Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Navigatie, communicatie & vervoer
  4. Het weer lezen

Hoofdstuk · Navigatie, communicatie & vervoer

Het weer lezen

Een dag vooruitkijken met je ogen, een barometer en een schrift

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Bliksem en water

  • Schuil nooit onder een losse boom of in een open schuurtje.
  • Ga bij onweer direct uit het water en van de boot.
  • Blijf bij zware regen uit tunnels, lage doorgangen en beekdalen wordt getoetst.
Een oudere man wijst naar dikker wordende sluierbewolking en een halo om de zon terwijl een jongen noteert, bij een paal met windlint en regenmeter in de polder.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Het weer bepaalt wanneer je hooit, zaait, oogst, droogt, vist, reist en het dak repareert. Zonder weerbericht moet je de lucht zelf lezen. Wie oefent, voorspelt het weer voor de komende 12 tot 24 uur redelijk betrouwbaar; verder dan twee dagen is het gokken.

Als er nog hulp is Luister zolang het kan naar het weerbericht en vergelijk het elke dag met je eigen waarnemingen. Zo train je je oog voordat je het nodig hebt.

Eerst doen

  1. Begin een weerschrift. Noteer elke dag om 8 en om 20 uur: luchtdruk, wind, wolken, temperatuur, neerslag.
  2. Haal een barometer uit een leeg huis of maak er een (zie VK.F06 Een barometer gebruiken en zelf maken).
  3. Zet een lint of windvaan op een paal en markeer noord met een steen.
  4. Zet een regenmeter: een pot met rechte wanden op een open plek.
  5. Leer de tien wolkensoorten (zie VK.F05 Wolken lezen).
  6. Schrijf elke avond je verwachting op en vergelijk die de volgende dag.

Wat je nodig hebt

  • Een barometer, een thermometer in de schaduw op anderhalve meter hoogte, een regenmeter met liniaal.
  • Een windvaan of lint, een kompas of de zon (zie VK.F10 Tijd en richting uit de zon).
  • Een schrift en een potlood.

Werkwijze

Wolken en wat ze voorspellen

№WolkHoe hij eruitzietHoogteWat het voorspelt
1CirrusDunne witte strepen en haren, paardenstaarten6 tot 12 kmAlleen: mooi weer. Worden ze dikker en komen ze uit het westen: regen binnen 12 tot 24 uur wordt getoetst
2CirrostratusMelkwitte sluier, kring om zon of maan6 tot 10 kmWarmtefront nadert, vaak regen binnen een dag
3CirrocumulusKleine witte schapenwolkjes in rijen6 tot 10 kmWisselvallig
4AltostratusGrijze laag, zon als door matglas, geen schaduw2 tot 6 kmRegen binnen enkele uren
5AltocumulusGrotere grijswitte bolletjes2 tot 6 kmOp een zomerochtend met torentjes: onweer later op de dag
6NimbostratusDonkergrijs, dicht, zonder vormLaag tot middelLangdurige regen, nu
7StratusGrijze deken, mist die opstijgtOnder 500 mMotregen, vaak opklaring in de middag
8StratocumulusGrijze bobbelige laag met gatenOnder 2 kmDroog of licht, weinig verandering
9CumulusWitte bloemkolen met platte onderkant0,5 tot 2 kmMooi weer. Groeien ze voor de middag hoog uit: buien
10CumulonimbusToren met aambeeld, donkere onderkantTot 12 kmBuien, onweer, hagel en windstoten binnen een uur

Een front herkennen

Een warmtefront kondigt zich lang aan. Eerst cirrus, dan een sluier met een kring om de zon, dan een grijze laag waar de zon doorheen schemert, dan lage donkere wolken en urenlang regen. De luchtdruk daalt al die tijd. De wind krimpt: hij draait tegen de klok in, van west naar zuid. Een koufront komt snel. Een donkere wolkenmuur, harde windstoten, een korte hevige bui, soms onweer. Daarna ruimt de wind naar west of noordwest, met de klok mee. De temperatuur daalt, de druk stijgt en het wordt helder met losse buien. Regel van Buys Ballot: ga met je rug naar de wind staan. Het lagedrukgebied ligt dan links van je, iets naar voren. Krimpt de wind en daalt de druk, dan komt het lagedrukgebied naar je toe.

Luchtdruk en de barometer

Gemiddeld is de luchtdruk 1013 hPa. In Nederland varieert hij van ongeveer 960 tot 1050. Het getal zelf zegt weinig; de verandering in drie uur zegt veel. Negeer woorden als "mooi" en "regen" op de wijzerplaat.

№Verandering in 3 uurWat het betekent
1Stijgt langzaamVerbetering, rustig weer
2Minder dan 1 hPaWeinig verandering
3Daalt 1 tot 3 hPaVerslechtering binnen 12 tot 24 uur
4Daalt 3 tot 6 hPaRegen en wind binnen 6 tot 12 uur wordt getoetst
5Daalt meer dan 6 hPaStorm op komst wordt getoetst
6Stijgt snel na een dalingFront voorbij, harde wind uit het noordwesten, buien

Wind

Wind heet naar waar hij vandaan komt: een westenwind waait uit het westen. Schat de kracht met de tabel.

№BftNaamkm per uurZo zie je het op land
10Stil0 tot 1Rook stijgt recht op
21Zwak1 tot 5Rook drijft af, een vaan beweegt niet
32Zwak6 tot 11Wind voelbaar op je gezicht, bladeren ritselen
43Matig12 tot 19Bladeren en twijgjes bewegen steeds, een vlag wappert
54Matig20 tot 28Stof en papier waaien op, kleine takken bewegen
65Vrij krachtig29 tot 38Kleine bomen zwaaien, golfjes met witte koppen op meren
76Krachtig39 tot 49Grote takken bewegen, draden fluiten
87Hard50 tot 61Hele bomen bewegen, lopen tegen de wind in is zwaar
98Stormachtig62 tot 74Twijgen breken af, lopen gaat bijna niet
109Storm75 tot 88Dakpannen waaien weg
1110Zware storm89 tot 102Bomen waaien om, flinke schade

Weerspreuken met bewijsstempel

№SpreukStempelWaarom
1Avondrood, mooi weer aan boord; morgenrood, water in de slootBHet weer komt hier meestal uit het westen. Een rode avondlucht betekent heldere lucht in het westen
2Een kring om de maan, de regen komt eraanBDe kring is een halo in cirrostratus, de voorbode van een warmtefront. Vaak, niet altijd, volgt binnen een dag regen wordt getoetst
3Dauw op het gras, mooi weerBDauw vormt bij heldere hemel en weinig wind: hogedruk
4Ochtendmist, mooie dagBGeldt voor mist na een heldere nacht, vooral in zomer en herfst
5Zwaluwen laag, regen op komstCBij vochtig, bewolkt weer vliegen insecten lager. Voorspelt hooguit enkele uren
6Maart roert zijn staartBAls klimaatregel klopt het: maart is wisselvallig
7Dennenappels gaan dicht, regenBZe reageren op vocht in de lucht nu, niet op morgen
8Koeien liggen in de wei, regenDGeen verband gevonden
9Regen op Sint Medardus, veertig dagen regenDKlopt niet

Dauw, mist en nachtvorst

Een heldere, windstille nacht koelt sterk af. Er komt dauw of rijp en vaak volgt een zonnige dag. Een bewolkte nacht blijft warmer. Voor de moestuin: is het om 20 uur helder, windstil en kouder dan 5 °C, dan is nachtvorst goed mogelijk wordt getoetst. Dek jonge planten af (zie 13.05 Teeltplanning).

Halo's en kringen

Een grote kring om zon of maan heeft een straal van 22 graden. Strek je arm en spreid je hand: van duim tot pink is ongeveer 20 graden. Past de kring daar net omheen, dan is het een halo uit ijskristallen. Een kleine gekleurde kring vlak om de maan is een corona uit waterdruppels. Die zegt weinig.

Gedrag van dieren, eerlijk bekeken

De meeste dieren reageren op het weer van nu: vocht, luchtdruk, wind. Zwaluwen, bijen en spinnen kunnen je hooguit een paar uur waarschuwen. Geen dier voorspelt een strenge winter. Dikke vachten en veel bessen zeggen iets over de afgelopen zomer, niet over de komende winter (stempel D).

Het weer in Nederland

Het weer komt meestal uit het westen. Elke paar dagen trekt een front over, het regent het hele jaar door, ongeveer 850 mm. Stormen vallen vooral van oktober tot maart. Let op deze situaties:

  • Hittegolf: het KNMI spreekt daarvan bij minstens 5 dagen van 25 °C of warmer, waarvan 3 van 30 °C of warmer, gemeten in De Bilt wordt getoetst. Drink extra en blijf in de heetste uren binnen (zie 01.13 Onderkoeling en oververhitting).
  • Oostenwind: brengt bij hogedruk droge lucht. In de winter kan dat strenge vorst geven, in een droge lente brandgevaar op heide en in de duinen wordt getoetst.
  • Noordwesterstorm: stuwt zeewater tegen de kust op. Zie 02.14 Hoogwater, dijken en gemalen wordt getoetst.
  • Zware zomerbui: veel water in korte tijd. Straten en lage doorgangen lopen vol wordt getoetst.

Onweer en bliksem

Tel de seconden tussen flits en donder. Deel door drie: dat is de afstand in kilometers.

  1. Tel je minder dan 30 seconden, ga dan direct naar binnen.
  2. Schuil in een stenen gebouw, uit de buurt van leidingen en ramen, of in een auto met een metalen dak.
  3. Wacht 30 minuten na de laatste donder voordat je weer naar buiten gaat. Ben je buiten zonder schuilplek:
  • Ga weg van water, toppen, hekken, fietsen en losse bomen.
  • Spreid een groep, minstens 5 meter tussen elke persoon wordt getoetst.
  • Hurk op je tenen, voeten tegen elkaar, handen over je oren, liefst op een droge mat. Dit verkleint het risico, maar beschermt niet echt (stempel C). Iemand die door bliksem is getroffen, is niet geladen. Raak hem direct aan en begin met reanimeren als hij niet ademt (zie 07.16 Acute noodgevallen).

Zo weet je dat het werkt

  • Je weerschrift is elke dag ingevuld, twee keer.
  • Na drie maanden oefenen klopt je verwachting voor morgen vaker dan zeven van de tien keer.
  • Je ziet een front aankomen voordat het regent.
  • Niemand staat buiten als het onweer dichterbij is dan 10 km.

Zo weet je dat het misgaat

  • Je verwachting klopt minder dan de helft van de keren: je let op één teken. Combineer altijd wolken, luchtdruk en wind.
  • De barometer geeft vreemde sprongen: hij staat in de zon of is verplaatst. Hang hem op een vaste plek binnen.
  • Je wordt verrast door middagonweer: kijk elke ochtend om 11 uur of cumuluswolken hoog uitgroeien.

Gevaar · Bliksem en water

  • Schuil nooit onder een losse boom of in een open schuurtje.
  • Ga bij onweer direct uit het water en van de boot.
  • Blijf bij zware regen uit tunnels, lage doorgangen en beekdalen wordt getoetst.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1BarometerEen hoogtemeter van een horloge, of een zelfgemaakte barometer (zie VK.F06)
2ThermometerNoteer of water in een emmer bevriest, en of er dauw of rijp ligt
3RegenmeterEen blik of pot met rechte wanden en een liniaal
4WindvaanEen lint, rook, een natte vinger
5KompasDe zon of de Poolster (zie VK.F10 en VK.F11)

Achtergrond

Boven Nederland stroomt de lucht hoog in de atmosfeer meestal van west naar oost. Lagedrukgebieden trekken daarin mee. In een lagedrukgebied stijgt lucht op. Opstijgende lucht koelt af, waterdamp condenseert en er ontstaan wolken en regen. Daarom daalt de druk voordat het slecht weer wordt. In een hogedrukgebied daalt lucht. Die lucht warmt op en droogt, en wolken lossen op. De volgorde van wolken bij een front ontstaat doordat warme lucht als een flauwe helling over koude lucht schuift: de hoogste wolken zie je eerst.

Volgende niveau

  • Richt een weerstation in voor de gemeenschap met vaste meettijden en een jaarboek.
  • Leg na een paar jaar de gemiddelden vast: eerste en laatste vorst, natte en droge maanden.
  • Vorm met dorpen stroomopwaarts een keten die hoogwater en zware regen met signalen doorgeeft.
  • Leer jongeren het weerschrift bijhouden en lezen.

Controlelijst

  • Ik houd twee keer per dag een weerschrift bij.
  • Ik herken de tien wolkensoorten en weet wat ze voorspellen.
  • Ik lees de verandering op de barometer in drie uur, niet het getal.
  • Ik pas de regel van Buys Ballot toe.
  • Ik tel de seconden tussen flits en donder en ga binnen onder 30.
  • Ik weet wat een hittegolf, oostenwind en noordwesterstorm hier betekenen.

Verantwoording

Wolkenatlas en uitleg van de Wereld Meteorologische Organisatie en het KNMI; de schaal van Beaufort; klimaatgegevens en de definitie van een hittegolf van het KNMI; richtlijnen over bliksemveiligheid van weerdiensten en reddingsorganisaties; onderzoek naar de betrouwbaarheid van weerspreuken. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline