geef kinderen vanaf 6 maanden elke drie tot vier uur een kleine portie zacht, gaar eten, met wat olie door de pap.
  • Geef een kind na de diarree twee weken lang elke dag een maaltijd extra.

Als de ORS op is

ORS uit de apotheek is altijd beter. Is die op, neem dan deze volgorde.

  1. Drinken met zout: rijstwater met zout, of soep van groente of kip met zout. De WHO noemt ongeveer 3 g zout per liter.
  2. Daarnaast drinken zonder zout: drinkwater, rijstwater, slappe thee zonder suiker of kokoswater.
  3. Als laatste een zelfgemaakte drinkoplossing. De WHO-handleiding The treatment of diarrhoea (vierde herziening, 2005) geeft 3 g keukenzout en 18 g gewone suiker per liter water. Volgens de WHO werkt die, maar raadt ze hem meestal af, omdat mensen het recept vergeten of verkeerd maken. Thuisarts raadt zelf maken af, omdat het minder goed werkt dan ORS. Gebruik hem alleen als er echt niets anders is wordt getoetst. Zo maak je de zelfgemaakte oplossing:
  4. Meet 2 liter drinkwater af (02.01).
  5. Weeg 6 g keukenzout en 36 g suiker. Twee liter is nauwkeuriger, want een keukenweegschaal zit er bij 3 g al gauw een gram naast wordt getoetst.
  6. Roer tot alles is opgelost, en proef: niet zouter dan tranen wordt getoetst.
  7. Schrijf op de kan: drinkoplossing, datum en tijd. Geef dezelfde hoeveelheden als ORS. Deze oplossing heeft geen kalium. Geef daarom eten met kalium zodra het lukt, zoals banaan. Geen honing voor een kind onder het jaar (VK.B20).

Sportdrank, frisdrank en sap

Frisdrank, pakjessap en thee met suiker zijn bij diarree gevaarlijk. De suiker trekt water de darm in en geeft meer diarree en te veel zout in het bloed. Koffie en sommige kruidenthees zijn ook ongeschikt, en appelsap met water is geen ORS. Sportdrank bevat veel minder zout dan ORS wordt getoetst. Bij uitdroging door inspanning zonder diarree mag hij wel, net als water, kokoswater of magere melk. Voor een kind met diarree is hij geen vervanger. Heeft een volwassene met lichte diarree niets anders, geef dan aangelengde sportdrank met zoute soep erbij wordt getoetst.

Hitte en zweten

Tijdens een hittegolf droog je ook zonder ziekte uit.

  • Drink normaal 1,5 tot 2 liter per dag, en 2 tot 3 liter bij hitte, koorts, braken of diarree.
  • Bij hartfalen, een nierziekte of plaspillen niet zomaar extra drinken: leg nu met de arts vast hoeveel goed is.
  • Lichtgele plas is goed. Donkergeel en sterk ruikend betekent: drink meer.
  • Werk in de koele uren en rust in de schaduw (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Wie uren zweet en alleen water drinkt, kan te weinig zout krijgen. Eet iets zouts of drink ORS wordt getoetst.
  • Plaspillen, bloeddrukmiddelen, metformine, ibuprofen, bloedverdunners, lithium en enkele andere medicijnen maken uitdroging gevaarlijker. Stop niet zelf, maar leg nu met de arts vast wat iemand doet als hij uitdroogt (07.12 Chronische ziekten zonder apotheek).

Besmet water: pak de oorzaak aan

De meeste diarree in een ramp komt van besmet water, eten en handen wordt getoetst. Een drinkoplossing is zo veilig als het water waarmee je hem maakt.

  • Maak ORS alleen met water volgens 02.01. Koken, chloor en zonlicht doden ziekteverwekkers, maar halen geen brandstof, metalen of andere chemische vervuiling weg (02.06 Chemische verontreiniging). Helder water en een goede geur bewijzen niets.
  • Gebruik nooit zeewater of brak water. Zeewater bevat meer dan tien keer zoveel zout als ORS wordt getoetst.
  • Handen wassen met zeep verlaagt het aantal mensen met diarree met 23 tot 40 procent (06.04 Persoonlijke hygiëne). Geef de zieke een eigen beker.
  • Gebruik een noodtoilet ver van de waterbron (02.08 Een noodtoilet) en kook en bewaar eten veilig (04.02 Veilig koken).
  • Bij cholera werkt ORS op basis van rijst beter dan gewone ORS. Meld een uitbraak meteen en lees 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten.

Wat je niet geeft

  • Stopmiddelen tegen diarree, zoals loperamide: ze voorkomen geen uitdroging. Nooit aan kinderen onder de 5 jaar.
  • Antibiotica: alleen betrouwbaar bij bloed in de ontlasting of ernstige cholera, en alleen volgens het plan van een arts (07.07 Infecties en antibiotica).
  • Zink: de WHO raadt het aan voor kinderen met diarree, maar de dosis hoort in het plan van de arts wordt getoetst.

Zo weet je dat het werkt

  • De huidplooi trekt weer snel terug en de dorst wordt minder.
  • Hij plast weer, bij een volwassene lichtgeel.
  • Een kind wordt rustiger en valt vaak in slaap.
  • Hij wil weer eten en valt niet verder af.

Zo weet je dat het misgaat

  • Tekenen van ernstige uitdroging: geef 20 ml per kilo per uur met de mond en kijk elk uur. Lukt drinken niet, haal de meest ervaren zorger.
  • Hij blijft braken: wacht 5 tot 10 minuten en geef daarna elke 2 tot 3 minuten één lepel.
  • De oogleden zwellen op: hij krijgt te veel. Stop met ORS, geef moedermelk of water en eten, en begin weer als de zwelling weg is.
  • Veel meer dorst dan de andere tekenen doen verwachten, of stuipen: denk aan te veel zout. Controleer je recept en ga terug naar ORS volgens de verpakking.
  • Bloed in de ontlasting: dit is dysenterie. Geef vocht en eten en volg het plan van de arts (07.07).
  • Meer dan 12 uur geen plas: tel wat hij drinkt en geef de hoeveelheden bij enige uitdroging.
  • Na drie dagen nog diarree, of koorts erbij: zie 07.08. Diarree langer dan 14 dagen put een kind uit en vraagt extra eten.

Gevaar · Te veel zout of te veel suiker Een te sterke drinkoplossing trekt water uit het lichaam de darm in. Dat geeft meer diarree en te veel zout in het bloed, met stuipen als gevolg.

  • Weeg zout en suiker. Schep niet op het oog.
  • Gebruik geen zeewater, pekel of bouillonblokjes als zoutbron wordt getoetst.
  • Maak flesvoeding nooit sterker of slapper dan de verpakking zegt.

Gevaar · Baby's en ouderen Een baby jonger dan 3 maanden met diarree, een kind dat suf wordt en een oudere die verward raakt, zijn in direct gevaar. Laat er dag en nacht iemand bij die elk uur opschrijft wat hij drinkt, plast en verliest wordt getoetst.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1ORS-zakjesZoute soep of rijstwater met 3 g zout per liter. Als laatste de WHO-oplossing van 3 g zout en 18 g suiker per liter, gewogen wordt getoetst
2DrinkwaterWater dat een minuut heeft gekookt en is afgekoeld (02.01). Nooit zeewater of overstromingswater
3Weegschaal voor het zoutDe WHO zet bij 3 g zout één afgestreken theelepel, maar lepels verschillen sterk. Neem bij twijfel minder wordt getoetst
4MaatbekerEen fles van 1 of 1,5 liter met de inhoud op het etiket
5Spuitje of theelepelEen schoon kopje en kleine slokjes
6Weegschaal voor het kindDe leeftijd in de tabel van de WHO

Achtergrond

In de dunne darm neemt het lichaam zout en glucose samen op, en water gaat met het zout mee. Dat werkt bij bijna elke soort diarree. Zonder glucose werkt ORS niet. Kalium vervangt wat verloren gaat, citraat gaat verzuring van het bloed tegen. Een te sterke oplossing trekt juist water de darm in. Met de huidige ORS, die minder zout en glucose bevat dan de oude, hadden kinderen een derde minder vaak een extra infuus nodig en braakten ze 30 procent minder. Bewijs: ORS bij uitdroging door diarree A. Doorgaan met borstvoeding en eten B wordt getoetst. Drinken met zout, zoals soep en rijstwater C wordt getoetst. Het huisrecept C: werkt, maar wordt vaak verkeerd gemaakt. Sportdrank bij inspanning zonder diarree C. Frisdrank, pakjessap of sportdrank in plaats van ORS bij diarree D. Stopmiddelen bij kinderen D.

Volgende niveau

Dit is niveau I: iedereen in de groep moet het kunnen. Oefen nu ORS aanmaken en het huisrecept wegen, en leg een droge, koele voorraad ORS aan. Een uitbraak tegengaan: 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten.

Controlelijst

  • Ik herken uitdroging aan hoe iemand is, de ogen, de dorst en de huidplooi.
  • Ik herken bij een baby een ingezonken fontanel, weinig tranen en weinig natte luiers.
  • Ik maak ORS aan met precies de hoeveelheid drinkwater van de verpakking.
  • Ik geef een klein kind elke 1 tot 2 minuten een theelepel, en wacht 5 tot 10 minuten na braken.
  • Ik ga door met borstvoeding en met eten.
  • Ik weeg een noodoplossing: 3 g zout en 18 g suiker per liter.
  • Ik geef bij diarree geen frisdrank, pakjessap of stopmiddel aan een kind.
  • Ik maak de drinkoplossing alleen met water dat volgens 02.01 drinkbaar is.

Verantwoording

Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline