Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Onderdak, vuur & warmte
  4. Een brandgang maken

Vaardigheid · Onderdak, vuur & warmte

Een brandgang maken

Een strook zonder brandstof rond huis, tuin en voorraad

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Geen tegenvuur, geen werk met vuur in de buurt

  • Branden van de strook om hem kaal te maken is gevaarlijk en vaak verboden. Werk alleen met gereedschap.
  • Werk nooit aan een brandgang terwijl een vuur in de buurt is zonder vluchtweg achter je.
  • Steek nooit tegenvuur aan.
VK.C04: gedetailleerde onderdelenplaat voor een brandgang aanleggen, met legenda en detailaanzichten.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarvoor

Een brandgang is een strook kale grond of heel kort gras waar een grasvuur of struikbrand niet overheen loopt. Je legt hem aan vóór het droge voorjaar, rond je huis, je moestuin, je houtstapel en je voorraad.

Wat je nodig hebt

  • Spade, schoffel of houweel, hark, snoeischaar en bijl of machete.
  • Kruiwagen of zeil om afval af te voeren.
  • Stokken en touw om de lijn uit te zetten.
  • Water en een plantenspuit als je werkt in een periode met brandgevaar.

Stappen

  1. Kies de lijn. Gebruik wat er al is: een pad, een weg, een sloot, een droge beekbedding, een muur. Leg de gang zo dat je hem kunt onderhouden.
  2. Leg de gang vooral aan de kant waar de wind en de helling het vuur vandaan laten komen. In Nederland is dat vaak de westkant, maar in een droog voorjaar kan de wind ook oost zijn wordt getoetst.
  3. Zet twee touwen uit voor de breedte. Kort gras: 3 meter. Hoog gras en riet: 5 meter. Struikgewas: minstens twee keer de vlamhoogte die je verwacht, vaak 10 meter of meer wordt getoetst.
  4. Maai of snoei alles in de strook tot op 5 centimeter.
  5. Schoffel of spit in het midden een strook van minstens 1 meter breed tot op kale, minerale grond: geen wortels, geen bladeren, geen naalden.
  6. Voer al het afval af, minstens 10 meter achter de gang. Laat geen hoopjes liggen; die worden fakkels.
  7. Snoei takken die over de gang hangen weg tot 2 meter hoog.
  8. Herhaal het schoffelen en maaien elke 4 tot 6 weken, van het voorjaar tot de nazomer.

Zo controleer je het

  • Je ziet over de hele lengte kale grond in het midden, zonder onderbreking.
  • Er hangt nergens een tak of struik over de gang heen.
  • Een handvol droog gras dat je op de kale strook legt, raakt nergens begroeiing aan de andere kant.

Veelgemaakte fouten

  • Het gemaaide gras naast de gang laten liggen.
  • Een gang die bij een hoek of een poort onderbroken is.
  • Te smal bij struikgewas of riet. Vonken springen er gewoon overheen.
  • Eenmaal aanleggen en dan vergeten. Gras groeit in vier weken terug.
  • Op een helling vergeten dat vuur bergop sneller en hoger brandt.

Gevaar · Geen tegenvuur, geen werk met vuur in de buurt

  • Branden van de strook om hem kaal te maken is gevaarlijk en vaak verboden. Werk alleen met gereedschap.
  • Werk nooit aan een brandgang terwijl een vuur in de buurt is zonder vluchtweg achter je.
  • Steek nooit tegenvuur aan.

Oefenen Leg met twee mensen een brandgang van 20 meter aan rond een moestuin of een houtstapel. Kijk na vier weken hoeveel er teruggegroeid is en hoe lang het onderhoud duurt.

Proeve Met twee mensen leg je in twee uur een brandgang van 20 meter lang aan, met een strook van 1 meter kale grond in het midden en 3 meter gemaaid in totaal, zonder afval in de buurt.

Varianten

  • Een geploegde strook: met een paard of een trekker kun je een brandgang in een veld veel sneller maken (13.16 Werkdieren: paard, ezel en hond).
  • Een natte gang: in veengebied en op heide een greppel tot op het grondwater.
  • Een groene gang: een strook vochtige moestuin, een grasveld dat je besproeit, een vijver.

Open in de app en bewaar offline