Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Bouwen & herstellen
  4. Muren en draagconstructies

Hoofdstuk · Bouwen & herstellen

Muren en draagconstructies

Metselen in verband, een latei zetten, een muur stutten voordat je hem opent, en een muur herkennen die op het punt staat te vallen

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Een muur die valt Een omvallende muur geeft geen tijd om weg te rennen. wordt getoetst Hij weegt tonnen en valt in minder dan een seconde. wordt getoetst

  • Haal nooit stenen onderaan uit een muur om hem "te laten komen". Alleen van boven naar beneden, of met trekkabels vanaf buiten de valzone.
  • Betreed de ruimte achter een muur die uit het lood staat, buikt of horizontaal gescheurd is niet.
  • Stut nooit met één paal zonder schoren, en nooit zonder voet- en kopplank (VK.L06 Een last veilig opkrikken en ondersteunen met blokken).

Gevaar · Vallen van hoogte Boven 2 meter is een val vaak dodelijk of blijvend invaliderend. wordt getoetst Werk vanaf een steiger met leuning, bind de ladder vast, en werk nooit alleen op hoogte.

Een vrouw zet achter een Nederlandse boerderij een baksteen in kalkmortel langs een strak koord op een lage muur, terwijl een oudere man mortel aanmaakt.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een muur is een stapel stenen die alleen op druk werkt: zolang het gewicht recht naar beneden gaat, staat hij; zodra iets hem opzij duwt of een stuk eruit haalt, valt hij. Een omvallende muur van 3 meter steen weegt tonnen en doodt wie eronder staat. wordt getoetst Dit hoofdstuk leert je hoe je in verband metselt, hoe je een opening maakt zonder dat de muur erboven naar beneden komt, hoe je een houten of lemen wand bouwt, en vooral hoe je een muur herkent die je met rust moet laten.

Als er nog hulp is Een dragende muur openen of weghalen doe je alleen met een constructieberekening. Een omgevallen of uitgebuikte muur is werk voor de brandweer en een sloper, niet voor jou.

Eerst doen

  1. Weet of een muur dragend is voordat je er iets aan doet (12.01 Bouwprincipes). Bij twijfel: dragend.
  2. Kijk naar een muur voordat je hem aanraakt: scheefstand, buik, horizontale scheuren, losse stenen bovenin. Een muur die uit het lood staat, betreed je niet en bewerk je niet.
  3. Stut eerst, breek dan uit. Nooit andersom, en nooit meer tegelijk dan je gestut hebt.
  4. Metsel met kalkmortel op oude muren; cementmortel is harder dan de oude steen en breekt die kapot (11.08 Mortel en kalkpleister). wordt getoetst
  5. Zet boven elke opening breder dan 60 cm een latei die aan beide kanten minstens 15 cm oplegt wordt getoetst.
  6. Werk boven 2 meter nooit vanaf een ladder, maar vanaf een steiger met leuning, en nooit alleen.

Wat je nodig hebt

  • Troffel, voegspijker, hamer, metselkoord, waterpas van 1 meter, schietlood, winkelhaak, een lat met de laagmaat (09.02 Handgereedschap, 09.03 Meten en markeren).
  • Stenen: hergebruikte baksteen of natuursteen, schoon geklopt (12.11 Puin ruimen en veilig slopen). Per vierkante meter halfsteens muur ongeveer 60 à 70 waalformaatstenen en 25 tot 30 liter mortel wordt getoetst.
  • Kalkmortel: 1 deel gebluste kalk op 3 delen scherp zand (11.08 Mortel en kalkpleister, 11.07 Kalk branden en blussen), of cement waar je een vorstvaste plint maakt. wordt getoetst
  • Lateien: hout van minstens 7 × 15 cm voor openingen tot 1 meter in een halfsteens muur, eiken of lariks waar het nat kan worden wordt getoetst; of een stalen hoek- of I-profiel uit de sloop; of een boog van stenen.
  • Stutten: stalen stempels (stalen stutten met schroefdraad) of balken van minstens 10 × 10 cm, planken als voetplaten en kopplaten, wiggen, zware spijkers, bandijzer. wordt getoetst
  • Voor houtskeletbouw: stijlen 45 × 95 mm of 38 × 89 mm, platen OSB of multiplex van 9 tot 12 mm, spijkers van 65 tot 90 mm, een handzaag en een boor (09.04 Hout herkennen, 09.06 Verbindingen maken). wordt getoetst
  • Steiger: steigerdelen van 5 × 20 cm of een rolsteiger, leuning op 1 meter, voetbord, en touw om hem aan het gebouw vast te zetten. wordt getoetst
  • Helm, veiligheidsbril, handschoenen, stofmasker (FFP2) bij kappen en zagen, stevige schoenen.

Werkwijze

Metselverband, lintvoegen en stootvoegen

De sterkte van een muur zit in het verband: elke steen ligt over de naad van twee stenen eronder, zodat een verticale naad nooit doorloopt. wordt getoetst Een muur waarin de stootvoegen boven elkaar staan, is een stapel losse kolommen.

  • Lintvoeg is de horizontale voeg tussen twee lagen; stootvoeg is de verticale voeg tussen twee stenen. Beide ongeveer 10 tot 12 mm, vol gevuld; een holle voeg is een waterweg. wordt getoetst
  • Halfsteensverband: elke steen ligt een halve steen verschoven ten opzichte van de laag eronder. Voor tuinmuren, schuren en binnenmuren van 10 cm. wordt getoetst
  • Staand of kruisverband: lagen van strekken (lange kant zichtbaar) afgewisseld met lagen van koppen (korte kant zichtbaar). De koppen gaan door de muur en binden de twee helften van een steens muur (22 cm) aan elkaar. wordt getoetst Voor dragende muren.
  • Een steens muur van losse halfsteens helften zonder koppen is twee dunne muren tegen elkaar; die buiken uit elkaar onder last. wordt getoetst Zo metsel je een laag:
  1. Zet de hoeken eerst, drie of vier lagen hoog, met waterpas en schietlood, en controleer elke laag met de laagmaat.
  2. Span het metselkoord strak langs de bovenkant van de laag, van hoek tot hoek.
  3. Leg een bed mortel voor drie à vier stenen, zet de steen erin, duw hem tegen de vorige zodat de stootvoeg vol komt, en klop hem met de troffelsteel op het koord.
  4. Haal de uitgedrukte mortel weg en voeg de muur aan het eind van de dag, als de mortel "duimvast" is: je kunt er een afdruk in maken, maar hij plakt niet meer. wordt getoetst
  5. Metsel per dag niet hoger dan ongeveer 1,2 meter in verse kalkmortel: de onderste lagen zakken anders uit onder het gewicht wordt getoetst.
  6. Houd baksteen vochtig voordat je metselt in de zomer: een droge steen trekt het water uit de mortel en de voeg wordt nooit hard. wordt getoetst Dek verse kalkmortel af tegen felle zon en droge wind. Een vrijstaande halfsteens muur zonder steunberen of dwarsmuren mag niet hoger dan ongeveer een meter; een steens muur tot ongeveer 1,8 meter, en ook dan met een steunbeer elke 3 à 4 meter wordt getoetst. Hoger is een omvalgevaar, zeker bij wind.

Lateien boven openingen

Boven elke deur en elk raam moet het gewicht van de muur erboven om de opening heen. Dat doet een latei: een balk van hout, staal of beton, of een boog van stenen. Zonder latei zakt de muur in een driehoek de opening in; de rest blijft door boogwerking staan, maar wie onder die driehoek staat, krijgt hem op zijn hoofd. wordt getoetst

  • Een latei legt aan beide kanten op. De Britse NHBC-standaard vraagt minstens 100 mm oplegging bij openingen tot 1,2 meter en 150 mm bij bredere openingen wordt getoetst. Neem 150 mm als regel, en meer bij een zware muur wordt getoetst.
  • De latei rust op hele stenen, niet op een halve en niet op een voeg. wordt getoetst Bij een zware last leg je er een oplegblok (padstone) van beton of harde steen onder. wordt getoetst
  • Hout: voor een opening tot 1 meter in een halfsteens muur twee balken van 7 × 15 cm naast elkaar, op de hoge kant wordt getoetst. Houten lateien rotten in een buitenmuur; bescherm het hout met een waterkerende laag erboven en gebruik eiken, kastanje of lariks (09.04 Hout herkennen). wordt getoetst
  • Staal: een hoekprofiel van 100 × 100 × 10 mm draagt een halfsteens muur over 1,5 meter zonder problemen wordt getoetst; een I-profiel uit een gesloopt gebouw draagt veel meer. Staal in een buitenmuur moet geverfd of geteerd zijn tegen roest. wordt getoetst
  • Boog: een halfronde boog van stenen draagt zichzelf en de muur erboven zonder latei, maar vraagt een houten mal (formeel) tijdens het metselen en zware aanzetten aan weerszijden die de zijwaartse duw opvangen. wordt getoetst
  • Eén regel die je nooit breekt: een opening in een dragende muur niet breder dan een derde van de muurlengte, en nooit vlak naast een hoek, zonder berekening wordt getoetst.

Een muur stutten voordat je iets uitbreekt

Een opening maken in een bestaande dragende muur is het gevaarlijkste werk in dit hoofdstuk. Het is niveau III: doe het alleen met iemand die het eerder heeft gedaan. De volgorde is altijd dezelfde: stutten, opening maken, latei zetten, laten harden, stutten weg.

  1. Bepaal wat er op de muur rust: vloerbalken, een dak, een verdieping. Ontlast de vloer erboven zo veel mogelijk: voorraad en meubels weg.
  2. Hak boven de toekomstige latei, ongeveer 30 cm erboven, gaten door de muur op afstanden van 60 tot 90 cm wordt getoetst. Steek daar naalden doorheen: balken van minstens 10 × 15 cm of stalen profielen, die aan beide kanten van de muur 50 cm uitsteken. wordt getoetst
  3. Zet onder elk naaldeinde, aan beide kanten van de muur, een stempel op een voetplank (minstens 5 × 20 cm wordt getoetst, zodat de stempel niet in de vloer drukt) en met een kopplank onder de naald. Doka noemt voor zijn stempel Eurex top een draagvermogen van minstens 20 en 30 kN volgens EN 1065, klasse C/D en C/E. Dat is ongeveer 2 en 3 ton, voor dat product. Andere stempels kunnen veel minder dragen, en houten stutten van 10 × 10 cm ook, en die alleen als ze geschoord zijn wordt getoetst. Gebruik de waarde van de fabrikant als je die hebt.
  4. Draai de stempels aan tot ze strak staan, niet verder: je wilt de last dragen, niet de vloer optillen. wordt getoetst
  5. Schoor de stempels diagonaal aan elkaar, zodat ze niet kunnen kantelen. wordt getoetst Een stempel zonder schoor is een stempel die kan weglopen.
  6. Zet aan weerszijden van de muur ook stempels onder de vloerbalken die erboven liggen, als die dwars op de muur lopen.
  7. Maak nu pas de opening, van boven naar beneden, steen voor steen, en niet breder dan nodig voor de latei plus oplegging. wordt getoetst
  8. Zet de latei op volle mortel of op oplegblokken, en vul de ruimte tussen latei en muur erboven stevig met stukken steen in stijve mortel, zodat de muur direct op de latei rust.
  9. Laat de mortel minstens een week harden (kalk langer) voordat je de stempels wegneemt, en neem ze dan één voor één weg, terwijl iemand de muur erboven in de gaten houdt. wordt getoetst Werk je in een betonskelet, dan draagt de kolom en niet de muur. Toch: ook een vulmuur stort in zijn eigen vlak in als je er een gat in hakt zonder latei. wordt getoetst Hak nooit in een betonkolom, -balk of dragende betonwand; dat is de constructie zelf.

Houtskeletbouw en de verbindingen

Een houten wand is licht, snel, en met een plaat erop bestand tegen wind en beving. Hij hoort op een droge voet van steen of beton met folie ertussen (12.02 Funderingen begrijpen).

  1. Leg de onderregel (een plank van 45 × 95 mm) op de folie en zet hem vast aan de fundering met ankers of lange pluggen om de 1,2 meter wordt getoetst.
  2. Zet stijlen van 45 × 95 mm hart op hart 60 cm, of 40 cm bij een zware vloer of dak erboven. wordt getoetst De Britse norm voor houtskeletwanden rekent met stijlen tot 610 mm hart op hart.
  3. Zet aan beide kanten van elke opening een dubbele stijl, en boven de opening een kop (header) van twee planken op hun kant. wordt getoetst
  4. Sluit af met een dubbele bovenregel die bij de hoeken over elkaar grijpt, zodat de wanden aan elkaar vastzitten. wordt getoetst
  5. Spijker een plaat OSB of multiplex van 9 tot 12 mm op de buitenkant, spijkers om de 15 cm langs de randen en om de 30 cm in het midden wordt getoetst. De plaat maakt van de wand één stijve driehoek. wordt getoetst Geen plaat? Dan een diagonale lat van hoek tot hoek, ingelaten in de stijlen, in elke wand.
  6. Verbind balken en stijlen met pen-en-gat, halfhoutse verbindingen of bouten (09.06 Verbindingen maken). Bij rondhout en palen gebruik je sjorringen (09.13 Knopen en sjorringen, VK.A11 Vierkante sjorring, VK.A12 Diagonale sjorring). Hout rot boven ongeveer 20 procent vocht. Houd daarom de onderregel boven de grond, laat de wand ademen, en zet een overstek boven elke houten wand (12.04 Daken herstellen).

Leembouw en adobe

In Zuid-Limburg staan nog vakwerkhuizen met leem tussen het houtskelet wordt getoetst. Massief bouwen met aarde kan ook: stampleem tussen bekisting en adobe (aan de lucht gedroogde leemstenen). Die muren zijn dik en sterk op druk, en ze hebben twee doodsvijanden: water en zijwaartse kracht wordt getoetst. In dit natte klimaat telt het water het zwaarst, dus bouw met leem alleen op een hoge voet en onder een breed dak, of binnen wordt getoetst.

  • Een leemmuur staat op een plint van steen of mortel als voortzetting van de fundering, en onder een dak met een breed overstek: een vuistregel is een derde van de muurhoogte (GreenSpec) wordt getoetst. Een gids over leembouw vraagt een waterdichte spatrand van minstens 50 cm boven het maaiveld, met daaronder een laag tegen optrekkend vocht. Houd 50 cm aan wordt getoetst. De hoeken versterk je met steen, baksteen of mortel wordt getoetst.
  • Herstel leem met leem: dezelfde grond, gemengd met stro, in lagen aangestampt of als nieuwe adobes. wordt getoetst Pleister met kalk, nooit met cement: cementpleister sluit het vocht in de muur op en laat de leem erachter wegrotten wordt getoetst.
  • Tegen aardbevingen: een doorlopende houten ringbalk op de muren, verankerd aan de muren, en steunberen op de hoeken. wordt getoetst Onderzoek aan gestampte leem en adobe laat zien dat wanden met houten of stalen omlijsting bij schudden veel minder scheuren dan wanden zonder. wordt getoetst
  • Zaag of hak geen openingen in een leemmuur zonder een houten raamwerk erin dat de last opvangt. wordt getoetst
  • Een leemmuur met een buik of met water erin (donkere, zachte plekken onderaan) kan zonder waarschuwing instorten. wordt getoetst Afstand houden. Adobes maak je van leem met ongeveer 15 tot 30 procent klei, zand en gehakseld stro, in een houten vorm. Droog ze onder een afdak, uit de regen, in een droge periode; reken hier op weken wordt getoetst. De sterkteproef: een droge adobe die van heuphoogte op harde grond valt, mag niet breken. wordt getoetst

Scheuren beoordelen

Lees eerst 12.02 Funderingen begrijpen voor zettingsscheuren en de BRE-breedtetabel. Voor muren tel je daarbij:

  • Horizontale scheur halverwege de muur, vaak samen met een buik: de muur wordt naar buiten geduwd (door het dak, de vloer, de grond achter een keermuur, of een beving). wordt getoetst Dit is een omvalscheur.
  • Scheur waar een dwarsmuur aansluit: de muren laten elkaar los. wordt getoetst De buitenmuur staat nu alleen.
  • Scheur boven een latei of een boog: de latei zakt, rot of buigt door. wordt getoetst Ontlast en vervang.
  • Scheur die door beide kanten van de muur loopt en breder is dan 5 mm: constructief, niet cosmetisch. wordt getoetst
  • Verse scheur herken je aan scherpe randen, schoon materiaal in de scheur en stof op de vloer eronder. wordt getoetst Een oude scheur is vuil, afgerond, soms geschilderd. Markeer en meet zoals in 12.02 Funderingen begrijpen. Een scheur die na een beving, storm of lekkage nieuw is, behandel je als levend tot het tegendeel blijkt.

Een instabiele muur herkennen, en niet betreden

Van buiten, op afstand, zonder iets aan te raken (05.02 Een gebouw beoordelen):

  • Uit het lood. Hang een schietlood op een stok langs de muur. Een muur die bovenaan meer dan 1/6 van zijn dikte uit het lood staat, is verdacht; bij 1/3 van de dikte valt het zwaartepunt buiten de voet en is de muur in principe aan het vallen wordt getoetst. Een muur van 22 cm die 7 cm overhelt, laat je dus met rust.
  • Buik. Kijk langs de muur van hoek tot hoek: elke bolling naar buiten is een muur die het verband kwijt is. wordt getoetst
  • Horizontale scheur of losgelaten dwarsmuur zoals hierboven.
  • Losse stenen bovenin, een borstwering die wiebelt, een top zonder dak erop: de muur is aan het uiteenvallen.
  • Vrijstaand na een instorting: een muur waarvan het dak en de dwarsmuren weg zijn, heeft niets meer dat hem overeind houdt. wordt getoetst Wind of een trilling is genoeg.
  • Na brand: verhitte baksteen en vooral verhit beton verliezen sterkte zonder dat je het ziet; kalkmortel verpulvert. wordt getoetst Een muur die er na een brand gaaf uitziet, is dat niet per se.
  • Na water: een leemmuur, een muur op uitgespoelde grond of een muur met weggerotte houten lateien. Zie je een of meer van deze tekens: houd iedereen op een afstand van minstens de hoogte van de muur, liever anderhalf keer wordt getoetst, en zet die zone af met touw of lint. Betreed de ruimte erachter niet, ook niet om spullen te halen. Een gevaarlijke muur haal je gecontroleerd neer, van boven naar beneden, met trekkabels vanaf buiten de valzone (10.01 Veilig slopen, 12.11 Puin ruimen en veilig slopen); nooit door er onderaan stenen uit te halen. wordt getoetst

Steigers en vallen

Vallen is een grote doodsoorzaak in de bouw wordt getoetst. In Nederland geldt 2,5 meter als wettelijke grens voor valbeveiliging, en ook lager moet je maatregelen nemen wordt getoetst. Zonder wet blijft de val even dodelijk.

  • Een ladder is voor klimmen, niet om vanaf te werken. Zet hem op ongeveer 75 graden. Dat is ruwweg 1 op 4: de voet een kwart van de hoogte van de muur af wordt getoetst. Laat hem 1 meter boven de afstapplaats uitsteken en bind hem bovenaan vast. Houd drie contactpunten wordt getoetst. Klim niet hoger dan de vierde sport van boven. Eén persoon per ladder wordt getoetst. Niet bij windkracht zes of hoger.
  • Metsel boven 1,2 meter wordt getoetst vanaf een steiger: staanders op voetplaten, liggers waterpas, de vloer dicht gelegd met planken van 5 × 20 cm die aan beide kanten minstens 15 cm en hoogstens 30 cm oversteken wordt getoetst, een leuning op 1 meter en een kniereling op 50 cm, een voetbord van 15 cm wordt getoetst, en de steiger om de 4 meter aan het gebouw verankerd wordt getoetst.
  • Een steiger van pallets, stapels stenen, een tafel op een tafel of een plank op twee ladders is geen steiger. Daar vallen mensen van af.
  • Werk nooit alleen op hoogte. Iemand beneden geeft aan, ziet en kan hulp halen (07.04 Botbreuken, verstuikingen en spalken, 07.16 Acute noodgevallen).
  • Niet op hoogte bij harde wind, regen, vorst, schemering of als je moe bent. De steen wacht wel.
  • Hijs stenen en mortel met een touw en een emmer, niet op de ladder in je handen (VK.K02 Tillen en dragen zonder je rug te slopen).

Zo weet je dat het werkt

  • In het metselwerk loopt geen enkele stootvoeg door over twee lagen, en het schietlood valt langs de muur binnen 5 mm per meter wordt getoetst.
  • De voegen zijn vol en hard na een week en water loopt van de muur af, niet erin.
  • Boven elke opening rust de muur zichtbaar op de latei; er zit geen open naad tussen latei en metselwerk.
  • Na het wegnemen van de stempels verschijnt in een maand geen scheur boven de nieuwe latei.
  • De houten wand beweegt niet als twee mensen bovenaan duwen, en het hout onderaan is droog.
  • Een nieuwe adobe overleeft de valproef van heuphoogte.

Zo weet je dat het misgaat

  • De muur begint bovenaan te buiken of uit het lood te zakken terwijl je metselt: te hoog in één dag, of de mortel te nat. Stop, stut, en ga morgen verder.
  • Stof valt uit voegen of je hoort kraken terwijl je een opening hakt: de last verschuift. Iedereen weg, stempels controleren, niet verder hakken.
  • Een stempel staat scheef of een voetplank zakt in de vloer: de stut loopt weg. Direct een tweede stempel ernaast en de eerste rechtzetten.
  • Boven een latei verschijnt een scheur in de vorm van een driehoek: de latei buigt door of legt te kort op. Stutten en een zwaardere latei zetten.
  • De stootvoegen staan boven elkaar: je bent het verband kwijt. Uitbreken tot waar het nog klopt, en opnieuw.
  • Een leemmuur wordt onderaan donker en zacht: water. Dak en goot nakijken, de voet droogleggen, en de muur niet belasten tot hij droog is.
  • Iemand werkt alleen op de steiger of op een ladder boven 2 meter: naar beneden halen. Dat is geen regel voor vreemden, dat is wie wij zijn.

Gevaar · Een muur die valt Een omvallende muur geeft geen tijd om weg te rennen. wordt getoetst Hij weegt tonnen en valt in minder dan een seconde. wordt getoetst

  • Haal nooit stenen onderaan uit een muur om hem "te laten komen". Alleen van boven naar beneden, of met trekkabels vanaf buiten de valzone.
  • Betreed de ruimte achter een muur die uit het lood staat, buikt of horizontaal gescheurd is niet.
  • Stut nooit met één paal zonder schoren, en nooit zonder voet- en kopplank (VK.L06 Een last veilig opkrikken en ondersteunen met blokken).

Gevaar · Vallen van hoogte Boven 2 meter is een val vaak dodelijk of blijvend invaliderend. wordt getoetst Werk vanaf een steiger met leuning, bind de ladder vast, en werk nooit alleen op hoogte.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1KalkLeemmortel voor binnenmuren en adobe; cement alleen voor de plint; zie 11.08 Mortel en kalkpleister
2MetselkoordElk dun touw, strak gespannen tussen twee spijkers in de hoeken
3Stalen stempelEen balk van 10 × 10 cm op voet- en kopplank, met wiggen aangedreven en in twee richtingen geschoord
4LateiTwee balken op hun kant, een stalen profiel uit de sloop, of een gemetselde boog op een houten mal
5OSB of multiplexDiagonale latten van hoek tot hoek in elke wand, ingelaten in de stijlen
6SteigerEen tweede ladder is geen steiger. Bouw een steiger van rondhout met vierkante sjorringen (VK.A11) en een dichte vloer, of werk lager
7HelmWerk niet onder de muur die je bewerkt; laat iemand anders boven zijn als jij beneden bent
8Vakman voor een dragende muurMaak de opening niet. Kies een niet-dragende muur, of een andere ingang

Achtergrond

Metselwerk werkt alleen op druk: de mortel houdt de stenen niet vast, hij verdeelt de druk gelijkmatig over het hele steenvlak, zodat geen enkele hoek alle last krijgt. wordt getoetst Het verband zorgt dat een last zich naar beneden uitwaaiert over een steeds breder stuk muur, als een driehoek. wordt getoetst Daarom blijft een muur boven een opening ook zonder latei deels staan: de driehoek boven de opening valt, de rest leunt om het gat heen. Een latei vangt die driehoek op. Een muur bezwijkt zelden door te veel gewicht van boven; hij bezwijkt door zijwaartse kracht, van wind, van een dak dat uit elkaar duwt, van grond, of van een beving. wordt getoetst Zodra het zwaartepunt buiten de voet komt, valt hij. Dikke muren, dwarsmuren, steunberen en een ringbalk houden het zwaartepunt binnen. Kalkmortel is zachter dan de steen en neemt bewegingen op; cement is harder en laat de steen breken. wordt getoetst Oude muren verdragen daarom alleen kalk. Leem is kalk zonder bindmiddel: sterk zolang hij droog is, modder zodra hij nat wordt. Bewijs: oplegging van lateien 100 tot 150 mm C (NHBC-standaard, alleen via zoekresultaat). Houten of stalen omlijsting van leemmuren tegen scheuren bij schudden C (onderzoek niet ingezien). Stenen plint onder stampleem C (GreenSpec en een gids zonder genoemde uitgever). Stutten met naalden en stempels C (Designing Buildings Wiki; geen norm gezien). Valgrens 2,5 meter C (wettelijke regels, alleen via zoekresultaat). Ladderregels 75 graden en 1 meter B (Volandis, HSE). Vuistregels voor muurhoogte, scheefstand en balkmaten D.

Volgende niveau

Op niveau III metsel je een steens muur in kruisverband met een boog erin, zet je samen met een vakman een opening in een dragende muur, bouwt een houten wand met plaat en bouwt een lemen wand op een stenen plint (12.10 Een werkplaats bouwen). Je leert ramen en deuren inzetten (12.05 Glas en openingen) en een muur gecontroleerd neerhalen (12.11 Puin ruimen en veilig slopen). Leer van een metselaar hoe hij een boog zonder mal zet en hoe hij een kalkmortel voelt; dat staat in geen boek.

Controlelijst

  • Ik weet of de muur dragend is voordat ik hem aanraak, en bij twijfel is hij dragend.
  • Ik metsel in verband, met volle voegen, en metsel niet hoger dan 1,2 meter per dag in kalk.
  • Ik zet boven elke opening een latei die minstens 15 cm oplegt op hele stenen.
  • Ik stut met naalden en geschoorde stempels op voetplanken voordat ik iets uitbreek, en haal de stempels pas na een week weg.
  • Ik bouw een houten wand op een droge voet met folie en een plaat of diagonaal in elke wand.
  • Ik zet een leemmuur op een stenen plint onder een breed dak en pleister hem nooit met cement.
  • Ik herken een muur die uit het lood staat, buikt of horizontaal gescheurd is, en blijf er op afstand van.
  • Ik werk boven 2 meter alleen vanaf een steiger met leuning, en nooit alleen.

Verantwoording

  • GreenSpec: Rammed earth: muren op een verhoogde voet, vochtkerende laag, overstek van een derde van de muurhoogte als vuistregel.
  • Earthbuilding.info: Loadbearing walls made of earth: waterdichte spatrand tot minstens 50 cm boven het maaiveld, vochtkerende laag tegen optrekkend vocht. Uitgever niet vastgesteld.
  • Designing Buildings Wiki: Shoring: naalden door gaten in de muur, aan beide kanten gedragen door stutten; balken van hout of staal. Geen norm.
  • Doka: Floor props: Eurex top met een draagvermogen van minstens 20 en 30 kN volgens EN 1065, klasse C/D en C/E.
  • BRE: Assessing cracks in houses: categorieën en wat ze betekenen; zegt niets over scheuren door beide kanten van de muur, daarom wordt getoetst.
  • BS 5268-6.1:1996, Code of practice for timber frame walls, dwellings not exceeding four storeys: stijlen tot 610 mm hart op hart. Gelezen via een online kopie van de editie van 1996; de link gaat naar de opvolger bij BSI (die pagina: niet ingezien, alleen zoekresultaat).
  • Volandis: A-blad Ladders en trappen: opstelhoek 75 graden, voet op een kwart van de ladderlengte van de muur, minimaal 1 meter doorsteken boven het te betreden oppervlak, bovenaan borgen, drie contactpunten, niet hoger dan de vierde sport.
  • HSE: Safe use of ladders and stepladders en HSE: Common work at height myths: 1 op 4, 1 meter boven de afstapplaats, ladder vastbinden, drie contactpunten.
  • Volandis: De ladder als werkplek? Wanneer wel, wanneer niet.: ongeveer 75 graden, ladder vastzetten, niet hoger dan de vierde tree van boven, niet bij windkracht zes of hoger.
  • Buijs: Bouwbescherming o.a. vochtwering (WUR): aantasting van hout vanaf 20 procent vocht op drooggewicht.
  • NHBC Standards: 6.1.12 Lintels: oplegging 100 mm tot 1,2 meter en 150 mm daarboven, latei op hele stenen (niet ingezien, alleen zoekresultaat).
  • Arbocatalogus afvalbranche: werken op hoogte (titel niet vastgesteld): 2,5 meter als norm, ook lager maatregelen (niet ingezien, alleen zoekresultaat). Niet onderbouwd en daarom gemarkeerd: de hele metseltechniek (verband, voegmaten, hoogte per dag, duimvast, baksteen vochtig houden, hoogte van vrijstaande muren, aantal stenen en mortel), de oplegging van lateien, de maten van houten en stalen lateien, de boog, een derde van de muurlengte als maximale opening, de stutvolgorde en alle stutmaten, het draagvermogen van andere stempels en van houten stutten, de maten en het spijkerpatroon van de houten wand, leembouw in Zuid-Limburg, de plint en het overstek van leemmuren, versterkte hoeken, droogtijd en herstel van leem, cementpleister, de ringbalk en het effect van omlijsting, de samenstelling en proef van adobe, het lezen van scheuren, de scheefstandgrens van 1/6 en 1/3 van de dikte, de veilige afstand tot een muur, brandschade, de wettelijke valgrenzen, één persoon per ladder, de steigermaten en de 5 mm per meter. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline