Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Geneeskunde zonder ziekenhuis
  4. Zwangerschap en bevalling

Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis

Zwangerschap en bevalling

Volgen zonder echo, een schone bevalling begeleiden en weten waar jouw hulp ophoudt

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Vuile handen en kraamvrouwenkoorts Infecties, meestal na de bevalling, horen bij de grote doodsoorzaken van moeders (WHO). Was handen en onderarmen met zeep, draag handschoenen en ga niet met vingers in de vagina als het niet nodig is wordt getoetst.

  • Gebruik alleen een nieuw mesje of gesteriliseerde schaar, en schoon gekookt touw. Een vuile navelstomp kan tetanus bij het kind geven (07.03 Wonden reinigen en sluiten) wordt getoetst.
  • Leg niets op de navelstomp: geen as, geen olie, geen poeder wordt getoetst.

Gevaar · Trekken Trek nooit aan het hoofd, een arm, een stuitkind of, behalve in het hierboven genoemde geval, aan de navelstreng. Trekken kan kind en moeder ernstig beschadigen. Wachten, van houding wisselen en laten persen is meestal beter wordt getoetst.

Een oudere vrouw en een zwangere vrouw vouwen aan een keukentafel samen schone doeken in een houten kist, naast een gebreid babymutsje.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

In 2023 stierven wereldwijd ongeveer 260.000 vrouwen tijdens of na zwangerschap en bevalling: in arme landen 346 per 100.000 geboorten, in rijke landen 10 (WHO). Dat verschil komt voor een groot deel door goede zorg wordt getoetst. Valt die weg, dan schuift het risico op naar het hogere cijfer wordt getoetst. Jouw werk als helper is schoon, warm en geduldig zijn, de alarmtekens kennen en eerlijk zijn over wat je niet kunt.

Als er nog hulp is Laat elke zwangere nu de controles doen en bevallen met een verloskundige of in het ziekenhuis. Bel bij bloedverlies, hoofdpijn met zwelling of wazig zien, koorts, minder bewegen of weeën vóór 37 weken direct de verloskundige of 112.

Eerst doen

  1. Reken de uitgerekende datum uit en schrijf hem in de zorgmap (06.01 Een zorgplan).
  2. Start foliumzuur en vitamine D volgens de verpakking, als dat nog kan (Voedingscentrum).
  3. Spreek af wie helpt bij de bevalling, en wie de tweede helper is.
  4. Maak een schone bevalkist en zet die uiterlijk vanaf 36 weken klaar wordt getoetst.
  5. Leer de alarmtekens uit je hoofd.
  6. Laat nu nog een echo en bloeddrukmeting doen: ligging, meerling en de plek van de placenta zie je zonder echo niet wordt getoetst.

Wat je nodig hebt

  • Handschoenen, zeep en water volgens 02.01 Water drinkbaar maken.
  • Minstens zes schone, droge doeken en een schone onderlegger wordt getoetst.
  • Twee stukken gekookt touw of navelklemmen, en een nieuw scheermesje of een gesteriliseerde schaar (07.14 Steriliseren en een behandelruimte).
  • Een muts voor de baby, dekens en een warme ruimte zonder tocht.
  • Een kom voor de placenta, maandverband (VK.B16 Menstruatie met wasbaar verband) en een emmer.
  • Een klok, een lamp en het ziekteschrift.
  • Als je ze kunt krijgen: een bloeddrukmeter met handpomp, een stethoscoop of houten toeter, en een beademingsballon met babymasker.
  • Drinken en ORS voor de moeder (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing).
  • Het geschreven plan van de arts of verloskundige (07.07 Infecties en antibiotica).

Werkwijze

Zwangerschap herkennen en de termijn tellen

De menstruatie blijft weg, de borsten zijn gevoelig, ze is misselijk en moe wordt getoetst. Een zwangerschapstest werkt zonder stroom (VK.B19 Gezinsplanning zonder apotheek). De uitgerekende datum: neem de eerste dag van de laatste menstruatie, tel 7 dagen op en trek 3 maanden af wordt getoetst. Dat is 40 weken wordt getoetst. Vóór 37 weken heet te vroeg (WHO). Weet ze de datum niet, kijk dan naar de buik: rond 12 weken voel je de baarmoeder boven het schaambeen, rond 20 weken bij de navel wordt getoetst. De eerste bewegingen komen meestal rond 18 tot 20 weken wordt getoetst.

Volgen zonder echo

Controleer elke vier weken, en de laatste maanden vaker wordt getoetst. Alle grenzen in deze tabel moeten door een arts of verloskundige worden getoetst.

№Kijk naarHoeAlarm
1GewichtZelfde weegschaalWeken geen toename, of plots kilo's erbij wordt getoetst
2BloeddrukZittend, na 5 minuten rust140 over 90 of hoger, vooral na 20 weken wordt getoetst
3GroeiMeet van schaambeen tot bovenkant baarmoederGroei die weken stilstaat wordt getoetst
4LiggingVoel: hoofd is hard en rond, billen zachterNa 36 weken billen of dwars onderin wordt getoetst
5HartjeToeter of stethoscoop op de buik, een minuut tellenOnder 110 of boven 160 per minuut wordt getoetst
6BewegingenVanaf 28 weken heeft het kind een eigen patroonMinder dan gewoon, of in 2 uur minder dan 10 keer op de linkerzij wordt getoetst

Hoge bloeddruk voel je vaak niet, dus zonder meter let je extra op hoofdpijn, zwelling en zicht (NHS).

Voeding en foliumzuur

Volg de Schijf van Vijf zolang dat kan. Het Voedingscentrum geeft zwangeren dit advies:

  • Foliumzuur volgens de verpakking, vanaf minstens 4 weken vóór de zwangerschap tot 10 weken erin. Vitamine D de hele zwangerschap. Voeding vervangt deze tabletten niet wordt getoetst.
  • Vis altijd goed verhit; grote vissen zoals tonijn en makreel liever niet (Voedingscentrum) wordt getoetst.
  • Niet: alcohol, lever en leverproducten (zie ook 03.10 Het hele dier benutten), en bepaalde kruidenthee zoals venkel, anijs en kaneel. Beperk cafeïne en zoethout.
  • Verhit vis, vlees en andere rauwe dierlijke producten goed, en mijd rauwmelkse zachte kaas: zo voorkom je listeria en toxoplasma (04.02 Veilig koken). Was je handen voor het koken en eten.

Alarmtekens in de zwangerschap

Elk teken betekent: haal de meest ervaren zorger, en hulp van buiten zolang die bestaat. De WHO noemt bloedverlies, stuipen, koorts, zware hoofdpijn en zichtklachten als gevaartekens (via een WHO-implementatiegids, alleen als zoekfragment gezien).

  • Bloedverlies. Altijd reden voor overleg wordt getoetst. Veel bloed, of bloed met buikpijn, is spoed wordt getoetst. Leg haar warm op de linkerzij (VK.B15 Shock herkennen en opvangen) wordt getoetst.
  • Hoofdpijn die niet overgaat, wazig zien of lichtflitsen, pijn onder de ribben, plotse zwelling van gezicht, handen of voeten, braken. Dit kan pre-eclampsie zijn: hoge bloeddruk in de zwangerschap, meestal vanaf 20 weken (NHS). Klachten verbeteren meestal na de geboorte, en vroeg bevallen is vaak veiliger (NHS), maar dat kan zonder ziekenhuis niet altijd wordt getoetst. Laat haar rusten en meet vaak de bloeddruk wordt getoetst. Krijgt ze een stuip (eclampsie): zijligging, niets in de mond, VK.B13 Een epileptische aanval begeleiden.
  • Koorts. Zie 07.07 en 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten. Koorts in de eerste week na de bevalling is een reden om dezelfde dag te bellen (Thuisarts) en moet je als gevaarlijk behandelen wordt getoetst.
  • Minder bewegen vanaf 28 weken: ga op de linkerzij liggen en let twee uur op de bewegingen wordt getoetst.
  • Regelmatige pijnlijke krampen, vochtverlies of bloed vóór 37 weken: rust, warmte en hulp halen wordt getoetst.
  • Vliezen gebroken zonder weeën binnen 24 uur, of groen vruchtwater: kans op infectie en ademnood bij het kind wordt getoetst.
  • Navelstreng voelbaar vóór het kind: leg haar met de borst op de knieën en de billen omhoog, en houd het hoofd van de streng af (Hesperian, zoekfragment). Dit kan alleen een ziekenhuis oplossen wordt getoetst.

De normale bevalling stap voor stap

Let op: deze stappen volgen Hesperian, een handboek voor plekken zonder arts. De WHO-handleiding Pregnancy, childbirth, postpartum and newborn care is niet ingezien. Oefen dit vooraf met een verloskundige, en laat het toetsen. Ontsluiting. Volgens de WHO duurt de actieve fase meestal niet langer dan 12 uur bij een eerste kind en 10 uur bij een volgend kind (via een samenvatting gezien). Voor de beginfase is geen vaste duur. Laat haar lopen, drinken, eten en vaak plassen wordt getoetst. Niet persen vóór ze de drang voelt wordt getoetst. Persen. Was je handen, doe handschoenen aan en leg schone doeken klaar. Ze kiest zelf haar houding wordt getoetst.

  1. Steun met een doek de huid tussen vagina en anus. Laat haar heel kleine persjes geven, zodat het hoofd langzaam komt. Doe dit niet bij zware bloeding, een uitgezakte streng of als het kind in nood lijkt.
  2. Trek nooit aan het hoofd en draai het niet.
  3. Na het hoofd is er vaak een pauze. Voel of de navelstreng om de hals zit.
  4. Met de volgende wee komen de schouders, één tegelijk. Leid het hoofd zacht, en buig de nek niet ver.
  5. Zitten de schouders vast: laat haar op handen en knieën gaan. Helpt dat niet: op de rug, knieën naar de oksels, en laat een helper stevig boven het schaambeen drukken. Werk snel.
  6. Droog het kind meteen af, leg het huid op huid op de buik van de moeder, en bedek lichaam en hoofd.
  7. Ademt het niet goed: zie verderop.
  8. Wacht met de navelstreng. De WHO zegt: niet eerder dan na één minuut. Hesperian: als hij niet meer klopt, meestal na ongeveer 3 minuten. Bind af op twee vingers van de buik en nog eens twee vingers verder, en knip ertussen met een nieuw mesje of schone gesteriliseerde schaar. Laat de stomp met rust.
  9. Help met borstvoeding binnen het uur (WHO). Houd het kind minstens een uur huid op huid. De placenta. Is er weinig bloed, dan is er geen haast. Komt hij niet: laat haar borstvoeden, plassen en hurkend persen. Trek niet aan de streng: dat kan de streng breken of de baarmoeder naar buiten trekken. Alleen bij snel bloedverlies, of als deze stappen niet helpen, trek je zacht en stop je bij weerstand. Bekijk of de placenta compleet is: een achtergebleven stuk kan ernstige infectie en bloeding geven. Daarna. Controleer elk kwartier temperatuur en ademhaling van het kind in het eerste uur (Helping Babies Breathe, Zuid-Afrikaanse uitwerking). Controleer bij de moeder ook bloedverlies, pols en of de baarmoeder hard is wordt getoetst.

Navelstreng om de hals

Zit de streng los, schuif hem dan over het hoofd of de schouders. Zit hij strak of dubbel, probeer hem los te maken en over het hoofd te schuiven. Lukt dat niet, houd dan het hoofd dicht bij de dij van de moeder en laat het lichaam er als een koprol uit komen. Dat een strakke streng de geboorte tegenhoudt, is heel zeldzaam. Afklemmen en knippen vóór de geboorte is een laatste redmiddel: daarna krijgt het kind geen zuurstof tot het ademt, dus het moet er dan snel uit (Hesperian).

Stuitligging

Een stuitbevalling is gevaarlijk, vooral bij een eerste kind, en hoort in een medisch centrum. Zoek bij billen onderin nu hulp. Een voetligging heeft een grote kans op een uitgezakte streng: rem de bevalling met de knie-borsthouding en haal hulp. Moet het toch zonder ziekenhuis, volg dan Hesperian:

  1. Laat haar niet persen vóór de ontsluiting volledig is.
  2. Laat billen en buik vanzelf komen. Trek nooit aan het kind.
  3. Komen de benen niet, veeg ze dan met je vingers naar beneden.
  4. Maak de streng iets losser. Raak hem verder zo min mogelijk aan.
  5. Houd het kind warm in een schone doek. Een helper drukt op het schaambeen, niet op de buik, om het hoofd gebogen te houden.
  6. Pak het kind alleen bij de heupen of lager. Druk op rug of buik kan de organen beschadigen.
  7. Zit een arm vast: volg de schouder naar de arm en haal hem bij de elleboog over de borst.
  8. Draai het gezicht naar de anus van de moeder, leg een vinger in de mond en houd de kin op de borst. Laat het lichaam zakken tot de haargrens zichtbaar is. Trek niet hard en buig de nek niet: die kan breken.
  9. Til het lichaam op terwijl het hoofd gebogen blijft. Laat de moeder stoppen met persen en blazen. Het achterhoofd moet langzaam komen, anders kunnen hersenen bloeden. Ook met goede hulp kan een stuitkind sterven of beschadigd raken wordt getoetst.

Bloeding na de geboorte

Ernstig bloedverlies, meestal na de bevalling, hoort bij de grote doodsoorzaken van moeders (WHO). Meer dan ongeveer een halve liter is te veel wordt getoetst. Een doorweekte handdoek is al een alarm wordt getoetst. De stappen hieronder zijn gangbare praktijk en niet rechtstreeks uit een richtlijn overgenomen. De WHO beveelt massage aan als behandeling (via zoekfragment); de volledige richtlijn is niet ingezien.

  1. Masseer de baarmoeder: wrijf stevig met je hand op de onderbuik tot hij hard wordt wordt getoetst.
  2. Laat haar plassen: een volle blaas kan samentrekken hinderen wordt getoetst.
  3. Leg het kind aan: zuigen helpt de baarmoeder samentrekken wordt getoetst.
  4. Kijk of de placenta compleet is. Een achtergebleven stuk vraagt om een getrainde wordt getoetst.
  5. Komt het bloed uit een scheur, druk er dan een schone doek tegen (07.02 Bloedingen stoppen) wordt getoetst.
  6. Blijft het bloeden: een getrainde helper kan de baarmoeder tussen vuist in de vagina en hand op de buik samendrukken wordt getoetst.
  7. Leg haar plat, warm, en geef slokjes zolang ze wakker is (VK.B15). Medicijnen die de baarmoeder laten samentrekken staan alleen in het plan van de arts of verloskundige. Zonder die middelen en zonder bloedtransfusie kan een vrouw hieraan sterven, ook met goede helpers wordt getoetst.

De pasgeborene stimuleren tot ademen

Dit volgt Helping Babies Breathe, in de Zuid-Afrikaanse uitwerking van 2024. De WHO-richtlijn zelf is niet ingezien.

  1. Droog het kind goed af en haal de natte doek weg.
  2. Ademt of huilt het goed: huid op huid en toedekken.
  3. Ademt het niet goed: houd het warm, maak de luchtweg vrij als dat nodig is, en stimuleer door over de rug te wrijven wordt getoetst. Standaard uitzuigen wordt niet aanbevolen.
  4. Ademt het binnen de eerste minuut niet: knip de navelstreng en beadem met ballon en masker, 40 tot 60 keer per minuut. De borst moet bewegen. Beweegt die niet: masker opnieuw plaatsen, hoofd opnieuw leggen, mond en neus schoonmaken, mond iets openen.
  5. Zonder ballon: mond over mond en neus, kleine pufjes uit je wangen (VK.B06 Reanimatie) wordt getoetst.
  6. Voel de hartslag aan de navelstreng: meer dan 100 per minuut is normaal. Beadem door tot het kind goed ademt.
  7. Deze uitwerking zegt: stop als er na 15 minuten geen hartslag is, of als het kind na 20 minuten beademen niet regelmatig ademt. Andere richtlijnen kunnen afwijken wordt getoetst. Blijf bij de ouders (07.15 Overlijden en lijkzorg, 15.14 Rouw en verlies dragen). Een te vroeg of klein kind dat ademt, houd je huid op huid (kangoeroezorg) en leg je vroeg aan. De WHO noemt dit eenvoudige maatregelen die de sterfte sterk kunnen verlagen. Geen moedermelk: VK.B20 Een baby voeden als moedermelk ontbreekt. Verdere zorg: 06.07 Zorg voor kinderen.

Wat zonder verloskundige of ziekenhuis niet kan, en eerlijke cijfers

  • Een keizersnede, bijvoorbeeld bij een klem zittend kind of een placenta voor de uitgang. Zonder operatie kunnen moeder en kind sterven wordt getoetst.
  • Bloed en infuus bij een grote bloeding.
  • Medicijnen tegen stuipen en bloeding. Antibiotica alleen volgens het plan van 07.07.
  • Een couveuse. In arme landen sterft meer dan 9 op de 10 kinderen onder 28 weken in de eerste dagen, en ongeveer de helft van de kinderen tot en met 32 weken. In rijke landen overleven die laatsten bijna allemaal (WHO). In 2022 stierven wereldwijd 2,3 miljoen kinderen in de eerste 28 dagen, driekwart in de eerste week en ongeveer een miljoen op de eerste dag (WHO). Het levensrisico om door zwangerschap of bevalling te sterven is 1 op 66 in arme landen en 1 op 7.933 in rijke landen (WHO). Spreek vooraf af wie beslist wanneer je overgaat op verzachten en erbij blijven (07.15).

Zo weet je dat het werkt

  • De buik groeit en het kind beweegt met zijn eigen patroon wordt getoetst.
  • Het kind ademt of huilt binnen een minuut en zuigt binnen het uur.
  • De baarmoeder blijft hard en het bloedverlies is klein wordt getoetst.
  • De moeder heeft de eerste week geen koorts en de stomp blijft droog zonder roodheid wordt getoetst.

Zo weet je dat het misgaat

  • Veel bloed of een slappe baarmoeder: masseer, blaas legen, kind aanleggen, plat en warm, plan van de arts.
  • Hoofdpijn, zwelling, sterretjes, pijn onder de ribben of hoge bloeddruk: denk aan pre-eclampsie. Laat haar rusten en meet vaak wordt getoetst.
  • Een stuip: zijligging, niets in de mond, tijd klokken (VK.B13), daarna 07.16 Acute noodgevallen.
  • Koorts in de kraamweek, stinkende afscheiding, pijnlijke buik: behandel dit als infectie en volg het sepsis-deel van 07.07 wordt getoetst.
  • Het kind ademt niet na drogen en wrijven: beadem binnen de minuut. Wordt het later grauw of slap: warm houden, aanleggen, bewaken (06.07) wordt getoetst.
  • Weeën gaan uren door zonder dat het kind zakt: wissel van houding en houd de blaas leeg. Een operatie is er niet wordt getoetst.
  • De moeder is bewusteloos maar ademt: stabiele zijligging (VK.B07 Stabiele zijligging) en zoek de bloeding.

Gevaar · Vuile handen en kraamvrouwenkoorts Infecties, meestal na de bevalling, horen bij de grote doodsoorzaken van moeders (WHO). Was handen en onderarmen met zeep, draag handschoenen en ga niet met vingers in de vagina als het niet nodig is wordt getoetst.

  • Gebruik alleen een nieuw mesje of gesteriliseerde schaar, en schoon gekookt touw. Een vuile navelstomp kan tetanus bij het kind geven (07.03 Wonden reinigen en sluiten) wordt getoetst.
  • Leg niets op de navelstomp: geen as, geen olie, geen poeder wordt getoetst.

Gevaar · Trekken Trek nooit aan het hoofd, een arm, een stuitkind of, behalve in het hierboven genoemde geval, aan de navelstreng. Trekken kan kind en moeder ernstig beschadigen. Wachten, van houding wisselen en laten persen is meestal beter wordt getoetst.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1BloeddrukmeterGeen goede vervanger. Let op hoofdpijn, zwelling, zicht en pijn onder de ribben wordt getoetst
2HandschoenenHanden en onderarmen lang met zeep wassen, nagels kort, weinig aanraken wordt getoetst
3NavelklemGekookt of gestreken touw (Hesperian)
4Steriele schaarEen nieuw scheermesje (Hesperian)
5BeademingsballonMond over mond en neus, kleine pufjes wordt getoetst
6Foliumzuur en vitamine DGeen volwaardige vervanging wordt getoetst
7MoedermelkVK.B20 Een baby voeden als moedermelk ontbreekt

Achtergrond

De baarmoeder is een spier. Na de geboorte moet hij hard samentrekken om de bloedvaten dicht te knijpen waar de placenta zat wordt getoetst. Wachten met de navelstreng verbetert de ijzervoorraad van het kind, zonder extra kans op bloeding bij de moeder (WHO). Een pasgeborene koelt snel af wordt getoetst: drogen en huid op huid zijn daarom de eerste zorg. Bewijs (redactionele inschatting wordt getoetst): borstvoeding binnen het uur en huid op huid A (WHO). Navelstreng niet eerder dan na een minuut afklemmen A (WHO). Beademen als het kind niet ademt A. Kangoeroezorg A (WHO). Massage bij een bloeding B. Schone handen en schoon snijden A. Stuitbevalling thuis C (handboek). Voeding als vervanging van foliumzuur D.

Volgende niveau

Op niveau II zoekt de groep nu een verloskundige, verpleegkundige of arts, of laat één persoon een cursus geboortehulp volgen en oefenen met pop en ballon. Bespreek VK.B19 Gezinsplanning zonder apotheek, want elke zwangerschap is zonder ziekenhuis een risico. Op niveau III leert de getrainde scheuren hechten en met het plan van de arts medicijnen geven, op een schone plek (07.14).

Controlelijst

  • Ik kan de uitgerekende datum uitrekenen en weet dat vóór 37 weken te vroeg is.
  • Ik ken de alarmtekens: bloedverlies, hoofdpijn met zwelling en wazig zien, koorts, minder bewegen, weeën vóór 37 weken.
  • Ik heb een schone bevalkist klaar.
  • Ik trek niet aan hoofd of kind, en wacht minstens een minuut met de navelstreng.
  • Ik droog het kind meteen af en leg het huid op huid, met borstvoeding binnen het uur.
  • Ik weet wat ik doe als het kind niet ademt: drogen, wrijven, beademen.
  • Ik weet wat ik doe bij een bloeding: masseren, blaas legen, aanleggen, plat en warm.
  • Ik weet wat zonder ziekenhuis niet kan, en de groep heeft afgesproken wie dan beslist.

Verantwoording

Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline