Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Kennis & wederopbouw
  4. Papier en drukwerk

Hoofdstuk · Kennis & wederopbouw

Papier en drukwerk

Inkt uit roet en galnoten, stencil, zeefdruk, houtsnede, een eenvoudige pers en foutloos overschrijven

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Hete olie en doeken Verhit lijnolie alleen buiten, weg van hout en gebouwen. Brandt de olie: deksel erop, vuur uit, nooit water (VK.C02 Een vetbrand afdekken). Doeken met lijnolie kunnen vanzelf gaan branden. Leg ze los uit in de buitenlucht tot ze droog zijn, of bewaar ze onder water in een metalen emmer wordt getoetst. Gooi ze nooit op een hoop (05.14 Brand voorkomen en blussen).

Gevaar · Roet, ijzer en lood Roet prikkelt ogen en longen en kan schadelijke stoffen bevatten. Werk buiten, adem het stof niet in en was je handen. IJzersulfaat is giftig bij inslikken, vooral voor kinderen wordt getoetst. Zet inkt hoog weg, met een etiket. Loden letters: niet eten bij het werk, handen wassen, nooit zelf smelten (11.01 Veilig werken met stoffen).

Gevaar · De pers Een schietende krik of een brekend portaal kan handen verpletteren (VK.L06 Een last opkrikken en ondersteunen met blokken). Houd je handen buiten de pers zodra er kracht op staat, en begin met weinig druk.

In een Nederlands dorpshuis bij een open schuifraam leest een oudere man hardop uit een handgeschreven boek, terwijl een jonge vrouw met een rietpen in haar kopie schrijft.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een tekst die maar één keer bestaat, is één brand of één natte winter verwijderd van weg. Een groep heeft ook kopieën nodig: formulieren voor de wacht (14.08 Berichten vastleggen), lesbladen en bladen voor het prikbord (14.10 Kennis verspreiden), kaarten, etiketten en het kennisarchief (16.01 Een kennisarchief). Hier leer je inkt maken en zonder stroom kopiëren. Papier maak je in 11.11 Papier maken.

Als er nog hulp is Print nu wat telt (16.06 Digitale kennis bewaren) en bewaar potloden, pennen, carbonpapier en een typemachine. Vraag bij scholen, kerken en verenigingen naar oude stencilmachines wordt getoetst.

Eerst doen

  1. Tel hoeveel kopieën je echt nodig hebt, en kies de methode met de tabel hieronder.
  2. Verzamel potloden, pennen, inkt, carbonpapier, typemachines en linoleum. Dat is veel makkelijker dan alles zelf maken.
  3. Maak een klein potje roetinkt en test het op je eigen papier.
  4. Schrijf de belangrijkste tekst over, en laat een tweede persoon de kopie vergelijken met het origineel.
  5. Snijd één houtsnede: de kop van jullie formulier of het teken van de groep.
  6. Zet op elke kopie wie hem maakte, wie hem controleerde en de datum.

Wat je nodig hebt

  • Papier, gelijmd als je met inkt schrijft (11.11 Papier maken).
  • Roet, gom of huidlijm (VK.H10 Huidlijm koken), een olielamp (VK.H08 Een olielamp maken), een koude plaat en een vlakke steen.
  • Galnoten, ijzersulfaat, een weegschaal en glazen potjes.
  • Lijnolie, hars, een hoge pan met deksel, een vuur buiten (01.12 Vuur maken en beheren).
  • Ganzenveer of gespleten riet.
  • Een lijst met strak gespannen fijne stof en een rubber strip in een houten greep.
  • Een plank fruithout, een scherp mes en gutsen (VK.H06 Veilig snijden met een mes).
  • Twee vlakke planken en een krik of schroef (VK.L06 Een last opkrikken en ondersteunen met blokken).

Werkwijze

Welke methode bij hoeveel kopieën

№MethodeKopieën per origineelGoed voorGrens
1OverschrijvenEén per schrijverAlles, ook zonder materiaalTraag, elke kopie kan fouten krijgen
2Doorslag met carbonTot ongeveer vijf op een typemachineFormulieren, berichtenCarbonpapier raakt op
3Hectograaf20 tot 80LesbladenVraagt speciale anilineverf, dus alleen uit voorraad
4StencilEnkele honderden met een fabrieksstencil, zelfgemaakt veel minder wordt getoetstTekst, krantStencil scheurt op den duur
5ZeefdrukTientallen tot honderden wordt getoetstBorden, grote letters, etiketten, stofFijne tekst lukt slecht wordt getoetst
6HoutsnedeHonderden wordt getoetstTekeningen, vaste koppenVeel snijwerk per blok
7Pers met losse lettersHonderden tot duizendenBoekenJe moet letters vinden en lang oefenen

Rond 1600 haalde een handpers met twee geoefende mensen zo'n 240 afdrukken per uur. Reken zelf op veel minder wordt getoetst.

Overschrijven zonder fouten

Dit lukt altijd. De vijand is de fout die niemand ziet: je zet iets dubbel, of springt van een woord naar hetzelfde woord verderop. Daarom vergeleken kloosters met betrouwbare voorbeelden, en daarom telden joodse kopiisten letters en woorden.

  1. Werk bij daglicht, met een liniaal of strook papier onder de regel van het origineel.
  2. Neem steeds één zin over, en kijk daarna terug om te vergelijken.
  3. Nummer de alinea's. Tel per bladzijde de woorden in origineel en kopie wordt getoetst.
  4. Laat een tweede persoon het origineel hardop voorlezen, ook cijfers en leestekens, terwijl de eerste meeleest in de kopie wordt getoetst.
  5. Vergelijk altijd met het origineel, niet met de vorige kopie. Zo stapelen fouten niet op wordt getoetst.
  6. Schrijf aan het eind: overgeschreven door, gecontroleerd door, datum, naar welk origineel.

Getallen zijn het gevaarlijkst. Schrijf maten en hoeveelheden in cijfers én in woorden. Laat medische lijsten controleren door wie ze opstelde, en kort geen middelen of eenheden af. Zet nooit een overbodige nul achter een getal, en altijd een nul voor de komma wordt getoetst.

Roetinkt om te schrijven

Roet is koolstof. Chinese inkt bestond uit dennenroet of lamproet met huidlijm. Een bindmiddel is niet per se nodig, maar houdt de inkt vaster op het papier.

  1. Laat buiten een olielamp walmen tegen een koude plaat of schotel. Gebruik plantaardige olie of hars, nooit plastic, rubber of diesel wordt getoetst.
  2. Veeg het roet met een veer in een potje.
  3. Los een theelepel gom of huidlijm op in ongeveer vijf theelepels warm water wordt getoetst. Kersengom en amandelgom zijn bruikbaar als er geen arabische gom is wordt getoetst.
  4. Wrijf het roet er druppel voor druppel doorheen op een vlakke steen, minstens een kwartier wordt getoetst. Roet stoot water af; een druppel zeep of alcohol helpt wordt getoetst.
  5. Test een streep. Te bleek: meer roet. Vlekt hij na het drogen af op je vinger: meer gom. Loopt hij uit: je papier is niet gelijmd.

Maak kleine hoeveelheden: lijm en eiwit bederven wordt getoetst. Om te bewaren droog je stijve inkt tot een staafje, dat je later met water wrijft, zoals Chinese inkt wordt getoetst.

IJzergallusinkt

Deze inkt trekt in het papier en is na het drogen bestand tegen water. Daarom is hij goed voor kaarten en etiketten. Maar hij is zuur en kan op den duur door papier heen vreten, sneller bij warmte en vocht. Gebruik hem niet voor wat eeuwen moet blijven (11.11 Papier maken).

  1. Verzamel galnoten: de ronde gallen aan eiken, die ook hier groeien wordt getoetst. Geen gallen? Eikenschors, eikels of walnootbolster bevatten ook looizuur, maar geven zwakkere inkt wordt getoetst (11.10 Leer looien).
  2. Breek 5 gram gal in stukjes. Laat ze enkele dagen weken in 75 milliliter water, of verhit ze.
  3. Zeef twee keer door een schone doek.
  4. Roer er 1 gram ijzersulfaat door. De vloeistof wordt meteen zwart.
  5. Roer er 1 gram gemalen gom door.
  6. Bewaar dicht afgesloten. Open inkt wordt op den duur onbruikbaar.

Dit zijn de maten van West Dean College, maar die studenten testten hun eigen inkt en vonden te veel vrij ijzer. Ze hadden niet nauwkeurig gewogen. De bronnen verschillen. De Britannica van 1911 geeft ongeveer 90 delen ijzervitriool op 100 delen looizuur. Een Engels recept van omstreeks 1483 zou gelijke delen gal en vitriool nemen wordt getoetst. Keuze in dit boek: weeg, en neem niet meer ijzer dan hier staat. Hoeveel looizuur je gallen bevatten, weet je niet, en zonder teststrookje kun je niet meten of er ijzer overblijft.

IJzersulfaat wordt verkocht als mosbestrijder wordt getoetst. Staalwol of spijkers die een week of twee in azijn staan, geven ook een ijzeroplossing, maar hoe sterk die is, weet niemand wordt getoetst. Schrijf met een veer of riet: het zuur tast stalen pennen aan wordt getoetst.

Drukinkt

Schrijfinkt is te dun voor een blok of letters. Drukinkt is roet in een olie die droogt. Olijfolie droogt niet en is hier onbruikbaar wordt getoetst. Gebruik lijnolie uit vlas (09.16 Spinnen, breien en weven) of walnootolie.

  1. Verhit buiten lijnolie in een hoge pan die hooguit een derde vol is wordt getoetst. Houd het deksel bij de hand.
  2. Stop als een druppel tussen stokje en plaat een draad van ruim een centimeter trekt. Dat is de test uit de Britannica van 1911, die geen temperatuur en geen hoeveelheden geeft.
  3. Haal de pan van het vuur. Roer er langzaam wat hars door, en een beetje zeep.
  4. Wrijf de afgekoelde olie met roet op een steen tot een stijve pasta zonder korrels wordt getoetst.

Reken op dagen droogtijd, en leg de vellen los te drogen wordt getoetst.

Stencil

Een stencil is een vel dat inkt tegenhoudt, behalve waar je het hebt geopend. Fabrieksstencils waren van vezelpapier met een laag erop. Een typemachine zonder lint slaat de letters door die laag heen.

  1. Zoek een stencilmachine, of bouw een vlakke versie: een lijst met strakke stof, papier eronder, inkt erop, en een rubber strip die de inkt door het stencil duwt. De oudste machines werkten ook vlak.
  2. Zelf een stencil maken: drenk dun, sterk papier in warme was en laat het afkoelen wordt getoetst.
  3. Leg het op een fijne vijl of schuurpapier en schrijf met een stompe metalen punt, zodat de was openbreekt wordt getoetst.
  4. Plak het stencil onder de stof en druk een proefvel. Fouten dicht je met warme was wordt getoetst.
  5. Gebruik dunne olie-inkt: drukinkt met wat extra olie wordt getoetst.

Ook het Nederlandse verzet stencilde in de bezetting zijn bladen (14.10 Kennis verspreiden) wordt getoetst.

Zeefdruk

  1. Span fijne stof strak over een lijst: zijde, polyester of nylon, bijvoorbeeld vitrage of een panty wordt getoetst. Horrengaas is te grof wordt getoetst.
  2. Sluit af wat niet mag drukken. Knip een papieren sjabloon, of schilder de stof dicht met lijm of lak. Een sjabloon verliest het middenstuk van een O; daarvoor moet je schilderen wordt getoetst.
  3. Leg de lijst een paar millimeter boven het papier wordt getoetst, en leg een streep inkt op de stof.
  4. Trek de rubber strip in één beweging over de stof. De stof veert terug en de inkt blijft op het papier achter.
  5. Eén kleur per lijst. Spoel de stof meteen na gebruik, anders droogt de inkt in de mazen wordt getoetst.

Houtsnede

  1. Neem een vlakke plank peren-, kersen- of ander fruithout, gezaagd langs de nerf. Oud echt linoleum snijdt makkelijker wordt getoetst.
  2. Teken in spiegelbeeld, want de afdruk keert om wordt getoetst. Schrijf tekst op dun papier, leg dat omgekeerd op het blok en trek de lijnen over.
  3. Snijd weg wat wit moet blijven, met het mes van je hand af. Wat hoog blijft, drukt.
  4. Breng inkt op met een roller of een inkbal: een leren kussen gevuld met wol of paardenhaar.
  5. Leg het papier erop en wrijf de achterkant in met de bolle kant van een lepel of een vlak stuk hout.

Er is weinig druk nodig, zolang het contact gelijkmatig is.

Een eenvoudige pers

De drukpers kwam voort uit de schroefpers die boeren al sinds de Romeinen gebruikten voor wijn en olijven. Je kunt hetzelfde idee bouwen:

  1. Leg een zware, vlakke plank op een stevig onderstel. Dit is het bed.
  2. Bouw er een portaal van balken omheen dat de kracht opvangt (12.10 Een werkplaats bouwen).
  3. Zet een schroef of krik tussen het portaal en een tweede vlakke plank. Een krik staat altijd recht en op blokken.
  4. Leg op het bed het blok, daarop het papier, en daarop een stuk vilt of deken wordt getoetst.
  5. Geef net genoeg druk. Drukkers noemen dat de kus. Te veel druk beschadigt blok en papier.
  6. Licht vochtig papier neemt inkt beter aan wordt getoetst.

Werk met twee mensen: één inkt, één drukt. Vind je losse letters, gebruik dan alleen letters van dezelfde hoogte. De Amerikaanse hoogte is 23,3 mm, Europese maten verschillen wordt getoetst. Letters zijn van lood, tin en antimoon.

Binden en bewaren

  1. Laat alles droog worden voordat je stapelt.
  2. Vouw vier vellen in elkaar tot een katern, naai door de vouw, en naai de katernen aan elkaar.
  3. Lijm de rug met huidlijm of zetmeel en maak een kaft.
  4. Bewaar koel, droog en uit het licht. NEDCC noemt 30 tot 60 procent luchtvochtigheid. Vocht is hier het grootste gevaar (16.08 Een bibliotheek opbouwen).

Zo weet je dat het werkt

  • Een streep inkt blijft scherp, en je kunt hem na een druppel water nog lezen.
  • Kopie en origineel tellen evenveel woorden en dezelfde getallen.
  • Een tweede persoon vond geen fout, of de fouten zijn hersteld.
  • Op elke kopie staan wie, wanneer en naar welk origineel.

Zo weet je dat het misgaat

  • Inkt loopt uit in haartjes: het papier is niet gelijmd. Lijm het opnieuw (11.11 Papier maken) of gebruik potlood.
  • Inkt veegt af als hij droog is: te weinig bindmiddel. Voeg gom toe.
  • IJzergallusinkt maakt bruine randen of het papier wordt bros: te veel ijzer of zuur. Stop ermee en schrijf de tekst over met roetinkt.
  • Inkt schimmelt of stinkt: bederf. Gooi hem weg en maak minder tegelijk.
  • Afdrukken zijn vlekkerig of delen ontbreken: verkeerde hoeveelheid inkt of ongelijke druk. Maak het blok vlak en breng dunner op.
  • Een kopie wijkt af van het origineel: schrijf er VERVALLEN op en maak een nieuwe.

Gevaar · Hete olie en doeken Verhit lijnolie alleen buiten, weg van hout en gebouwen. Brandt de olie: deksel erop, vuur uit, nooit water (VK.C02 Een vetbrand afdekken). Doeken met lijnolie kunnen vanzelf gaan branden. Leg ze los uit in de buitenlucht tot ze droog zijn, of bewaar ze onder water in een metalen emmer wordt getoetst. Gooi ze nooit op een hoop (05.14 Brand voorkomen en blussen).

Gevaar · Roet, ijzer en lood Roet prikkelt ogen en longen en kan schadelijke stoffen bevatten. Werk buiten, adem het stof niet in en was je handen. IJzersulfaat is giftig bij inslikken, vooral voor kinderen wordt getoetst. Zet inkt hoog weg, met een etiket. Loden letters: niet eten bij het werk, handen wassen, nooit zelf smelten (11.01 Veilig werken met stoffen).

Gevaar · De pers Een schietende krik of een brekend portaal kan handen verpletteren (VK.L06 Een last opkrikken en ondersteunen met blokken). Houd je handen buiten de pers zodra er kracht op staat, en begin met weinig druk.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1InktPotlood, of houtskool in gom wordt getoetst
2GomHuidlijm, eiwit of dun zetmeel wordt getoetst
3Rubber stripBinnenband in een houten klem, of een stuk leer wordt getoetst
4RollerInkbal van leer met wol
5PersWrijven met een lepel, of het blok aandrukken met een hamer en plank
6PapierLei, wastafel of bord (11.11 Papier maken)

Achtergrond

Bij hoogdruk raakt de inkt alleen de hoge delen, bij doordruk gaat hij door open plekken. In beide gevallen is elke kopie gelijk. Alleen bij overschrijven kan elke kopie nieuwe fouten krijgen. Roetinkt blijft als een laagje koolstof op het papier liggen. Koolstof verbleekt niet wordt getoetst, maar zonder lijm kan hij wegspoelen. IJzergallusinkt werkt anders. IJzer en looizuur vormen eerst een oplosbare stof die in het papier trekt. Lucht maakt daar een donkere stof van die niet oplost. Daarom is hij watervast. Het zuur en het vrije ijzer blijven in het papier achter. Lijnolie droogt niet door verdamping, maar reageert met lucht. Daarbij komt warmte vrij. Daarom kan een prop doeken vanzelf gaan branden. Bewijs: ijzergallusinkt tast papier aan B (conservering, al overleefden sommige handschriften eeuwen). Vrij ijzer als oorzaak B. Kopieën per methode C (naslagwerk over kantoormachines, zelfbouw niet getest). Vier ogen bij overschrijven C (lange praktijk, geen onderzoek gelezen). Drukinkt uit lijnolie en roet C (oude naslagwerken zonder maten). Zelfgemaakt wasstencil C (niet bevestigd, niet getest). Een kopie zonder controle als bron voor medische lijsten D.

Volgende niveau

Maak een vaste drukwerkplek met een pers en een kast voor blokken. Snijd houten letters. Leg elke inktproef vast (16.03 Experimenten documenteren). Bouw de bibliotheek (16.08 Een bibliotheek opbouwen) en leer anderen het vak (16.07 Technieken overdragen).

Controlelijst

  • Ik kies de methode op basis van het aantal kopieën dat ik echt nodig heb.
  • Ik test elke inkt op mijn eigen papier, en gebruik ijzergallusinkt niet voor wat eeuwen moet blijven.
  • Ik vergelijk elke kopie met het origineel, samen met een tweede persoon.
  • Ik zet op elke kopie wie hem maakte, wie hem controleerde en wanneer.
  • Ik verhit olie alleen buiten en laat doeken met olie nooit op een hoop liggen.
  • Ik houd mijn handen uit de pers zodra er kracht op staat.

Verantwoording

Niet onderbouwd en daarom gemarkeerd: alle maten voor zelfgemaakte roetinkt en drukinkt, het wasstencil, zeefdruk met vitrage of panty, de aantallen voor zeefdruk en houtsnede, bronnen van ijzer en looizuur, waar galnoten groeien, oud linoleum, vochtig papier, de opbouw onder de pers, Europese letterhoogten, de giftigheid van ijzerzout, het stencilen door het verzet, de regels voor nullen en het hardop voorlezen bij controleren. De pers en het wasstencil zijn niet nagebouwd. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline