Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Zorg & hygiëne
  4. Luizen, vlooien, muggen en ratten

Hoofdstuk · Zorg & hygiëne

Luizen, vlooien, muggen en ratten

Kammen, koken, afdekken en vangen: de kleine dieren die grote ziekten brengen

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Gif, stof en water Rattengif doodt kinderen, honden, katten en roofvogels, en een vergiftigde rat sterft in de muur. Gebruik vallen; gif alleen in een gesloten lokdoos ver van voedsel.

  • Veeg of stofzuig nooit uitwerpselen van muizen of ratten: het stof draagt hantavirus. Eerst luchten, dan nat maken, dan opnemen.
  • Zwem en waad niet in sloot, plas of overstromingswater met wondjes: ziekte van Weil.
  • Kokend water voor het ontluizen van kleding is een brandwondenrisico: gieten met twee mensen, kinderen weg (07.05 Brandwonden).
In een smalle achtertuin spannen twee mensen fijn gaas over een regenton, terwijl een derde een emmer leeggiet in een afvoerputje.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Als mensen dicht op elkaar wonen, zich minder wassen en het afval blijft liggen, komen luizen, vlooien, wantsen, muggen en ratten snel terug wordt getoetst. Hoofdluis is lastig, maar kleerluis draagt vlektyfus, dat in vroegere eeuwen miljoenen doden eiste, en ratten brengen de ziekte van Weil en hantavirus. Muggen kunnen het westnijlvirus dragen, en de tijgermug kan dengue overbrengen; zij wordt hier binnen enkele jaren verwacht. Je houdt dit onder controle met kammen, hitte, afdekken en vallen, zonder gif in de buurt van voedsel en kinderen.

Als er nog hulp is Meld een tijgermug met een foto bij de NVWA en vraag de GGD of de gemeente om hulp bij bedwantsen en ratten. Laat iemand met hoge koorts na een rattenbeet, na zwemmen in sloot of plas, of na een muggensteek in een gebied met westnijlvirus nu nog door een arts zien.

Eerst doen

  1. Kijk vandaag bij iedereen in het haar en in de naden van de kleding, en kam wie luizen heeft.
  2. Was en droog kleding en beddengoed heet, of hang ze twee weken in een dichte zak.
  3. Dek al het stilstaande water af of giet het weg: emmers, bloempotschotels, regentonnen, dakgoten.
  4. Berg al het eten in dichte metalen, glazen of dikke plastic bakken en haal afval uit het huis.
  5. Dicht gaten groter dan een potlood en zet klapvallen; geen gif waar kinderen, honden of eten zijn.
  6. Ruim uitwerpselen en dode dieren nat op, met handschoenen, nooit met bezem of stofzuiger.

Wat je nodig hebt

  • Een fijne luizenkam (metaal of plastic, tanden dicht op elkaar), crèmespoeling of zeep, een witte doek of papier, goed licht.
  • Een grote pan of wasketel om kleding te koken en een plek om heet te drogen; dichte plastic zakken.
  • Zeep (11.04 Zeep maken) en water om je te wassen (06.04 Persoonlijke hygiëne).
  • Horregaas of fijn gaas voor ramen, deuren en watertonnen; een klamboe per bed, het liefst met insecticide behandeld; lange, lichte kleding; muggenmelk met DEET, icaridine of IR3535 zolang je die hebt.
  • Klapvallen voor muizen en ratten, pindakaas of vet als lokaas, staalwol en cement of metaalgaas voor gaten.
  • Rubber of nitril handschoenen, een spuitfles met bleekwater verdund 1 op 9 in water, papier, dubbele vuilniszakken.
  • Een thermometer en de koortskaart uit 07.01 Iemand onderzoeken: de vitale functies.

Werkwijze

Hoofdluis: kammen, twee weken lang

Hoofdluis geeft jeuk, geen ziekte. Het verspreidt zich via haar-op-haarcontact, niet via kleding, beddengoed of knuffels, zegt het RIVM. Je hoeft dus niets te wassen; je moet kammen.

  1. Maak het haar nat en doe er crèmespoeling of een beetje zeep in; dat maakt kammen makkelijker en luizen trager wordt getoetst.
  2. Ontwar met een gewone kam. Buig het hoofd voorover boven een witte doek of een wasbak.
  3. Kam met de luizenkam van oor tot oor, pluk voor pluk, van de hoofdhuid tot het eind van de lok. Veeg de kam na elke haal af aan de doek en kijk.
  4. Doe dit elke dag, twee weken lang (RIVM, Thuisarts): eitjes komen na ongeveer tien dagen uit, en zo krijg je ook de luizen die later uitkomen. Het CDC noemt, na behandeling met een middel, controleren en kammen om de twee tot drie dagen, twee tot drie weken lang. Oudere adviezen noemden kammen om de drie dagen, twee weken lang wordt getoetst. Kies het dagelijkse schema: zonder middel is kammen je enige behandeling.
  5. Blijf twee weken kammen nadat je de laatste levende luis hebt gevonden, en controleer de andere huisgenoten nog twee weken wekelijks.
  6. Een antiluismiddel uit apotheek of drogist, zolang dat er is, gebruik je volgens de bijsluiter en nooit in plaats van het kammen: het middel vervangt het kammen niet, zegt het RIVM. Luizen overleven van het hoofd af niet lang (CDC). Kam iedereen in huis dezelfde dag, anders lopen ze bij hoofdcontact weer over en begin je opnieuw. Luizen springen niet wordt getoetst. Kort haar kamt sneller wordt getoetst.

Kleerluis: de luis die ziek maakt

Kleerluis leeft en legt eitjes in kleding en beddengoed (CDC), vooral in de naden, en komt naar de huid om te zuigen wordt getoetst. Hij hoort bij extreme drukte en bij mensen die zich niet kunnen wassen of verschonen (CDC). Kleerluis draagt vlektyfus (de bacterie Rickettsia prowazekii), infectie met Bartonella quintana (loopgravenkoorts wordt getoetst) en epidemische febris recurrens (CDC). Vlektyfus begint binnen twee weken na contact met koorts, koude rillingen, hoofdpijn, spierpijn, uitslag en verwardheid; in vroegere eeuwen stierven er miljoenen aan, en er is geen vaccin (CDC). Het is te behandelen met antibiotica wordt getoetst, maar dat is een beslissing voor een arts of het geschreven plan van de groep (07.07 Infecties en antibiotica, 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten). Herkennen: jeuk vooral rond middel, oksels en schouders wordt getoetst, krabwonden, en luizen en eitjes in de naden van kleding (CDC). Ontluizen met hitte, volgens het CDC:

  1. Was alle kleding en beddengoed in water van minstens 54 °C (130 °F) en droog heet. Zonder machine: kook het vijf minuten in een ketel wordt getoetst (VK.B18 Kleding en beddengoed wassen zonder machine, en ontluizen).
  2. Wat niet gewassen kan worden: twee weken in een dichte plastic zak (CDC).
  3. Strijk naden met een heet strijkijzer dat op de kachel is verwarmd wordt getoetst.
  4. De persoon zelf wast zich met zeep en trekt schone kleding aan.
  5. Voorkom terugkeer: wassen en minstens één keer per week schone kleding (CDC). Deel geen kleding, beddengoed of handdoeken met iemand die luizen heeft. Bij koorts na kleerluis: isoleer de zieke, ontluis het hele huis, en volg 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten. Je krabt de luizenpoep met de bacterie in je huid, dus handen wassen en nagels kort helpt echt wordt getoetst.

Vlooien

Vlooien leven het liefst op dieren en bijten mensen als er geen dier is (CDC). De rattenvlo en de kattenvlo kunnen murine tyfus overbrengen, en vlooien ook de pest (CDC); in Nederland zijn die ziekten nu zeldzaam wordt getoetst. Vlooienbeten zie je als rijtjes rode bultjes op enkels en onderbenen wordt getoetst.

  • Behandel eerst de dieren: kam ze met een vlooienkam boven zeepwater, was hun ligplaats heet, en houd dieren uit de slaapkamer wordt getoetst (13.11 Kippen en konijnen, VK.I05 Een hond leren waken en volgen).
  • Was beddengoed en kleden heet, veeg en schrob vloeren en vooral de kieren bij de plinten; vlooieneitjes en larven leven in stof en kieren wordt getoetst. Leg matrassen en kleden in de zon.
  • Een bak met zeepwater onder een lamp of kaars 's nachts vangt springende vlooien wordt getoetst.
  • Dode ratten en hun nesten brengen vlooien mee die een nieuwe gastheer zoeken wordt getoetst: ruim ze meteen op.

Bedwantsen

Bedwantsen brengen geen ziekte over (RIVM, CDC), maar maken slapen onmogelijk en reizen mee in matrassen en koffers. Ze verstoppen zich overdag binnen een paar meter van het bed: naden van de matras, het bedframe, kieren in de muur. Zoek roestbruine vlekjes op lakens en matras, lege huidjes en een zoete, muffe lucht; beten komen soms pas na twee weken op (CDC).

  • Was kleding en beddengoed op 60 °C en droog heet (RIVM). Wat niet kan: een week in de vriezer bij minstens −14 °C, zolang die er is, of buiten bij strenge vorst wordt getoetst.
  • Hitte doodt ze: professionals verwarmen een huis tot 60 °C. Zelf kun je matras en bedframe in de volle zomerzon onder zwart plastic leggen wordt getoetst, naden met kokend water begieten wordt getoetst en het bed van de muur zetten met de poten in bakjes zeepwater wordt getoetst.
  • Neem geen matrassen of gestoffeerde meubels uit onbekende huizen mee zonder ze te controleren (DK.17 Meubels en matrassen).
  • Zelf krijg je bedwantsen zelden helemaal weg wordt getoetst; houd vol en herhaal. Het CDC verwijst naar een bestrijdingsbedrijf, en dat is er dan niet meer.

Muggen: welke ziekten, waar

In Nederland is de huissteekmug (Culex pipiens) de drager van het westnijlvirus; in 2020 raakte voor het eerst iemand in Nederland besmet, bij Utrecht (RIVM). Van de besmette mensen krijgt 80 procent geen klachten, 19 procent milde griepachtige klachten, en 1 procent wordt ernstig ziek; van die ernstige zieken sterft 4 tot 14 procent, boven de 70 jaar 15 tot 29 procent (RIVM). Vooral mensen boven de 50 en mensen met weinig weerstand lopen risico (RIVM). Er is geen vaccin (RIVM) en geen geneesmiddel tegen het virus wordt getoetst; de zorg is verpleging en koorts bewaken (07.08 Koorts en besmettelijke ziekten). De tijgermug (Aedes albopictus) is klein en zwart-wit (NVWA), steekt vooral overdag en buiten en broedt onder meer in banden en vaten (ECDC). Ze draagt dengue en chikungunya. In Nederland is ze nog niet vast gevestigd: de NVWA bestrijdt haar op verschillende plekken, maar RIVM en NVWA verwachten vestiging binnen twee tot vijf jaar. Als de bestrijding stopt, gaat dat sneller wordt getoetst. Malaria hoorde bij Nederland tot 1959; in 1970 verklaarde de WHO Nederland malariavrij. De mug die het overbracht, Anopheles atroparvus, leeft hier nog steeds (RIVM). Zolang niemand de parasiet in zijn bloed heeft, gebeurt er niets, maar wie met malaria uit de tropen terugkomt, moet uit de buurt van muggen blijven wordt getoetst.

Muggen: beten voorkomen

  • Slaap onder een klamboe (RIVM), met de randen onder het matras gestopt en zonder gaten wordt getoetst. De WHO noemt klamboes met insecticide een kernmaatregel tegen malaria. Ook overdag voor baby's en zieken wordt getoetst.
  • Gaas voor ramen en deuren, en houd de deur dicht. Een ventilator bij het bed houdt muggen weg wordt getoetst.
  • Kleding: lang, los en licht van kleur, vooral in de schemering (RIVM). Culex steekt vooral van schemer tot ochtend, de tijgermug overdag.
  • Muggenmelk met DEET, icaridine of IR3535 op de blote huid na zonsondergang (WHO), volgens het etiket. Zonder melk: bedekken.
  • Kijk dagelijks bij ouderen in een muggengebied; koorts met hoofdpijn en verwardheid in de zomer is een reden voor 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten.

Muggen: het water aanpakken

Een mug legt eitjes in stilstaand water, en de larven zijn na een week tot tien dagen mug wordt getoetst. Zonder stilstaand water geen muggen. Het RIVM adviseert: controleer elke week of er ergens water staat, leeg schoteltjes, haal water van dekzeilen en sluit regentonnen af. Ververs bij vee de drinkbakken vaak en voorkom plassen en lekkages wordt getoetst.

  1. Loop elke week het erf rond wordt getoetst en giet alles leeg: schotels, banden, zeilen met plooien, verstopte dakgoten, kapotte kruiwagens.
  2. Dek regentonnen en drinkwatervaten af met een deksel of fijn gaas, strak gespannen (02.03 Regenwater opvangen als drinkwater, 02.07 Drinkwater opslaan). Een ton met een gat is een muggenkwekerij voor de hele straat.
  3. Vijvers en open bakken die je niet kunt legen: vissen erin, of elke week het oppervlak afscheppen; larven hangen aan het oppervlak en ademen daar wordt getoetst. Een dun laagje olie op water dat niet voor drinken of dieren is, verstikt de larven wordt getoetst.
  4. Een latrine of septische put heeft een dicht deksel en een gaas op de ontluchting wordt getoetst (02.08 Een noodtoilet, 02.10 Een latrine graven).
  5. Na overstroming staat overal water: begin met wat het dichtst bij de slaapplaatsen ligt (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen). Larven herken je als wiebelende staafjes van een halve centimeter die naar beneden schieten als je schaduw over het water valt wordt getoetst.

Ratten en muizen: de ziekten

  • Leptospirose (ziekte van Weil, modderkoorts): de bacterie zit in de urine van ratten en komt via water en natte grond door wondjes en de slijmvliezen van oog, neus en mond het lichaam in (RIVM). De bruine rat is de belangrijkste drager, maar ook koeienurine kan besmetten (RIVM). In Nederland zijn er gemiddeld dertig vaak ernstige gevallen per jaar, vooral van augustus tot november, vaak na zwemmen in water waar ratten leven (RIVM). Je wordt ziek 2 tot 30 dagen na contact (CDC): plotseling koorts, vaak hevige hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, rode ogen, soms geelzucht. Zonder tijdige behandeling kan de ernstige vorm nier- en leverfalen geven en in tot 20 procent van de gevallen dodelijk zijn (RIVM). Antibiotica helpen wordt getoetst, en dat is een beslissing volgens 07.07 Infecties en antibiotica. Voorkomen: niet zwemmen of waden in sloot, plas of overstromingswater, wondjes afdekken met waterdichte pleister, laarzen en handschoenen bij werk in water en modder, en handen wassen voor het eten (CDC).
  • Hantavirus: in Nederland dragen de rosse woelmuis (Puumalavirus), de rat (Seoulvirus) en de veldmuis (Tulavirus) het virus. Je krijgt het door stof in te ademen van opgedroogde urine, uitwerpselen en speeksel, bijvoorbeeld bij het opruimen van een schuur, en zelden door een beet (RIVM). De meeste mensen met een Nederlandse vorm krijgen geen klachten; wie ziek wordt, heeft meestal milde griepachtige klachten (RIVM), soms met nierproblemen wordt getoetst. Van de Amerikaanse longvorm sterft 38 procent van wie ademhalingsklachten krijgt (CDC); die vorm komt hier niet voor wordt getoetst.
  • Rattenbeet: reinig de wond grondig (07.03 Wonden reinigen en sluiten, VK.B11 Beten en steken) en let dagen op koorts.
  • Voedselbesmetting: ratten en muizen plassen en poepen op wat ze eten en brengen salmonella en andere darmbacteriën op je voorraad wordt getoetst. Gooi aangevreten voedsel weg (04.01 De voedselvoorraad).

Ratten en muizen: buiten houden, vangen, opruimen

Buiten houden. Een muis past door een gat zo groot als een potlood, 6 mm (CDC); een rat door een gat van een duim wordt getoetst. Stop kleine gaten met staalwol en zet die vast met cement of kit; grote gaten met metaalgaas, plaatstaal of cement (CDC). Kijk onder deuren, bij leidingen, bij de dakrand en de kruipruimte. Berg al het eten en diervoer op in metaal, glas of dik plastic met een dichte deksel, ook het afval (CDC; VK.D05 Voorraad beschermen tegen muizen, ratten en motten). Geen etensresten op het aanrecht, geen composthoop met gekookt eten tegen het huis, geen takkenhopen en rommel langs de muur. Een kat of een terriër helpt, maar lost geen plaag op wordt getoetst. Vangen. Het CDC raadt klapvallen aan als eerste middel en gif alleen als de plaag na vangen blijft. Zonder gif voorkom je dode dieren in muren, vergiftigde kinderen, honden, katten en uilen, en ratten die gif leren mijden wordt getoetst.

  1. Zet vallen achter het fornuis en de koelkast, achterin kasten, in kelder en zolder (CDC), langs de muur met de lokkant naar de muur wordt getoetst.
  2. Lokaas: een erwt pindakaas of een stukje vet. Voor ratten: eerst een paar dagen voeren zonder de val te spannen, tot ze eten, dan pas spannen (CDC).
  3. Veel vallen tegelijk, niet één wordt getoetst. Controleer dagelijks en haal dode dieren meteen weg (CDC).
  4. Geen lijmplanken en geen levendvallen: bange dieren plassen en verspreiden zo juist ziekte (CDC).
  5. Vallen en lokaas altijd buiten bereik van kinderen en huisdieren. Moet er toch gif aan te pas komen, dan alleen in een gesloten lokdoos, ver van voedsel, en registreer waar het ligt. Een emmer-val voor muizen (emmer met water, een draaiend blikje aan een stok met pindakaas, een plankje als loopbrug) vangt er tientallen per nacht wordt getoetst. Opruimen van uitwerpselen, nesten en dode dieren, volgens RIVM en CDC:
  6. Zet eerst ramen en deuren minstens 30 minuten open en ga de ruimte uit.
  7. Trek rubber of nitril handschoenen aan. Een mondkapje helpt extra bij veel stof wordt getoetst.
  8. Maak alles nat: besproei keutels, nest en dode dieren met bleekwater (1 deel bleek op 9 delen water) of een ander ontsmettingsmiddel en laat het 5 minuten intrekken. Geen bleek? Heet zeepwater, ruim wordt getoetst.
  9. Neem het op met papier of een natte doek, stop het in een vuilniszak zonder aan te drukken, knoop dicht, en doe die zak in een tweede zak.
  10. Nooit vegen, nooit stofzuigen: dat blaast het virus de lucht in.
  11. Dweil vloeren, planken en kasten met ontsmettingsmiddel. Was beddengoed en kleding heet en droog ze in de zon.
  12. Was je handen met handschoenen aan, trek ze uit, en was ze opnieuw met zeep.
  13. Dode dieren en zakken: begraven, minstens een halve meter diep en ver van water en moestuin wordt getoetst, of verbranden als dat mag en kan. Pak een dode rat nooit met blote handen op.

Zo weet je dat het werkt

  • Twee weken na de laatste levende luis vind je bij dagelijks kammen niets meer, bij niemand in huis.
  • Niemand heeft nieuwe beten of jeuk, en in naden, lakens en matras zie je geen luizen, vlekjes of huidjes meer.
  • In emmers, tonnen en schotels zie je geen wiebelende larven, en de tonnen zijn dicht.
  • Er liggen 's ochtends geen nieuwe keutels op het aanrecht of in de voorraad, en de vallen blijven leeg.
  • Niemand krijgt koorts in de weken na het opruimen van een rattennest of na werk in water.

Zo weet je dat het misgaat

  • Na twee weken kammen nog levende luizen: je hebt niet iedereen tegelijk gekamd of te snel gestopt. Begin opnieuw met het hele huis op dezelfde dag.
  • Koorts, zware hoofdpijn, uitslag of verwardheid bij iemand met kleerluis of na een rattenbeet, na water of na muggen in een alarmgebied: isoleer, meet koorts, en handel volgens 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten en het antibioticaplan van 07.07 Infecties en antibiotica. Dit kan dodelijk zijn.
  • Beten blijven komen ondanks wassen: zoek de bron. Bedwantsen in het bedframe, vlooien op een dier, een rattennest in de muur.
  • Larven in het drinkwatervat: het gaas is kapot of niet strak. Water filteren en koken (02.07 Drinkwater opslaan), vat afdekken.
  • Vallen blijven leeg terwijl er keutels zijn: verkeerde plek of de ratten zijn schuw. Vallen tegen de muur, eerst voeren zonder spannen, meer vallen.
  • Een kind, hond of kat heeft gif gegeten: dit is een noodgeval. Bewaar de verpakking en zie 07.16 Acute noodgevallen, en VK.B07 Stabiele zijligging bij bewusteloosheid.
  • Iemand krijgt koorts, spierpijn of hoofdpijn in de weken na het opruimen van een muizenzolder: denk aan hantavirus. Rust, vocht en bewaken (07.08 Koorts en besmettelijke ziekten) wordt getoetst.

Gevaar · Gif, stof en water Rattengif doodt kinderen, honden, katten en roofvogels, en een vergiftigde rat sterft in de muur. Gebruik vallen; gif alleen in een gesloten lokdoos ver van voedsel.

  • Veeg of stofzuig nooit uitwerpselen van muizen of ratten: het stof draagt hantavirus. Eerst luchten, dan nat maken, dan opnemen.
  • Zwem en waad niet in sloot, plas of overstromingswater met wondjes: ziekte van Weil.
  • Kokend water voor het ontluizen van kleding is een brandwondenrisico: gieten met twee mensen, kinderen weg (07.05 Brandwonden).

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1LuizenkamEen vlooienkam voor dieren (CDC), een heel fijne gewone kam, en daarna met de vingers pluk voor pluk nalopen in fel licht
2Wasmachine op 60 °CKleding koken in een ketel, kokend water in een ton, of twee weken in een dichte zak
3Vriezer voor bedwantsenEen week buiten bij strenge vorst in een dichte zak wordt getoetst, of de zon onder zwart plastic wordt getoetst
4KlamboeVitrage of gordijnstof over een frame van stokken, randen onder het matras; een lakentent
5HorregaasVitrage, oude panty's over een raamkozijn, fijn gaas uit een zeef
6MuggenmelkLange lichte kleding, rook van een smeulend vuur buiten de slaapplek wordt getoetst, binnen blijven in de schemering
7KlapvalEmmerval met water en draaiend blikje wordt getoetst, een kat; geen lijm, geen gif
8BleekwaterHeet zeepwater, ruim gebruikt wordt getoetst; het belangrijkste is nat maken en niet vegen
9HandschoenenTwee plastic zakken over de handen, daarna handen lang wassen met zeep

Achtergrond

Luizen, vlooien en wantsen leven van bloed. Kleerluis is gevaarlijk omdat de bacterie in zijn poep zit en jij die in je krabwonden wrijft wordt getoetst; schone kleding en hitte breken de cyclus omdat de luis in kleding leeft en eitjes legt (CDC). Hoofdluis werkt anders: hij blijft op het hoofd, en dagelijks kammen haalt de luizen weg die uit de eitjes komen, voordat die zelf eitjes leggen wordt getoetst. Muggen hebben water nodig voor hun larven; daarom werkt water wegnemen beter dan muggen slaan. Het westnijlvirus leeft in vogels, muggen dragen het naar mensen en paarden, en muggen raken niet besmet via mensen (RIVM). Ratten scheiden leptospirabacteriën uit in hun urine; de bacterie overleeft weken tot maanden in water en grond (CDC). Hantavirus zit in urine, speeksel en keutels en wordt gevaarlijk zodra het als stof opdwarrelt; daarom nat maken en niet vegen. Bewijs: dagelijks kammen twee weken bij hoofdluis B (RIVM, Thuisarts; het CDC noemt om de 2 tot 3 dagen na een middel). Hitte van 54 °C of twee weken in een zak tegen kleerluis B (CDC). Kleerluis als drager van vlektyfus en Bartonella quintana A (CDC). Bedwantsen geen ziekte, 60 °C wassen, week vriezen bij −14 °C B (RIVM). Klamboe met insecticide A voor malaria (WHO), C voor andere muggenziekten. Water wegnemen tegen muggen B (RIVM). Klapvallen boven gif B (CDC). Luchten, nat maken, niet vegen bij uitwerpselen B (RIVM, CDC). Cijfers westnijlvirus A (RIVM). Improvisaties zoals emmerval, rook en zon onder plastic D.

Volgende niveau

Op niveau II maak je van ongediertecontrole een vaste taak: wie kamt de kinderen wekelijks, wie loopt het erf rond voor water, wie checkt de vallen. Leg een voorraad aan: kammen, gaas, vallen, staalwol, bleekwater of chloorbleekloog. Bouw een wasketel en een droogplek voor heet wassen (VK.B18 Kleding en beddengoed wassen zonder machine, en ontluizen). Houd een logboek van koorts in de groep in de zomer en van elke rattenbeet. Leer de larven van Culex en de tijgermug herkennen. Leg latrines, composthopen en begraafplekken voor dode dieren zo aan dat ratten er niet van leven (02.10 Een latrine graven, 07.15 Overlijden en lijkzorg). Voor kinderen in een groep: 06.07 Zorg voor kinderen.

Controlelijst

  • Ik kam bij hoofdluis het hele huis op dezelfde dag en daarna twee weken elke dag.
  • Ik ontluis kleding en beddengoed met hitte van minstens 54 °C of twee weken in een dichte zak, en wissel wekelijks van kleding.
  • Ik herken koorts met hoofdpijn, uitslag of verwardheid na luizen, ratten, water of muggen als een spoedgeval voor 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten en 07.07 Infecties en antibiotica.
  • Ik dek alle watervaten af, giet wekelijks alle bakjes leeg en slaap onder een klamboe in muggentijd.
  • Ik bewaar al het eten en afval in dichte metalen, glazen of dikke plastic bakken.
  • Ik dicht gaten vanaf 6 mm en gebruik klapvallen, geen gif en geen lijm, buiten bereik van kinderen.
  • Ik ruim keutels, nesten en dode dieren op na 30 minuten luchten, nat, met handschoenen, in dubbele zakken, en nooit met bezem of stofzuiger.
  • Ik zwem en waad niet in sloot of plas met wondjes en dek wondjes waterdicht af bij werk in water.

Verantwoording

  • RIVM: Hoofdluis: fijntandige kam, nat of droog, crèmespoeling, twee weken elke dag kammen, twee weken doorkammen na de laatste luis, een middel vervangt het kammen niet, verspreiding via haar en niet via kleding of beddengoed.
  • Thuisarts: Mijn kind heeft luizen: twee weken dagelijks kammen omdat eitjes na tien dagen uitkomen, huisgenoten nog twee weken controleren, kleding en beddengoed hoeven niet gewassen.
  • CDC: Treatment of Head Lice: na behandeling om de 2 tot 3 dagen kammen gedurende 2 tot 3 weken, luizen overleven niet lang van het hoofd af, vlooienkam bruikbaar.
  • CDC: About Body Lice: kleerluis leeft en legt eitjes in kleding en beddengoed, draagt vlektyfus, Bartonella quintana en epidemische febris recurrens, wassen op minstens 130 °F (54 °C) en heet drogen, twee weken in een dichte zak, wekelijks schone kleding.
  • CDC: About Epidemic Typhus: klachten binnen twee weken, miljoenen doden in vroegere eeuwen, extreme drukte, geen vaccin.
  • CDC: About Fleas: murine tyfus via kattenvlo en rattenvlo, pest, vlooien bijten mensen als dieren ontbreken.
  • RIVM: Overleven bedwantseitjes de vriezer? / IB 10-2016: wassen op 60 °C, minimaal 48 uur en liever een week bij −14 °C, hitte tot 60 °C door een bedrijf, geen ziekten.
  • CDC: About Bed Bugs: geen ziekteoverdracht, schuilplaatsen binnen ongeveer 2,5 meter van het bed, roestbruine vlekken, beten soms pas na 14 dagen, bestrijdingsbedrijf.
  • RIVM: Westnijlkoorts: huissteekmug, eerste Nederlandse besmetting 2020 bij Utrecht, 80 procent geen klachten, 19 procent mild, 1 procent ernstig, sterfte 4 tot 14 procent en 15 tot 29 procent boven 70 jaar, risico boven 50 jaar en bij lage weerstand, kleding, horren, muggenmelk, klamboe, geen vaccin.
  • RIVM: Muggen: wekelijks controleren op stilstaand water, schoteltjes legen, water van dekzeilen halen, regentonnen afsluiten.
  • ECDC: Aedes albopictus factsheet: steekt meestal overdag en buiten, broedt in onder meer banden en vaten, draagt dengue en chikungunya.
  • NVWA: Aziatische tijgermug: klein en zwart-wit, kan ziekten overdragen, melden met foto, NVWA bestrijdt broedplekken.
  • Hart van Nederland: RIVM: 'Tijgermug gaat zich permanent vestigen in Nederland': RIVM en NVWA verwachten vestiging binnen twee tot vijf jaar, volgens een Kamerbrief; die brief zelf is niet gelezen.
  • RIVM Infectieziekten Bulletin: Malaria zonder tropenbezoek: laatste geval 1959, malariavrij volgens de WHO in 1970, Anopheles atroparvus komt nog voor.
  • WHO: Malaria fact sheet: klamboes met insecticide en binnenshuis spuiten als kernmaatregelen, muggenmelk met DEET, IR3535 of icaridine na zonsondergang.
  • CDC: Preventing West Nile: lange losse kleding, horren, van schemer tot ochtend binnen, larvicide in permanent water.
  • RIVM: Leptospirose: rattenurine in oppervlaktewater grootste bron, koeienurine, gemiddeld dertig gevallen per jaar, piek augustus tot november, tot 20 procent sterfte zonder tijdige behandeling, lauw stilstaand water mijden, beschermende kleding.
  • RIVM Kennisnotitie KN-2025-0101: modderkoorts en ziekte van Weil, besmetting via wondjes en slijmvliezen van oog, neus en mond.
  • CDC: About Leptospirosis: 2 tot 30 dagen incubatie, bacterie overleeft weken tot maanden in water en grond, wondjes afdekken, waterdichte kleding en laarzen.
  • RIVM: Hantavirusinfectie: Puumala (rosse woelmuis), Seoul (rat), Tula (veldmuis), besmetting door inademen van stof, meestal geen of milde klachten, minstens een half uur luchten, rubber handschoenen, nat opnemen, zak niet aandrukken, nooit stofzuiger of bezem.
  • CDC: About Hantavirus: klachten 1 tot 8 weken na contact, 38 procent sterfte bij ademhalingsklachten, beet zeldzaam.
  • CDC: How to Clean Up After Rodents: 30 minuten luchten, handschoenen, 1 deel bleek op 9 delen water, 5 minuten laten intrekken, niet vegen of stofzuigen, dubbel inpakken, dweilen, beddengoed heet wassen, handen wassen.
  • CDC: How to Seal Up to Prevent Rodents: muis door een gat van 6 mm, staalwol met kit, metaalgaas of cement, voedsel en afval in dik plastic, metaal of glas met dichte deksel.
  • CDC: How to Trap Up to Remove Rodents: klapvallen eerst, gif alleen bij aanhoudende plaag, pindakaas, voorvoeren bij ratten, dagelijks controleren, geen lijm- of levendvallen, buiten bereik van kinderen en huisdieren. Niet met een gelezen bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: crèmespoeling die luizen traag maakt, het oudere schema van elke drie dagen, luizen die niet springen, de term loopgravenkoorts, koken vijf minuten en strijken (uit VK.B18 Kleding en beddengoed wassen zonder machine, en ontluizen), antibiotica bij vlektyfus en leptospirose, luizenpoep in krabwonden, plek van de jeuk, zeldzaamheid van murine tyfus en pest, vlooienbeten en vlooienbestrijding, vorst en zon tegen bedwantsen, terugkeer van malaria via reizigers, klamboegebruik, ventilator, ontwikkelingstijd en herkenning van larven, olie op water, de wekelijkse ronde, de grootte van een rattengat, kat en terriër, gifmijding, plaatsing van vallen, emmerval, mondkapje, zeepwater als ontsmetting, de begraafdiepte, nierproblemen bij hantavirus, salmonella door knaagdieren en koorts na een muizenzolder. Over het kamschema verschillen RIVM en Thuisarts (elke dag, twee weken) en het CDC (om de 2 tot 3 dagen na een middel); gekozen is dagelijks. Het RIVM noemt 1959 als laatste malariageval; een andere publicatie noemt 1958 (niet ingezien, alleen zoekresultaat). Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline