Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis
Infecties en antibiotica
Voorkomen, herkennen en verzorgen, en weten wat een antibioticum wel en niet kan
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Geen antibiotica op de gok Geef nooit een antibioticum zonder het plan van een arts. Je weet niet of het werkt, je kunt een allergische reactie veroorzaken, en je maakt bacteriën ongevoelig.
- Gebruik geen restjes, niet van jezelf en niet van een ander, en deel je antibiotica niet.
- Maak een kuur niet korter of langer dan het plan zegt.
Gevaar · Geen antibiotica voor dieren Gebruik geen antibiotica voor siervissen, vogels of andere dieren. Ze zijn niet gekeurd voor mensen, en niemand weet zeker of erin zit wat op het etiket staat. Sterkte en hulpstoffen kunnen anders zijn wordt getoetst.

Waarom dit telt
Voordat er antibiotica waren, stierven veel mensen aan een ontstoken wond, een longontsteking of een infectie na een bevalling wordt getoetst. Zonder apotheek en ziekenhuis kom je weer dicht bij die tijd. Bloedvergiftiging (sepsis), de zwaarste reactie van het lichaam op een infectie, kostte in 2020 wereldwijd 11 miljoen levens: een vijfde van alle sterfte. De meeste infecties kun je voorkomen, of doorstaan als je ze vroeg ziet. Antibiotica raken op, en alleen een arts kan zeggen welk middel, hoeveel en hoe lang. Daarom maakt de groep nu, zolang dat nog kan, met een arts een geschreven plan.
Als er nog hulp is Bel direct 112 bij tekenen van bloedvergiftiging: verward, heel snel ademen, een klamme of bleke huid, of geen plas meer. Bel bij elke andere infectie die erger wordt de huisarts, en neem nooit antibiotica zonder recept.
Eerst doen
- Meet en noteer temperatuur, pols, ademhaling, hoe wakker hij is, en wanneer hij plaste (07.01 Iemand onderzoeken: de vitale functies).
- Zoek de bron: een wond, de plas, de longen, de darm, de huid, een tekenbeet.
- Kijk naar de alarmtekens van bloedvergiftiging hieronder. Zie je er een, handel dan meteen.
- Geef drinken, rust, en warmte of koelte. Houd hem apart als het besmettelijk kan zijn (06.05 Infecties voorkomen).
- Was je handen voor en na elke verzorging (06.04 Persoonlijke hygiëne).
- Geef geen antibiotica op de gok. Volg alleen het geschreven plan van een arts.
Wat je nodig hebt
- Een thermometer met reservebatterijen, en een klok met secondewijzer.
- Een ziekteschrift: per zieke de metingen, wat hij drinkt, plast en eet, en wat je gaf.
- Zeep, handgel met minstens 60 procent alcohol, handschoenen en mondkapjes (06.04).
- Een eigen beker, bord en handdoek voor de zieke, en ORS (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing).
- Een balpen om de rand van een rode huid af te tekenen.
- Het geschreven plan van de arts, met de medicijnen in hun eigen verpakking (06.06 Medicijnen bewaren en houdbaarheid).
Werkwijze
Bacterie, virus en antibioticum
Een antibioticum doodt bacteriën of remt hun groei. Tegen virussen doet het niets. De meeste ontstekingen komen door een virus: verkoudheid, griep, de meeste keelpijn, en de meeste hoest en bronchitis. Ook veel ontstoken bijholten en sommige oorontstekingen gaan vanzelf over. Elk antibioticum werkt tegen een deel van de bacteriën. Welk middel past, hangt af van de plek van de infectie, leeftijd, gewicht, allergieën, zwangerschap en andere medicijnen. Dat kan alleen een arts, een verpleegkundige met voorschrijfbevoegdheid of een apotheker beoordelen. Dit boek geeft daarom geen middelen, geen doseringen en geen kuurduur. Antibiotica hebben bijwerkingen: huiduitslag, misselijkheid, diarree en schimmelinfecties, soms een zware darminfectie (C. diff) of een levensgevaarlijke allergische reactie (VK.B12 Ernstige allergische reactie en de adrenalinepen). Hoe vaker ze worden gebruikt, hoe meer bacteriën ongevoelig worden. Dat heet resistentie. Een ongevoelige bacterie in een groep zonder ziekenhuis is een ramp.
Voorkomen
Voorkomen werkt beter dan elk medicijn dat je niet hebt.
- Handen: minstens 20 seconden met zeep, na de wc, na verschonen, voor het koken, en voor en na elke wondverzorging. Dat verlaagt diarree met 23 tot 40 procent en luchtweginfecties met 16 tot 21 procent (06.04).
- Water: alleen water volgens 02.01 Water drinkbaar maken. Koken en chloor doden ziekteverwekkers, maar halen geen chemische vervuiling weg (02.06 Chemische verontreiniging).
- Wonden: meteen spoelen, en vuile wonden open laten (07.03 Wonden reinigen en sluiten).
- Eten en toilet: goed doorkoken (04.02 Veilig koken), en een vaste wc-plek ver van water en eten (02.08 Een noodtoilet).
- Insecten en teken: bestrijd ze (06.11 Luizen, vlooien, muggen en ratten) en controleer elkaar elke avond op teken (VK.B11 Beten en steken).
- Textiel: kleding, beddengoed en menstruatieverband wassen en helemaal drogen (VK.B18, VK.B16).
- Vaccinaties: zoek nu ieders bewijs op en vraag de huisarts wat ontbreekt, zoals tetanus (07.03).
- Zieken: een eigen plek, beker en handdoek, ramen open, en steeds dezelfde verzorger (06.05).
Een wondinfectie herkennen
Een ontstoken wond wordt rood, warm, dik en pijnlijker, of geeft pus.
- Trek met een balpen een lijn langs de rand van de roodheid, met datum en uur wordt getoetst.
- Kijk elke zes tot acht uur of de roodheid over de lijn gaat wordt getoetst.
- Haal pleisters of hechtingen weg, laat pus eruit lopen, spoel en laat open (07.03).
- Houd de arm of het been hoog en laat het rusten.
- Een rode streep naar de oksel of de lies betekent dat de infectie zich verspreidt, soms binnen uren. Dat is een spoedgeval.
- Zwart of grijs weefsel, een rotte geur of knisperen onder de huid betekent afstervend weefsel. Daarvoor is een chirurg nodig. Een abces, een bult vol pus, openen is werk voor een getrainde (niveau II).
Blaas en nieren
Een blaasontsteking geeft pijn of branden bij het plassen, vaak kleine beetjes plassen, soms roze plas, en pijn onder in de buik. Bij de helft van de vrouwen gaat het binnen een week vanzelf over. Laat haar veel drinken, tot 3 liter per dag. Koorts van 38 graden of hoger, koude rillingen of pijn in de zij betekenen dat de nier mee kan doen wordt getoetst. Dat is ernstig, net als een blaasontsteking bij een zwangere vrouw: volg dan het plan van de arts. Bij mannen en kinderen is een blaasontsteking minder vaak onschuldig wordt getoetst.
Luchtwegen en longen
De meeste hoest, keelpijn en verkoudheid komen door een virus en gaan in een tot twee weken over wordt getoetst. Een longontsteking herken je aan koorts, kortademigheid en snel ademen. Tel de ademhaling een volle minuut terwijl de zieke rustig is. Volgens de WHO ademt een kind met hoest of benauwdheid te snel bij:
| № | Leeftijd | Te snel |
|---|---|---|
| 1 | Jonger dan 2 maanden | 60 of meer per minuut |
| 2 | 2 tot 12 maanden | 50 of meer per minuut |
| 3 | 1 tot 5 jaar | 40 of meer per minuut |
Zuigt de huid onder de ribben bij elke inademing naar binnen, dan is het ook een longontsteking. Hoor je een hoog geluid bij het inademen terwijl het kind rustig is, of kan het niet drinken, is het suf of krijgt het stuipen, dan is het ernstig wordt getoetst. Bij een volwassene is 22 of meer ademhalingen per minuut samen met verwardheid een alarmteken wordt getoetst.
Darm
Waterdunne diarree is vooral gevaarlijk door uitdroging (07.06). Bloed in de ontlasting, hoge koorts of veel zieken tegelijk kunnen wijzen op dysenterie of cholera. Bij bloed in de ontlasting en bij ernstige cholera kunnen antibiotica helpen, volgens het plan van de arts. Zie ook 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten.
Koorts
Koorts is 38 graden of hoger. Het is een normale reactie van het lichaam, niet de ziekte zelf. Geef extra drinken en kleed een kind luchtig. Koelen met koud water of natte doeken helpt niet. Pijnstillers: zie 07.11 Pijn en pijnstilling. Haal meteen de meest ervaren zorger bij:
- een baby jonger dan 3 maanden met koorts;
- een kind dat minder of niet reageert;
- rode of donkere vlekjes op de huid die niet wegdrukken;
- moeite met ademen, of sneller ademen dan normaal;
- meer dan 12 uur geen plas of natte luier.
Na een tekenbeet
Een huidverkleuring rond de beet die groter wordt, als ring of als egale vlek, kan de ziekte van Lyme zijn. Die verschijnt tot drie maanden na de beet, soms met koorts en spier- of gewrichtspijn. Schrijf van elke tekenbeet de datum en de plek op. Vroege behandeling met antibiotica werkt het best, dus ook dit hoort in het plan van de arts. Een teek verwijderen: VK.B11.
Bloedvergiftiging (sepsis)
Sepsis begint vaak bij een wond, de longen, de darm of de plas. Het treft vooral ouderen, zwangeren, pasgeborenen en mensen met een zwakke afweer of chronische ziekte. Let op:
- koorts of juist een lage temperatuur, en rillen;
- verwardheid;
- moeite met ademen;
- een klamme, zweterige huid;
- extreme pijn, of het gevoel dat het helemaal mis is;
- een snelle hartslag of een zwakke pols;
- weinig of geen plas. Bij kinderen zie je ook snel ademen, stuipen, een bleke huid, slapheid, moeilijk wakker worden en koud aanvoelen. Kinderen onder de 5 drinken slecht, braken vaak of plassen niet. Wat je doet:
- Haal meteen de meest ervaren zorger.
- Volg het plan van de arts. Staat daarin een middel voor bloedvergiftiging, wacht dan niet wordt getoetst.
- Leg hem plat en warm, en geef slokjes drinken zolang hij wakker is en goed slikt (VK.B15 Shock herkennen en opvangen).
- Meet elke 15 minuten pols, ademhaling en bewustzijn, en schrijf het op wordt getoetst.
- Zoek de bron opnieuw. Een wond met pus moet open.
Verzorgen zonder medicijnen
Ook zonder antibiotica overleven veel mensen een infectie, als je ze goed verzorgt wordt getoetst.
- Drinken genoeg, met ORS bij diarree of braken (07.06). Eten in kleine, makkelijke porties.
- Rust: laat hem liggen, anderen tillen en sjouwen.
- Een deken bij rillen, luchtige kleding bij koorts.
- Draai iemand die zelf niet kan bewegen elke twee uur, tegen doorliggen wordt getoetst.
- Houd mond, ogen en wonden schoon (07.03).
- Schrijf elke vier tot zes uur temperatuur, pols, ademhaling en plas op, vaker als het erger wordt wordt getoetst.
- Verzorgers wassen hun handen en dragen handschoenen bij pus, poep en braaksel (06.05). Niet elke infectie gaat over. Spreek als groep vooraf af wie beslist wanneer je overgaat op alleen verzachten en erbij blijven (07.15 Overlijden en lijkzorg).
Antibiotica bewaren
- Bewaar ze droog, koel en donker, in de eigen verpakking met bijsluiter (06.06).
- Een Amerikaans testprogramma voor legervoorraden vond dat bijna negen op de tien goed bewaarde partijen minstens een jaar langer goed bleven dan de datum. Het verschilde sterk per partij, en het gold alleen na laboratoriumtests. Thuis kun je dat niet nadoen.
- Of een verlopen middel nog bruikbaar is, beslist een arts of apotheker. Laat dat nu in het plan zetten wordt getoetst.
- Gebruik nooit een middel dat van kleur, geur of vorm is veranderd, kruimelt of nat is geworden wordt getoetst.
- Drankjes die de apotheek met water aanmaakt, en oog- en oordruppels, gaan veel korter mee dan tabletten wordt getoetst.
Het geschreven plan met een arts
Maak dit plan nu. In Nederland krijg je antibiotica alleen op recept wordt getoetst, en restjes bewaren wordt afgeraden (Thuisarts). Een arts mag dus weigeren een voorraad voor te schrijven. Accepteer dat, en vraag wat hij wel kan vastleggen. Vraag om een geschreven, gedateerd en ondertekend plan met:
- Per persoon: naam, geboortedatum, gewicht, allergieën (vooral voor penicilline), zwangerschap, nier- en leverziekten, en alle medicijnen.
- De situaties waarin de arts een antibioticum wil laten geven, zoals bloedvergiftiging, een wond met een rode streep, een open botbreuk, een mensenbeet of een dierenbeet in de hand, een nierbekkenontsteking, een longontsteking, bloed in de ontlasting, de ziekte van Lyme en cholera.
- Per situatie: het middel, de hoeveelheid per keer voor elk gewicht, hoe vaak, hoe lang, en wat je geeft bij een allergie.
- Welke bijwerkingen betekenen: stoppen.
- Hoe je het bewaart, en of de arts gebruik na de datum toestaat.
- Wie in de groep het plan uitvoert, en wie meekijkt. Bewaar het plan met een papieren kopie bij de medicijnen. Laat het bijwerken als iemand erbij komt of zwanger wordt.
Zo weet je dat het werkt
- De temperatuur zakt en blijft onder de 38 graden.
- De roodheid rond een wond trekt terug binnen de penstreep.
- Pols en ademhaling worden rustiger, hij plast normaal en drinkt zelf.
- Hij wordt helderder en wil eten.
- Bij een behandeling volgens het plan zie je meestal binnen twee tot drie dagen verbetering wordt getoetst.
Zo weet je dat het misgaat
- De roodheid gaat over de penstreep of er komt een rode streep: open de wond, houd hoog en volg het plan van de arts.
- Hij wordt verward, ademt snel, wordt klam of plast niet meer: behandel dit als bloedvergiftiging.
- Na een antibioticum huiduitslag, een dikke lip of tong, of moeite met ademen: stop met het middel en volg VK.B12.
- Veel waterdunne diarree tijdens of na een antibioticum: geef ORS (07.06) en schrijf het op voor de arts.
- Na twee tot drie dagen behandeling geen verbetering: zoek de bron opnieuw, laat pus eruit, en volg wat het plan zegt wordt getoetst.
- Meer mensen worden ziek met dezelfde klachten: houd de zieken apart en lees 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten.
Gevaar · Geen antibiotica op de gok Geef nooit een antibioticum zonder het plan van een arts. Je weet niet of het werkt, je kunt een allergische reactie veroorzaken, en je maakt bacteriën ongevoelig.
- Gebruik geen restjes, niet van jezelf en niet van een ander, en deel je antibiotica niet.
- Maak een kuur niet korter of langer dan het plan zegt.
Gevaar · Geen antibiotica voor dieren Gebruik geen antibiotica voor siervissen, vogels of andere dieren. Ze zijn niet gekeurd voor mensen, en niemand weet zeker of erin zit wat op het etiket staat. Sterkte en hulpstoffen kunnen anders zijn wordt getoetst.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Thermometer | Voel romp en nek, en tel pols en ademhaling (07.01). Minder betrouwbaar wordt getoetst |
| 2 | Klok met secondewijzer | Tel hardop "eenentwintig, tweeëntwintig" per seconde. Grof wordt getoetst |
| 3 | Zeep | Handgel met minstens 60 procent alcohol, niet bij zichtbaar vuile handen (06.04), of 11.04 Zeep maken |
| 4 | Handschoenen | Handen wassen voor en na, en pus of poep aanraken via een doek of zakje |
| 5 | Antibiotica | Geen vervanger. Voorkom, verzorg en volg het plan. Planten: 07.13 Medicinale planten met bewijs |
| 6 | Alcohol om te ontsmetten | Alleen volgens 11.09 Alcohol voor ontsmetting |
| 7 | Een arts | Leg nu het geschreven plan vast. Later kan dat niet meer |
Achtergrond
Bacteriën kunnen zich snel vermenigvuldigen wordt getoetst. Een infectie wordt gevaarlijk als ze sneller groeien dan de afweer ze opruimt, of in het bloed komen. Pus bestaat uit dode afweercellen en bacteriën wordt getoetst. Een antibioticum bereikt de bron van een wondinfectie slecht. Daarom moet pus eruit en dood weefsel weg, ook als je wel antibiotica hebt. Resistentie ontstaat door selectie: het antibioticum doodt de gevoelige bacteriën, en de paar ongevoelige nemen hun plek in. Hoe vaker en slordiger het gebruik, hoe sneller dat gaat. In 2023 was wereldwijd ongeveer één op de zes bevestigde bacteriële infecties ongevoelig. Bewijs: handen wassen met zeep A wordt getoetst. Schoon drinkwater tegen diarree A wordt getoetst. Bloedvergiftiging vroeg herkennen en snel behandelen B wordt getoetst. Verlopen medicijnen zonder toets van een apotheker C. Antibiotica bij een virusinfectie D. Antibiotica voor dieren bij mensen D.
Volgende niveau
Op niveau II neemt een getrainde verzorger, liefst een verpleegkundige of arts, de infectiezorg op zich: abcessen openen, diepe wonden verzorgen, ziekteschrift en medicijnen bijhouden, op een eigen behandelplek met steriel gereedschap (07.14 Steriliseren en een behandelruimte). Op niveau III leert een getrainde werken met een microscoop (16.12 Lenzen en een microscoop) en houdt de groep een register bij van infecties en uitkomsten.
Controlelijst
- Ik meet en noteer temperatuur, pols, ademhaling, bewustzijn en plas bij elke zieke.
- Ik herken een ontstoken wond en teken de roodheid af met datum en uur.
- Ik tel de ademhaling van een kind een volle minuut en weet wanneer die te snel is.
- Ik herken de alarmtekens van bloedvergiftiging en haal dan meteen de meest ervaren zorger.
- Ik weet dat antibiotica niet werken tegen verkoudheid, griep en de meeste keelpijn.
- Ik geef nooit antibiotica op de gok: geen restjes en geen middelen voor dieren.
- Ik weet waar het geschreven plan van de arts ligt en wie het uitvoert.
Verantwoording
- WHO: Sepsis fact sheet: cijfers over 2020, tekenen bij volwassenen en kinderen, risicogroepen.
- CDC: About Sepsis: tekenen en bronnen van sepsis.
- CDC: Antibiotic Use, the basics: niet tegen virussen, bijwerkingen, niet delen of bewaren.
- WHO: Antimicrobial resistance fact sheet: oorzaak van resistentie, één op de zes in 2023.
- Thuisarts: Ik wil meer weten over antibiotica en resistentie: meeste ontstekingen door virussen, geen restjes.
- Thuisarts: Ik denk dat ik blaasontsteking heb (vrouw): klachten, een week, 3 liter, alarmtekens, zwangerschap.
- Thuisarts: Mijn kind heeft koorts: 38 graden, alarmtekens, drinken, niet koelen.
- WHO: IMCI, module Assess and classify the sick child: grenzen voor snel ademen, een minuut tellen, intrekken en piepen.
- Singer e.a.: Sepsis-3, JAMA 2016: 22 ademhalingen per minuut en verwardheid, hier vereenvoudigd.
- WHO: The treatment of diarrhoea, 2005: wanneer antibiotica bij diarree helpen.
- WHO: Prevention and management of wound infection: antibiotica bereiken de bron niet.
- Quinn e.a.: WMS Practice Guidelines for Basic Wound Management, 2014 Update: ontstoken wonden openen, hoog houden, situaties voor antibiotica.
- MedlinePlus: Lymphangitis: rode streep, binnen uren.
- RIVM: Ziekte van Lyme: huidverkleuring tot drie maanden, vroege behandeling.
- CDC: Handwashing facts: 20 seconden en de percentages.
- Lyon e.a.: Stability profiles of drug products extended beyond labeled expiration dates, 2006: 88 procent van de partijen verlengd, sterk wisselend.
- FDA: FDA Warns Nine Manufacturers, Distributors of Unapproved Antimicrobials for Animals: antibiotica voor dieren niet gekeurd. Dit hoofdstuk geeft bewust geen middelen, doseringen of kuurduur: die horen alleen in een plan van een bevoegde arts. De meettijden, het advies over verlopen middelen en de bewijsgraden moeten door een arts worden getoetst.
Getoetst door: nog niet.