Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Onderdak, vuur & warmte
  4. Slapen zonder kou

Hoofdstuk · Onderdak, vuur & warmte

Slapen zonder kou

Isolatie onder je, droge kleding aan, één kleine warme kamer, en niets dat 's nachts brandt

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Vuur en koolmonoxide in de slaapkamer Houtskool, barbecue, gastoestel, aggregaat of een kaarsenkachel binnen kan slapende mensen doden voordat ze klachten krijgen. Een open vuur in een kamer zonder schoorsteen ook.

  • Alles met een vlam uit voordat de laatste gaat slapen, behalve een gesloten kachel met schoorsteen, CO-melder en rooster open.
  • Dekens, zeilen en een bedtent minstens een meter van kachel en kachelpijp wordt getoetst; nooit kleding op de kachel drogen.
  • Een kruik nooit in het bed van een baby of van iemand die niet kan voelen of niet wakker wordt.
Twee mensen leggen in een kleine slaapkamer van een flat wollen dekens over een matras op pallets, met een deken voor de deuropening en een raam dat op een kier staat.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

's Nachts maak je het minste warmte en lig je het langst stil, vaak op een koude vloer. Wie slecht slaapt van de kou, werkt de volgende dag slecht, eet slecht en wordt ziek. Ouderen en baby's koelen in een koud huis stil af zonder dat iemand het merkt (01.13 Onderkoeling en oververhitting). Tegelijk kan wie slaapt aan koolmonoxide sterven voordat hij klachten krijgt, waarschuwt het CDC, en een kaars of kachel kan brand geven terwijl iedereen slaapt. Dit hoofdstuk gaat over allebei: warm slapen, en veilig.

Als er nog hulp is Koop nu per bed een slaapmat van gesloten schuim en een wollen deken, en hang een koolmonoxidemelder in elke kamer waar gestookt wordt. Spreek met een oudere alleenwonende buur af wie 's ochtends bij hem komt kijken.

Eerst doen

  1. Haal iedereen van de vloer: isolatie onder je is belangrijker dan dekens boven je.
  2. Kies de kleinste kamer die je droog en dicht krijgt en slaap daar met z'n allen.
  3. Trek droge kleding aan om te slapen, met een muts; nooit de klamme kleding van overdag.
  4. Doof vóór het slapen alles wat brandt: kaarsen, olielampen, kooktoestellen, houtskool. Een kachel alleen als hij gesloten is, met schoorsteen en melder.
  5. Leg een baby in een slaapzak op de rug in een leeg bedje; geen kussen, dekbed of knuffels.
  6. Kijk 's ochtends bij de ouderen en de baby's: wakker, helder, warm in de nek?

Wat je nodig hebt

  • Onder je: een slaapmat van gesloten schuim, of lagen karton, dekens, kussens, een matras op pallets of een deur op blokken. Alles wat lucht vasthoudt en het lichaam van de vloer tilt.
  • Over je: een slaapzak, of twee tot drie dekens (wol het liefst), een dekbed, jassen en gordijnen. Een laken om de binnenkant schoon te houden.
  • Aan je: droge onderkleding van wol of kunststof, droge sokken, een muts, een sjaal voor de hals (05.12 Kleding in lagen).
  • Warmtebron zonder vuur: flessen of kruiken met warm water en een doek eromheen; stenen of bakstenen uit de buurt van het vuur, in een doek, alleen als ze handwarm zijn wordt getoetst.
  • Kamer: een zeil, dekens of een tent om een kleine ruimte af te schermen; tape en karton voor kieren; een raam of rooster op een kier.
  • Veiligheid: een koolmonoxidemelder (NEN-EN 50291) en een rookmelder in de slaapruimte, een emmer water of zand bij de deur (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide, 05.14 Brand voorkomen en blussen).
  • Baby: een slaapzak op maat met rits, een stevig vlak matras in een wieg of bedje, niets anders.

Werkwijze

Waar de warmte heen gaat

Je verliest 's nachts warmte naar de lucht om je heen, maar vooral naar de grond wordt getoetst. Een deken boven je houdt lucht vast; dezelfde deken onder je wordt platgedrukt door je gewicht en isoleert nauwelijks wordt getoetst. Daarom noemt de richtlijn voor onderkoeling van de Wilderness Medical Society isolatie tussen de patiënt en de grond een kern van elke behandeling (01.13 Onderkoeling en oververhitting). Een stenen vloer of de betonvloer van een flat trekt de hele nacht warmte uit je lichaam. Een luchtbed zonder isolatie erbovenop is ook koud: de lucht erin stroomt rond en voert warmte af wordt getoetst. Hoeveel een laag isoleert, drukt de buitensport uit in een R-waarde, gemeten volgens de norm ASTM F3340-18 wordt getoetst. Hoe hoger, hoe warmer. Een gewone mat van gesloten schuim heeft ongeveer R 2 wordt getoetst; voor vorst wil je volgens de gangbare adviezen R 4 of meer wordt getoetst. Twee matten op elkaar tellen bij elkaar op wordt getoetst. Voor karton, takken en dekens is in de gelezen bronnen geen R-waarde gevonden. De regel is daarom: meer lagen, lucht erin, en test het zelf door een nacht te voelen of je rug koud wordt.

Isolatie onder je maken

  1. Begin met een laag tegen vocht: een zeil, plastic of een stuk linoleum op de vloer.
  2. Leg daarop iets met lucht erin: drie tot vijf lagen golfkarton wordt getoetst, een matras, kussens van de bank, een opgevouwen deken, een laag droge takken of stro onder een deken.
  3. Leg daarop je slaapmat als je die hebt, en daarop pas je slaapzak of dekens.
  4. Beter nog: til het bed van de vloer. Een matras op pallets, een deur op blokken of een echt bed laat lucht onder je door en haalt je uit de koudste laag van de kamer wordt getoetst.
  5. Maak het bed niet breder dan nodig: een smal bed kost minder isolatie. Buiten of in een gebouw zonder dak: een dikke laag takken met daarop droge bladeren, gras of varens, minstens een hand dik als je erop ligt wordt getoetst, en daarop je zeil en dekens. Een dekzeil als dak en windscherm zet je op volgens VK.L05 Een dekzeil opzetten in vijf vormen. Vochtige grond droogt niet: liever een vloer in een gebouw dan een natte weide.

Slaapzak en dekens

  • Een slaapzak sluit rondom en is warmer dan dezelfde hoeveelheid deken wordt getoetst. Trek het koord bij je hals dicht en laat alleen je gezicht vrij.
  • Dekens: wol boven acryl boven katoen wordt getoetst. Leg de dichtste laag (dekbed of wol) bovenop, een laken onderop tegen het zweet. Stop de dekens onder de matras aan voeteneinde en zijkanten, zodat er geen koude lucht inloopt.
  • Twee mensen onder één stapel dekens zijn warmer dan ieder apart: twee lichamen, één keer warmteverlies naar buiten wordt getoetst. Bij lichte onderkoeling helpt een warme slaper ernaast om de kou draaglijk te maken (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Een jas over de voeten, een deken dubbelgevouwen over de romp: de romp eerst, daar zitten de organen.
  • Dons is heerlijk, maar nat waardeloos wordt getoetst. Houd het droog en lucht het elke ochtend. Geen slaapzak? Naai twee dekens aan twee zijden aan elkaar tot een zak (05.08 Kleding en schoenen herstellen). Oude matrassen en dekens uit lege huizen: eerst kloppen, luchten, controleren op bedwantsen (06.11 Luizen, vlooien, muggen en ratten; DK.17 Meubels en matrassen).

Droge kleding om te slapen

Je kleding van overdag is klam van zweet, ook als je het niet voelt. In bed koelt dat vocht je af wordt getoetst. Trek daarom voor het slapen alles uit en trek een aparte droge set aan: lang ondergoed van wol of kunststof, droge sokken, een muts, een sjaal. Geen katoen tegen de huid (05.12 Kleding in lagen). Niet te veel: wie in bed zweet, maakt zijn slaapzak nat. Die droge set blijft in de slaapzak en komt overdag niet aan. Hang de dagkleding op om te drogen, niet onder de dekens.

De kleinste kamer verwarmen met lichaamswarmte

Een volwassene die stil zit, geeft ongeveer 100 watt warmte af. Bij 20 °C gaat daarvan ongeveer 80 watt als voelbare warmte de kamer in en de rest als waterdamp (oudere ASHRAE- en ISO-waarden). In slaap is het iets minder wordt getoetst. Vijf mensen in een kamer zijn dus samen een kachel van ongeveer 400 watt. In een grote kamer met hoge plafonds merk je daar niets van; in een kleine, dichte ruimte wel.

  1. Kies de kleinste kamer die droog is, het liefst binnen in het huis met zo weinig mogelijk buitenmuren en ramen, en op het zuiden als je kunt kiezen wordt getoetst. Dat is vaak een kleine slaapkamer wordt getoetst.
  2. Verklein de kamer verder: hang dekens of een zeil voor de deuropening en voor het raam, zet kasten tegen koude buitenmuren, leg karton op de vloer (05.04 Isolatie begrijpen).
  3. Dicht kieren onder deuren met een opgerolde handdoek en plak tocht bij ramen af. Laat één raam of rooster op een kier voor frisse lucht: mensen ademen vocht en koolzuur uit (05.05 Ventilatie en luchtkwaliteit). De NHS raadt aan slaapkamerramen 's nachts dicht te houden; dat advies gaat over kou in een gewoon huis. De brandweer en het RIVM vragen bij een verbrandingstoestel dag en nacht een rooster of raam op een kier. Met veel mensen in één kamer of een kachel in huis kies je voor de kier wordt getoetst.
  4. Slaap met z'n allen in die ene kamer, dicht bij elkaar, de kwetsbaarste in het midden.
  5. Een bedtent maakt het nog kleiner: een tent binnen in de kamer, of een hemel van dekens over een tafel of over vier stoelen om een matras heen. De lucht onder dat dak warmt op van je adem en je lichaam, en de wind van het raam blijft buiten wordt getoetst. Laat een opening voor lucht: nooit een afgesloten plastic zak. Zo'n kamer wordt niet warm zoals met een kachel, maar wel een paar graden warmer dan de rest van het huis wordt getoetst, en dat scheelt een nacht lang.

Kruik, warme stenen en samen slapen

Een fles of kruik met warm water, in een doek of sok, bij je voeten of tegen je buik, maakt het begin van de nacht draaglijk. Regels: geen kokend water, altijd een doek ertussen, en niet in het bed van iemand die suf is of slecht voelt (diabetes, oude huid) wordt getoetst. Bij een baby nooit. Een kruik die 's nachts lekt, maakt het bed nat en koud. Een kruik die uren tegen dezelfde plek huid ligt, kan een brandwond geven, ook als hij niet heet aanvoelt wordt getoetst (07.05 Brandwonden). Kijk bij iemand die onderkoeld is om de 20 tot 30 minuten naar de huid onder de kruik (01.13 Onderkoeling en oververhitting). Stenen uit het vuur zijn gevaarlijk: te heet, en vochtige stenen kunnen barsten (01.12 Vuur maken en beheren). Alleen stenen of bakstenen die naast het vuur hebben gelegen en die je met de blote hand kunt vasthouden, in een dikke doek, en dan nog liever een fles water wordt getoetst. Samen slapen is de oudste warmtebron wordt getoetst. Oudere kinderen bij volwassenen in één bed is warm, maar een baby hoort in een eigen bedje naast je bed. De JGZ-richtlijn raadt samen slapen af in de eerste vier maanden, aan rokers de eerste zes, en noemt het extra gevaarlijk bij alcohol, grote vermoeidheid en onder een dekbed. Zonder verwarming ben je vaak moe en lig je onder dikke dekens: houd daarom ook na die maanden vast aan het eigen bedje zolang dat kan wordt getoetst.

Vocht en condens

Je ademt per nacht een flinke hoeveelheid water uit, en je zweet ook als je het koud hebt wordt getoetst. In een koude kamer slaat dat vocht neer op het koudste oppervlak: het raam, de buitenmuur, de bovenkant van je slaapzak en de binnenkant van een plastic zeil. Vochtige isolatie isoleert slechter: het CCOHS zegt van kleding dat de isolatie sterk daalt zodra de laag op je huid nat wordt, en voor beddengoed geldt hetzelfde wordt getoetst.

  • Adem buiten de slaapzak: trek de zak niet over je gezicht, maar een sjaal over je mond wordt getoetst.
  • Leg geen plastic direct op je slaapzak. Een zeil hoort onder je of als dak met lucht ertussen.
  • Lucht de slaapzak en de dekens elke ochtend, binnenstebuiten, buiten of bij een open raam. Laat matrassen niet op een koude vloer liggen: zet ze overdag rechtop.
  • Een klein raam op een kier helpt tegen condens wordt getoetst en voorkomt een benauwde kamer.
  • Zwarte vlekken op de muur achter het bed zijn schimmel. Schuif het bed een hand van de muur en lucht meer (05.07 Regen en vocht weren). In oudere huizen zonder spouw is dit in de winter een gewoon probleem wordt getoetst.

Ouderen

Ouderen maken minder warmte, voelen kou later en zeggen het minder snel wordt getoetst. Volgens Public Health Wales is 18 °C de minimumtemperatuur die de WHO en de Britse overheden aanbevelen voor de gewone bevolking. Daaronder nemen de gezondheidsrisico's geleidelijk toe, en ouderen en langdurig zieken zijn kwetsbaarder. Voor huishoudens met kwetsbare mensen noemt Wales 23 °C in de woonkamer. De Engelse NHS adviseert minstens 18 °C in de kamers die je gebruikt. Zonder verwarming haal je dat niet; des te belangrijker zijn isolatie onder het bed, een muts op, een warme drank voor het slapen en iemand die 's ochtends komt kijken (06.08 Zorg voor ouderen). Een oudere die in een koud huis steeds suffer, trager of verwarder wordt, is misschien aan het onderkoelen: inpakken, romp verwarmen, 01.13 Onderkoeling en oververhitting. Laat een oudere niet alleen in een aparte koude kamer slapen "omdat hij dat gewend is".

Baby's en peuters

Voor baby's volg je het protocol Veilig Slapen voor de kinderopvang (2026) en de samenvatting van de JGZ-richtlijn Preventie Wiegendood (2009):

  • Slaapzak, op de rug, in een leeg en veilig bedje. Geen dekbed, geen kussen, geen hoofdbeschermer, geen grote knuffel. Ook een schapenvacht raadt de JGZ-richtlijn af. Op de buik is de kans op wiegendood vier tot vijf keer groter dan gemiddeld (Veilig Slapen).
  • Een dekbed is in de eerste twee jaar meestal te warm: één dekbed is even warm als drie of vier dekens (JGZ). Is er geen passende slaapzak, gebruik dan een bovenlaken met één deken, kort opgemaakt: de baby ligt met de voeten bij het voeteneind en de dekens reiken tot de schouders, zodat hij er niet onder kan schuiven (JGZ). Het nieuwere protocol noemt een slaapzak het veiligst en staat een extra deken alleen toe bij buitenslapen in de kou.
  • Geen mutsje binnen. Het hoofd regelt de warmte van een baby. Buiten in de kou kan een mutsje nodig zijn: zonder koordjes, goed passend, en het mag niet over het gezicht kunnen zakken.
  • Voelen in de nek, met de bovenkant van je vingers: lauw is goed (Veilig Slapen). Koude handjes zijn normaal. De JGZ-richtlijn kijkt ook naar de voeten: warme voeten betekent niet te koud, en een zwetende baby heeft het meestal te warm. Haal dan een laag weg. Warmtestress is een risicofactor voor wiegendood (JGZ).
  • De slaapkamer is het liefst 15 tot 20 °C (Veilig Slapen; de oudere JGZ-samenvatting noemt maximaal 18 °C). Krijg je dat niet, dan een dikkere slaapzak of een extra romper wordt getoetst, geen extra dekens.
  • Geen warme kruik en geen elektrische deken bij een baby: de JGZ-richtlijn noemt ze als oorzaak van warmtestress.
  • Niet in een bed voor volwassenen, niet op de bank wordt getoetst, niet in de kinderwagenbak, box of hangmat: in een eigen wieg of bedje naast je bed.
  • Ga regelmatig kijken, en vaker bij een baby die net leert omrollen. Tot twee jaar blijft het dekbed weg (JGZ). Vanaf 18 maanden mag een kind eventueel in een laag bedje slapen (Veilig Slapen). Zie verder 06.07 Zorg voor kinderen.

Wat je 's nachts nooit laat branden

Dit is het deel waar mensen aan doodgaan. Koolmonoxide ruik je niet. Wie slaapt, kan eraan sterven voordat hij klachten heeft (CDC; 05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide, 01.12 Vuur maken en beheren).

  • Nooit binnen, nooit 's nachts: houtskool, barbecue, een campingkooktoestel, een aggregaat. Niet in huis, niet in een tent, niet in een camper, en een aggregaat ook niet in een garage met de deur open (CDC). Verwarm nooit met een gasoven (CDC) en niet met een zelfgemaakte kaarsenkachel (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide). De brandweer zegt het kort: stook niet als het niet veilig kan.
  • Kaarsen en olielampen: uit voordat de laatste gaat slapen wordt getoetst. Niemand houdt toezicht op een slapende kamer. Het CDC raadt bij stroomuitval batterijlampen aan in plaats van kaarsen. Veel kaarsen bij elkaar geven bovendien fijnstof en koolmonoxide, waarschuwt de brandweer; lucht dan goed.
  • Een houtkachel mag 's nachts alleen branden als hij gesloten is, een schoorsteen heeft die trekt, de aslade leeg is, er een werkende CO-melder in de kamer hangt en een rooster open staat. Smoor hem niet om hem langer te laten branden; dat geeft meer koolmonoxide wordt getoetst. Laat het vuur liever uitgaan en vertrouw op isolatie en lichaamswarmte. Ook bij moderne, goed onderhouden toestellen komt vergiftiging voor, en een gewone melder is niet gemaakt om lage concentraties te zien (RIVM).
  • Hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid bij meerdere mensen in één kamer: iedereen naar buiten, ramen open, pas terug als het vuur uit is en de kamer gelucht (01.12 Vuur maken en beheren). Bewusteloos maar ademt: stabiele zijligging (VK.B07 Stabiele zijligging).
  • Hang een rookmelder in de slaapkamer wordt getoetst en een CO-melder in de kamer met de kachel: aan het plafond, één tot drie meter van de bron en minstens 30 cm van de muur. In een slaapkamer zonder toestel hangt de CO-melder op ademhoogte (Kassa). Het CDC wil een melder bij elke slaapplek.

Zo weet je dat het werkt

  • Je rug en heupen zijn 's ochtends niet koud en je bent niet midden in de nacht wakker geworden van de kou.
  • Je slaapkleding en je slaapzak zijn 's ochtends droog, of hooguit klam aan de buitenkant.
  • De baby voelt lauw in de nek, de oudere is 's ochtends helder en praat normaal.
  • Er zit geen condens op de binnenkant van het zeil of de slaapzak, wel misschien op het raam.
  • De CO-melder is stil en niemand heeft 's ochtends hoofdpijn.
  • De warme kamer is 's ochtends voelbaar warmer dan de rest van het huis wordt getoetst.

Zo weet je dat het misgaat

  • Je wordt 's nachts wakker met een koude rug: er zit te weinig onder je. Leg karton, een deken of kussens onder de mat en til het bed van de vloer.
  • Je zweet in bed en wordt daarna koud: te veel kleding of te veel dekens. Een laag uit, en adem buiten de zak.
  • De slaapzak is 's ochtends nat aan de buitenkant of aan het voeteneind: condens. Plastic van de zak af, raam op een kier, zak overdag luchten.
  • Een oudere wordt trager, suffer, kouder in de romp of verward: behandel als onderkoeling, liggend, inpakken, romp warmen, niets te drinken bij sufheid (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Een baby is bezweet, heeft rode wangen of ademt snel: te warm. Een laag eraf en opnieuw voelen. Een baby die koud is in de nek, bleek en slap: inpakken tegen je huid onder een deken wordt getoetst en 01.13 Onderkoeling en oververhitting.
  • Rode plek of blaar waar een kruik heeft gelegen: kruik weg, koelen (07.05 Brandwonden), volgende keer een dikkere doek.
  • 's Ochtends hoofdpijn of misselijkheid bij meerdere slapers, of een piepende melder: koolmonoxide. Naar buiten, niet meer stoken tot de oorzaak bekend is.
  • Zwarte vlekken op de muur, muffe lucht: schimmel. Bed van de muur, meer luchten, matras overdag rechtop.

Gevaar · Vuur en koolmonoxide in de slaapkamer Houtskool, barbecue, gastoestel, aggregaat of een kaarsenkachel binnen kan slapende mensen doden voordat ze klachten krijgen. Een open vuur in een kamer zonder schoorsteen ook.

  • Alles met een vlam uit voordat de laatste gaat slapen, behalve een gesloten kachel met schoorsteen, CO-melder en rooster open.
  • Dekens, zeilen en een bedtent minstens een meter van kachel en kachelpijp wordt getoetst; nooit kleding op de kachel drogen.
  • Een kruik nooit in het bed van een baby of van iemand die niet kan voelen of niet wakker wordt.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1SlaapmatVijf lagen golfkarton, bankkussens, een opgevouwen dekbed, een deur op blokken, droge bladeren in vuilniszakken wordt getoetst
2SlaapzakTwee dekens aan twee kanten aan elkaar genaaid, een dekbed dubbelgevouwen en aan de voet dichtgespeld
3Wollen dekenJassen, gordijnen, een vloerkleed als buitenste laag, kranten tussen twee lakens wordt getoetst
4Muts voor de nachtEen sjaal om het hoofd, een sok, de capuchon van een trui
5KruikEen plastic fles met warm (niet kokend) water in een dikke sok; een baksteen die naast het vuur heeft gelegen en handwarm is, in een handdoek wordt getoetst
6Kleine kamerEen tent in de woonkamer, een hemel van dekens over een tafel, een kast als slaapnis
7BabyslaapzakEen bovenlaken met één deken, kort opgemaakt met de voeten bij het voeteneind; nooit een dekbed, en geen zelfgemaakte zak met een wijde hals- of armopening
8CO-melderNiet stoken in de slaapruimte; alleen een gesloten kachel met schoorsteen in een andere kamer, of helemaal geen vuur

Achtergrond

Warmte stroomt van warm naar koud, en hoe groter het temperatuurverschil en hoe beter het contact, hoe sneller. Liggend op de grond heb je het grootste contactvlak van de hele dag met het koudste voorwerp in huis. Isolatie werkt door stilstaande lucht: schuim, wol, dons, karton met luchtkanalen. Onder je gewicht wordt zachte isolatie platgedrukt; daarom werkt een stijve schuimmat beter dan een dikke deken onder je, en daarom tilt een bed je uit de koudste laag lucht en weg van de vloer. Water in de isolatie vervangt lucht en geleidt warmte, en verdampt daarna met nog meer warmteverlies wordt getoetst. Mensen produceren in rust ongeveer 1 met, oftewel 58 watt per vierkante meter huid, ongeveer 100 watt voor een volwassene; die warmte verdwijnt in een grote ruimte, maar houdt een kleine ruimte iets boven de buitentemperatuur wordt getoetst. Baby's hebben in verhouding veel huid en weinig vet en koelen snel af, maar raken onder een dekbed ook snel oververhit wordt getoetst; daarom een slaapzak op maat en voelen in de nek. Bewijs: isolatie van de grond bij kou B (Wilderness Medical Society via American Family Physician; natuurkunde van geleiding). R-waarde als maat en ongeveer R 2 voor een schuimmat D (norm en waarden niet zelf gelezen). Slaapzak, rug, leeg bedje, geen mutsje binnen, 15 tot 20 °C B (protocol Veilig Slapen 2026). Geen dekbed, geen kruik, geen samen slapen in de eerste maanden B (JGZ-samenvatting 2009). 18 °C als ondergrens binnen B (NHS, Public Health Wales; de WHO-richtlijn zelf is niet gelezen). Ongeveer 100 watt per persoon B (oudere ASHRAE- en ISO-waarden, Cornell). Nooit houtskool, barbecue, campingtoestel of aggregaat binnen A (CDC). Bedtent en opwarming van een kleine kamer door lichaamswarmte D (afleiding uit vermogen en volume, geen metingen gevonden). Kaarsen uit voor het slapen C. Kruiken en brandwonden C.

Volgende niveau

Op niveau II maak je van de slaapkamer een echte warme kamer: isoleer de muur achter de bedden, maak een dubbele deur van een deken en een plaat, bouw een vaste bedtent van latten en dekens, en meet met een thermometer wat het oplevert. Zet een gesloten kachel met goede schoorsteen in de ruimte ernaast, niet in de slaapkamer (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide, 05.11 Een raketkachel bouwen), en spreek af wie de melder test. Leg per persoon een winterset vast in het winterplan (05.09 Een winterplan) en bedenk waar jullie als groep samen slapen als het echt koud wordt (05.10 Samen wonen). Leer de groep de regels van Veilig Slapen voor baby's uit het hoofd.

Controlelijst

  • Ik slaap op isolatie: een mat, karton of een bed van de vloer, en controleer of mijn rug 's ochtends warm is.
  • Ik trek voor de nacht droge kleding en een muts aan en houd die set apart van mijn dagkleding.
  • Ik slaap in de kleinste droge kamer, samen met de anderen, met een raam of rooster op een kier.
  • Ik gebruik een kruik alleen met een doek eromheen, zonder kokend water, en nooit bij een baby of iemand die niet voelt.
  • Ik leg een baby in een slaapzak op de rug in een leeg bedje, zonder dekbed, kussen of mutsje, en voel in de nek.
  • Ik doof vóór het slapen elke kaars, lamp en kooktoestel, en stook binnen nooit houtskool, gas of een aggregaat.
  • Ik lucht slaapzak en dekens elke ochtend en zet het matras overdag rechtop.
  • Ik kijk elke ochtend bij de ouderen en de baby's of ze helder en warm zijn.

Verantwoording

Open in de app en bewaar offline