Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Geneeskunde zonder ziekenhuis
  4. Brandwonden

Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis

Brandwonden

Twintig minuten koelen, afdekken, inschatten en weken schoon verzorgen

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Wat je nooit doet

  • Geen ijs, ijswater, boter, olie, tandpasta, meel of zalf op een brandwond.
  • Geen vershoudfolie rond een arm, been of de hals wikkelen.
  • Geen vastgeplakte kleding lostrekken, en bij de eerste hulp geen blaren kapotmaken.
  • Geen sloot-, regen- of rivierwater op een open brandwond zonder het eerst te koken wordt getoetst.
  • Nooit water op brandend vet (VK.C02 Een vetbrand blussen).
  • Koel een baby, peuter of iemand met een grote brandwond niet langer dan nodig. Onderkoeling doodt hier sneller dan de wond wordt getoetst.
  • Raak iemand onder stroom niet aan. Bij hoogspanning blijf je op minstens 10 meter.
Bij een buitenkeuken onder een afdak giet een vrouw water uit een kan over de onderarm van een man boven een bak; hij heeft een deken om, naast hen staan een jerrycan en een wekker.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Zonder stroom koken en verwarmen we met open vuur, kachels, kaarsen en olielampen, en nemen brandwonden toe, vooral bij kinderen. Zonder brandwondencentrum is een grote brandwond levensgevaarlijk door vochtverlies, onderkoeling en infectie. De eerste twintig minuten bepalen mee hoe diep de wond wordt, de weken daarna of hij schoon geneest.

Als er nog hulp is Bel 112 tijdens het koelen bij een grote brandwond, bij heesheid of benauwdheid na een brand, of bij een kind met een brandwond van vijf handen of meer. Koel door tot de hulp er is.

Eerst doen

  1. Stop het branden. Laat iemand met brandende kleding stoppen, vallen en rollen, of leg een deken van het hoofd naar de voeten over hem. Bij stroom: eerst de stroom eraf.
  2. Koel de brandwond direct twintig minuten met schoon, koel, zacht stromend water.
  3. Haal tijdens het koelen kleding, sieraden en luiers weg. Laat vastgeplakte stof zitten.
  4. Houd de rest van het lichaam warm.
  5. Kijk naar luchtweg en ademhaling (07.01), en schat grootte en diepte.
  6. Dek af met vershoudfolie in losse banen, nooit rondom gewikkeld.

Wat je nodig hebt

  • Schoon water: drinkwater, of gekookt en afgekoeld water (02.01 Water drinkbaar maken). Twintig minuten koelen kost tientallen liters wordt getoetst: zet een jerrycan van 20 liter klaar bij de kookplek.
  • Een kan, een emmer met kraantje, of een fles met gaatjes in de dop.
  • Vershoudfolie, niet-verklevend of vet gaas, schone lakens, en brandwondverband met gel als je het hebt.
  • Een schaar, handschoenen, een deken en isolatie.
  • Drinkoplossing (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing), een maatbeker en een onderzoekskaart.
  • Voor bijtende stoffen: veel water, handschoenen en een veiligheidsbril.

Werkwijze

Koelen

  1. Begin zo snel mogelijk. Koelen helpt het meest in de eerste minuten, maar tot drie uur na het verbranden helpt het nog tegen de pijn.
  2. Laat schoon water zacht over de wond lopen. Richt de straal net boven de wond, zodat het water eroverheen stroomt.
  3. Gebruik koel tot lauw water, ongeveer 15 tot 30 °C. Nooit ijs of ijswater.
  4. Koel twintig minuten, op de klok. Koel bij een baby, een peuter, een oudere en bij een grote brandwond korter, ongeveer tien minuten, en let op rillen wordt getoetst.
  5. Koel alleen de wond, niet de hele persoon. Houd de rest warm met een deken.
  6. Stop direct als hij gaat rillen, blauwe lippen krijgt of zegt dat hij het koud heeft. De European Resuscitation Council (2021) en de NHS zeggen minstens twintig minuten; de Nederlandse richtlijn, Thuisarts en het Rode Kruis tien tot twintig minuten met lauw water. Onderzoek laat geen duidelijk verschil zien. Koel alleen met schoon of gekookt en afgekoeld water. Een open brandwond laat ziekteverwekkers binnen, en zonder antibiotica is een infectie moeilijk te stoppen wordt getoetst. Geen stromend water: leg het lichaamsdeel in een bak schoon koel water en ververs het als het warm wordt wordt getoetst. Geen water: brandwondverband met gel, hooguit twintig minuten.

Kleding en sieraden

Haal kleding, ringen, horloges en armbanden weg zodra je begint met koelen; later lukt dat vaak niet meer door de zwelling wordt getoetst. Doe een luier of maandverband direct uit als er hete vloeistof in liep. Knip vastgeplakte stof rondom weg en laat het stuk op de wond zitten.

De grootte inschatten met de hand

De hele hand van de gewonde, met gesloten vingers, is ongeveer 1 procent van zijn huid. Gebruik zijn hand, niet de jouwe; bij een kind de hand van het kind. De handpalm zonder vingers is maar ongeveer een half procent.

  1. Tel alleen blaren, open, witte of verkoolde huid. Alleen rode huid telt niet mee.
  2. Tel hoeveel handen van de gewonde op de wond passen.
  3. Meer dan tien handen: gebruik de regel van negen. Hoofd en hals 9 procent, elke arm 9, elk been 18, voorkant romp 18, rug 18 wordt getoetst. Bij jonge kinderen is het hoofd groter en zijn de benen kleiner wordt getoetst.
№GrootteIn gewone tijden
1Kleiner dan een halve handZelf verzorgen, behalve op een plek uit de lijst hieronder
2Groter dan een halve handHuisarts
35 handen of meer bij een kind112 en een brandwondencentrum
410 handen of meer bij een volwassene112 en een brandwondencentrum
55 handen of meer derdegraadsBrandwondencentrum

De diepte herkennen

№DiepteWat je zietPijnGenezing
1EerstegraadsRood, droog, huid heel, lijkt op zonnebrandPijnlijkBinnen een paar dagen
2TweedegraadsRood, vochtig, blarenVeel pijnMeestal binnen 14 dagen, zelden een litteken
3Diep tweedegraadsVlekkerig roze en rood met witte plekken, blarenPijnLangzaam, met litteken; een arts is nodig
4DerdegraadsGeel-wit, bruin of zwart, stug en droogWeinig of geenGeneest niet vanzelf, alleen vanaf de randen wordt getoetst

Een brandwond kan in de eerste twee tot drie dagen dieper worden. Kijk na twee en na drie dagen opnieuw en schrijf het op wordt getoetst.

Afdekken

  1. Rol de eerste slag van de vershoudfolie af en gooi die weg wordt getoetst.
  2. Leg de folie in losse banen op de wond, laag over laag. Wikkel nooit rondom een arm, been of de hals: als het zwelt, knelt het.
  3. Steek een hand los in een schone plastic zak wordt getoetst.
  4. Geen folie op het gezicht: houd het schoon en vochtig met een schone natte doek wordt getoetst.
  5. Geen folie: niet-verklevend of vet gaas, of bij een groot oppervlak een schoon laken. Smeer niets op de wond en prik bij de eerste hulp geen blaren door.

Wanneer het levensbedreigend is

  • De luchtweg. Na een brand in een afgesloten ruimte, of bij brandwonden aan gezicht en hals: let op heesheid, piepen, benauwdheid, hoesten, roet rond mond en neus wordt getoetst. De keel kan in de uren daarna dichtzwellen wordt getoetst. Laat hem rechtop zitten. Denk ook aan koolmonoxide (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide).
  • De grootte. 10 procent of meer bij een volwassene, 5 procent of meer bij een kind, of 5 procent of meer derdegraads.
  • De plek. Gezicht, handen, voeten, geslachtsdelen, rond de anus, grote gewrichten, en elke brandwond die helemaal rond hals, romp, arm of been loopt.
  • De leeftijd. Een jaar of jonger, of 75 of ouder.
  • De oorzaak. Stroom, bliksem en bijtende stoffen. Wees eerlijk: zonder brandwondencentrum, infuus en operatie overlijdt een deel van de mensen met grote diepe brandwonden, wat je ook doet wordt getoetst. Spreek als groep vooraf af wanneer je overgaat op verzorgen, pijn verzachten en erbij blijven (07.15 Overlijden en lijkzorg).

Shock en vochttekort

Een brandwond lekt vocht. Vanaf ongeveer 10 procent bij een kind en 15 tot 20 procent bij een volwassene kan iemand binnen uren in shock raken wordt getoetst.

  1. Herken shock: snelle pols, bleke koude klamme huid, dorst, onrust, weinig plas (VK.B15 Shock herkennen en opvangen).
  2. Is hij wakker, kan hij slikken en braakt hij niet: geef regelmatig slokjes drinkoplossing, geen grote hoeveelheden gewoon water wordt getoetst. Zonder infuus worden brandwonden tot ongeveer 20 procent in de rampgeneeskunde met drinken behandeld wordt getoetst.
  3. Vang de plas op in een maatbeker: bij 70 kilo minstens ongeveer 35 ml per uur wordt getoetst.
  4. Houd hem warm, en meet elk kwartier pols, ademhaling en bewustzijn (07.01).

Verzorging in de dagen daarna

  1. Was je handen met zeep, trek handschoenen aan en raak de wond zo min mogelijk aan.
  2. Spoel de wond met schoon of gekookt en afgekoeld lauw water voor elk nieuw verband.
  3. Leg vet gaas of folie op de wond en daarover droog gaas. Vervang het als het nat, vuil of los is, en anders om de dag wordt getoetst. Week vastgeplakt gaas los met lauw water.
  4. Laat blaren heel. Hinderen ze erg, prik ze dan aan de rand door met een naald die je met alcohol hebt schoongemaakt. Knip losse velletjes weg met een schoon schaartje.
  5. Smeer geen zalf: zilversulfadiazine kan de genezing vertragen. Geef geen antibiotica om infectie te voorkomen; daar is bij brandwonden geen bewijs voor (07.07 Infecties en antibiotica).
  6. Laat hem goed eten en drinken, met genoeg eiwit (03.01 Wat het lichaam nodig heeft) wordt getoetst.
  7. Laat verbrande vingers en gewrichten een paar keer per dag helemaal buigen en strekken. Een litteken krimpt wordt getoetst.
  8. Na genezing: vette crème tegen jeuk, en bescherm de nieuwe huid tegen de zon wordt getoetst. Pijnstilling: volgens de bijsluiter (07.11 Pijn en pijnstilling). Noteer wie tegen tetanus is ingeënt en wanneer wordt getoetst.

Infectietekens

  • De wond wordt na een paar dagen weer roder en pijnlijker.
  • Er komt geel-groen vocht of pus uit.
  • De wond ruikt slecht wordt getoetst.
  • De roodheid rond de wond breidt zich uit wordt getoetst.
  • Hij krijgt koorts of voelt zich ziek. Spoel en verbind dan vaker, lees 07.07, en breng hem naar een arts als dat ergens kan.

Chemische verbranding

  1. Bescherm jezelf met handschoenen en een bril.
  2. Veeg droge poeders eerst weg met een doek: ongebluste kalk, loog, cement.
  3. Haal besmette kleding uit, zonder de stof langs het gezicht te trekken wordt getoetst.
  4. Spoel direct met het schoonste water binnen handbereik, en daarna met schoon water. Spoel 45 tot 60 minuten.
  5. Neutraliseer niet met azijn, melk of soda. Gebruik alleen water.
  6. Een bijtende stof in het oog: zie VK.B10 Oogletsel spoelen en afdekken. In dit boek werk je met loog (11.03 Loog uit houtas, 11.04 Zeep maken), kalk (11.07 Kalk branden en blussen) en accuzuur (10.06 Accu's redden en onderhouden). Ongebluste kalk wordt heet met water: veeg hem eerst droog weg en spoel dan met veel water tegelijk wordt getoetst. Zie ook 11.01 Veilig werken met stoffen.

Elektrische verbranding

  1. Laagspanning, zoals het stopcontact of een accu: raak de persoon niet aan. Zet de stroom uit met stekker, zekering of hoofdschakelaar. Lukt dat niet, duw hem los met iets wat niet geleidt, zoals droog hout, terwijl je zelf droog staat.
  2. Hoogspanning, zoals een bovenleiding of trafohuisje: blijf minstens 10 meter weg. Ook een stilgevallen net kan onder spanning komen door een aggregaat of terugleverende zonnepanelen wordt getoetst (08.02 Elektrische veiligheid).
  3. Raak hem de eerste keer aan met de rug van je hand.
  4. Werk ABCDE af. Ademt hij niet normaal: reanimatie (VK.B06). De kans is hier beter dan bij een hartaanval (07.16 Acute noodgevallen).
  5. Koel de brandwonden. Kleine wondjes waar de stroom in- en uitging, kunnen grote schade aan spieren, zenuwen en bloedvaten verbergen wordt getoetst. Stroom kan het hartritme verstoren: tel de eerste 24 uur elke paar uur de pols wordt getoetst. Donkere plas wijst op spierafbraak: laat hem veel drinken wordt getoetst.

Kinderen

Een kind verbrandt vaak door hete drank, soep of badwater wordt getoetst. De huid is dunner en verbrandt sneller diep wordt getoetst. Een kind koelt sneller af: koel lauw, alleen de wond, en houd het lichaam warm. Voorkom het: pannen met de steel naar achteren, geen hete drank met een kind op schoot, en een hek rond kachel en vuur (05.14 Brand voorkomen en blussen).

Zo weet je dat het werkt

  • De pijn neemt af tijdens het koelen en blijft minder als de wond is afgedekt.
  • Hij rilt niet en blijft warm tijdens en na het koelen.
  • Hij plast genoeg en de plas is licht van kleur.
  • De roodheid neemt in de dagen daarna af, en de randen groeien naar binnen.
  • Een gewone tweedegraads brandwond is binnen ongeveer twee weken dicht.

Zo weet je dat het misgaat

  • Hij rilt of krijgt blauwe lippen tijdens het koelen: stop met koelen en warm hem op (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Zijn stem wordt heser, hij piept of wordt benauwder: laat hem rechtop zitten en blijf bij hem. Een dichtzwellende keel kun je zonder ziekenhuis niet openhouden wordt getoetst.
  • De pols stijgt, hij plast weinig, heeft een droge mond of wordt verward: geef meer drinkoplossing en behandel als shock (VK.B15).
  • Vingers of tenen voorbij een brandwond die rondom loopt worden koud, tintelen of doen veel meer pijn: haal alles weg wat knelt en leg het ledemaat hoog wordt getoetst. Insnijden van de verbrande huid kan alleen een arts.
  • Na twee weken is de wond nog niet dicht: hij is dieper dan je dacht. Houd hem schoon, verwacht een litteken, en laat de gewrichten dagelijks bewegen.

Gevaar · Wat je nooit doet

  • Geen ijs, ijswater, boter, olie, tandpasta, meel of zalf op een brandwond.
  • Geen vershoudfolie rond een arm, been of de hals wikkelen.
  • Geen vastgeplakte kleding lostrekken, en bij de eerste hulp geen blaren kapotmaken.
  • Geen sloot-, regen- of rivierwater op een open brandwond zonder het eerst te koken wordt getoetst.
  • Nooit water op brandend vet (VK.C02 Een vetbrand blussen).
  • Koel een baby, peuter of iemand met een grote brandwond niet langer dan nodig. Onderkoeling doodt hier sneller dan de wond wordt getoetst.
  • Raak iemand onder stroom niet aan. Bij hoogspanning blijf je op minstens 10 meter.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1VershoudfolieEen schone diepvrieszak, steriel gaas, of een schoon laken
2Stromend waterEen bak schoon koel water, of natte schone doeken die je elke minuut ververst wordt getoetst
3Schoon waterWater dat je eerst kookt en laat afkoelen; leg het nu al klaar bij de kookplek
4Brandwondverband met gelSchoon water of schone natte doeken
5Vet gaasGaas met een dun laagje vaseline wordt getoetst
6DrinkoplossingZelfgemaakte drinkoplossing (07.06)
7Steriel gaasKatoenen doeken die je hebt uitgekookt en schoon gedroogd (07.14 Steriliseren en een behandelruimte)

Achtergrond

Hitte blijft de huid beschadigen, ook als de bron weg is. Koelen haalt die warmte eruit, beperkt de diepte en dempt de pijn. De huid is een muur tegen vochtverlies, kou en ziekteverwekkers; een brandwond haalt die muur weg. Bij een groot oppervlak lekken ook bloedvaten elders in het lichaam, en daarom komt shock pas na uren wordt getoetst. Vershoudfolie is schoon, plakt niet, laat de wond zien en houdt hem vochtig wordt getoetst. Diepe brandwonden doen weinig pijn omdat de zenuwen kapot zijn. Een diepe brandwond die rondom loopt wordt stijf als leer en knelt alles eronder af. Bewijs: direct koelen met stromend water C: sterk aanbevolen, maar op zwak bewijs. Twintig minuten tegenover tien minuten C: geen verschil aangetoond. Vershoudfolie C. De handregel van 1 procent B. Geen antibiotica om infectie te voorkomen C. Zilversulfadiazine kan de genezing vertragen A. Spoelen van chemische brandwonden 45 tot 60 minuten C: afspraak van deskundigen. Drinken in plaats van infuus bij brandwonden tot 20 procent C wordt getoetst.

Volgende niveau

Op niveau II leg je een brandwondpakket aan: twee rollen vershoudfolie, vet gaas, steriel gaas, brandwondverband met gel en drinkoplossing, naast een jerrycan schoon water bij de kookplek. Oefen stoppen, vallen en rollen, en afdekken in losse banen. Werk je met gesmolten metaal (BR.15 Aluminium smeltoven), zet dan vooraf koelwater, een deken en dit pakket klaar. Oppervlakkige brandwonden genezen in studies onder honing vier tot vijf dagen sneller, maar die studies komen grotendeels van één onderzoeker wordt getoetst. Gebruik alleen gesteriliseerde medische honing, na toets door een arts (07.13 Medicinale planten met bewijs). Op niveau III leert een getrainde persoon dode huid verwijderen en grote wonden verbinden.

Controlelijst

  • Ik stop het branden en koel direct twintig minuten met schoon, koel, zacht stromend water.
  • Ik koel alleen de wond en houd de rest van het lichaam warm.
  • Ik schat de grootte met de hand van de gewonde: een hele hand is ongeveer 1 procent.
  • Ik herken de vier diepten en weet dat derdegraads weinig pijn doet.
  • Ik dek af met vershoudfolie in losse banen en wikkel nooit rondom.
  • Ik herken een verbrande luchtweg, een te grote brandwond en de plekken die altijd ernstig zijn.
  • Ik geef drinkoplossing bij een grote brandwond en meet de plas.
  • Ik verzorg de wond schoon, herken infectie en spoel chemische brandwonden 45 tot 60 minuten.

Verantwoording

Koelen volgt de European Resuscitation Council (2021), de NHS, de WHO en de Nederlandse richtlijn. Handregel, diepte, verwijsgrenzen en chemisch spoelen volgen de Nederlandse richtlijnen en Thuisarts, de nazorg Thuisarts en de Wilderness Medical Society, elektriciteit het Belgische Rode Kruis. Waterhoeveelheden, de korte koeltijd voor kwetsbare mensen, de drinkgrenzen en de wisseltijd van het verband zijn redactioneel.

Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline