Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Geneeskunde zonder ziekenhuis
  4. Bloedingen stoppen

Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis

Bloedingen stoppen

Binnen minuten handelen, met je handen, een doek en een stok

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Knelverband: nooit zomaar losmaken Maak een knelverband nooit los om even te kijken. Eén keer losdraaien kan de laatste reserve aan bloed kosten. Een knelverband tot twee uur kost zelden de arm of het been wordt getoetst. Daarna neemt de schade aan spieren en zenuwen snel toe. Na zes uur is het ledemaat vaak verloren wordt getoetst. Alleen een getrainde hulpverlener kan binnen twee uur besluiten het knelverband om te zetten naar een drukverband, en alleen als de gewonde niet in shock is en iemand hem uren blijft bewaken wordt getoetst. Zit een knelverband langer dan zes uur, maak het dan niet meer los zonder getrainde. Afvalstoffen uit het afgestorven weefsel kunnen bij losmaken het hart stilleggen wordt getoetst.

  • Gebruik nooit ijzerdraad, een tie wrap of een dunne veter.
  • Leg nooit een knelverband om de hals, de romp of over een gewricht.
Op een natte straat drukt een vrouw met gestrekte armen een opgevouwen theedoek op het bovenbeen van een liggende man; een jongen legt een wollen deken over hem.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een volwassene met een open slagader in arm, been of lies kan binnen drie tot vijf minuten doodbloeden wordt getoetst. Er komt geen ambulance, dus jouw handen zijn de enige behandeling die er is. Het goede nieuws: bijna elke uitwendige bloeding krijg je onder controle met drukken, een doek en een stok, als je meteen begint en niet loslaat.

Als er nog hulp is Laat een ander 112 bellen terwijl jij blijft drukken. Laat de druk pas los als een hulpverlener het van je overneemt.

Eerst doen

  1. Kijk of het veilig is voor jou: verkeer, glas, vuur, instortend puin, de oorzaak van het letsel.
  2. Zoek de bloeding: knip of scheur kleding open en kijk, want bloed verdwijnt in een jas of broek.
  3. Druk direct en hard op de wond, met een doek als je die hebt, anders met je blote hand.
  4. Leg een knelverband aan als arm of been blijft spuiten of plassen ondanks drukken (VK.B02).
  5. Leg de gewonde plat op isolatie en dek hem toe, ook in de zomer.
  6. Noteer het tijdstip van elk knelverband en elke behandeling.

Wat je nodig hebt

  • Handschoenen van nitril of huishoudhandschoenen. Geen handschoenen: druk toch. Een leven gaat voor het risico op infectie.
  • Schone doeken: gaas, theedoeken, maandverband, een katoenen shirt. Steriel is mooi, schoon is genoeg.
  • Zwachtel, of een laken in repen van 10 cm breed.
  • Een knelverband uit de ehbo kist, of een band van minstens 4 cm breed wordt getoetst met een stevige stok van 20 tot 30 cm.
  • Een pen of stift om tijden te noteren.
  • Een deken of jassen, plus isolatie tegen de grond: karton, een slaapmat, een deur.
  • Hemostatisch gaas (gaas met een middel dat de stolling versnelt) als je het hebt. Gewoon gaas werkt ook, je moet dan alleen langer drukken.

Werkwijze

Herken een levensbedreigende bloeding

Niet elke bloeding is gevaarlijk. Handel meteen bij een van deze signalen:

  • Bloed spuit of pulseert uit de wond.
  • Bloed stroomt aan één stuk door en houdt niet op.
  • Er ontstaat een plas op de grond, of kleding raakt binnen een minuut doorweekt.
  • Een arm, been, hand of voet is (deels) afgerukt.
  • De gewonde wordt bleek, zweterig, onrustig of suf. Een schaafwond of een snee in een vinger stopt bijna altijd vanzelf binnen tien minuten. Die wacht tot de ernstige bloedingen onder controle zijn. Heb je meerdere gewonden, behandel dan eerst wie spuit of plast, daarna wie stilletjes bleek wordt.

Direct drukken

  1. Leg een opgevouwen doek op de wond, of druk met je blote hand.
  2. Zet je armen gestrekt, schouders recht boven de wond, en leun met je gewicht erop.
  3. Houd de druk tien minuten aan, op de klok. Kijk tussendoor niet: elke keer dat je loslaat, scheur je het jonge stolsel los.
  4. Leg bij doorbloeden een tweede doek bovenop de eerste. Haal de eerste niet weg.
  5. Laat de gewonde zelf drukken als hij dat kan, zodat jij spullen kunt pakken. Een gapende wond druk je niet alleen van buiten. Druk met je vingers of het gaas ín de wond, op de plek waar het bloed vandaan komt.

Drukverband

Een drukverband neemt het drukken van je over, zodat je handen vrijkomen voor de volgende gewonde. Je legt een dik kussen van gevouwen doek op de wond en zwachtelt daar strak overheen, met de knoop recht boven het kussen. Controleer daarna de vingers of tenen voorbij het verband: warm en roze is goed. Volledige stappen staan in VK.B01 Drukverband aanleggen.

Wondpakking bij oksel, lies en hals

In de oksel, de lies en de hals past geen knelverband. Daar vul je de wond op: je duwt een gaasstrook met je vinger recht op de plek waar het bloed uit komt, propt de rest er vouw voor vouw in tot de wond vol en stevig is, en drukt daarna drie minuten hard met hemostatisch gaas of tien minuten met gewoon gaas. Zo breng je de druk naar het bloedvat in plaats van naar de huid. Volledige stappen staan in VK.B03 Een wond opvullen. Vul nooit een wond in de borstkas of de buik op: daar bereik je de bron niet en duw je vuil naar binnen.

Knelverband

Het knelverband is voor arm of been: als drukken de bloeding niet stopt, als een ledemaat is afgerukt, of als je je handen nodig hebt voor andere gewonden. Volledige stappen staan in VK.B02 Knelverband aanleggen en improviseren.

  1. Leg de band 5 tot 8 cm boven de wond, ongeveer een handbreedte wordt getoetst. Nooit op een elleboog of knie.
  2. Weet je niet precies waar de wond zit, of is het donker: leg de band zo hoog mogelijk op de bovenarm of het bovenbeen.
  3. Gebruik een band van minstens 4 cm breed. Touw, draad of een tie wrap snijdt in het vlees en drukt de slagader niet goed dicht.
  4. Knoop een halve knoop, leg de stok erop, en knoop een platte knoop over de stok.
  5. Draai de stok tot de bloeding stopt en je voorbij het verband geen pols meer voelt. Dit doet de gewonde veel pijn. Draai toch door.
  6. Zet de stok vast met een tweede strook, zodat hij niet terugdraait.
  7. Schrijf een K en de tijd op het voorhoofd van de gewonde en op het verband, bijvoorbeeld "K 14.20".
  8. Bloedt het nog: leg een tweede knelverband direct boven het eerste.

Shock opvangen

Shock betekent dat de organen te weinig bloed krijgen. Je ziet een snelle, zwakke pols, boven de 100 per minuut bij een volwassene wordt getoetst, een bleke, koude, klamme huid, dorst, onrust en later sufheid. De echte behandeling is de bloeding stoppen. Leg de gewonde daarnaast plat op isolatie, til de benen 30 cm op als benen, bekken en rug onbeschadigd zijn, dek hem toe tot over het hoofd, en controleer elke vijf minuten pols en bewustzijn. Een gewonde die afkoelt stolt slechter. Over drinken en de verdere zorg: zie VK.B15 Shock herkennen en opvangen.

Bloedverlies inschatten

Een volwassene heeft ongeveer 70 ml bloed per kilo lichaamsgewicht: bij 70 kilo zo'n 5 liter. Een kind heeft ongeveer 80 ml per kilo: een kind van 20 kilo heeft maar 1,6 liter, minder dan een grote fles frisdrank. Wat bij een volwassene een flinke bloeding is, is bij een kleuter levensgevaarlijk.

№Verlies volwasseneDeel van het bloedWat je ziet
1tot 0,75 litertot 15 procentWeinig. Soms duizelig bij opstaan
20,75 tot 1,5 liter15 tot 30 procentPols boven 100, bleek, koude handen, onrustig
31,5 tot 2 liter30 tot 40 procentPols boven 120, snelle ademhaling, verward, plast weinig
4meer dan 2 litermeer dan 40 procentSuf of bewusteloos, pols nauwelijks voelbaar

Deze grenzen zijn gemiddelden voor gezonde volwassenen wordt getoetst. Jonge, fitte mensen houden de pols en bloeddruk lang op peil en storten dan plotseling in. Ouderen en mensen met hartpillen krijgen soms geen snelle pols. Huishoudmaten voor wat je ziet: een doorweekte theedoek bevat ongeveer 0,1 liter, een doorweekt shirt ongeveer 0,3 liter, een plas van een meter doorsnee op een harde vloer ongeveer een liter wordt getoetst. Iedereen schat bloed op de grond slecht. Vertrouw meer op pols, huidskleur en bewustzijn dan op de plas. Bloed kan ook verdwijnen zonder dat je het ziet. Een gebroken bovenbeen kost 1 tot 1,5 liter in het been zelf. Een gebroken bekken kan meerdere liters kosten wordt getoetst.

Neusbloeding

  1. Laat de persoon rechtop zitten en voorover buigen. Nooit achterover: dan loopt het bloed in keel en maag, en gaat hij braken.
  2. Knijp het zachte deel van de neus dicht, net onder het neusbeen, met duim en wijsvinger.
  3. Houd tien minuten vol, op de klok. Laat niet tussendoor los om te kijken.
  4. Laat hem door de mond ademen en bloed uitspugen in een kom.
  5. Bloedt het nog: knijp opnieuw tien minuten. Een ijsblokje of iets kouds in de mond helpt mogelijk wordt getoetst.
  6. Laat hem na het stoppen 24 uur niet snuiten, niet bukken en niet zwaar tillen. Bloedt de neus na dertig minuten knijpen nog steeds, dan zit de bron vaak achter in de neus. Dat komt vooral voor bij ouderen en bij mensen met hoge bloeddruk of bloedverdunners. Een getrainde kan de neus tamponneren met een opgerolde strook vet gemaakt gaas wordt getoetst. Houd tot die tijd de druk aan en houd de persoon voorover.

Inwendige bloeding herkennen

Bloed dat je niet ziet doodt net zo goed. Denk eraan na een val van meer dan twee keer de eigen lengte, een aanrijding, een klap op buik of flank, een plettend gewicht, of een gebroken bekken of bovenbeen. Signalen:

  • Shocksignalen zonder zichtbare bloeding, of ernstiger dan wat je ziet.
  • Een harde, gespannen of steeds dikkere buik. Pijn die uitstraalt naar de linkerschouder kan wijzen op een gescheurde milt wordt getoetst.
  • Blauwe verkleuring in de flank of rond de navel, vaak pas na uren.
  • Bloed braken: helderrood, of bruin en korrelig als koffiedik.
  • Zwarte, plakkerige ontlasting als teer, of helderrood bloed uit de anus.
  • Bloed in de urine na een klap op de rug of flank.
  • Schuimend helderrood bloed ophoesten. Wat je kunt doen: plat leggen, warm houden, zo weinig mogelijk bewegen en de gewonde niet laten lopen. Bij een vermoedelijk gebroken bekken bind je een laken strak om de heupen, ter hoogte van de uitstekende botten aan de zijkant van de bovenbenen wordt getoetst. Een gebroken bovenbeen spalk je recht (07.04 Botbreuken, verstuikingen en spalken). Dat beperkt de ruimte waarin bloed kan weglopen.

De grens van wat je kunt

Wees eerlijk tegenover jezelf en de groep. Een flinke bloeding in buik of borst druk je van buitenaf niet dicht. Zonder chirurg en zonder bloedtransfusie overlijdt een deel van deze gewonden, wat je ook doet. Een kleine inwendige bloeding stopt soms vanzelf, en rust en warmte geven het stolsel de beste kans. Bloed van de een aan de ander geven zonder bloedgroepbepaling en zonder training kan dodelijk zijn: doe het niet wordt getoetst. Spreek als groep vooraf af wie beslist wanneer je overgaat van behandelen naar verzorgen, pijn verzachten en erbij blijven (07.15 Overlijden en lijkzorg). Dat is geen opgeven. Het is de laatste zorg die je kunt geven.

Zo weet je dat het werkt

  • Er komt geen nieuw bloed meer door het verband of langs de randen.
  • Bij een knelverband: de bloeding staat stil en je voelt voorbij het verband geen pols meer.
  • De pols van de gewonde zakt in het uur daarna onder de 100.
  • Hij wordt rustiger en helderder, en zijn huid wordt warmer en minder grauw.
  • Hij plast binnen zes tot acht uur weer wordt getoetst.

Zo weet je dat het misgaat

  • Bloed sijpelt door het drukverband: leg een tweede kussen erop en druk met je hand erbovenop. Gaat het bij arm of been niet stoppen, leg dan een knelverband aan.
  • Het knelverband zit, maar de wond blijft bloeden of de pols voorbij het verband blijft voelbaar: draai verder, of leg een tweede knelverband direct boven het eerste.
  • Vingers of tenen voorbij een drukverband worden blauw, koud of gaan tintelen: wikkel de zwachtel iets losser zonder het kussen te verplaatsen.
  • De pols stijgt en de gewonde wordt suffer terwijl je geen bloed meer ziet: zoek opnieuw van hoofd tot teen, ook onder de rug en in de broekspijpen, en denk aan inwendig bloedverlies.
  • De gewonde rilt of koelt af: leg extra isolatie onder en boven, en leg warme kruiken in een doek tegen oksels en romp.
  • De gewonde raakt bewusteloos maar ademt: leg hem in stabiele zijligging (VK.B07) en houd de druk op de wond.

Gevaar · Knelverband: nooit zomaar losmaken Maak een knelverband nooit los om even te kijken. Eén keer losdraaien kan de laatste reserve aan bloed kosten. Een knelverband tot twee uur kost zelden de arm of het been wordt getoetst. Daarna neemt de schade aan spieren en zenuwen snel toe. Na zes uur is het ledemaat vaak verloren wordt getoetst. Alleen een getrainde hulpverlener kan binnen twee uur besluiten het knelverband om te zetten naar een drukverband, en alleen als de gewonde niet in shock is en iemand hem uren blijft bewaken wordt getoetst. Zit een knelverband langer dan zes uur, maak het dan niet meer los zonder getrainde. Afvalstoffen uit het afgestorven weefsel kunnen bij losmaken het hart stilleggen wordt getoetst.

  • Gebruik nooit ijzerdraad, een tie wrap of een dunne veter.
  • Leg nooit een knelverband om de hals, de romp of over een gewricht.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1HandschoenenEen plastic zak over je hand, of je blote hand en daarna grondig wassen
2GaasSchone theedoek, maandverband, een in repen geknipt katoenen shirt
3ZwachtelRepen laken van 10 cm breed, een panty, vershoudfolie uit de keuken
4KnelverbandDriehoeksdoek, stropdas, een gevouwen sjaal of een broekriem met stok
5StokSchroevendraaier, metalen lepel, steel van een houten lepel, tak van een duim dik
6Hemostatisch gaasGewoon gaas en langer drukken: tien minuten in plaats van drie
7DekenJassen, vuilniszakken, karton, een reddingsdeken

Achtergrond

Bloed stolt binnen enkele minuten als het stil kan liggen tegen de wand van een bloedvat. Drukken knijpt het vat dicht en geeft het stolsel tijd om te groeien; daarom werkt tien minuten ononderbroken beter dan twintig minuten met pauzes. Wondpakking brengt die druk naar de bron diep in de wond. Een knelverband drukt de slagader tegen het bot. Een brede band verdeelt de druk; een smalle band heeft veel meer kracht nodig en vernielt onderweg zenuwen en spieren. Kou, verzuring van het bloed en uitputting van stollingsstoffen versterken elkaar: een gewonde die afkoelt blijft bloeden. Bewijs: direct drukken A. Knelverband bij arm en been A, vooral uit militaire ervaring. Wondpakking met hemostatisch gaas B. Arm of been omhoog houden als enige maatregel C. Drukpunten zoals de lies of de bovenarm afdrukken in plaats van op de wond drukken D: werkt slecht, kost tijd.

Volgende niveau

Op niveau II maak je een voorraad: knelverbanden met een vaste stok en sluitlus, rollen gaas die je zelf kookt en droogt (07.14 Steriliseren en een behandelruimte), en een vaste plek waar alles ligt. Oefen elke drie maanden met de hele groep, ook in het donker en met koude handen. Op niveau III leid je een of twee mensen op die wonden kunnen verkennen, vaten kunnen afbinden en knelverbanden kunnen omzetten. Leg nu al vast welke bloedgroep elk groepslid heeft, zolang paspoorten, donorkaarten en medische papieren nog bestaan.

Controlelijst

  • Ik herken een levensbedreigende bloeding aan spuiten, plassen of doorweekte kleding.
  • Ik druk tien minuten zonder te kijken, met gestrekte armen.
  • Ik leg binnen 60 seconden een knelverband aan met een band en een stok.
  • Ik weet dat een knelverband op de oksel, lies of hals niet kan en dat ik daar opvul.
  • Ik noteer de tijd van elk knelverband op voorhoofd en verband.
  • Ik herken shock en leg de gewonde plat, warm en zo nodig met de benen omhoog.
  • Ik knijp bij een neusbloeding het zachte deel van de neus, voorover, tien minuten.
  • Ik ken de signalen van een inwendige bloeding en weet wat ik wel en niet kan.

Verantwoording

Gebaseerd op de richtlijnen eerste hulp van het Nederlandse Rode Kruis en de European Resuscitation Council (2021), het Stop the Bleed programma van het American College of Surgeons, richtlijnen voor gewondenzorg onder militaire omstandigheden (Tactical Combat Casualty Care) en leerboeken voor wildernisgeneeskunde. De tabel voor bloedverlies volgt de gangbare indeling van de traumazorg in vier klassen. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline