Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Landbouw, dieren & ecosystemen
  4. Dierhouderij begrijpen

Hoofdstuk · Landbouw, dieren & ecosystemen

Dierhouderij begrijpen

Water, voer, ruimte en rust per dier, en wanneer een dier meer kost dan het oplevert

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Q-koorts, zwangerschap en zieke dieren Zwangere vrouwen en mensen met hartklepafwijkingen blijven weg bij lammerende en verwerpende geiten en schapen en bij hun mest. Nageboortes, dode lammeren en verworpen vruchten begraaf of verbrand je direct, met handschoenen.

  • Eet nooit een dier dat ziek was of dood gevonden is.
  • Was je handen met zeep na elk contact met dieren, en laat kinderen onder de vijf niet met kippen en kuikens spelen.
  • Voer nooit vleesresten aan varkens en nooit rauwe organen aan honden.
Bij eerste licht staat een vrouw met een houten emmer onder een eik bij een bakstenen drinktrog en kijkt naar een kleine groep geiten.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een dier maakt van gras, snoeihout, keukenafval en insecten iets wat jij kunt eten: eieren, melk, vlees, en mest voor de tuin. Maar een dier vraagt elke dag water, voer en een blik, 365 dagen per jaar, ook als je ziek bent of de winter lang is. Een verkeerd gekozen dier eet het graan op dat je zelf nodig had, en een ziek dier kan de groep ziek maken. Dit hoofdstuk leert je rekenen voordat je begint.

Als er nog hulp is Registreer schapen, geiten, varkens en runderen zoals de wet dat vraagt, laat een dierenarts de koppel zien en leer het werk bij iemand die al jaren dieren houdt. Melkgeitenbedrijven met meer dan 50 dieren moeten jaarlijks tegen Q-koorts vaccineren; vraag ook voor een kleine koppel of dat kan.

Eerst doen

  1. Reken uit hoeveel water je dagelijks over hebt voor dieren, bovenop wat mensen nodig hebben. Geen water, geen dieren.
  2. Kies het dier dat eet wat jij niet eet: gras, bladeren, onkruid, schillen, insecten. Graaneters komen pas bij overschot.
  3. Maak eerst de omheining en de beschutting, dan pas haal je het dier.
  4. Wijs per diersoort één vaste verzorger aan en een vervanger (15.02 Taken verdelen).
  5. Zet elk nieuw dier minstens 30 dagen apart voordat het bij de andere komt.
  6. Kijk elke ochtend naar elk dier: eet het, drinkt het, mest het, loopt het recht, staat het bij de groep.

Wat je nodig hebt

  • Water: emmers of een trog die je dagelijks schoonmaakt, en een voorraad voor drie dagen (02.07 Drinkwater opslaan).
  • Omheining: gaas van minstens 1,2 meter voor geiten en varkens, dicht gaas tegen vos en marter bij kippen en konijnen wordt getoetst.
  • Beschutting met een dak, een droge vloer en een dichte kant tegen wind en zon, en strooisel van stro, blad of houtkrullen.
  • Een droge hooiberging voor de winter.
  • Een schrift per dier: aankoop, dekking, geboorte, ziekte, dood.
  • Een thermometer, een halster, een hoevenmes (VK.I02 Hoeven verzorgen) en de set uit VK.I04 Eerste hulp voor dieren.
  • Een aparte plek voor quarantaine en zieke dieren, met eigen emmer, vork en laarzen.

Werkwijze

De vijf vrijheden

De Britse adviesraad voor dierenwelzijn vatte in 1979 samen wat een gehouden dier nodig heeft; de formulering van 1993 wordt wereldwijd gebruikt:

  1. Vrij van honger en dorst: altijd vers water en voer dat het dier gezond houdt.
  2. Vrij van ongemak: beschutting en een droge, comfortabele ligplek.
  3. Vrij van pijn, verwonding en ziekte: voorkomen, snel zien en behandelen.
  4. Vrij om natuurlijk gedrag te vertonen: ruimte, de juiste inrichting en gezelschap van de eigen soort.
  5. Vrij van angst en stress. Dit is geen luxe. Een dier dat bang, nat of alleen is, eet slechter, groeit slechter, wordt eerder ziek en levert minder wordt getoetst. Kippen, konijnen, geiten, schapen en ezels zijn groepsdieren: een enkel dier houden is op zichzelf al een tekort wordt getoetst.

Welk dier past bij wat je hebt

№DierEetGeeftRuimte binnen plus buitenLet op
1KipInsecten, onkruid, gras, keukenresten, graan; ongeveer 110 g voer per dagEieren, vlees, mest, opruimen van slakken en larven6 kippen per m² binnen, 4 m² per kip buitenVos, marter, roofvogel; vogelgriep; salmonella
2KonijnGras, hooi, onkruid, takken, groenteloof; ongeveer 100 g droog voer per dagVlees, vel, mestVoedster 0,5 tot 0,6 m² binnen plus 2,5 m² buitenHitte boven 27 tot 30 graden, vocht, myxomatose en RHD
3GeitBladeren, struiken, hooi, snoeihout; ongeveer 1,2 kg droge stof per dag bij 60 kgMelk, vlees, vel, mest1,5 plus 2,5 m²Klimt en ontsnapt, eet de boomgaard kaal, Q-koorts
4SchaapGras, hooi; ongeveer 1,2 kg droge stof per dagVlees, wol, melk, vel, mest1,5 plus 2,5 m²Hoefrot op natte grond, wormen, maden in de wol, Q-koorts
5VarkenWortels, eikels, schillen, afgekeurde oogst, wei; ongeveer 2,2 kg droge stof per dag bij 60 kgVlees, spek, reuzel, omwoelen van grond1,1 tot 1,5 plus 0,8 tot 1,2 m² per mestvarkenSterk hek, veel water, nooit vleesresten voeren, hepatitis E, trichinen
6EzelVooral stro, beperkt hooi en gras; 1,5 procent van het lichaamsgewicht aan droog voer wordt getoetstTrekkracht, dragen, mest, waken2,5 tot 4 plus 2 tot 3 m², en loopruimteHeeft altijd een dak nodig, wordt te dik op onbeperkt gras, wil niet alleen staan (13.16 Werkdieren: paard, ezel en hond)

De ruimtematen zijn de EU-minimummaten voor biologische veehouderij. Meer is beter. De voercijfers zijn rekenwaarden in droge stof uit een EFSA-tabel, geen voeradvies: kip en konijn ongeveer 5 procent van het lichaamsgewicht per dag, een geit of schaap van 60 kg 1,2 kg. In de praktijk reken je 1,5 kg hooi wordt getoetst.

Water per dag

Water is de eerste rekensom. De cijfers komen uit de tabel van de landbouwdienst van Ontario, tenzij anders vermeld.

№DierPer dagBij hitte
1Legkip0,18 tot 0,32 literBoven 30 graden tot de helft meer
2Konijn0,3 liter, voedster met jongen 1 literBij 30 graden twee keer zoveel als bij 10 graden
3Schaap4 tot 6,5 liter, ooi met lammeren 9 tot 11 literMeer bij heet en droog weer
4Geit2 tot 4 liter, melkgeit 4 tot 8 liter wordt getoetstMeer
5VarkenMestvarken van 70 tot 110 kg 7 tot 10 liter, zeug met biggen 18 tot 23 literMeer; varkens koelen zich met modder
6Ezel18 tot 35 liter (Sathya Sai Donkey Sanctuary)Meer; ezels zijn kieskeurig en willen schoon water
7Paard16 tot 49 liter naar grootteMeer bij werk

Een huishouden met zes kippen, vier konijnen en twee geiten heeft ongeveer 15 liter per dag extra nodig, in de zomer 20; een ezel verdubbelt dat. Dierwater hoeft niet gekookt te zijn, maar moet schoon zijn en dagelijks ververst: vuile troggen geven diarree en trekken vliegen. In een droge zomer kan water de reden zijn om minder dieren te houden; in januari bevriest het en breek je twee keer per dag het ijs. Zorg voor een bron die niet van de pomp afhangt (02.02 Bronnen herkennen, 02.11 Een put slaan en beschermen) en houd dierwater gescheiden van drinkwater voor mensen (02.01 Water drinkbaar maken).

Voer uit eigen omgeving

  • Gras en hooi. Een schaap of geit heeft van november tot april hooi nodig: ongeveer 1,5 kg per dag, dus 250 tot 300 kg per dier per winter wordt getoetst. Hooi maak je in een droge week van twee tot vier dagen zon en keren en bewaart droog onder een dak; nat opgetast hooi broeit en kan branden wordt getoetst.
  • Boomhooi. Takken met blad van wilg, es en moerbei, in de zomer gesneden en in bossen gedroogd, zijn eeuwenoud wintervoer voor geiten en schapen wordt getoetst. Taxus, rododendron, buxus, liguster en oleander in een kuip zijn giftig wordt getoetst.
  • Snoeihout en onkruid. Geiten en konijnen eten bramen, gedroogde brandnetels, distels en fruitboomsnoeisel. Geen aardappelloof, geen rabarberblad, geen beschimmeld voer wordt getoetst.
  • Eikels, kastanjes, valfruit. Voor varkens; eikels in grote hoeveelheden zijn giftig voor schapen en geiten wordt getoetst.
  • Keukenresten. Schillen, brood, groente, wei en karnemelk voor kippen en varkens. Geen vleesresten aan varkens: in gewone tijden verboden en de weg waarlangs varkenspest binnenkomt; kook resten altijd als je ze toch geeft wordt getoetst.
  • Insecten. Meelwormen en krekels uit de kweek en de mest van de kweek zijn kippenvoer (03.08 Insecten en ongewervelden).
  • Graan. Een legkip eet ongeveer 110 g per dag, bijna 40 kg per jaar. Dat is graan dat een mens maanden brood geeft wordt getoetst (04.16 Graan dorsen, wannen en malen). Wie graan aan dieren voert, moet dat kunnen missen. Een vuistregel die het hele hoofdstuk samenvat: grazers en bladeters eerst, graaneters daarna, en nooit meer dieren dan je in de slechtste maand kunt voeren.

Ruimte, beschutting en omheining

  • Droog gaat boven alles. Een natte stal geeft hoefrot bij schapen, longontsteking bij geiten en coccidiose bij konijnen wordt getoetst. Strooi dagelijks bij en mest wekelijks uit.
  • Beschutting heeft een dak, drie dichte wanden en een open kant uit de wind. Een dichte noordwand houdt de wind tegen. Zorg ook voor schaduw: bij een hittegolf is dat belangrijker dan een warme stal wordt getoetst. Ventilatie boven de dieren, geen tocht op dierhoogte.
  • Ezels hebben dag en nacht toegang tot een dak nodig: volgens The Donkey Sanctuary is hun vacht minder waterdicht dan die van paarden.
  • Konijnen buiten hebben een hol of kist tegen hitte en kou, en gaas onder de grond tegen graven en roofdieren wordt getoetst.
  • Geiten springen en klimmen: een hek van 1,2 tot 1,5 meter zonder klimplanken. Varkens wroeten onderdoor: een draad of plank op de grond wordt getoetst.
  • Sluit kippen en konijnen elke avond op. Vos en marter komen vooral 's nachts wordt getoetst.

Elke dag kijken en ziekte herkennen

Een dier vertelt met gedrag dat het ziek wordt, vaak een dag voordat je iets anders ziet. Loop elke ochtend langs en kijk per dier: eet en drinkt het, herkauwt een geit of schaap in rust, is de mest normaal, staat het recht en loopt het zonder kreupelheid, zijn vacht, ogen en neus schoon, ademt het rustig, en staat het bij de groep of alleen in een hoek? Meet bij twijfel de temperatuur (VK.I04 Eerste hulp voor dieren); de normaalwaarden staan daar en in 13.16.

№DierSignaalDenk aanDoe
1KipBolle veren, bleke kam, groene diarree, meerdere kippen plotseling doodVogelgriep of andere besmettelijke ziekteDode dieren alleen met handschoenen, niet eten, rest opsluiten, begraven wordt getoetst
2KonijnGezwollen oogleden, kop of geslachtsdelen; of plotseling doodMyxomatose; RHDApart zetten, muggen weren, hok ontsmetten, niets van dit dier gebruiken wordt getoetst
3KonijnEet niet, geen keutels, bol zittenDarmstilstandHooi, water, warmte; zonder hulp vaak binnen een dag dood wordt getoetst
4Geit, schaapVerwerpen, dode lammerenQ-koorts, brucelloseZwangere vrouwen weg, handschoenen, nageboorte begraven, dier apart
5Geit, schaapZwelling onder de kaak, bleke oogleden, magerWormenWeide wisselen, droog houden; zonder middelen kun je weinig wordt getoetst
6Geit, schaapKreupel, stinkende hoef; bulten onder de kaakHoefrot; abcessenDroog, hoeven snijden (VK.I02), dier apart, bulten niet opensnijden bij de koppel wordt getoetst
7VarkenKoorts, rode ruitvormige vlekken, ligtVlekziekte, varkenspestApart, niet slachten; vlekziekte besmet mensen via wondjes wordt getoetst
8EzelEet niet, staat stil, "dof"Alles; ezels tonen pijn nauwelijksNoodgeval, direct VK.I04 wordt getoetst

Zonder dierenarts kun je apart zetten, droog en warm houden, water en goed voer geven, wonden schoonmaken en hoeven snijden. Middelen voor dieren staan niet in dit boek; de groep maakt daarover afspraken met een dierenarts zolang dat kan, net als voor mensen (07.07 Infecties en antibiotica). Een dier dat niet beter wordt en lijdt, dood je (03.09 Slachten, uitbenen en delen), maar je eet het niet.

Quarantaine van nieuwe dieren

Elk nieuw dier is een mogelijke ziektebron. Landbouwvoorlichters in Alabama en Ontario adviseren 30 dagen afzondering zonder direct of indirect contact, liefst op een ander terrein of in een aparte stal, met eigen overall, ontsmette laarzen en ontsmet gereedschap. Zet de plek benedenwinds en verzorg eerst de gezonde dieren en dan de nieuwe wordt getoetst. Kijk in die weken naar abcessen, kreupelheid, huid, uier en mest. Koop bij mensen die je kent en hun dieren laten zien, niet op een markt. Een gesloten koppel, waar alleen eigen jongen bijkomen, is de beste bescherming. Zet ook een eigen ziek dier apart, en een dier dat terugkomt van de bok of de ram wordt getoetst.

Zoönosen: ziekten die van dier naar mens gaan

  • Q-koorts. Geiten en schapen, soms runderen. De bacterie zit in grote hoeveelheden in vruchtwater en nageboorte en verspreidt zich via de lucht; het RIVM meldt dat ze lang in de omgeving overleeft, dat meer dan de helft van de besmette mensen niets merkt en dat de rest griep, longontsteking of jarenlange moeheid krijgt. Mensen met hartklepafwijkingen kunnen chronische Q-koorts krijgen. Daarom: aflammeren op een vaste plek, nageboorte en dode lammeren direct begraven of verbranden, mest van schapen en geiten niet droog laten verstuiven maar vochtig composteren wordt getoetst, en zwangere vrouwen en hartpatiënten weg bij lammerende dieren (07.09 Zwangerschap en bevalling). Vlees is volgens het RIVM niet besmettelijk; rauwe melk zelden maar wel (04.11 Melk, boter en kaas).
  • Brucellose. In Nederland zeer zeldzaam; meldingen komen volgens het RIVM uit het buitenland. Besmetting via rauwe melk, onvoldoende verhit vlees en geboortemateriaal. Kook melk, handschoenen bij geboortes.
  • Salmonella en campylobacter. Kippen, ook gezonde, dragen ze in de darm. Het CDC adviseert: handen wassen na elk contact met kippen, eieren, voer of hok, geen kippen in huis, kinderen onder de vijf niet met kuikens laten spelen, eieren vaak rapen, gebarsten eieren weg, en eieren koken tot wit en dooier stevig zijn.
  • Ringworm. Een schimmel die jeukende, schilferige ringen geeft op de mens en via huidcontact met besmette dieren overgaat; bij dieren denk je aan kalveren, geiten, katten en konijnen met ronde kale plekken wordt getoetst. Handen wassen, geen handdoeken delen, dier apart.
  • Tularemie, hepatitis E en trichinen. Hazen (handschoenen bij villen) en varkens (vlees en lever door en door gaar): 03.09 en 03.10 Het hele dier benutten.
  • Vogelgriep. Dode wilde watervogels niet aanraken; kippen binnen houden als er sterfte onder wilde vogels is wordt getoetst.
  • Tetanus en ratten. De tetanusbacterie zit in mest en grond: werk elke wond bij het dierwerk goed schoon en werk je vaccinatie nu bij wordt getoetst. Voer trekt ratten, die leptospirose brengen wordt getoetst (06.11 Luizen, vlooien, muggen en ratten). De gewoonte die het meeste voorkomt: handen wassen met zeep na elk dierwerk en vóór het eten (06.04 Persoonlijke hygiëne), aparte laarzen voor de stal, en niet eten of drinken in de stal.

Mest en vliegen

Verse mest brandt planten en trekt vliegen; gecomposteerde mest is een goede meststof (13.02 Bodemleven en compost) wordt getoetst. Zet de mesthoop benedenwinds, minstens 50 meter van put en keuken, waar het regenwater niet naar moestuin of bron loopt wordt getoetst. Dek de hoop af en houd hem vochtig maar niet nat; een hete hoop doodt wormeieren en vliegenlarven wordt getoetst. Vliegen leggen eieren in natte mest en nat strooisel en zijn in de zomer binnen een week tot tien dagen volwassen wordt getoetst, dus in de zomer mest je wekelijks uit. Kippen op de mesthoop eten de larven wordt getoetst. Konijnenkeutels zijn droog en bijna direct bruikbaar; kippenmest is scherp en moet composteren wordt getoetst. Schapen- en geitenmest kan de Q-koortsbacterie bevatten en spreid je nooit droog en stuivend uit.

Hoeveel dieren voor een huishouden, en wat ze kosten

№DierGeeft per jaarKost per dagWerk per dag
16 legkippenIn het legseizoen 3 tot 5 eieren per dag, per kip 150 tot 250 per jaar, minder na het tweede jaar wordt getoetst; oude kippen als soepkip1,5 liter water, 600 g voer waarvan een deel scharrel10 minuten, wekelijks uitmesten
22 voedsters en 1 ram4 tot 6 worpen per voedster van 6 tot 8 jongen: 40 tot 80 slachtkonijnen van 1 tot 1,5 kg vlees wordt getoetst2 tot 4 liter water, hooi en groen10 minuten, plus hooi maken
32 melkgeiten1 tot 3 liter melk per geit per dag gedurende 8 tot 10 maanden wordt getoetst, 2 tot 4 lammeren10 liter water, 3 kg hooi of blad30 minuten melken, tweemaal daags (VK.I01 Een geit melken)
41 mestvarken60 tot 70 kg vlees, spek en vet uit een varken van 100 kg na 6 tot 8 maanden wordt getoetst10 liter water, 2 tot 3 kg voer wordt getoetst15 minuten
51 ezelTrekkracht voor kar en water, mest25 liter water, 3 kg stro en gras wordt getoetst30 tot 60 minuten, plus hoeven en tuig wordt getoetst

Een huishouden van vier komt met zes kippen en drie konijnen een heel eind in eiwit wordt getoetst. Twee geiten geven melk voor kaas en kinderen, maar vragen een bok in de buurt, twee droge maanden per jaar wordt getoetst en iemand die elke ochtend en avond melkt, ook met koorts. Een varken is pas verstandig bij overvloed aan afval, eikels of oogstresten. Een ezel kost meer dan hij opbrengt tot je echt water en hout moet slepen; dan is hij onbetaalbaar. Vergeet de verborgen kosten niet: hooi maken, omheining herstellen, 's winters ijs breken, en het verlies als een dier doodgaat. Zet dieren in de voorraadplanning van 15.07 Voorraad beheren en in het teeltplan van 13.04 Een moestuin beginnen en 13.05 Teeltplanning: mest naar de tuin, tuinafval naar de dieren.

Nat, kou en regels

De vijand is nat en kou: modder geeft hoefrot, lange winters vragen vijf tot zes maanden hooi, en kippen leggen in december bijna niet wordt getoetst. In gewone tijden moeten schapen, geiten, varkens en runderen worden geregistreerd en gemerkt, ook bij hobbyhouders, en geldt bij vogelgriep een ophokplicht wordt getoetst. Bij een hittegolf zijn schaduw en extra water het werk, en heeft het konijn een koele plek nodig wordt getoetst. Kook alle melk (04.11 Melk, boter en kaas).

Zo weet je dat het werkt

  • Elk dier eet, drinkt, mest normaal en staat bij de groep; het schrift heeft meer geboortes dan sterfgevallen.
  • De emmers zijn elke ochtend leeg en de trog is schoon.
  • De stal ruikt naar stro en dier, niet naar ammoniak, en de vloer is droog.
  • De kippen leggen in het seizoen, de geiten geven melk zonder vlokken, de konijnen groeien.
  • Nieuwe dieren hebben 30 dagen apart gestaan zonder dat iets opviel.
  • Niemand in de groep krijgt diarree, huidringen of koorts die aan de dieren te koppelen is.

Zo weet je dat het misgaat

  • Een dier staat alleen, eet niet of kijkt dof: direct apart zetten, temperatuur meten, water en goed voer, VK.I04.
  • De hooiberging is in februari leeg: te veel dieren. Slacht of ruil nu, niet in maart als ze mager zijn.
  • Het water raakt in augustus op: minder dieren, meer schaduw, 's nachts drenken; ezel of varken gaat als eerste.
  • De stal stinkt naar ammonia, dieren hoesten of hebben tranende ogen: te nat, te weinig lucht. Uitmesten, ventileren, strooien.
  • Vliegen in wolken, maden in de wol of in het strooisel: mest weg, wol rond de staart kort knippen, dier controleren.
  • Een geit of schaap verwerpt: zwangere vrouwen direct weg, handschoenen, alles begraven; denk aan Q-koorts en brucellose en lees 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten als mensen ziek worden.
  • Meerdere kippen sterven in een paar dagen: besmettelijk. Niet eten, handschoenen, hok dicht, dieren begraven.
  • Iemand krijgt ringvormige jeukende plekken of diarree na het stalwerk: ringworm of salmonella. Handen, laarzen en handdoeken scheiden; bij koorts 07.07.

Gevaar · Q-koorts, zwangerschap en zieke dieren Zwangere vrouwen en mensen met hartklepafwijkingen blijven weg bij lammerende en verwerpende geiten en schapen en bij hun mest. Nageboortes, dode lammeren en verworpen vruchten begraaf of verbrand je direct, met handschoenen.

  • Eet nooit een dier dat ziek was of dood gevonden is.
  • Was je handen met zeep na elk contact met dieren, en laat kinderen onder de vijf niet met kippen en kuikens spelen.
  • Voer nooit vleesresten aan varkens en nooit rauwe organen aan honden.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1Gaas voor de omheiningVlechtwerk van wilg, een haag van bramen; voor kippen een hok dat 's nachts dicht gaat
2HooiBoomhooi van wilg, es en moerbei; stro; gedroogde brandnetels en bramen; eikels voor varkens
3Stro voor strooiselBlad, varens, houtkrullen, zand, gedroogd gras
4DierenartsVK.I04 voor eerste hulp, een gesloten koppel en quarantaine om ziekte buiten te houden, en de moed om een lijdend dier te doden
5ThermometerEen dier dat warm aanvoelt aan oren en poten, snel ademt en niet eet is ziek; apart zetten
6Graan voor de kippenScharrelen, keukenresten, meelwormen (03.08), gekookte aardappelschillen; de leg neemt dan af
7Een bok of ramAfspreken met een buurgroep; zonder dekking geen melk en geen jongen
8Water voor een ezelGeen ezel. Kies dieren die bij het water passen

Achtergrond

Herkauwers (geit, schaap) en dieren met een grote blinde darm (konijn, ezel) breken vezels af die mensen niet kunnen verteren; zij maken van gras en takken melk, vlees of trekkracht zonder met ons om graan te concurreren. Kippen en varkens verteren vezels slechter en eten meer van wat wij ook kunnen eten, al vullen kippen dat aan met insecten en varkens met wortels en eikels wordt getoetst. Daarom komen grazers eerst. Water is de grootste dagelijkse post omdat een dier het nodig heeft voor verteren, afkoelen en melk geven; bij hitte stijgt de behoefte sterk, en een dier dat te weinig drinkt, eet ook minder wordt getoetst. De vijf vrijheden komen uit een Britse lijn van onderzoek en beleid die in 1965 begon; dat stress, kou, nat en eenzaamheid dieren vatbaar maken voor ziekte, is ook de ervaring van veehouders wordt getoetst. Zoönosen volgen vaste wegen: geboortevocht en mest (Q-koorts, brucellose), darm (salmonella, campylobacter), huid (ringworm, tularemie) en vlees (hepatitis E, trichinen). Wie die wegen kent, kan ze afsluiten met handschoenen, zeep, koken en afstand. Bewijs: vijf vrijheden A als kader, aanvaard door overheden en dierenartsen wereldwijd. Waterbehoeften B (landbouwtabellen, spreiding naar klimaat en productie). Ruimtematen B (EU-minimummaten voor biologische houderij). Quarantaine van 30 dagen B (landbouwvoorlichting). Q-koorts, salmonella, brucellose en ringworm via dieren A (RIVM, CDC). Voerhoeveelheden en opbrengsten per dier C (ervaringscijfers, sterk afhankelijk van ras en voer). Boomhooi als wintervoer C (traditie).

Volgende niveau

Op niveau II leer je per soort het hele werk: 13.11 Kippen en konijnen voor broeden, hokken en slachten, VK.I01 Een geit melken en 04.11 Melk, boter en kaas, 13.16 Werkdieren: paard, ezel en hond voor tuig en hoeven, en 13.12 Bijen houden op niveau III. Je fokt aan met een gesloten koppel, houdt een stamboek en kiest de rustigste en gezondste dieren als ouders. Je bouwt een vaste quarantainestal, een mestplaat met opvang en een hooiberging voor een jaar. Op niveau III sluit je dieren, tuin en bos aan elkaar tot een kringloop: mest naar de tuin, tuinafval en boomhooi naar de dieren, en het slachtwerk van 03.09 en 03.10 in het seizoen.

Controlelijst

  • Ik heb het water voor de dieren uitgerekend voor de droogste en de koudste maand.
  • Ik houd dieren die eten wat ik niet eet, en voer alleen graan dat ik kan missen.
  • Ik ken de vijf vrijheden en loop elke ochtend langs elk dier.
  • Ik zet elk nieuw of ziek dier minstens 30 dagen apart met eigen emmer en laarzen.
  • Ik houd zwangere vrouwen en hartpatiënten weg bij lammerende geiten en schapen en begraaf nageboortes direct.
  • Ik was mijn handen met zeep na elk dierwerk en laat kleine kinderen niet met kippen spelen.
  • Ik mest in de zomer wekelijks uit en composteer de mest ver van put en keuken.
  • Ik weet per dier wat het per jaar oplevert en wat het per dag kost aan water, voer en werk.

Verantwoording

  • RSPCA Knowledgebase: What are the Five Freedoms of animal welfare?: de vijf vrijheden in de formulering van de Farm Animal Welfare Council (1979, aangevuld 1993), oorsprong in het Brambell-rapport van 1965.
  • Ontario Ministry of Agriculture: Water requirements of livestock: liters per dag voor legkippen (18 tot 32 per 100 kippen), konijnen (0,3 tot 1 liter), schapen (4 tot 11 liter), varkens (2 tot 23 liter), paarden (16 tot 49 liter); tot 50 procent meer bij pluimvee boven 30 graden, konijnen drinken bij 30 graden twee keer zoveel als bij 10 graden.
  • Verordening (EU) 2020/464, bijlage I (via legislation.gov.uk): minimale binnen- en buitenruimte in de biologische veehouderij: geit en schaap 1,5 en 2,5 m², mestvarkens 0,6 tot 1,5 en 0,4 tot 1,2 m², legkippen 6 per m² binnen en 4 m² buiten, konijnen 0,5 tot 0,72 m² binnen en 2,5 m² buiten, paardachtigen 1,5 tot 5 m² binnen naar gewicht.
  • The Donkey Sanctuary: Donkey Care Handbook, 5e editie (2016): stro als hoofdbestanddeel, ezels worden te dik op onbeperkt gras, altijd schoon water en dagelijks schoonmaken, vacht minder waterdicht dan die van paarden en dag en nacht toegang tot beschutting, bij voorkeur een andere ezel als gezelschap.
  • Sathya Sai Donkey Sanctuary: Questions and Answers: een ezel drinkt meestal 18 tot 35 liter water per dag, afhankelijk van droog voer en temperatuur; huidproblemen door regen zonder beschutting.
  • Alabama Extension: Biosecurity & Disease Prevention in Dairy Goats (Passler, Bayne en Brady): nieuwe dieren minstens 30 dagen apart zonder direct of indirect contact, controle op abcessen, kreupelheid, uier en parasieten, gesloten koppel, zieke dieren scheiden en handen, laarzen en kleding wisselen voor contact met gezonde dieren, niet kopen op veemarkten.
  • Ontario: Biosecurity in the sheep flock: 30 dagen quarantaine, liefst op een ander terrein of in een aparte stal, aparte overall, laarzen ontsmetten voor en na, gereedschap ontsmetten.
  • RIVM: Q-koorts: besmetting via de lucht vanuit geboorteproducten van geiten, schapen en runderen, bacterie overleeft lang in de omgeving, meer dan de helft merkt niets, chronische Q-koorts bij hartklepafwijkingen, zwangeren weg bij lammeren, vaccinatieplicht boven 50 melkgeiten of melkschapen, vlees niet besmettelijk, rauwe melk zelden.
  • RIVM: Brucellose: besmetting via rauwe melk, onvoldoende verhit vlees, geboortemateriaal, urine en speeksel van geiten, schapen, runderen en varkens; meldingen in Nederland komen uit het buitenland.
  • RIVM: Salmonella: kippen, varkens en koeien dragen salmonella zonder ziek te zijn; handen wassen, aparte snijplank, eieren apart bewaren, goed verhitten; risicogroepen kinderen onder 5 en ouderen.
  • CDC: Backyard poultry: salmonella, campylobacter, E. coli en vogelgriep via hobbykippen; handen wassen na elk contact, geen pluimvee in huis, kinderen onder 5 niet laten hanteren, eieren vaak rapen, gebarsten eieren weg, eieren koken tot wit en dooier stevig zijn, aparte schoenen, hokken buiten schoonmaken.
  • CDC: About ringworm: schimmelinfectie via huidcontact met besmette mensen en dieren, ringvormige schilferige uitslag, handen wassen, geen handdoeken delen.
  • RIVM: Tularemie: hazen en knaagdieren, handschoenen, wild door en door verhitten.
  • EFSA: Safety and efficacy of feed additives consisting of expressed lemon oil and its fractions from Citrus limon and of lime oil from Citrus aurantiifolia, tabel 6 (via PMC): rekenwaarden voor een veiligheidsbeoordeling, geen voeradvies: 106 g droge stof per dag voor een legkip van 2 kg, 100 g voor een konijn van 2 kg, 1,2 kg voor een schaap of geit van 60 kg, 2,2 kg voor een mestvarken van 60 kg. Niet met een ingeziene bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: hekhoogtes, waterbehoefte van geiten, 1,5 procent droog voer voor ezels, praktijkhoeveelheden voer en hooi per winter, hooibroei, boomhooi, giftige planten en eikels, het voeren van keukenresten aan varkens, stalziekten door vocht, alle ziektesignalen en handelingen in de tabel behalve verwerpen, de volgorde van verzorgen in quarantaine, het omgaan met nageboorte en mest bij Q-koorts, de diersoorten bij ringworm, vogelgriep, tetanus, leptospirose, compost en de mesthoop, de vliegencyclus, alle opbrengst- en werkcijfers per dier, de klimaatbeschrijving en de Nederlandse registratie- en ophokregels. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline