Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Geneeskunde zonder ziekenhuis
  4. Knelverband aanleggen en improviseren

Vaardigheid · Geneeskunde zonder ziekenhuis

Knelverband aanleggen en improviseren

Een bloeding aan arm of been dichtdraaien als drukken niet genoeg is

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Losmaken en pijn Maak een knelverband nooit zelf los. Lees het gevarenkader in 07.02 Bloedingen stoppen over twee en zes uur wordt getoetst. Oefen bij elkaar nooit langer dan een minuut volledig strak, en nooit bij iemand met spataderen, trombose of een zwakke bloedsomloop wordt getoetst. Bij kleine kinderen met dunne armen en benen trekt een geïmproviseerd knelverband vaak niet strak genoeg. Druk dan met je hand en vul de wond op (VK.B03).

VK.B02: gedetailleerde onderdelenplaat voor knelverband aanleggen en improviseren, met legenda en detailaanzichten.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarvoor

Een knelverband drukt de slagader van arm of been dicht tegen het bot. Gebruik het als een bloeding blijft spuiten of plassen ondanks drukken, als een hand, voet of ledemaat is afgerukt, of als je je handen nodig hebt voor andere gewonden. Het werkt niet op de hals, de romp, de oksel of de lies.

Wat je nodig hebt

  • Een knelverband met draaistok uit de ehbo kist, of:
  • Een band van minstens 4 cm breed en een meter lang wordt getoetst: een tot das gevouwen driehoeksdoek, een sjaal, een stropdas.
  • Een stok van 20 tot 30 cm die niet breekt: een stuk bezemsteel, een schroevendraaier, een stevige tak van een duim dik.
  • Een tweede strook om de stok vast te zetten.
  • Een pen of stift.

Stappen

  1. Laat iemand op de wond drukken terwijl jij bezig bent.
  2. Vouw de driehoeksdoek tot een das van 5 cm breed.
  3. Leg de das om arm of been, 5 tot 8 cm boven de wond wordt getoetst. Nooit op een elleboog of knie: zit de wond vlak onder het gewricht, leg de das erboven.
  4. Weet je niet waar de wond zit, of is het donker: leg de das zo hoog mogelijk op bovenarm of bovenbeen.
  5. Knoop een halve knoop, zo strak als je kunt.
  6. Leg de stok dwars op de halve knoop en knoop er een platte knoop overheen.
  7. Draai de stok rond. Elke halve slag trekt de band strakker. Draai tot de bloeding stopt en je voorbij het verband geen pols meer voelt.
  8. Zet de stok vast: wikkel de tweede strook om het ledemaat en over beide uiteinden van de stok, en knoop hem vast.
  9. Schrijf een K en de tijd op het voorhoofd en op de band: "K 14.20".
  10. Laat het verband zichtbaar. Dek de rest van de gewonde wel toe.
  11. Controleer elke vijftien minuten of het nog bloedt. Draai bij als dat nodig is.

Zo controleer je het

  • De bloeding staat stil.
  • Voorbij het verband voel je geen pols, en de huid is bleek, niet paars.
  • De gewonde heeft veel pijn. Dat hoort erbij en betekent dat het verband strak genoeg zit.

Veelgemaakte fouten

  • Te los. Een losse band drukt alleen de aders dicht en niet de slagader. Het bloed kan er dan wel in maar niet uit: de arm wordt paars en de wond bloedt harder. Draai door.
  • Te smal: touw, draad of een tie wrap snijdt in en sluit de slagader niet.
  • Op een gewricht leggen.
  • Te laat aanleggen omdat je bang bent. Een knelverband dat te vroeg zit kost weinig, een dode kost alles.
  • Losmaken om te kijken.
  • Geen tijd noteren.
  • Een stok die breekt of die je niet vastzet, zodat hij terugdraait.

Gevaar · Losmaken en pijn Maak een knelverband nooit zelf los. Lees het gevarenkader in 07.02 Bloedingen stoppen over twee en zes uur wordt getoetst. Oefen bij elkaar nooit langer dan een minuut volledig strak, en nooit bij iemand met spataderen, trombose of een zwakke bloedsomloop wordt getoetst. Bij kleine kinderen met dunne armen en benen trekt een geïmproviseerd knelverband vaak niet strak genoeg. Druk dan met je hand en vul de wond op (VK.B03).

Oefenen Leg twintig keer een geïmproviseerd knelverband aan op een opgerolde slaapmat of een broekspijp gevuld met handdoeken. Daarna bij een oefenpartner, kort. Oefen ook met één hand op je eigen bovenarm en bovenbeen, met links en met rechts. Doe het ook in het donker en met handschoenen aan.

Proeve Je legt binnen 60 seconden een geïmproviseerd knelverband aan op het bovenbeen van een oefenpartner, tot je geen pols meer voelt in de voet. Je legt binnen 90 seconden met één hand een knelverband aan op je eigen bovenarm.

Varianten

  • Knelverband met draaistok en klittenband: haal de band door de gesp, trek strak, sluit het klittenband, draai de stok tot het stopt, klik de stok in de houder en zet hem vast met het bandje.
  • Een fietsbinnenband, strak en in veel rondes over elkaar gewikkeld, kan werken wordt getoetst. Een broekriem is stug en moeilijk strak te krijgen: gebruik hem alleen met een stok.

Open in de app en bewaar offline