Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Bouwen & herstellen
  4. Een werkplaats bouwen

Hoofdstuk · Bouwen & herstellen

Een werkplaats bouwen

Van een tafel in de schuur naar een vaste plek met licht, lucht, een zware bank en orde die brand en stof voorkomt

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Brand, zelfontbranding en stof

  • Laat vonkenwerk en stof nooit in dezelfde ruimte bij elkaar komen.
  • Leg doeken met lijnolie, beits of olieverf nooit op een hoop.
  • Bewaar geen benzine, spiritus of gasflessen binnen.
  • Werk niet alleen aan machines, met hete metalen of met zware lasten. Een tweede persoon moet kunnen ingrijpen.
  • Draag bril bij slaan, slijpen en zagen; een splinter in het oog is zonder oogarts blijvend (VK.B10 Oogletsel spoelen en afdekken). Bij brandwonden: 07.05 Brandwonden.
  • Stook nooit op houtskool of barbecue in de werkplaats: koolmonoxide.
In een bakstenen schuur schaaft een vrouw met veiligheidsbril een plank op een zware bank, terwijl een tiener een zaag terughangt op een bord met geschilderde omtrekken.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een groep die zelf herstelt, heeft een plek nodig waar gereedschap blijft liggen en werk mag blijven staan. In 09.01 De basiswerkplaats richtte je een tafel in voor kleine klussen. Dit hoofdstuk maakt daar een vaste ruimte van, voor jaren en voor meerdere mensen. Een werkplaats is ook de plek met het meeste brandbare materiaal, de scherpste spullen en het fijnste stof. Daarom moet je hem bouwen alsof er elke dag iets mis kan gaan.

Als er nog hulp is Vraag een timmerman of smid om je plan te bekijken, en laat een elektricien de aansluiting doen. Kijk ook wat de gemeente toestaat (12.01 Bouwprincipes).

Eerst doen

  1. Kies een bestaande ruimte als dat kan: een garage, schuur of loods die droog is en goed staat (12.01 Bouwprincipes).
  2. Maak twee uitgangen, of minstens een deur en een raam waar je doorheen kunt.
  3. Verdeel de ruimte in zones: schoon werk, vonken en hitte, opslag.
  4. Bouw als eerste de zware werkbank, want daarmee maak je de rest.
  5. Hang blusmiddelen bij de deur en zet een metalen blik met deksel neer voor poetsdoeken.
  6. Zet gevaarlijke stoffen in een aparte, afgesloten kist, liefst buiten de werkplaats (11.01 Veilig werken met stoffen).

Wat je nodig hebt

  • Voor de bank: hout volgens de lijst hieronder, bouten of lange schroeven, een bankschroef als je die hebt.
  • Handgereedschap (09.01 De basiswerkplaats, 10.02 Gereedschap om te slopen).
  • Schragen of zaagbokken (VK.C08 Een zaagbok bouwen).
  • Planken en haken om gereedschap op te hangen, witte kalk of verf.
  • Stofmasker FFP2, veiligheidsbril, gehoorbescherming.
  • Twee emmers zand, een emmer water, een blusser en een blusdeken als je die hebt.
  • Een metalen blik met strak deksel, een rookmelder en een CO-melder.
  • Een afsluitbare kist of kast, labels, een watervaste stift.

Werkwijze

De plek kiezen

Bouw zelf alleen klein en laag: één laag, lager dan 3 meter, overspanning tot 4 meter (12.01 Bouwprincipes). Een lichte fundering vind je in 12.02 Funderingen begrijpen.

№VraagAntwoord
1Hoe groot?Minstens 3 × 5 meter voor een groep wordt getoetst. Een plank van 2,5 meter moet naar binnen kunnen en aan de bank te zagen zijn.
2Waar?Op loopafstand van huis, maar niet tegen de woning of het hout: laat 5 meter vrij als het kan wordt getoetst. Brand in de werkplaats mag geen brand in het huis worden.
3Vloer?Beton, steen of aangestampte aarde. Geen houten vloer waar vonken vallen.
4Deur?Minstens 1,2 meter breed, of dubbel, naar buiten draaiend wordt getoetst.
5Vocht?Vocht is de vijand: roest op gereedschap, kromme planken. Bouw niet op het laagste stuk van de polder (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen). Zet de vloer boven het maaiveld.
6Water en brand?Bouw niet in een laagte of droog dal waar regenwater samenkomt (13.01 Het landschap lezen). Houd een strook vrij van droog gras en struiken, zeker bij heide of bos.

Verdeel de ruimte in drie zones met krijt op de vloer:

  • Schoon werk: bank, hout, tekenen, naaien, elektronica. Bij het raam.
  • Heet en vonken: slijpen, smeden, solderen. Op steen, ver van stof en hout, en nooit tussen de werkers en de uitgang wordt getoetst. Smeden doe je liever buiten onder een afdak (09.12 Smeden: de basis).
  • Opslag: hout en metaal langs de lange muur, zware dingen laag.

Laat tussen de zones een looppad van minstens 90 cm vrij naar elke uitgang wordt getoetst. Dat pad blijft altijd leeg.

Licht

Zet de bank bij een raam. Noordlicht geeft weinig schaduw en geen hitte. Doorzichtige dakplaten werken goed. Witte kalk op de muren geeft gratis licht terug.

De Europese norm EN 12464-1 vraagt volgens leveranciers ongeveer 300 lux voor grof werk, 500 lux voor gewoon werk aan de bank en 750 tot 1000 lux voor fijn werk. De normtekst zelf is niet ingezien wordt getoetst. Een luxmeter heb je niet nodig: kun je zonder moeite de kleinste streepjes op je rolmaat lezen, dan is het licht genoeg.

Voor de avond: 12 volt ledlampen op een accu (08.07 Laagspanning, 08.08 Verlichting). Geen open vlam waar stof of oplosmiddel is.

Lucht

Elke werkplaats heeft doorstroom nodig, ook als het koud is. Werk met een opening aan twee kanten (11.01 Veilig werken met stoffen, 05.05 Ventilatie en luchtkwaliteit).

  • Maak een rooster laag én een rooster hoog, op tegenover elkaar liggende muren. Warme lucht en rook gaan omhoog. Benzinedamp is zwaarder dan lucht en kruipt over de vloer (10.01 Veilig slopen).
  • Een kachel in de werkplaats heeft een echte schoorsteen en een CO-melder nodig (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide). Stook hem niet in een ruimte met houtstof in de lucht.
  • Lucht op droge dagen, tegen condens. Bij een hittegolf zet je 's nachts alles open en overdag dicht wordt getoetst.

De zware werkbank

Een goede bank is zwaar, stijf en staat vast. De maten hieronder komen uit de praktijk van timmerlieden en zijn geen norm wordt getoetst.

Hoogte. Sta op je werkschoenen, armen langs je lichaam, handpalmen plat naar boven. Meet van de vloer tot onder je handpalm en tel er ongeveer 5 cm bij (The English Woodworker, praktijkbron). Gangbaar is 86 tot 91 cm. De Canadese arbeidsdienst CCOHS geeft voor staand werk: fijn werk 5 cm boven de ellebooghoogte, licht werk 5 tot 10 cm eronder, zwaar werk 20 tot 40 cm eronder. Delen verschillende lengtes de bank, leg dan een plank onder de voeten van de korte mensen.

Afmeting. 240 × 60 cm, of zo lang als je ruimte toelaat. Dieper dan je arm kan reiken heeft geen zin.

Materiaal voor één bank:

№OnderdeelAantalMaat
1Poten4Balk van 9 × 9 cm, lengte is bankhoogte min bladdikte
2Dwarsregels onder het blad34,5 × 9,5 × 45 cm
3Langsregels2 boven, 2 onder4,5 × 9,5 × 200 cm
4Blad1Planken van 4,5 cm dik, of twee lagen plaat, of een massieve oude deur
5Onderplank1Planken, zo zwaar als je hebt
6Schoren2Lat van 2 × 7 cm, diagonaal aan de achterzijde

Bouwen:

  1. Zaag de vier poten precies even lang en controleer dat met de bank omgekeerd op een vlakke vloer (09.03 Meten en markeren).
  2. Maak twee kopse frames: twee poten met een dwarsregel boven en onder. Bout ze met minstens twee bouten per verbinding, en liefst met een inkeping waar de regel op rust (09.06 Verbindingen maken).
  3. Verbind de frames met de langsregels boven en onder.
  4. Zet diagonalen op de achterkant en, als het kan, op beide kopse kanten. Een rechthoek valt om, een driehoek niet (12.01 Bouwprincipes).
  5. Schroef het blad vast van onderaf, zodat er geen schroefkoppen boven liggen. Laat het blad voor klemmen 5 tot 10 cm over de poten uitsteken.
  6. Leg de onderplank erin en belast die met je zwaarste voorraad. Massa stopt trillen.
  7. Bout de bank aan de muur of vloer als dat kan, en wig hem waterpas.
  8. Zet de bankschroef op de linker voorhoek als je rechtshandig bent, recht boven een poot. Hamer- en smeedwerk doe je dicht bij een poot, niet midden op het blad.

Leg voor metaalwerk een stalen plaat op een eind van de bank, of maak een tweede bank. Een aambeeld zet je op een stam die in de vloer is ingegraven.

Gereedschap ophangen

Gereedschap aan de muur vind je terug, en je ziet meteen wat ontbreekt.

  1. Hang een plank van minstens 2 cm dik of een rek van latten boven de bank.
  2. Hang wat je het vaakst gebruikt op armlengte, zwaar laag en licht hoog.
  3. Teken met verf of potlood de omtrek van elk stuk op de plank. Een leeg silhouet betekent: iemand heeft het, of het is weg.
  4. Bewaar beitels en messen met de snede naar achteren of in een sleuvenrek, nooit los in een la. Zaagtanden naar de muur.
  5. Veeg gereedschap na gebruik af en olie het in. Hang het niet tegen een koude buitenmuur van steen: leg er een houten plank tussen wordt getoetst. Zie 09.09 Gereedschap onderhouden.

Wat je pakt, hang je terug voor je weggaat. De laatste die vertrekt, kijkt of de muur vol is.

Stof

Houtstof is geen vuil, het is een gezondheidsrisico. De Britse arbeidsinspectie HSE zegt: houtstof kan astma geven, en timmerlieden krijgen dat vier keer zo vaak als andere werkers. Stof van hardhout kan kanker geven, vooral in de neus. Neergeslagen stof bevat juist de fijne deeltjes die de longen het meest beschadigen. De Britse grenswaarden zijn 3 mg per kubieke meter voor hardhout en 5 mg voor zachthout, gemeten over acht uur. Meten kun je dat niet, dus houd het stof zo laag als je kunt.

  • Veeg nooit droog en blaas nooit met perslucht: dat brengt het stof weer in de lucht (HSE). Gebruik een stofzuiger met fijn filter (HSE, HSENI), of neem af met een vochtige doek als er geen stroom is wordt getoetst.
  • Schuur en zaag bij open deur of buiten. Handwerk met schaaf en scherpe beitel geeft krullen in plaats van stof wordt getoetst.
  • Draag bij stoffig werk een goed passend stofmasker, en scheer je als het kan: een baard lekt (HSE).
  • Maak ook richels, balken en machines schoon, niet alleen de vloer (HSENI).
  • Baksteen, beton en tegels geven kwartsstof: nat werken, buiten, met de wind in je rug wordt getoetst.
  • Oude verf en lood: niet droog schuren, niet eten of roken in de werkplaats, handen wassen voor je eet (11.01 Veilig werken met stoffen).
  • Houtstof op de huid kan eczeem geven. Zorg voor water en zeep bij de deur.

Brandveiligheid

Zie ook 05.14 Brand voorkomen en blussen. Voor de werkplaats gelden deze regels:

  • Orde is brandpreventie. Krullen en stof dagelijks opruimen in een metalen vat met deksel, en dat vat buiten legen.
  • Stof brandt. HSE Noord-Ierland: houtstof brandt makkelijk, en fijn stof in de lucht kan exploderen, vooral in afzuigsystemen. Oververhitte motoren, kapotte kachels en vonken zijn de bekende oorzaken.
  • Scheid hitte en hout. Slijp en las nooit waar krullen liggen. Na vonkenwerk blijf je minstens een half uur in de buurt en kijk je rond wordt getoetst.
  • Blusmiddelen staan bij de deur, zodat je met je rug naar de uitgang blust. Emmer zand, emmer water, blusdeken, blusser. Water nooit op brandende olie of op stroom.
  • Rookmelder aan het plafond, en maak hem elke maand stofvrij wordt getoetst.
  • Elektra: geen losse verlengsnoeren door het stof, stekkers uit na het werk (08.02 Elektrische veiligheid). Lithiumaccu's laad je nooit onbeheerd en niet in de werkplaats wordt getoetst (10.01 Veilig slopen).
  • Poetsdoeken met lijnolie kunnen vanzelf ontbranden, net als doeken met beits, olieverf of vernis. De olie reageert met zuurstof en wordt warm, en een prop houdt die warmte vast. De brandweer van Bend (Oregon, VS) zegt: doeken in een bak met strak deksel, liefst van metaal, aanvullen met water, dichtmaken en dicht laten. Doe dat meteen na het werk en zet de bak buiten, weg van vuur wordt getoetst. Heb je geen bak, spreid de doeken dan plat uit buiten tot ze hard zijn wordt getoetst.

Materiaal en gevaarlijke stoffen opslaan

Hout. Plat, op latjes, minstens 10 cm van de vloer wordt getoetst, zodat er lucht langs komt. Zet geen lange planken rechtop los tegen een muur: ze vallen. Zet staande planken en platen achter een ketting of lat. Metaal. Sorteer op soort (09.05 Metalen herkennen) in bakken op de vloer of een lage plank. Zware bakken nooit boven schouderhoogte (VK.K02 Tillen en dragen zonder je rug te slopen). Klein spul. Potten met etiket, per maat. Grotere onderdelen gaan naar 10.12 De onderdelenbibliotheek. Gevaarlijke stoffen. Lees 11.01 Veilig werken met stoffen. De kern:

  1. Houd in de werkplaats alleen wat je vandaag nodig hebt, en de rest in een aparte buitenopslag wordt getoetst.
  2. Bewaar brandstof, spiritus, verf en oplosmiddel in een aparte kist of schuur buiten, in de schaduw, op minstens 5 meter van vonken wordt getoetst, met lucht aan de onderkant.
  3. Gasflessen staan rechtop, buiten, in de schaduw, met de kraan dicht (10.01 Veilig slopen).
  4. Houd chloor en zuur apart, en oxiderende middelen weg van olie en brandstof (11.01 Veilig werken met stoffen).
  5. Alles in de eigen verpakking of met een duidelijk label. Nooit in een drinkfles.
  6. Zet flessen in een bak die gemorste vloeistof opvangt. Sluit af met een slot. De sleutel hangt hoog of bij de beheerder.

De Nederlandse opslagregels (PGS 15) zijn niet nagezocht wordt getoetst. Gebruik ze als je ze hebt.

Kinderen in de werkplaats

Kinderen leren hier het vak (16.07 Technieken overdragen, 06.07 Zorg voor kinderen). Maar ze zijn kwetsbaarder voor lood en stof, en zien gevaar niet aankomen.

  • De deur gaat op slot als er geen volwassene is. Kinderen komen alleen binnen als een volwassene het zegt.
  • Teken een rode lijn op de vloer rond de hete zone. Daar stappen ze niet overheen.
  • Geef ze een eigen lage bank, klein gereedschap dat echt werkt, en een bril wordt getoetst. Een bot mes is gevaarlijker dan een scherp mes, want je moet harder duwen wordt getoetst.
  • Scherp gereedschap hangt boven hun bereik. Gevaarlijke stoffen zitten achter slot.
  • Geen kinderen bij schuren zonder masker, bij lood, oplosmiddel of bij open vuur.

Hang bij de deur een kaart met de regels voor iedereen: bril op, geen voedsel, opruimen, gereedschap terughangen, uitgang vrij.

Zo weet je dat het werkt

  • Je kunt vanaf elke plek binnen een paar seconden bij een uitgang zijn, zonder iets te verplaatsen.
  • De bank beweegt niet als je er met volle kracht tegen duwt of erop hamert.
  • Je leest de kleine streepjes van je rolmaat op de bank zonder moeite.
  • Aan het eind van de dag is de plank vol en ligt er geen krul op de grond.
  • Je ruikt geen oplosmiddel of benzine als je 's ochtends binnenkomt.

Zo weet je dat het misgaat

  • De bank wiebelt of loopt weg bij zagen: zet diagonalen, bout hem vast, verzwaar de onderplank.
  • Roest op gereedschap: er is condens. Lucht op droge dagen, olie in, hang het van de buitenmuur af.
  • Iemand krijgt een loopneus, hoest of benauwdheid tijdens het werk: stop met stoffig werk, luchten, masker controleren, werk naar buiten verplaatsen.
  • Geur van oplosmiddel of benzine: geen vonk, deuren open, zoek de lek en zet het buiten.
  • Hoofdpijn of misselijkheid bij een kachel of smidse: iedereen naar buiten (05.06 Veilig verwarmen en koolmonoxide).
  • Warme of rokende poetsdoeken: niet openmaken, met een schep naar buiten en onder water.

Gevaar · Brand, zelfontbranding en stof

  • Laat vonkenwerk en stof nooit in dezelfde ruimte bij elkaar komen.
  • Leg doeken met lijnolie, beits of olieverf nooit op een hoop.
  • Bewaar geen benzine, spiritus of gasflessen binnen.
  • Werk niet alleen aan machines, met hete metalen of met zware lasten. Een tweede persoon moet kunnen ingrijpen.
  • Draag bril bij slaan, slijpen en zagen; een splinter in het oog is zonder oogarts blijvend (VK.B10 Oogletsel spoelen en afdekken). Bij brandwonden: 07.05 Brandwonden.
  • Stook nooit op houtskool of barbecue in de werkplaats: koolmonoxide.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1GebouwEen afdak op palen met zeil of golfplaat, eerst alleen voor de bank (12.01 Bouwprincipes)
2Balken voor de potenTwee planken dubbel, of stukken van een trap of balk uit sloop; altijd met diagonalen
3BankschroefTwee houten klemmen met een wig tegen een aanslag, of een touwklem wordt getoetst
4BladEen massieve deur, tafelblad of planken uit vloeren; dun plaatmateriaal is te slap
5StofzuigerNatte doek, nat veegzand of nat zaagsel, of buiten werken wordt getoetst
6BlusserTwee emmers zand, emmer water, natte jutezak
7FFP2Werk buiten, nat of met de hand. Een doek is geen bescherming tegen fijn stof

Achtergrond

Een bank moet zwaar zijn: hamer je op iets lichts, dan beweegt het mee en gaat je kracht verloren. Lijnolie droogt door zuurstof op te nemen. Daarbij komt warmte vrij. Op een plat vlak verdwijnt die warmte, in een prop blijft ze hangen tot de doek brandt, soms binnen enkele uren wordt getoetst. Fijn stof zweeft lang en komt diep in de longen. Daarom is het stof dat je niet ziet het gevaarlijkst.

Bewijs: houtstof geeft astma en neuskanker, geen droog vegen A (arbeidsinspectie). Stof als brand- en explosiegevaar B. Zelfontbranding van doeken met lijnolie B (brandweeradvies; de bewaarwijze verschilt per bron). Hoogte van de bank B (ergonomie, CCOHS) en C (timmerlieden). Maatvoering en materiaallijst van de bank C. Afstanden tot huis en opslag D.

Volgende niveau

Bouw een aparte smidse of afdak buiten voor heet werk (09.12 Smeden: de basis). Maak een eenvoudige afzuiging met een accuventilator. Leg een register aan van gereedschap en onderhoudsdata (09.09 Gereedschap onderhouden). Train elke volwassene in de groep in de regels en de blusplek, en wijs één beheerder aan.

Controlelijst

  • Mijn werkplaats heeft twee uitgangen en een vrij looppad.
  • De ruimte heeft zones voor schoon werk, heet werk en opslag.
  • De bank staat vast, heeft diagonalen en past bij mijn lengte.
  • Elk gereedschap heeft een eigen plek met een omtrek op de muur.
  • Ik veeg geen stof droog op en werk stoffig werk buiten of bij open deur.
  • Poetsdoeken met olie gaan meteen in een dichte metalen bak met water.
  • Brandstof, gas en bijtende stoffen staan apart en achter slot.
  • Blusmiddelen staan bij de deur, en kinderen komen alleen met een volwassene binnen.

Verantwoording

Open in de app en bewaar offline