Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Geneeskunde zonder ziekenhuis
  4. Overlijden en lijkzorg

Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis

Overlijden en lijkzorg

De dood vaststellen, het lichaam verzorgen en waardig begraven als er geen arts komt

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Besmettelijke doodsoorzaak Stierf iemand aan cholera (heel veel waterdunne diarree), aan een koorts met bloedingen zoals ebola, aan pest of hondsdolheid, of heerst er een uitbraak, dan kan het lichaam anderen besmetten.

  • Was het lichaam niet, kus en aanraak het niet, en doe geen rituele wassing.
  • Draag handschoenen, schort, laarzen, mondkapje en bril. Bij cholera kun je het lichaam ontsmetten met chlooroplossing van 0,5 procent (06.05 Infecties voorkomen).
  • Wikkel het in plastic dat geen vocht doorlaat en begraaf het snel, dicht bij de plek van overlijden, met zo weinig mensen als mogelijk.
  • Laat kinderen, zwangeren en zieken niet meehelpen wordt getoetst.
  • Behandel kleding en beddengoed bij luizen of vlooien (06.11). Zie ook 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten.

Gevaar · Graven en tillen

  • Een graf in zand of natte grond kan instorten. Graaf met schuine of gesteunde wanden en werk nooit alleen.
  • Graaf nooit in of tegen een dijk, en nooit dichter dan 30 meter bij water.
Bij zonsopgang staat een kleine groep stil rond een lage bult aarde met platte stenen en een onbeschreven steen; een kind houdt bloemen vast.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Bij een lange uitval sterven mensen thuis, zonder arts, uitvaartondernemer of koelcel. Wat de groep dan doet, bepaalt of je zeker weet dat iemand dood is, of het drinkwater schoon blijft en hoe de nabestaanden kunnen rouwen. Volgens de WHO en het Rode Kruis veroorzaken lichamen na een ongeluk, geweld of ouderdom vrijwel nooit een epidemie. Je kunt dus rustig en met respect werken.

Als er nog hulp is Laat een arts, de huisartsenpost of 112 de dood vaststellen; alleen een arts geeft de verklaring van overlijden af. Begraaf niet buiten een begraafplaats zolang de gemeente nog werkt.

Eerst doen

  1. Controleer of iemand echt dood is: geen reactie, geen ademhaling, geen pols, vijf minuten lang. Twijfel je, reanimeer (VK.B06 Reanimatie).
  2. Schrijf het tijdstip op, wie erbij was en wat je zag.
  3. Sluit de ogen, ondersteun de kaak en leg het lichaam plat en recht, binnen de eerste uren.
  4. Draag handschoenen bij de verzorging en was daarna je handen met zeep.
  5. Leg het lichaam afgedekt op de koelste plek, uit de zon, weg van voedsel en water.
  6. Geef de familie tijd voor afscheid en verdeel de taken.

Wat je nodig hebt

  • Handschoenen, een schort of regenjas, laarzen, zeep en water.
  • Lakens of dekens, en plastic zeil of een lijkzak.
  • Waterdichte labels of papier in een plastic zakje, een watervaste stift en een schrift.
  • Een handdoek voor onder de kin en absorberend materiaal.
  • Een brancard, deur of plank en vier dragers (VK.B08).
  • Schoppen, een houweel, twee lange touwen of lakens om te laten zakken, en planken om de randen te steunen.
  • Een blijvend merkteken: een steen, betonblok of paal van hardhout.

Werkwijze

De dood vaststellen

Controleer alle tekenen, met een lampje en een klok (07.01):

  • Geen reactie op aanspreken, schudden en een stevige kneep in de schouder.
  • Geen ademhaling: borst en buik bewegen niet.
  • Geen pols in de hals en geen hartslag met je oor op de borst.
  • Wijde pupillen die niet kleiner worden in het licht.

Britse artsen kijken minstens vijf minuten aaneen of hart en ademhaling stil blijven. Zeker ben je pas bij een van deze tekenen:

  • Lijkvlekken: paarsrode vlekken aan de onderkant van het lichaam. Ze verschijnen na ongeveer een half uur tot enkele uren wordt getoetst.
  • Lijkstijfheid: begint na ongeveer 1 tot 4 uur in kaak en gezicht, zit na 6 tot 12 uur in het hele lichaam en verdwijnt na 1,5 tot 3 dagen wordt getoetst. Kou maakt alles trager.
  • Ontbinding: een groene buik en een duidelijke geur wordt getoetst.
  • Letsel dat niemand overleeft.

Pas op bij onderkoeling, verdrinking in koud water en een overdosis slaapmiddelen: zo iemand kan dood lijken en toch te redden zijn wordt getoetst. Reanimeer bij twijfel. Spreek vooraf af wanneer je stopt: bij uitputting, bij gevaar, of na een afgesproken tijd zonder teken van leven, bijvoorbeeld 20 tot 30 minuten zonder AED wordt getoetst. Bij iemand die na een lange ziekte verwacht sterft, spreek je vooraf af of je reanimeert (07.11 Pijn en pijnstilling, 07.02 Bloedingen stoppen).

De eerste uren

  1. Strijk de oogleden zacht dicht. Blijven ze open, leg er een tijdje een vochtig doekje op wordt getoetst.
  2. Leg een opgerolde handdoek onder de kin, voordat de kaak stijf wordt.
  3. Leg het lichaam plat op de rug, armen langs het lichaam, benen gestrekt, hoofd iets hoger wordt getoetst.
  4. Leg absorberend materiaal onder het bekken; een lichaam verliest vaak nog urine, ontlasting of vocht wordt getoetst.
  5. Haal sieraden alleen weg met toestemming van de familie, en schrijf het op.
  6. Leg het lichaam op de koelste plek, zoals een kelder, onder een laken dat vliegen buitenhoudt.

Familie mag bij het lichaam zitten en het aanraken, behalve bij een besmettelijke ziekte. Wassen en aankleden is niet nodig voor de hygiëne, maar vaak wel belangrijk voor de familie. Vraag naar het geloof van de overledene; in de islam wordt het lichaam meestal snel gewassen, in een doek gewikkeld en met het gezicht naar Mekka begraven wordt getoetst. Een onbekende verplaats je pas na foto's en aantekeningen.

Hoe lang het lichaam kan blijven

In warm weer begint de ontbinding binnen 12 tot 48 uur; een koelcel van 2 tot 4 graden heb je niet. In gewone tijden begraaf je niet eerder dan 36 uur na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag. Wacht tot je een zeker teken van de dood ziet. Bij warm zomerweer begraaf je daarna meestal op de tweede dag; in de winter kan het lichaam in een koude schuur enkele dagen blijven wordt getoetst. Zwelt het op of komen er vliegen, begraaf dan eerder.

Hygiëne en infectierisico

De levenden verspreiden ziekten veel eerder dan de doden. De meeste ziektekiemen overleven niet langer dan 48 uur in een lichaam, een paar wel, zoals hiv. Het risico zit in bloed en lichaamsvocht, in ontlasting in drinkwater en in een besmettelijke doodsoorzaak.

  • Draag waterdichte handschoenen, een schort en laarzen. Dek wondjes aan je handen af.
  • Raak je gezicht niet aan, eet en drink niet tijdens het werk, en was daarna handen, onderarmen, kleding en gereedschap met zeep.
  • Een mondkapje is niet nodig; de geur is onprettig maar niet schadelijk in een geventileerde ruimte.
  • Strooi geen kalk en spuit geen ontsmettingsmiddel over het lichaam. Dat helpt niet.
  • Behandel je drinkwater (02.01 Water drinkbaar maken), en laat wie graaft vóór de uitval tegen tetanus inenten.

Gevaar · Besmettelijke doodsoorzaak Stierf iemand aan cholera (heel veel waterdunne diarree), aan een koorts met bloedingen zoals ebola, aan pest of hondsdolheid, of heerst er een uitbraak, dan kan het lichaam anderen besmetten.

  • Was het lichaam niet, kus en aanraak het niet, en doe geen rituele wassing.
  • Draag handschoenen, schort, laarzen, mondkapje en bril. Bij cholera kun je het lichaam ontsmetten met chlooroplossing van 0,5 procent (06.05 Infecties voorkomen).
  • Wikkel het in plastic dat geen vocht doorlaat en begraaf het snel, dicht bij de plek van overlijden, met zo weinig mensen als mogelijk.
  • Laat kinderen, zwangeren en zieken niet meehelpen wordt getoetst.
  • Behandel kleding en beddengoed bij luizen of vlooien (06.11). Zie ook 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten.

Vastleggen

De familie heeft je aantekeningen later nodig, ook voor de aangifte bij de gemeente als die weer werkt wordt getoetst. Leg vast:

  • Een code (plaats, wie het vastlegt, volgnummer), bijvoorbeeld "Kerkstraat · groep A · 001", plus naam, geboortedatum en naaste familie.
  • Datum, tijd en plaats van overlijden, wie de dood vaststelde en met welke tekenen.
  • Wat er gebeurde, in eigen woorden. Schrijf op wat je zag, niet wat je denkt.
  • Twee getuigen met naam en handtekening wordt getoetst.
  • De bezittingen: wat bij het lichaam blijft en wat de familie kreeg.
  • Waar het graf ligt: een schets met afstanden tot vaste punten (14.05 Een lokale kaart maken).

Bij een onbekende maak je foto's van gezicht, hele lichaam, boven- en onderlichaam, met de code in beeld, en beschrijf je littekens, tatoeages, gebit en kleding. Hang een waterdicht label met de code aan pols of enkel en een tweede aan de omwikkeling. Bewaar alles in twee kopieën op twee plekken (14.08 Berichten vastleggen).

Een graf kiezen

De beste plek is een bestaande begraafplaats die je veilig bereikt: de grond is gekozen, het mag wettelijk en de familie kan terugkomen wordt getoetst. In gewone tijden mag je alleen daar begraven. Kan dat niet, kies dan zo:

  • Minstens 250 meter van putten en bronnen voor drinkwater. Het WHO-handboek noemt op een andere plek 200 meter; houd de grootste afstand aan.
  • Minstens 30 meter van beken, sloten en vijvers, en 10 meter van drainagebuizen.
  • Op hoger, droog terrein, minstens 10 meter van huizen en ver van latrines en moestuin wordt getoetst. Niet in een overstroomgebied, op een steile helling of in een dijk (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen).
  • Minstens 1,2 meter droge grond tussen de bodem van het graf en het hoogste grondwater, in zand 1,5 meter. Een WHO-noot noemt 2 meter. Controleer het grondwater zoals in 02.10 Een latrine graven.

In laag Nederland lukt dat vaak niet. Kies dan het hoogste zandterrein of een oude begraafplaats. De Nederlandse wet vraagt op een begraafplaats 65 cm grond boven de kist en een graf minstens 30 cm boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Lukt ook dat niet, hoog de grond op met aarde van elders, zodat het lichaam boven het grondwater ligt en er genoeg grond op komt wordt getoetst.

Een graf is 1,5 tot 3 meter diep en 0,75 tot 1,2 meter breed. Boven het lichaam komt 0,9 tot 1,2 meter grond, tegen dieren. Een graf van 2,1 bij 0,8 bij 1,8 meter is ongeveer 3 kubieke meter grond: reken op een halve tot hele dag werk met drie of vier mensen wordt getoetst.

Graven en begraven

  1. Leg de bovenste laag grond apart, de rest minstens een halve meter van de rand wordt getoetst.
  2. Graaf in zand of natte grond met schuine of gesteunde wanden; er blijft altijd iemand aan de rand wordt getoetst.
  3. Komt er water in de bodem, graaf niet dieper maar kies hoger of hoog op.
  4. Til met minstens twee, liever vier mensen (VK.K02 Tillen en dragen zonder je rug te slopen) en laat het lichaam op twee touwen of lakens zakken.
  5. Begraaf één lichaam per graf. Alleen bij heel veel doden kan een greppel, met de lichamen in één laag en 40 cm ertussen.
  6. Vul eerst losse aarde rond het lichaam en leg de bovenste laag als laatste. Maak een bult van 20 tot 30 cm, want de grond zakt, en leg er stenen of doornige takken op wordt getoetst.
  7. Zet het merkteken met naam en code. Steen of beton houdt beter dan hout.

Een kist is niet nodig; een katoenen laken volstaat. Gebruik voor een onbekende wel plastic en een label, zodat later onderzoek mogelijk blijft. Verbrand geen lichamen op een open vuur: dat vraagt heel veel hout, lukt vaak maar half en vernietigt sporen voor herkenning wordt getoetst.

Afscheid en rouw in de groep

Afscheid nemen helpt de levenden. Geef er tijd voor: waken, een paar woorden, een kaars, de naam hardop, en zo veel mogelijk de wensen van de overledene. Wie verzorgt en graaft, doet zwaar werk: wissel af en praat erover na. Let de weken erna op wie niet meer eet of slaapt, zich afzondert of zegt dat het geen zin meer heeft, en laat die niet alleen (06.09 Mentale veerkracht, 15.14 Rouw en verlies dragen).

Kinderen

  1. Vertel het snel en eerlijk: "Opa is dood. Zijn hart is gestopt. Hij komt niet meer terug." Zeg niet dat hij slaapt; een jong kind kan dan bang worden om te slapen wordt getoetst.
  2. Peuters en kleuters begrijpen nog niet dat dood voor altijd is; vanaf ongeveer 9 jaar weten kinderen waardoor iemand dood kan gaan.
  3. Laat een kind zelf kiezen of het het lichaam wil zien, en vertel vooraf wat het ziet: stil, bleek, koud wordt getoetst.
  4. Laat kinderen meedoen met een tekening of een bloem. Houd ze weg van de zware verzorging en van een besmettelijk lichaam.
  5. Blijft een kind meer dan een half jaar vastzitten in verdriet of angst, geef het dan extra aandacht en hulp (06.07 Zorg voor kinderen).

Zo weet je dat het werkt

  • Je zag een zeker teken van de dood voordat je begroef.
  • Het verslag is volledig en ligt in twee kopieën op twee plekken.
  • De bodem van het graf bleef droog en de bult is na regen nog heel.
  • Familie en kinderen konden afscheid nemen en praten over de overledene.
  • Let op: dat geen helper ziek werd, bewijst niet dat je water schoon is. Behandel drinkwater altijd.

Zo weet je dat het misgaat

  • Je twijfelt of iemand dood is, bijvoorbeeld na koud water. Blijf controleren, verwarm langzaam, reanimeer als hij niet ademt en wacht op een zeker teken.
  • Er komt water in het graf. Stop, kies een hogere plek of hoog de grond op. Begraaf nooit in water.
  • Dieren graven bij het graf. Breng meer grond en stenen aan en kijk de eerste weken elke dag wordt getoetst.
  • Een helper krijgt diarree of koorts. Verzorg hem apart, met extra hygiëne, en denk aan een besmettelijke doodsoorzaak (07.08).
  • Iemand eet en slaapt weken niet, of praat over niet meer willen leven. Laat hem niet alleen en zoek samen steun (15.14).

Gevaar · Graven en tillen

  • Een graf in zand of natte grond kan instorten. Graaf met schuine of gesteunde wanden en werk nooit alleen.
  • Graaf nooit in of tegen een dijk, en nooit dichter dan 30 meter bij water.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1LijkzakTwee lagen plastic zeil met touw; voor familie een katoenen laken of deken
2HandschoenenHuishoudhandschoenen of plastic zakken, daarna goed wassen
3KoelcelKelder of koude schuur, goed ingewikkeld, en eerder begraven
4DoodskistEen laken als lijkwade
5Waterdicht labelPapier in een plastic zakje, of een stukje blik met ingekraste letters wordt getoetst
6GrafsteenEen kei, een betonblok of een paal van hardhout, plus een schets met afstanden

Achtergrond

Wie bij een ramp of ongeluk sterft, had meestal geen ziekte die een epidemie veroorzaakt, en de meeste ziektekiemen in een lichaam sterven binnen twee dagen. Haastige massagraven en kalk zijn dus niet nodig. Lijkvlekken ontstaan doordat het bloed naar het laagste deel zakt, lijkstijfheid doordat de spieren geen energie meer hebben om te ontspannen wordt getoetst. Droge grond onder het graf houdt ziektekiemen tegen; het WHO-handboek vond geen epidemie die zeker door lekkende begraafplaatsen kwam. Bewijs: lichamen na rampen zelden een bron van epidemieën B (WHO en Rode Kruis, ervaring na veel rampen). Zekere tekenen van de dood B. Afstanden tot water en grondwater C (de bronnen verschillen: 200 of 250 meter, 1,2 tot 2 meter). Kalk of ontsmettingsmiddel over lichamen D. Mondkapje voor de gezondheid bij een gewone doodsoorzaak D.

Volgende niveau

Op niveau II richt je met de buurt één vaste begraafplek in, met een kaart, een register en een rooster van wie graaft en draagt, en een voorraad lakens, handschoenen en labels. Spreek met ouderen en zieken op tijd hun wensen door: reanimeren of niet, waar begraven, welk ritueel.

Controlelijst

  • Ik controleer vijf minuten ademhaling, pols en reactie, en wacht op een zeker teken van de dood.
  • Ik weet dat iemand na koud water dood kan lijken, en reanimeer bij twijfel.
  • Ik sluit ogen en kaak en leg het lichaam recht in de eerste uren.
  • Ik draag handschoenen en was daarna mijn handen met zeep.
  • Ik leg naam, tijd, plaats, getuigen, bezittingen en graf vast, in twee kopieën.
  • Ik graaf minstens 30 meter van sloten en 250 meter van een drinkwaterput, met een droge bodem.
  • Ik vertel kinderen eerlijk dat iemand dood is en laat ze meedoen met het afscheid.

Verantwoording

Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de tijden van lijkvlekken, lijkstijfheid en ontbinding, stoppen met reanimeren, schijndood na onderkoeling, de verzorging in de eerste uren, geloofsgebruiken, hoe lang een lichaam kan blijven, aangifte achteraf, getuigen, ophogen, werktijd, stenen tegen dieren, verbranden, en de uitleg aan kinderen. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline