Hoofdstuk · Navigatie, communicatie & vervoer
Kennis verspreiden
Iedereen moet het weten, ook wie niet leest of een andere taal spreekt
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Foute kennis verspreidt zich ook
- Een verkeerd advies over water, medicijnen of planten, op honderd kopieën, kan meer schade doen dan geen advies. Verspreid medische en voedselkennis alleen uit een betrouwbare bron, en neem de waarschuwingen mee (02.01 Water drinkbaar maken).
- Gebruik een rondgang niet om mensen te controleren. Wie de informatie beheert, heeft macht. Laat daarom steeds twee mensen meekijken.
Gevaar · Samenkomen en aan de deur
- Bij een besmettelijke ziekte: voorlezen buiten, in kleine groepen, op afstand (07.08 Koorts en besmettelijke ziekten).
- Ga altijd met z'n tweeën langs de deuren, en ga niet alleen een huis binnen.
- Hang geen lijsten met namen, voorraad of lege huizen op.

Waarom dit telt
Een goede waarschuwing helpt alleen wie hem begrijpt. Zonder telefoon, tv en internet moet een buurt zelf regelen dat iedereen weet waar het water veilig is, hoe je een wond schoonhoudt en wat er morgen gebeurt. Volgens het CBS zijn drie miljoen volwassenen laaggeletterd, en veel mensen spreken thuis een andere taal dan Nederlands wordt getoetst. Eén papier op één deur bereikt die mensen niet.
Als er nog hulp is Neem officiële berichten letterlijk over en vermeld de bron. Vraag je gemeente wat ze zelf verspreidt, zodat je niet naast elkaar werkt.
Eerst doen
- Wijs één persoon aan die bepaalt wat er naar buiten gaat, met een vervanger.
- Kies één vaste plek voor een prikbord, bij water of een verzamelplek.
- Kies vaste tijden om voor te lezen, elke dag op dezelfde plek.
- Teken de straat in stukken van ongeveer 30 huizen en verdeel die over tweetallen wordt getoetst.
- Maak een lijst van wie wat nodig heeft: voorlezen, vertalen, aan huis.
- Controleer na elk bericht bij vijf mensen of ze het begrepen hebben.
Wat je nodig hebt
Werkwijze
Eén bericht, duidelijk gemaakt
Elke vorm begint met dezelfde kern. Tot de zes principes van het CDC-handboek voor crisiscommunicatie horen: geef mensen iets te doen en toon respect.
- Schrijf het bericht in vier regels: wat is er, wat moet je doen, voor wie en waar, tot wanneer.
- Gebruik korte zinnen en gewone woorden. Eén zaak per bericht.
- Zet de datum, de tijd en de bron erbij (14.08 Berichten vastleggen).
- Vertel ook wat je niet weet, en wanneer er nieuws komt.
- Gebruik elk kanaal tegelijk en met dezelfde woorden. Verschillen kweken twijfel.
- Herhaal. Iemand die het één keer hoort, is het vaak kwijt wordt getoetst.
Kennis die mensen moet beschermen, verspreid je als een vaste serie: water, wc, wonden, vuur, kou of hitte. Geef elke dag één onderwerp in plaats van alles tegelijk.
Prikbord
Het prikbord is het geheugen van de buurt. Het werkt alleen als het klopt.
- Hang het waar mensen toch komen: bij het water, de verzamelplek, een winkel of kerk.
- Maak vaste vakken: Nu doen, Water en eten, Hulp gevraagd en aangeboden, Gezocht, Morgen.
- Schrijf koppen in letters van minstens 3 cm, tekst in letters van minstens 1 cm wordt getoetst.
- Zet op elk bericht datum, tijd en bron.
- Haal elke dag oude berichten weg. Eén verouderd bericht ondermijnt het hele bord.
- Wijs een beheerder aan. Vreemde briefjes komen in een apart vak, met het stempel "onbevestigd".
- Hang een kopie op minstens een tweede plek.
Gebruik pictogrammen naast de tekst. Teken een druppel, een pijl, een uitroepteken, een kruis. Gebruik bij elk bericht dezelfde.
Krant
Een krant bereikt ook wie niet naar het bord komt en kan mee naar huis. Eén vel per week is genoeg.
- Zet boven: naam, nummer, datum, wie het maakt.
- Vaste rubrieken: wat is er gebeurd, wat doen we nu, kennis van de week, gezocht, rechtzetting.
- Maak elke fout zichtbaar goed in de rubriek rechtzetting.
- Tel hoeveel kopieën je nodig hebt. Eén per vijf huizen kan genoeg zijn als mensen doorgeven wordt getoetst.
In de Tweede Wereldoorlog verschenen in Nederland bijna 1300 illegale bladen, vaak getypt en gestencild wordt getoetst. Een Amsterdamse verzetsgroep liet een stencilmachine op fietskracht draaien wordt getoetst. Dat laat zien dat het zonder stroom kan. Hoe je kopieert, staat in 16.05 Papier en drukwerk. Heb je niets anders, laat dan vrijwilligers overschrijven, en laat iemand vergelijken met het origineel.
Voorlezen en omroepen
Stem bereikt mensen die niet lezen, die slecht zien of die geen papier krijgen. Nederlandse steden hadden stadsomroepers wordt getoetst.
- Kies twee of drie vaste plekken en vaste tijden, bijvoorbeeld 12:00 en 18:00.
- Geef een herkenbaar geluid: een bel, drie slagen op een stuk metaal. Maak het anders dan de alarmsignalen (14.09 Signalen afspreken en geven).
- Lees rustig, en lees alles twee keer.
- Lees daarna in de tweede taal.
- Vraag: wie kan dit herhalen? Beantwoord vragen.
- Noteer vragen en geruchten die je hoort, en geef die door aan de post (14.08 Berichten vastleggen).
Een voorlezer moet een stem hebben die men vertrouwt. Dat is vaak niet de luidste, maar een bekende buur.
Rondgang door de wijk
Voor wie niet kan komen is er de rondgang. Je hoort daar ook wat er leeft. Onderzoekers in Sierra Leone adviseerden tijdens ebola vertrouwde boodschappers en tweerichtingsverkeer, met beelden van lokale kunstenaars en tekst in lokale talen.
- Loop met z'n tweeën, liefst met iemand die daar bekend is.
- Kom op vaste dagen, zodat mensen je verwachten.
- Vertel het bericht, laat een kaart achter en vraag: wat heb je gehoord? Wat heb je nodig?
- Vraag de ander het in eigen woorden te herhalen.
- Noteer op een lijst wie je sprak, met huisnummer, niet met naam en gezondheid.
- Kom terug bij wie niet opendeed. Geen antwoord? Geef het door, ga niet zomaar binnen (01.09 Kwetsbare mensen helpen).
- Bespreek na afloop wat je hoorde en corrigeer geruchten in het volgende bericht (01.07 Informatie beoordelen).
Leren in kleine groepen
Een bericht vertelt wat. Een vaardigheid moet je doen. Water koken kun je uitleggen, maar een drukverband leer je pas door het te oefenen.
- Werk met groepjes van vier tot zes mensen wordt getoetst.
- Eén onderwerp per keer, hooguit een half uur tot een uur wordt getoetst.
- Doe het voor, doe het samen, laat ze het alleen doen.
- Laat ze het terugzeggen in eigen woorden en zelf voordoen. Zo merk je wat niet is overgekomen wordt getoetst.
- Herhaal na een week, zonder aantekeningen. Terughalen uit je hoofd helpt onthouden wordt getoetst.
- Laat wie het kan het weer aan twee anderen leren, onder toezicht. Zo groeit het aantal leraren.
Elkaar helpen leren werkt, maar niet altijd. De Education Endowment Foundation schat bij leerlingen ongeveer vijf maanden extra vooruitgang in een schooljaar. Twee van haar eigen proeven vonden geen effect. Het werkt vooral bij herhalen, niet bij nieuwe stof, en training van begeleiders is essentieel. Dat onderzoek gaat over schoolkinderen. Voor volwassenen in een noodsituatie is het niet getest wordt getoetst. Laat nieuwe stof dus door iemand brengen die het echt kan.
Controleer aan het eind met een echte proef: laat iemand het doen, niet alleen zeggen. Lessen voor kinderen en een vaste school staan in 15.08 Onderwijs organiseren, overdracht van ambachten in 16.07 Technieken overdragen.
Mensen die niet lezen
Volgens het CBS zijn drie miljoen Nederlanders van 16 tot 75 jaar laaggeletterd (PIAAC 2023). Die mensen kunnen vaak wel iets lezen, maar een lang bericht niet wordt getoetst. Veel mensen verbergen het wordt getoetst. Vraag dus niet "kun je lezen?", maar bied aan: "Zal ik het even voorlezen?"
| № | Wie | Wat werkt |
|---|---|---|
| 1 | Moeite met lezen | Voorlezen, pictogrammen, tekening met pijlen, één bericht per vel |
| 2 | Slechtziend of blind | Stem, grote letters, aan huis, een vaste persoon |
| 3 | Doof of slechthorend | Geschreven tekst, tekening, gebaren, lichtsignaal, een buur die hen waarschuwt |
| 4 | Kinderen | Korte liedjes en rijmpjes, oefenen als spel |
| 5 | Ouderen en bedlegerigen | Rondgang, een vaste buur |
| 6 | Anderstaligen | Vertaling, tweetalige buur, tekening |
Doven hebben een eigen taal: de Nederlandse Gebarentaal (NGT), wettelijk erkend. Veel doven lezen minder makkelijk dan horenden, want de geschreven taal is voor hen vaak een tweede taal wordt getoetst. Vraag wie in de buurt gebaren kent. Alarmen hoor je niet als je doof bent. Spreek af wie gaat waarschuwen.
Teken waarschuwingen zo dat ze zonder woorden kloppen: wat wel en wat niet, naast elkaar, met een groen vinkje en een rood kruis. Test elke tekening bij drie mensen die niet weten wat erop moet staan wordt getoetst.
Talen in je buurt
Nederlands is de officiële taal. Fries is officieel in Fryslân. Papiaments, Limburgs, Nedersaksisch, Jiddisch en Romani zijn erkend, en NGT ook. Daarnaast spreken veel mensen thuis Turks, Arabisch, Pools of Oekraïens wordt getoetst. Vooral ouderen kunnen in een streektaal beter terecht als ze bang zijn wordt getoetst. Vraag per straat wat er nodig is.
- Maak een lijst: welke talen spreken we, wie vertaalt.
- Laat vertalen door iemand met die moedertaal, niet door wie op school wat leerde.
- Laat een ander het terugvertalen naar het Nederlands. Vergelijk het met het origineel. Verschil? Pas de tekst aan wordt getoetst.
- Schrijf cijfers in cijfers en tijden als 18:00. Gebruik geen uitdrukkingen.
- Zet de talen onder elkaar op hetzelfde vel, met hetzelfde plaatje.
- Zet waar nodig een tweetalige buur in elk rondgangduo.
Hang deze woorden op, en vul aan met de talen van je straat. Laat een moedertaalspreker ze nakijken.
| № | Nederlands | Engels |
|---|---|---|
| 1 | Gevaar | Danger |
| 2 | Hulp nodig | Help needed |
| 3 | Water koken | Boil the water |
| 4 | Niet drinken | Do not drink |
| 5 | Verzamelen op … | Assemble at … |
| 6 | Blijf binnen | Stay inside |
| 7 | Brand | Fire |
| 8 | Arts | Doctor |
Zo weet je dat het werkt
- Je vraagt vijf willekeurige mensen naar het bericht van vandaag, en minstens vier vertellen wat ze moeten doen wordt getoetst.
- Mensen die niet lezen, kunnen de kern herhalen.
- Na een les kunnen de deelnemers het zelf doen, ook een week later.
- Er hangt geen enkel verouderd bericht op het bord.
- Vragen uit de wijk komen terug in het volgende bericht.
Zo weet je dat het misgaat
- Mensen vertellen iets anders dan het bericht zegt: maak het korter, lees het voor en vraag het terug.
- Het bord wordt niet meer gelezen: haal oude berichten weg, kies een betere plek.
- Eén groep doet niet mee: zoek iemand die door hen vertrouwd wordt, en vraag wat hen tegenhoudt.
- Verschillende berichten over één onderwerp: stop, leg ze naast elkaar, geef één rechtzetting uit.
- Geruchten groeien sneller dan je berichten: lees vaker voor en zeg ook wat je niet weet.
- Lessen lopen leeg: maak ze korter en koppel ze aan werk dat toch moet gebeuren.
Gevaar · Foute kennis verspreidt zich ook
- Een verkeerd advies over water, medicijnen of planten, op honderd kopieën, kan meer schade doen dan geen advies. Verspreid medische en voedselkennis alleen uit een betrouwbare bron, en neem de waarschuwingen mee (02.01 Water drinkbaar maken).
- Gebruik een rondgang niet om mensen te controleren. Wie de informatie beheert, heeft macht. Laat daarom steeds twee mensen meekijken.
Gevaar · Samenkomen en aan de deur
- Bij een besmettelijke ziekte: voorlezen buiten, in kleine groepen, op afstand (07.08 Koorts en besmettelijke ziekten).
- Ga altijd met z'n tweeën langs de deuren, en ga niet alleen een huis binnen.
- Hang geen lijsten met namen, voorraad of lege huizen op.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Prikbord | Een deur, muur of schutting, met krijt of verf |
| 2 | Papier | Karton, hout, een schoolbord (11.11 Papier maken) |
| 3 | Kopieermiddel | Overschrijven, of laten doorgeven: lees voor, geef het vel door aan de volgende straat |
| 4 | Megafoon | Een kegel van karton, of een bel en meer voorleesplekken |
| 5 | Tolk | Tekening, gebaren, een kind dat op school de taal leerde, maar geef kinderen geen zware berichten om over te brengen |
| 6 | Leraar | Het boek zelf, samen lezen en oefenen, en proberen op iets dat niet gevaarlijk is (16.08 Een bibliotheek opbouwen) |
Achtergrond
Mensen doen pas iets met een bericht als ze het begrijpen, de bron vertrouwen en zien wat ze kunnen doen wordt getoetst. Daarom doet de boodschapper er evenveel toe als de boodschap. Vertrouwde mensen, eigen taal en eigen beelden verlagen de drempel. Tweerichtingsverkeer laat zien wat er niet is aangekomen. Wie iets zelf doet en het later weer uit zijn hoofd ophaalt, onthoudt het beter dan wie het hoort wordt getoetst. Meerdere kanalen vangen elkaars gaten op. Bewijs: vertrouwde boodschappers, eigen taal en beelden B (studie in Sierra Leone, gelezen via een nieuwsbericht). Leren van elkaar B bij schoolkinderen, met wisselende proeven, C voor volwassenen in een crisis. Prikbord, krant en omroeper C (lange praktijk, geen vergelijkend onderzoek). Eén vel op één plek als enige kanaal D.
Volgende niveau
Maak een vaste school (15.08 Onderwijs organiseren). Leg vaardigheden vast en draag ambachten over (16.07 Technieken overdragen). Bouw een bibliotheek (16.08 Een bibliotheek opbouwen) en een drukwerkplek (16.05 Papier en drukwerk). Bewaar elke krant in het collectief geheugen (15.09 Collectief geheugen). Koppel aan radio als een post berichten kan voorlezen (14.07 Noodcommunicatie).
Controlelijst
- Ik weet wie bij ons bepaalt wat er naar buiten gaat.
- Ik zet op elk bericht datum, tijd en bron.
- Ik haal verouderde berichten elke dag weg.
- Ik lees belangrijke berichten voor, op vaste tijden en plekken.
- Ik vraag mensen het bericht te herhalen.
- Ik weet wie in mijn straat niet leest, doof of slechtziend is, en wie welke taal spreekt.
- Ik laat een vertaling terugvertalen.
- Ik leer een vaardigheid door voor te doen, samen te doen en te controleren.
Verantwoording
- CBS: Dashboard basisvaardigheden brengt laaggeletterdheid in beeld: drie miljoen laaggeletterden van 16 tot 75 jaar, op basis van PIAAC 2023.
- Rijksoverheid: erkende talen in Nederland: Nederlands, Fries, NGT, Papiaments, Limburgs, Nedersaksisch, Jiddisch en Romani.
- CDC: Crisis & Emergency Risk Communication (CERC) Manual: hoofdstukken over boodschap, publiek en gemeenschap. De principes staan in PR News: 6 Principles of Crisis Communications From CDC; het hoofdstuk van het CDC zelf is niet gelezen.
- News Medical: Trusted messages proved essential to counter misperceptions during Ebola epidemic: lokale beelden en talen, vertrouwde boodschappers, tweerichtingsverkeer. De studie zelf is niet gelezen.
- Queen Rania Foundation: Peer tutoring (EEF-toolkit): vijf maanden, herhalen beter dan nieuwe stof, training essentieel.
- Tes: Peer tutoring is ineffective and can be detrimental, research finds: twee EEF-proeven zonder effect.
- Mimeograph with bicycle, tweedewereldoorlog.nl (niet ingezien, alleen zoekresultaat): stencilen op fietskracht.
- Lydia Winkel, De ondergrondse pers 1940-1945, derde druk, Amsterdam: Veen, 1989 (niet ingezien, alleen zoekresultaat): bijna 1300 titels.
Niet onderbouwd en daarom gemarkeerd: alle aantallen uit de praktijk (huizen per tweetal, groepsgrootte, lesduur, lettergrootte, kopieën, vier van vijf), het effect van herhaling, terugvragen en terughalen uit het hoofd, de twee bronnen over de ondergrondse pers, stadsomroepers, schaamte bij laaggeletterdheid, leesniveau van doven, thuistalen in Nederland, streektaal bij angst en terugvertalen. De woordenlijst is nog niet door een moedertaalspreker nagekeken. Toets door een onderwijskundige, een taalcoach en iemand uit de dovengemeenschap. Getoetst door: nog niet.