Vaardigheid · Geneeskunde zonder ziekenhuis
Shock herkennen en opvangen
Plat, warm, oorzaak aanpakken en bewaken
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Wanneer het niet keert Shock door een bloeding in buik of borst, of door een zware infectie, keert soms niet, hoe goed je ook zorgt. Lees de grens in 07.02 Bloedingen stoppen. Ga door met warmte, rust en aanwezigheid.

Waarvoor
Shock betekent dat de organen te weinig bloed krijgen. Oorzaken: bloedverlies, vochtverlies door diarree, braken, brandwonden of hitte, een ernstige infectie, een allergische reactie of het hart. Shock is geen schrik: iemand die trilt van emotie maar een rustige pols heeft, is niet in shock.
Wat je nodig hebt
- Isolatie voor onder, dekens voor erover.
- Een emmer of tas om de benen op te leggen.
- Een klok, pen en papier.
- Schoon water of drinkoplossing (07.06).
Stappen
- Herken het. Vroeg: pols boven de 100, bleke koude klamme huid, dorst, onrust, snelle ademhaling. Druk twee seconden op een nagel: de kleur komt pas na meer dan twee seconden terug wordt getoetst. Laat: verward, suf, zwakke of geen pols bij de pols, weinig of geen plas.
- Pak de oorzaak aan: bloeding stoppen (07.02), adrenalinepen (VK.B12), vocht bij diarree of braken (07.06).
- Leg hem plat op isolatie. Til de benen 30 cm op, maar niet bij letsel aan benen, bekken of rug wordt getoetst. Is hij benauwd, laat hem dan halfzittend.
- Dek hem toe onder en boven, ook het hoofd. Leg warme kruiken in een doek tegen romp en oksels, nooit direct op de huid.
- Maak knellende kleding los. Blijf bij hem en praat rustig.
- Controleer elke vijf minuten pols, ademhaling, huid en bewustzijn: wakker, reageert op stem, reageert op pijn, of reageert niet. Schrijf het op met de tijd.
- Drinken: is hij wakker, kan hij slikken, braakt hij niet en heeft hij geen buikletsel, geef dan slokjes water of drinkoplossing, een slok elke paar minuten wordt getoetst. Er komt geen chirurg die een lege maag nodig heeft.
- Let op de plas. Plassen binnen zes tot acht uur is een goed teken wordt getoetst.
- Koorts of juist koud, verward, snelle ademhaling en een gevlekte huid na een wond of ziekte: denk aan een infectie in het bloed (07.07 Infecties en antibiotica).
Zo controleer je het
- De pols zakt onder de 100 en voelt voller.
- De huid wordt warmer en minder bleek.
- Hij wordt helderder en gaat plassen.
Veelgemaakte fouten
- Benen optillen bij een gebroken been of bekken.
- Alcohol geven.
- Hem laten opstaan of lopen.
- Alleen de shock behandelen en de oorzaak vergeten.
- Warmte direct op de huid: een koude huid in shock verbrandt makkelijk.
Gevaar · Wanneer het niet keert Shock door een bloeding in buik of borst, of door een zware infectie, keert soms niet, hoe goed je ook zorgt. Lees de grens in 07.02 Bloedingen stoppen. Ga door met warmte, rust en aanwezigheid.
Oefenen Meet bij elkaar de pols vijftien seconden en vermenigvuldig met vier, bij de pols en in de hals. Doe het na tien keer traplopen nog eens. Oefen het nageltest en het bewustzijn benoemen in vier stappen.
Proeve Je meet binnen dertig seconden een pols die niet meer dan vier slagen afwijkt van een tweede meter. Je legt binnen twee minuten een oefenpartner plat op isolatie, benen op een emmer, toegedekt tot over het hoofd, en noemt drie vroege en drie late tekens.