Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Geneeskunde zonder ziekenhuis
  4. Acute noodgevallen

Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis

Acute noodgevallen

Wat je doet in de eerste minuten, op één pagina

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Wat je niet doet

  • Stop nooit iets in de mond van iemand die een aanval heeft of bewusteloos is: geen vingers, geen lepel, geen eten, geen drinken.
  • Geef nooit suiker of water in de mond van iemand die niet zelf kan slikken. Het loopt in de longen.
  • Sla nooit op de rug van iemand die nog krachtig hoest. Je kunt het voorwerp dieper duwen.
  • Laat iemand na een ernstige allergische reactie niet rechtop staan of lopen. Het hart kan dan plotseling leeglopen.
  • Begin geen reanimatie bij iemand die normaal ademt. Leg hem in de zijligging.
Op een klinkerstraat ligt een oudere vrouw in zijligging op een opgevouwen deken; een man knielt achter haar met zijn hand bij haar gezicht, een meisje kijkt op een horloge en een vrouw brengt een deken.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een paar noodgevallen doden binnen minuten: iemand die stikt, een hart dat stilstaat, een keel die dichtzwelt, een bewusteloze die op zijn rug ligt en zijn tong inslikt. Niemand komt, dus wat jij in die minuten doet beslist. Deze pagina is het overzicht: herken in een paar tellen wat er speelt, en ga dan naar de kaart met de stappen.

Als er nog hulp is Laat een ander direct 112 bellen en de telefoon op de luidspreker zetten, en laat diegene een AED halen terwijl jij begint. Stop pas als een hulpverlener het van je overneemt.

Eerst doen

  1. Kijk of het veilig is: stroom, gas, rook, verkeer, water, een agressief dier.
  2. Spreek de persoon luid aan en schud aan zijn schouders: "Hoort u mij?"
  3. Roep hard om hulp van mensen in de buurt. Je hebt handen nodig.
  4. Kantel het hoofd licht achterover met twee vingers onder de kin en kijk tien seconden of hij normaal ademt.
  5. Kies op basis van wat je ziet de situatie hieronder en volg de kaart.
  6. Blijf bij de persoon tot hij hersteld is of tot iemand het overneemt, en schrijf op wat er gebeurde en hoe laat.

Wat je nodig hebt

  • Je handen en je stem. Voor de meeste noodgevallen op deze pagina heb je verder niets nodig.
  • Een klok of horloge met secondewijzer, of iemand die hardop telt.
  • Een deken en isolatie voor tegen de grond.
  • Suiker, honing, siroop of gewone frisdrank met suiker, voor lage bloedsuiker.
  • Een adrenalinepen voor wie een bekende ernstige allergie heeft. Weet waar die ligt.
  • Een AED, als je er nog een hebt met werkende batterij en elektroden.
  • Een beademingsmasker of een schone doek voor mond op mond beademing.
  • Pen en papier voor tijden en waarnemingen.

Werkwijze

Snel onderscheid

№Wat je zietWat het waarschijnlijk isKaart
1Grijpt naar de keel, kan niet praten of hoesten, wordt blauwVerslikkingVK.B04, VK.B05
2Reageert niet, ademt niet of alleen happendHartstilstandVK.B06
3Reageert niet, ademt wel normaalBewusteloosVK.B07
4Zwelling van lippen of tong, piepende adem, vlekken, na eten of steekErnstige allergische reactieVK.B12
5Valt, verstijft, schokt ritmischEpileptische aanvalVK.B13
6Diabeet, zweet, beeft, raar gedrag, wordt sufLage bloedsuikerVK.B14
7Wordt bleek en zakt in elkaar, komt binnen een minuut bijFlauwvallenzie hieronder
8Bleek, klam, snelle pols, onrustig, na bloeding, braken of steekShockVK.B15

Verslikking

Iemand die ineens niet meer kan praten, ademen of hoesten en naar zijn keel grijpt, heeft iets in zijn luchtpijp. Kan hij nog hoesten, laat hem dan hoesten en moedig hem aan: hoesten is het sterkste middel. Wordt het hoesten zwak of stil, geef dan vijf klappen tussen de schouderbladen en daarna vijf buikstoten, en wissel af tot het voorwerp eruit is of hij bewusteloos raakt. Raakt hij bewusteloos, begin dan met reanimatie. Bij een baby onder het jaar geef je geen buikstoten, maar borststoten met twee vingers. Zie VK.B04 Verslikking bij volwassene en kind en VK.B05 Verslikking bij een baby.

Hartstilstand en reanimatie

Iemand reageert niet en ademt niet normaal. Let op: in de eerste minuten na een hartstilstand haalt iemand vaak nog af en toe happend adem, als een vis op het droge. Dat heet gaspen en is geen echte ademhaling. Begin met borstcompressies: 30 keer duwen midden op de borst, 5 tot 6 cm diep, 100 tot 120 keer per minuut, daarna 2 keer beademen. Bij een kind en na verdrinking begin je met 5 beademingen. Zie VK.B06 Reanimatie. Wees eerlijk over de kans. Ook met ambulance, AED en ziekenhuis overleeft in Nederland ongeveer een op de vier tot vijf mensen een hartstilstand buiten het ziekenhuis wordt getoetst. Zonder stroomstoot, medicijnen en ziekenhuis is de kans bij een volwassene met een hartaanval of hartritmestoornis heel klein: een op de vijftig of minder wordt getoetst. Het hart van zo iemand moet met een stroomstoot weer in het ritme gebracht worden, en dat kunnen je handen niet. De kans is duidelijk beter als het hart stilstaat door een tekort aan zuurstof, want dan kan beademen het probleem zelf oplossen:

  • Verdrinking.
  • Verslikking, als het voorwerp eruit komt.
  • Kinderen, bij wie een hartstilstand meestal begint met een ademstilstand.
  • Onderkoeling: koude hersenen kunnen lang zonder zuurstof. Ga langer door en warm intussen op (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Blikseminslag en elektrocutie wordt getoetst. Spreek als groep vooraf af wanneer je stopt. Een redelijke grens: na 20 minuten zonder enig teken van leven, zonder AED, en zonder een van de uitzonderingen hierboven wordt getoetst. Stop ook als je uitgeput bent of als het gevaarlijk wordt. Stoppen is geen falen. Je hebt gedaan wat er te doen viel. Heb je nog een AED, haal die dan uit een buitenkast in de wijk zolang dat kan en bewaar hem binnen, droog en vorstvrij. Een AED in stand by gaat met zijn batterij enkele jaren mee wordt getoetst. Kijk de datum op de elektroden na.

Bewusteloos maar ademt

Iemand reageert niet, maar ademt wel normaal. Op zijn rug kan hij stikken in zijn eigen tong, braaksel of bloed. Leg hem in de stabiele zijligging en controleer elke minuut of hij nog ademt. Stopt de ademhaling, draai hem op zijn rug en begin met reanimatie. Zoek daarna naar de oorzaak: een klap op het hoofd, lage bloedsuiker, alcohol, koolmonoxide, onderkoeling, een aanval. Zie VK.B07 Stabiele zijligging. Een vermoeden van nekletsel na een val of aanrijding verandert dit niet: ademhaling gaat voor. Draai voorzichtig, hoofd en romp in één lijn, het liefst met twee mensen.

Ernstige allergische reactie

Binnen enkele minuten tot een half uur na een steek, een noot, schaaldieren, een medicijn of een ander voedsel krijgt iemand twee of meer van deze verschijnselen: zwelling van lippen, tong of keel, een hese stem, piepende of moeizame ademhaling, jeukende rode bulten over het lichaam, braken of buikkrampen, duizeligheid en een zwakke pols. Dit heet anafylaxie. Gebruik zonder aarzelen een adrenalinepen in de buitenkant van het bovenbeen, ook door de broek heen. Leg de persoon plat met de benen omhoog, of laat hem zitten als hij zo beter ademt. Laat hem niet opstaan. Zie VK.B12 Ernstige allergische reactie en de adrenalinepen.

Epileptische aanval

Iemand valt, verstijft en begint ritmisch met armen en benen te schokken. Soms bijt hij op zijn tong, plast hij in zijn broek of loopt er schuim uit zijn mond. De meeste aanvallen stoppen vanzelf binnen twee minuten. Haal harde voorwerpen weg, leg iets zachts onder het hoofd, kijk op de klok en stop niets in de mond. Na de aanval: stabiele zijligging. Duurt een aanval langer dan vijf minuten, of volgt de ene aanval op de andere zonder dat hij bijkomt, dan is het levensgevaarlijk. Zie VK.B13 Een epileptische aanval begeleiden.

Lage bloedsuiker

Vooral mensen met diabetes die insuline of bepaalde tabletten gebruiken, maar ook iemand die dagen niet gegeten heeft of veel alcohol dronk. De persoon zweet, beeft, is bleek, heeft honger, wordt prikkelbaar, verward of dronken in zijn gedrag, en kan bewusteloos raken of een aanval krijgen. Geef iemand die nog kan slikken direct snelle suiker. Twijfel je tussen te hoge of te lage suiker: geef suiker. Te laag doodt snel, een beetje extra suiker niet. Zie VK.B14 Lage bloedsuiker herkennen en verhelpen.

Flauwvallen

Iemand wordt bleek, zegt dat het zwart wordt voor zijn ogen, en zakt in elkaar. Hij komt binnen een minuut weer bij. Oorzaak: het bloed zakt even weg uit het hoofd, door lang staan, hitte, pijn, schrik, honger of uitdroging.

  1. Leg hem plat en til zijn benen 30 cm op, op een emmer of een tas.
  2. Maak knellende kleding los en zorg voor frisse lucht of schaduw.
  3. Laat hem tien minuten liggen voor hij langzaam gaat zitten, en pas daarna staan.
  4. Geef water en iets zoets als hij goed wakker is. Komt hij niet binnen een minuut bij, behandel dan als bewusteloos (VK.B07). Flauwvallen tijdens inspanning, met pijn op de borst, of bij iemand ouder dan 50 zonder duidelijke aanleiding kan wijzen op een hartprobleem wordt getoetst: laat hem rusten en houd hem in de gaten.

Shock

Te weinig bloed naar de organen, door bloedverlies, uitdroging, brandwonden, een ernstige infectie of een allergische reactie. Snelle zwakke pols, bleke koude klamme huid, dorst, onrust, later sufheid. Behandel de oorzaak: bloeding stoppen (07.02 Bloedingen stoppen), adrenalinepen, vocht. Leg de persoon plat, benen omhoog als dat kan, en houd hem warm. Zie VK.B15 Shock herkennen en opvangen.

Zo weet je dat het werkt

  • Na verslikking: hij hoest, praat of huilt weer, en zijn kleur wordt roze.
  • Na reanimatie: hij beweegt, opent zijn ogen, of ademt weer normaal.
  • In de zijligging: je hoort een rustige ademhaling zonder gorgelen en ziet de borst bewegen.
  • Na adrenaline: binnen vijf minuten minder piepen, minder zwelling, sterkere pols.
  • Na suiker: binnen tien tot vijftien minuten helderder en minder zweterig.
  • Na flauwvallen: binnen een minuut wakker en binnen tien minuten weer kleur.

Zo weet je dat het misgaat

  • Na verslikking blijft hij hoesten, piepen of heeft hij pijn bij slikken: een stukje kan in de longen zitten. Houd hem rechtop en laat hem de komende dagen niet alleen; let op koorts.
  • Na reanimatie komt hij bij maar wordt hij weer slapper: leg hem in zijligging en controleer elke minuut de ademhaling. Begin opnieuw als hij stopt.
  • Na een adrenalinepen komen de klachten na vijf minuten niet terug of worden ze erger: geef een tweede pen als je die hebt wordt getoetst. Reacties kunnen na uren terugkomen: houd hem twaalf uur in het oog wordt getoetst.
  • Na suiker wordt hij niet beter binnen vijftien minuten: geef nog een keer suiker. Wordt hij niet beter, denk dan aan iets anders: hoofdletsel, infectie, beroerte, onderkoeling.
  • Na een aanval komt hij na een half uur nog niet bij: zijligging, warm houden, ademhaling bewaken, en denk aan hoofdletsel of lage bloedsuiker.

Gevaar · Wat je niet doet

  • Stop nooit iets in de mond van iemand die een aanval heeft of bewusteloos is: geen vingers, geen lepel, geen eten, geen drinken.
  • Geef nooit suiker of water in de mond van iemand die niet zelf kan slikken. Het loopt in de longen.
  • Sla nooit op de rug van iemand die nog krachtig hoest. Je kunt het voorwerp dieper duwen.
  • Laat iemand na een ernstige allergische reactie niet rechtop staan of lopen. Het hart kan dan plotseling leeglopen.
  • Begin geen reanimatie bij iemand die normaal ademt. Leg hem in de zijligging.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1BeademingsmaskerEen schone zakdoek of een dun stuk katoen over de mond, of alleen borstcompressies
2AEDAlleen borstcompressies en beademing. Er is geen vervanging voor een stroomstoot
3AdrenalinepenEr is geen vervanging. Plat leggen, benen omhoog, warm houden, rustig blijven
4DruivensuikerTwee tot drie theelepels suiker of honing, of een half glas gewone frisdrank of sap wordt getoetst
5KlokTel hardop "eenentwintig, tweeëntwintig", dat is ongeveer een seconde per woord
6DekenJassen, kranten, karton, vuilniszakken

Achtergrond

De hersenen houden het zonder zuurstof vier tot zes minuten vol voordat er blijvende schade ontstaat wordt getoetst. Daarom draait alles op deze pagina om luchtweg en bloedsomloop. Borstcompressies persen bloed uit het hart naar de hersenen. Bij een volwassene met een hartaanval staat het hart vaak in een chaotisch ritme dat alleen een stroomstoot herstelt; compressies overbruggen alleen de tijd tot de AED. Bij verdrinking, verslikking en kinderen is het hart meestal gestopt door zuurstofgebrek, en dan kan beademing het probleem zelf verhelpen. Adrenaline spant de vaten aan en opent de luchtwegen. Suiker werkt binnen minuten omdat de hersenen glucose direct verbruiken. Bewijs: borstcompressies en beademing A. Buikstoten en rugslagen bij verslikking B. Adrenaline bij anafylaxie A. Snelle suiker bij lage bloedsuiker A. Reanimatie zonder stroomstoot en ziekenhuis bij volwassenen met een hartaanval D: helpt zelden, maar is het enige wat er is.

Volgende niveau

Op niveau II leert iedereen boven de twaalf jaar reanimeren, de zijligging en de aanpak van verslikking. Oefen elk half jaar met een zelfgemaakte oefenpop: een opgerolde slaapmat in een shirt met een plastic fles als borstkas. Hang deze pagina en de kaarten op een vaste plek. Maak een lijst van wie in de groep diabetes, epilepsie of een ernstige allergie heeft, waar hun spullen liggen, en wat ze zelf willen dat er gebeurt. Op niveau III leid je een paar mensen op met vaardigheden voor de luchtweg en het bewaken van een patiënt over uren en dagen (06.03 Hulp organiseren zonder alarmnummer).

Controlelijst

  • Ik controleer veiligheid, bewustzijn en ademhaling binnen 20 seconden.
  • Ik herken gaspen als geen normale ademhaling.
  • Ik weet bij welke verschijnselen ik welke kaart pak.
  • Ik weet dat reanimatie zonder ziekenhuis bij een volwassene zelden lukt, en waarom het bij verdrinking, onderkoeling en kinderen beter gaat.
  • Ik weet waar in onze groep de adrenalinepennen, de suiker en eventueel de AED liggen.
  • Ik stop nooit iets in de mond van iemand die bewusteloos is of een aanval heeft.
  • Ik schrijf tijden en waarnemingen op.

Verantwoording

Gebaseerd op de richtlijnen van de Nederlandse Reanimatieraad en de European Resuscitation Council (reanimatie en eerste hulp, 2021), de richtlijnen eerste hulp van het Nederlandse Rode Kruis, Nederlandse gegevens over overleving na een hartstilstand buiten het ziekenhuis, en leerboeken voor wildernisgeneeskunde over reanimatie op afgelegen plekken. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline