Hoofdstuk · Voedsel verwerven
Schelpdieren en de kust
Mosselen, kokkels, krabben en wier rapen op het getij, zonder algengif en zonder te verdrinken
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Het getij en het gif
- Het water komt via de geulen, niet van voren. Ga op afgaand water, begin terug vóór laag water, en nooit bij mist, storm of aanlandige wind.
- Algengif ruik, proef en kook je niet weg. Een gesloten gebied is dicht voor iedereen; zonder waarschuwingsdienst is elke maaltijd tweekleppigen een gok.
- Eet geen rauwe schelpdieren en kook ze minuten door na het opengaan.
- Raap niets in havens, bij lozingen, na zware regen bij een monding of uit de Westerschelde.
- Sta nooit met je rug naar de zee op een strekdam of pier, ook niet bij "rustig" weer.

Waarom dit telt
De kust is een rijke voorraadkast die niemand hoeft te zaaien: mosselen op strekdammen, kokkels in het wad, krabben en garnalen in plassen bij eb wordt getoetst. Je hebt er weinig tuig voor nodig, alleen handen, een emmer en de getijtafel. Maar schelpdieren filteren alles wat in het water zit, ook gif van algen dat koken niet wegneemt en dat binnen minuten tot uren kan verlammen. En op het wad kan het water je inhalen wordt getoetst.
Als er nog hulp is Kijk voor je raapt of het gebied open is: bij de NVWA onder "actuele status productiegebieden". Bel 112 bij tintelingen rond de mond of benauwdheid na schelpdieren.
Eerst doen
- Lees de getijtafel of leer het getij lezen, en ga alleen naar buiten op afgaand water met een vaste tijd om terug te zijn.
- Raap alleen waar het water schoon is: niet in havens, bij uitlaten, riolen of industrie, en niet na zware regen.
- Kijk of er een waarschuwing of sluiting geldt voor algengif. Is er niemand meer die waarschuwt, dan gelden de regels verderop, die het risico alleen beperken.
- Neem alleen levende dieren mee: schelpen die dicht zijn of dichtgaan als je tikt, krabben en garnalen die bewegen.
- Kook alles door en door. Eet niets rauw, ook geen oester.
- Eet op een nieuwe plek eerst weinig en wacht een dag; dat bewijst niet dat de plek veilig is wordt getoetst.
Wat je nodig hebt
- Een getijtafel voor jouw kust (gedrukt zolang het kan, daarna een zelfgemaakte, zie Werkwijze).
- Een emmer of zak van gaas, een mes of schraper voor mosselen en alikruiken, een hark of je handen voor kokkels, een schepnet voor garnalen.
- Laarzen of oude schoenen met grip; nooit blote voeten op stenen of in slik.
- Handschoenen tegen scherpe schelpen en oesters.
- Een pan met deksel, zeewater of water met zout, vuur.
- Een natte jutezak of doek om de vangst koel te houden.
- Een horloge en een fluit. Een maat die weet waar je bent.
Werkwijze
Wat je vindt, en waar
Mosselen op strekdammen, pieren en paalhoofden; kokkels een paar centimeter diep in zand en slik van Waddenzee en Oosterschelde, te zien aan kleine gaatjes; Japanse oesters op harde ondergrond in de Zeeuwse wateren en de Waddenzee, scherp als messen; alikruiken tussen stenen en wier; strandkrabben onder stenen en in poelen; Noordzeegarnalen in ondiep water bij eb, te vangen met een schepnet dat je over de bodem duwt; mesheften op het strand na storm. Zeewier: zeesla (dunne groene vellen), blaaswier en knotswier op stenen, en in de hoogste zone zeekraal, een plant. Dit overzicht komt uit de praktijk wordt getoetst.
Het getij lezen
Noordzee en Wadden. Twee keer per dag hoog en laag water, ongeveer 12 uur en 25 minuten uit elkaar, dus elke dag ongeveer 50 minuten later wordt getoetst. Het verschil tussen hoog en laag is gemiddeld ongeveer 3,8 meter bij Vlissingen, 1,4 meter bij Den Helder, 1,9 meter bij Harlingen en 3,1 meter bij Delfzijl (Rijkswaterstaat, waarden van 2011), en bij springtij (ongeveer twee dagen na nieuwe en volle maan) groter en sneller dan bij doodtij wordt getoetst. Het water komt niet als een muur maar via de geulen: die lopen het eerst vol en snijden je de terugweg af terwijl de plaat waar je staat nog droog lijkt wordt getoetst. Daarom:
- Ga naar buiten als het water afgaat, en begin terug te lopen een uur vóór laag water, niet erna wordt getoetst.
- Blijf aan de kant van de kust van elke geul; steek geen geul over die je bij terugkeer vol kunt vinden.
- Mist, aanlandige wind en storm maken alles sneller en onzichtbaar: dan ga je niet.
- Weet waar je bent ten opzichte van de dijk, ook zonder zicht: neem een kompasrichting (14.16 Veilig op en in het water).
Strekdammen en pieren. Hier zit het gevaar in de deining: een rustige zee met af en toe een grotere golf die je van de natte stenen spoelt wordt getoetst. Raap bij vlakke zee, sta nooit met je rug naar het water, en houd een vluchtweg omhoog.
Zelf een getijtafel maken. Noteer een week lang wanneer het water op zijn laagst staat bij een vaste paal. De volgende dag is het ongeveer 50 minuten later; na ongeveer 14 dagen begint de reeks opnieuw; springtij valt een tot twee dagen na nieuwe en volle maan wordt getoetst. Zo houd je het getij bij zonder internet. Lees ook 14.15 Het weer lezen en VK.F12 De tijd tot zonsondergang schatten met je hand om te weten hoeveel daglicht je nog hebt.
Veilig verzamelen
- Raap alleen levende dieren. Mossel, kokkel, oester: schelp dicht, of hij sluit als je erop tikt. Open en traag: laten liggen. Krab en garnaal: beweegt.
- Neem de middelgrote. Laat de kleintjes groeien en laat de grootste oude mosselen zitten: die hebben het langst gefilterd wordt getoetst.
- Trek nooit een hele plek kaal. Neem van elke steen een handvol en laat de rest; zo is er over een maand weer wat (15.07 Voorraad beheren).
- Draai alikruiken en schaalhorens met een mes los; schaalhorens die je eenmaal hebt laten schrikken, zitten vast wordt getoetst.
- Kokkels: hark de bovenste 3 tot 5 cm wordt getoetst, spoel in zeewater, laat kleine terug in het zand.
- Neem niet meer dan je koel kunt houden; de wettelijke grens van 10 kilo per persoon per dag is ook bij uitval een goede maat.
- Spoel de vangst in schoon zeewater, niet in zoet water wordt getoetst.
- Laat schelpdieren liggen die bij hoog water droog staan wordt getoetst.
De wet in gewone tijden
Voor eigen gebruik mag je in kustgebieden onder voorwaarden maximaal 10 kilo schelpdieren per persoon per dag rapen, en je mag ze niet verkopen (NVWA, Voedingscentrum). Gesloten gebieden blijven dicht. Welke natuurregels per gebied gelden, hebben wij niet nagelezen wordt getoetst.
De vergiftigingen door algen
Soms bloeien in zee kleine algen die gif maken. Schelpdieren die deze algen filteren, stapelen het gif op wordt getoetst. Het gif ruik en proef je niet wordt getoetst, en koken of invriezen breekt het niet af (Seafish, Washington State Department of Health). Drie soorten tellen voor onze kusten:
| № | Soort | Begin | Wat je ziet | Afloop |
|---|---|---|---|---|
| 1 | PSP, verlammend (saxitoxine) | Minuten tot enkele uren | Tintelen en doofheid rond mond en lippen en in armen en benen, duizeligheid, wankelen, dan verlamming en ademstilstand | Levensbedreigend: ademstilstand kan binnen 24 uur. Wie het overleeft, herstelt in enkele dagen |
| 2 | DSP, diarree gevend (okadazuur) | Een half uur tot 36 uur | Hevige diarree, misselijkheid, braken, krampen, rillingen | Niet dodelijk, over binnen drie dagen; uitdroging is het gevaar wordt getoetst |
| 3 | ASP, geheugenverlies gevend (domoïnezuur) | Maag en darmen binnen 24 uur, zenuwklachten binnen 48 uur | Braken, diarree, daarna hoofdpijn, verwardheid, stuipen, verlies van kortetermijngeheugen, coma | Kan dodelijk zijn; vier doden in Canada in 1987 na mosselen |
Een rood tij is geen betrouwbaar teken: PSP gaat zelden samen met rood water, en het gif kan gevaarlijk zijn in water dat er schoon uitziet (Washington State Department of Health). Rood water kan ook van onschuldige algen komen wordt getoetst. Er is geen tegengif. Wat je kunt doen bij PSP: de persoon rechtop houden, de ademhaling bewaken en bij ademstilstand beademen (VK.B06 Reanimatie, 07.16 Acute noodgevallen); de verlamming trekt na uren weg als de ademhaling het haalt wordt getoetst. Zonder beademingsapparaat kun je dat maar kort volhouden wordt getoetst. Bij DSP: drinkoplossing (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing). Laat niet braken wordt getoetst.
Zolang er waarschuwingen zijn, lees je ze. Deskundigen testen regelmatig zeewater en schelpdieren, en de NVWA neemt direct maatregelen als er schadelijke stoffen zijn gevonden. Volgens de NVWA-rapporten gebeurt dat wekelijks wordt getoetst. De grenzen voor de handel zijn 800 microgram saxitoxine, 160 microgram okadazuur-equivalenten en 20 milligram domoïnezuur per kilo (Seafish, een Britse bron; dat dit ook de EU-normen zijn wordt getoetst). De stand vind je bij de NVWA onder "actuele status productiegebieden", of je vraagt het een beroepsvisser (Voedingscentrum). Een gebied dat dicht is, is ook voor jou dicht. Sommige gebieden zijn vooral in de zomer dicht (Voedingscentrum).
Als niemand meer waarschuwt. Dan heb je geen laboratorium en geen test, en dan is geen enkele regel veilig. Dit beperkt het risico alleen. Laat tweekleppigen (mossel, kokkel, oester) staan na weken warm, windstil weer, na een zichtbare verkleuring van het water, en in de zomer wordt getoetst. Ook de koele tijd is geen garantie: algengif komt en gaat met de weken wordt getoetst. Krabben en garnalen zonder ingewanden, en vis (03.05 Vissen met eenvoudig tuig), zijn in zo'n periode de veiligere keus wordt getoetst. Ook zeeslakken kunnen gif bevatten wordt getoetst. Eet op een nieuwe plek eerst weinig en wacht een dag. Dat vangt bederf en allergie deels op, maar het is geen test op gif: dat verschilt per plek en per week, en bij PSP kan ook een kleine portie gevaarlijk zijn wordt getoetst. Krijgt iemand tintelende lippen, dan stopt iedereen direct met eten.
Verontreiniging bij havens en lozingen
Schelpdieren filteren veel water en houden vast wat erin zit wordt getoetst: virussen uit riool (norovirus, en hepatitis A wordt getoetst), metalen en olie uit havens wordt getoetst, en PFAS. Het Voedingscentrum: raap niet bij havenuitlaten, afvoeren of in gesloten gebieden, verhit zelf geraapte schelpdieren goed en was je handen. Verder:
- Niet in de eerste week na zware regen bij een rivier- of rioolmonding: dan lozen overstorten ongezuiverd water wordt getoetst.
- Niet in jachthavens en bij scheepswerven: koperhoudende verf en olie wordt getoetst.
- Uit de Westerschelde zo min mogelijk zelf geraapte mosselen, oesters en garnalen: te veel PFAS (Voedingscentrum, RIVM).
- Bij een brand, een lekkage of een drijflaag stroomopwaarts: weken wachten wordt getoetst (02.06 Chemische verontreiniging).
- In warm kustwater neemt de kans op Vibrio-bacteriën toe; het RIVM noemt de Oosterschelde en Westerschelde. Via rauwe of te kort verhitte schelpdieren geeft Vibrio vooral maag- en darmklachten, via een wondje in zeewater een wondinfectie, ernstiger bij mensen met een zwakke afweer of chronische ziekte. Dek wondjes af en houd een schram die rood en dik wordt goed in de gaten (06.05 Infecties voorkomen). Norovirus overleeft mogelijk een korte stoomstoot wordt getoetst. Warm maken tot ze opengaan is dus misschien niet genoeg; zie de kooktijden hieronder.
Levend houden en koken
- Houd schelpdieren levend tot je kookt: in een emmer met een natte doek erover, in de schaduw, niet onder water en nooit in zoet water wordt getoetst. Het Voedingscentrum geeft voor verse schaal- en schelpdieren maximaal een dag bij 4 graden. Zonder koeling kook je ze binnen een paar uur wordt getoetst (04.04 Koelen zonder stroom).
- Gooi voor het koken weg: kapotte schelpen, schelpen die niet sluiten, en alles wat stinkt (04.03 Voedselbederf herkennen).
- Kook of stoom in een pan met een laagje schoon zeewater en het deksel erop tot alle schelpen open zijn, en laat daarna nog minstens drie tot vijf minuten doorkoken met het deksel erop, zodat het vlees heet is tot in de kern wordt getoetst. Dat is langer dan je gewend bent, omdat zelf geraapte schelpdieren niet zijn gecontroleerd.
- Schelpen die na het koken dicht blijven: weggooien, zoals het Voedingscentrum adviseert. Wring ze niet open.
- Krabben en garnalen: levend in kokend zeewater; garnalen zijn roze en gaar na enkele minuten, een strandkrab na ongeveer tien minuten, grotere krabben langer wordt getoetst. Een krab die dood was voordat hij in de pan ging, gooi je weg: het vlees bederft binnen uren.
- Alikruiken: tien minuten koken, met een speld uit het huisje halen wordt getoetst.
- Gebruik het kookvocht van tweekleppigen niet als soep als er geen waarschuwingsdienst meer is: gif kan erin terechtkomen wordt getoetst. Schelpen en schalen gaan naar de composthoop. Zout win je uit schoon zeewater (11.06 Zout winnen).
- Wat je niet dezelfde dag eet, pekel of rook je (04.07 Zouten en pekelen, 04.08 Roken). Gekookt schelpdiervlees is zonder koeling de volgende dag al verdacht wordt getoetst.
Zeewier
Zeesla, blaaswier en knotswier zijn eetbaar: gewassen, gekookt of gedroogd en verkruimeld als smaakmaker wordt getoetst. Twee grenzen. Wier uit havens en bij lozingen kan zware metalen bevatten; laat het staan wordt getoetst. En het jodiumgehalte verschilt per soort sterk. Kelp wisselt zo sterk dat het Voedingscentrum kelptabletten afraadt, en te veel jodium uit zeewier komt voor. De bovengrens van de Europese voedselautoriteit EFSA is 600 microgram jodium per dag voor volwassenen. Gebruik wier dus als specerij, een paar gram gedroogd per dag, niet als groente wordt getoetst. Te veel jodium verstoort de schildklier, vooral bij zwangeren en kinderen wordt getoetst. Zeekraal is een plant en kun je als zoute groente eten; pluk alleen de jonge toppen wordt getoetst.
Allergie
Wie allergisch is voor schaal- of schelpdieren kan binnen minuten een levensbedreigende reactie krijgen: zwelling van lippen en keel, piepende ademhaling, bulten, duizeligheid. Dat is geen vergiftiging maar anafylaxie: adrenalinepen als die er is, plat leggen, zie VK.B12 Ernstige allergische reactie en de adrenalinepen. Laat iemand die nooit schelpdieren at, de eerste keer een klein beetje proeven terwijl een ander erbij is wordt getoetst.
Zo weet je dat het werkt
- Je bent terug op de dijk voordat het water keert, elke keer, ook als de emmer nog niet vol is.
- Elke schelp in je emmer is dicht of sluit bij tikken; alles wat je kookt gaat open en kookt daarna nog minuten door.
- Niemand krijgt binnen 36 uur buikklachten, tintelingen of koorts na een maaltijd van de kust.
- Je weet van elke plek of hij open of dicht is, of, zonder waarschuwingsdienst, waarom je hem vertrouwt.
- Dezelfde steen levert over een maand weer een handvol mosselen.
- Let op: dat niemand ziek werd, bewijst niet dat de plek veilig is. Algengif komt en gaat met de weken.
Zo weet je dat het misgaat
- Tintelende lippen en tong binnen een uur na mosselen of kokkels. PSP. Stoppen met eten, iedereen die at waarschuwen, rechtop zitten, ademhaling tellen; bij ademstilstand beademen. Niet laten braken.
- Hevige waterige diarree in de uren na schelpdieren. DSP of norovirus. Drinkoplossing in slokjes, rust, de rest van de vangst weg.
- Verwardheid en vergeetachtigheid een dag na schelpdieren. Denk aan ASP. Zijligging bij sufheid (VK.B07 Stabiele zijligging), vocht, niemand meer van die plek laten eten.
- Zwelling van lippen en keel binnen minuten. Allergie, geen gif: adrenalinepen, plat leggen, VK.B12 Ernstige allergische reactie en de adrenalinepen.
- Geelzucht twee tot zes weken na rauwe of halfgare schelpdieren. Denk aan hepatitis A wordt getoetst. Rust, vocht, strenge handhygiëne voor het hele huishouden.
- Een rode, dikke, hete schram na een dag op de stenen of in warm zeewater. Vibrio of een andere wondinfectie. Schoonmaken, afdekken, koel houden en dagelijks aftekenen; zie het plan met de arts.
- Het water stijgt sneller dan je dacht en een geul ligt tussen jou en de dijk. Ga niet door de geul als het water boven je knieën komt of trekt wordt getoetst. Roep, fluit, zoek de hoogste plek, houd de groep bij elkaar (VK.E01 Iemand redden zonder zelf te verdrinken, VK.E02 Overleven in koud water).
Gevaar · Het getij en het gif
- Het water komt via de geulen, niet van voren. Ga op afgaand water, begin terug vóór laag water, en nooit bij mist, storm of aanlandige wind.
- Algengif ruik, proef en kook je niet weg. Een gesloten gebied is dicht voor iedereen; zonder waarschuwingsdienst is elke maaltijd tweekleppigen een gok.
- Eet geen rauwe schelpdieren en kook ze minuten door na het opengaan.
- Raap niets in havens, bij lozingen, na zware regen bij een monding of uit de Westerschelde.
- Sta nooit met je rug naar de zee op een strekdam of pier, ook niet bij "rustig" weer.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Getijtafel | Een week waarnemen bij een vaste paal, 50 minuten per dag optellen, springtij na nieuwe en volle maan wordt getoetst |
| 2 | Waarschuwingsdienst voor algengif | Geen vervanging. Beperk het risico: mijd warm, windstil weer, eet weinig, kies krab en garnaal zonder ingewanden of vis |
| 3 | Hark voor kokkels | Je handen, een gebogen vork, een lat met spijkers |
| 4 | Schepnet voor garnalen | Een hoepel met een oud gordijn of gaas, een hemd op twee stokken wordt getoetst |
| 5 | Zeewater voor de pan | Zoet water met een flinke hand zout; nooit haven- of rioolwater |
| 6 | Koeling | Dezelfde dag koken; de rest pekelen of roken |
| 7 | Handschoenen | Lappen om de handen; oesters dan met rust laten |
| 8 | Adrenalinepen | Geen vervanging; wie allergisch is, eet geen schelpdieren |
Achtergrond
Tweekleppigen leven van wat ze uit het water filteren wordt getoetst. Alles wat in dat water zweeft, kan in het dier blijven: voedzame algen, maar ook giftige algen, virussen uit riool en metalen uit havens. Koken werkt tegen norovirus, maar niet tegen algengif. Saxitoxine blokkeert de zenuwen, zodat spieren geen bevel meer krijgen, uiteindelijk ook de ademhalingsspieren. Domoïnezuur overprikkelt zenuwcellen in het geheugengebied tot ze afsterven. Okadazuur verstoort de darmwand wordt getoetst.
Het getij volgt de maan: twee hoogwaters per ongeveer 24 uur en 50 minuten, en extra hoog en laag als zon en maan in lijn staan. Op een wad loopt het water het eerst door de laagste delen, de geulen, en die liggen vaak tussen de plaat en de dijk. In slik loop je langzaam wordt getoetst.
Bewijs: algengif overleeft koken en invriezen, en de drie syndromen met hun begintijden A (gezondheidsdienst, onderzoeksinstituut, vergiftigingsgevallen). Controle en sluiting van gebieden A (NVWA). Niet rapen bij havens en lozingen en goed verhitten B (Voedingscentrum). Vibrio-risico in warm kustwater B (RIVM). De regels zonder waarschuwingsdienst D: afgeleid, geen garantie. Kooktijden na het opengaan C. Zeewier als specerij vanwege jodium C.
Volgende niveau
Op niveau II leer je de kust van jouw dorp per seizoen kennen: waar de mosselbanken groeien, wanneer de garnalen in de poelen zitten, welke stenen je om de beurt afraapt, en je maakt een eigen getijtafel die een jaar klopt. Je bouwt een pekelvat en een rookkast (04.07 Zouten en pekelen, 04.08 Roken) zodat een goede dag langer voedt wordt getoetst, en wint zout uit schoon zeewater (11.06 Zout winnen). Op niveau III leg je een touw met mosselzaad uit in schoon water als kleine kweek wordt getoetst, en spreek je met de omliggende groepen af wie waar raapt, zodat de banken blijven. Een laboratoriumtest op algengif komt niet terug; vraag een bioloog of visser, zolang die er is, hoe de bloei zich aan jouw kust gedraagt en schrijf het op.
Controlelijst
- Ik ga alleen het wad of de strekdam op bij afgaand water, met een vaste terugtijd, en nooit bij mist, storm of aanlandige wind.
- Ik raap niet bij havens en lozingen of na zware regen bij een monding, en ik controleer of het gebied open is.
- Ik weet dat een gesloten gebied ook voor mij dicht is, en dat zonder waarschuwingsdienst geen regel tegen algengif veilig is.
- Ik neem alleen levende, middelgrote dieren en laat van elke plek het meeste zitten.
- Ik kook schelpdieren tot ze open zijn en daarna nog minuten door, en eet niets rauw.
- Ik gooi dichte schelpen weg, voor en na het koken, en kook geen krab die al dood was.
- Ik herken tintelende lippen als alarm en laat niemand braken.
- Ik gebruik zeewier als specerij, niet als groente, en nooit uit een haven.
Verantwoording
- Voedingscentrum: Schaal- en schelpdieren: mosselen die niet sluiten, kapot zijn of na het koken dicht blijven weggooien, bewaartijden, norovirus en verhitting, biotoxinen en zomerse sluitingen, zelf geraapte schelpdieren goed verhitten, niet rapen bij havenuitlaten, afvoeren of in gesloten gebieden, status bij de NVWA of een beroepsvisser, maximaal 10 kilo per persoon per dag, Westerschelde beperken.
- NVWA: Schelpdieren rapen, bereiden en eten: 10 kilo per persoon per dag onder voorwaarden, geen verkoop, regelmatige tests, maatregelen bij schadelijke stoffen.
- NVWA: Monitoringsresultaten schelpdieren week 21 van 2024 (niet ingezien, alleen zoekresultaat; de link gaf een fout): opzet van de wekelijkse rapporten.
- Seafish: Marine biotoxins: grenswaarden, gif is hittebestendig en wordt niet door koken, verwerken of zuiveren weggenomen, grenzen gelden ook voor slakken.
- Washington State Department of Health: Shellfish poisoning: begintijden en klachten van PSP, DSP en ASP, koken en invriezen vernietigen het gif niet, geen tegengif, gif ook in schoon ogend water, PSP zelden met rood water.
- Woods Hole Oceanographic Institution: illness door rode tij: ademstilstand binnen 24 uur bij ernstige PSP en herstel bij overlevenden, DSP niet dodelijk en over binnen drie dagen, ASP met vier doden in 1987.
- RIVM: Vibriosis: Vibrio in Oosterschelde, Westerschelde en ander kust- en brakwater, meer risico bij warm water, besmettingsroutes, wondjes afdekken.
- RIVM: PFAS in voedsel en NOS: RIVM: eet zo min mogelijk vis en garnalen uit de Westerschelde, 24 mei 2022: PFAS in producten uit de Westerschelde.
- Voedingscentrum: Jodium: bovengrens van 600 microgram per dag, kelptabletten afgeraden, te veel jodium uit zeewier komt voor.
- Survival Manual, hoofdstuk 8 (open bewerking van US Army FM 21-76): geen schelpdieren eten die bij hoog water bloot liggen.
- Rijkswaterstaat: Getij: verschil het grootst in Zeeland en het kleinst bij Den Helder, getijcyclus van 12 uur en 25 minuten, springtij ongeveer twee dagen na volle en nieuwe maan.
- Dillingh (Deltares) voor Rijkswaterstaat: Kenmerkende waarden Kustwateren en Grote Rivieren, 2013: bijlage G, slotgemiddelden 2011: gemiddeld tijverschil 383 cm bij Vlissingen, 141 cm bij Den Helder, 194 cm bij Harlingen, 306 cm bij Delfzijl; bij springtij 445 en 155 cm en bij doodtij 299 en 114 cm voor Vlissingen en Den Helder.
Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: alle soorten- en vindplaatsoverzichten, de terugkeerregel, deining bij strekdammen en pieren, de wekelijkse NVWA-bemonstering, de EU-status van de grenswaarden, de seizoenen van algenbloei, alle regels zonder waarschuwingsdienst, het lagere risico bij krab en garnaal, de eerste hulp bij PSP, hepatitis A, stoomtijden en kooktijden, gif in kookvocht, bewaartijden zonder koeling, en eetbaarheid en hoeveelheid zeewier. Een WHO-bron hebben wij niet geopend. Getoetst door: nog niet.