Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Geneeskunde zonder ziekenhuis
  4. Wonden reinigen en sluiten

Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis

Wonden reinigen en sluiten

Spoelen, beslissen en verzorgen tot de huid weer dicht is

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Een vuile wond dichtmaken Plak, lijm of hecht nooit een bijtwond, prikwond, wond met aarde of mest, of wond die al uren open is. Je sluit het vuil op, met kans op een abces, gasgangreen of tetanus. Een groter litteken is de prijs voor een veel kleinere kans op een dodelijke infectie.

Gevaar · Geen middelen en geen vuil water in de wond Giet geen jodium, alcohol, waterstofperoxide, bleek of azijn in een wond, behalve na een beet met kans op hondsdolheid. Spoel nooit met zeewater, slootwater of overstromingswater, en houd een open wond daaruit wordt getoetst.

Een vrouw in rubberen handschoenen spoelt de onderarm van een man boven een emaillen bak met een grote spuit; gekookte doeken en een pincet liggen klaar.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Zonder dokter en zonder antibiotica wordt een gewone snee een gevaar. Vuil, bacteriën en dood weefsel geven een ontsteking, en die kan doorgaan naar het bloed (07.07 Infecties en antibiotica). Ook bij goede zorg raakt 1 tot 12 procent van de wonden ontstoken. Wat je wel in handen hebt: veel schoon water, vuil weghalen, en de juiste keuze tussen dichtmaken en open laten. Die keuze telt meer dan elk middel uit de kast.

Als er nog hulp is Ga met een diepe, vuile of gapende wond en met elke bijtwond dezelfde dag naar de huisarts of de huisartsenpost, en vraag daar ook naar een tetanusprik. Spoel de wond tot die tijd en dek hem schoon af.

Eerst doen

  1. Stop eerst een flinke bloeding met drukken (07.02 Bloedingen stoppen). Pas daarna maak je schoon.
  2. Was je handen met zeep en trek schone handschoenen aan (06.04 Persoonlijke hygiëne).
  3. Spoel de wond met minstens 1 liter drinkwater of gekookt en afgekoeld water (02.01 Water drinkbaar maken).
  4. Haal zichtbaar vuil en splinters weg met een schone pincet.
  5. Beslis: dichtmaken of open laten. Twijfel je, laat hem dan open.
  6. Dek af en schrijf op: datum, tijd, soort wond, en wanneer deze persoon de laatste tetanusprik kreeg.

Wat je nodig hebt

  • Minstens 1 liter drinkwater of gekookt en afgekoeld water per wond (02.01). Meer bij een grote of vuile wond.
  • Een spuit van 20 tot 60 ml zonder naald, een knijpfles, of een schone plastic zak met een gaatje wordt getoetst.
  • Zeep, handschoenen van nitril en een bak voor het spoelwater.
  • Een pincet en een schaartje, vijf minuten gekookt en afgekoeld wordt getoetst.
  • Gaas en verband uit de ehbo-kist (06.02 De eerstehulpkist), of katoenen doeken die je hebt gekookt en in de zon gedroogd (VK.B18).
  • Hechtpleisters, tape, en weefsellijm uit de apotheek zolang die er is.
  • Vaseline zonder geur wordt getoetst, een balpen, en een wondlogboek met ieders tetanusgegevens.

Werkwijze

Bekijk de wond

Kijk in goed licht en vraag hoe het gebeurde. Een wond is vuil als:

  • er aarde, mest, straatvuil, speeksel of poep in zit;
  • het een beet van een mens of dier is;
  • het een steek- of prikwond is, zoals van een spijker, mes of doorn;
  • het weefsel geplet, rafelig, grauw of zwart is;
  • hij in de oksel of de lies zit;
  • hij al uren open is: langer dan zes uur, of in gezicht en hoofdhuid langer dan tien uur wordt getoetst. Twijfel je, kies dan vuil. Kan hij niet alle vingers of tenen bewegen, voelt hij iets niet, of zie je bot, een wit koord (een pees) of een gewricht? Dan is het meer dan een huidwond: zie De grens van wat je kunt.

Spoelen

Spoelen is de belangrijkste stap van dit hoofdstuk. Hoe eerder je spoelt, hoe beter het werkt.

  1. Houd de wond boven een bak.
  2. Spoel met drinkwater of met water dat heeft gekookt en is afgekoeld. Steriel zout water is in onderzoek niet beter gebleken.
  3. Gebruik minstens 1 liter, en meer tot alles er zichtbaar schoon uitziet.
  4. Spuit met kracht, schuin over de wond. Een spuit haalt meer vuil weg dan een zak met een gaatje. Spuit niet recht in een diepe wond wordt getoetst.
  5. Was de huid rondom met zeep. Een heel vuile wond was je tien minuten met zeep en gekookt water, en daarna spoel je na.
  6. Doe geen jodium, alcohol, waterstofperoxide of bleek in de wond. Ze beschadigen het weefsel, en na twee dagen zitten er dan meer bacteriën dan zonder.
  7. Uitzondering: een beet, krab of lik van een vleermuis of een ander dier dat hondsdolheid kan hebben. Was die plek 15 minuten met zeep en stromend water en ontsmet daarna met jodium of alcohol van 70 procent. Een klein, ondiep en schoon sneetje van minder dan 1 cm kun je gewoon afspoelen.

Vuil en dood weefsel weghalen

  1. Haal steentjes, glas en splinters weg met de pincet. Spoel daarna opnieuw.
  2. Haal alleen weg wat je ziet. Graaf niet en snij de wond niet groter.
  3. Laat een groot voorwerp dat diep vastzit zitten, en leg er dik verband omheen. Trekken kan een bloeding geven die je niet meer stopt wordt getoetst.
  4. Knip haar kort als het in de weg zit. Scheer niet: scheren geeft meer ontstekingen.
  5. Grauw of zwart weefsel dat niet bloedt als je het aanraakt, is dood. Wegsnijden is werk voor een getrainde (niveau II). Laat zo'n wond open.

Dichtmaken of open laten

Dichtmaken sluit het vuil op. Een open wond geneest langzamer, maar raakt veel minder vaak zwaar ontstoken.

№Soort wondWat je doet
1Schone, rechte snee, jonger dan zes uur (gezicht en hoofdhuid: tien uur)Dichtmaken met hechtpleisters of weefsellijm
2SchaafwondNiet sluiten. Afdekken met verband dat niet vastplakt
3Vuile of geplette wond, of wond met dood weefselOpen laten, losjes opvullen, na twee dagen opnieuw beoordelen
4Bijtwond van mens of dierOpen laten. Alleen een getrainde kan een beet in het gezicht soms sluiten wordt getoetst
5Steek- of prikwondOpen laten. Niet dichtplakken
6Wond die al rood en dik is of pus geeftNooit sluiten. Zie 07.07
7Opgevulde wond na een bloeding (VK.B03)Na 24 tot 48 uur het gaas losweken en verder verzorgen als open wond wordt getoetst

Sluiten met hechtpleisters of lijm

Hechtpleisters houden het minst stevig van alle manieren om te sluiten. Gebruik ze bij een schone, rechte snee waarvan de randen bijna vanzelf tegen elkaar komen, niet op een knie of knokkel.

  1. Droog de huid rond de wond goed af.
  2. Plak de eerste strip in het midden: één helft vast, de randen tegen elkaar duwen, dan de andere helft vast.
  3. Plak de volgende strips ernaast, met een paar millimeter ruimte voor wondvocht wordt getoetst.
  4. Plak twee strips in de lengte over de uiteinden.
  5. Trek niet aan de huid terwijl je plakt. Dat geeft blaren.
  6. Laat de strips zitten tot ze loslaten, meestal na vijf tot tien dagen wordt getoetst. Een zwaluwstaartje knip je uit een strook tape van ongeveer 1 bij 5 cm: knip in het midden aan beide kanten een driehoekje weg en plak op het smalle stuk een snippertje papier wordt getoetst. Weefsellijm werkt goed bij een kleine wond zonder spanning: randen tegen elkaar, lijm over de huid heen, niet erin. Secondelijm is niet voor wonden gemaakt wordt getoetst. Een snee in de hoofdhuid sluit je met het eigen haar: draai aan elke kant een plukje één keer om elkaar en zet het vast met een druppel weefsellijm, of leg een knoop wordt getoetst. Dit stopt geen bloeding.

Een open wond verzorgen en later sluiten

Een open wond groeit vanuit de bodem dicht. Bij een flinke wond duurt dat weken wordt getoetst. Blijft hij schoon, dan kun je hem na een paar dagen alsnog sluiten. Dat heet uitgestelde sluiting.

  1. Maak een strook gaas nat met gekookt en afgekoeld water en leg die losjes in de wond. Niet proppen.
  2. Dek af met droog verband.
  3. Ververs gaas en verband minstens één keer per dag. Week vastgeplakt gaas los met gekookt en afgekoeld water.
  4. Kijk na ongeveer twee dagen opnieuw. Is de bodem roze-rood, zonder pus of stank, en wordt de huid eromheen niet roder of dikker? Sluit hem dan met hechtpleisters wordt getoetst.
  5. Na een beet met kans op hondsdolheid wacht je vier dagen voordat je sluit.
  6. Is de wond niet schoon, ga dan door met opvullen tot hij vanzelf dichtgroeit.

Verband wisselen

Een afgedekte wond blijft schoner, en een vochtige wond geneest sneller dan een uitgedroogde korst.

  1. Was je handen voor en na. Draag handschoenen als je ze hebt.
  2. Week vastgeplakt verband los met gekookt en afgekoeld water.
  3. Kijk, ruik en voel: kleur, zwelling, warmte, pus en geur.
  4. Zie je roodheid, trek dan met een balpen een lijn langs de rand en zet de datum erbij wordt getoetst.
  5. Leg een dun laagje vaseline op een gesloten of oppervlakkige wond, zodat het verband niet vastplakt wordt getoetst.
  6. Ververs nat of vuil verband meteen, en kijk elke dag naar elke wond.
  7. Kook gebruikte katoenen doeken vijf minuten en droog ze in de zon (VK.B18) wordt getoetst.

Tetanus: leg het nu vast

Tetanus komt van een bacterie uit aarde, straatvuil en mest. Ze komt binnen via een wond, ook via een prikje van een doorn. Na 3 tot 21 dagen begint het meestal met een stijve kaak, daarna komen pijnlijke spierkrampen. Van wie tetanus krijgt, overlijdt 6 tot 60 procent, afhankelijk van hoe ernstig het is en welke zorg er is. Zonder ziekenhuis is er alleen de vaccinatie vooraf. Doe dit nu, zolang er huisartsen en apotheken zijn:

  1. Zoek per persoon het vaccinatiebewijs op: Rijksvaccinatieprogramma, het gele boekje of papieren uit militaire dienst.
  2. Schrijf per persoon op: aantal prikken, datum van de laatste, en waar het bewijs ligt.
  3. Vraag de huisarts wie een prik nodig heeft. Een volledige serie of herhaalprik beschermt minstens tien jaar.
  4. Let op ouderen. In Nederland geldt wie na 1950 is geboren en als kind alle prikken kreeg als volledig gevaccineerd, en een man geboren na 1936 die in dienst was als vermoedelijk gevaccineerd. Oudere vrouwen hebben vaak nooit een prik gehad wordt getoetst. Een tetanusrisico is er bij aarde, straatvuil of mest in de wond, een dierenbeet, een prikwond, geplet weefsel en diepe brandwonden. Een prik heeft tot 21 dagen na de wond zin. Zonder vaccin kun je alleen grondig spoelen, dood weefsel laten weghalen en de wond open laten wordt getoetst.

Hechten met naald en draad (niveau II)

Dit boek raadt leken af om te hechten wordt getoetst. Een verkeerd gehechte wond sluit vuil op en geeft een abces of een diepe infectie. Pleisters, lijm of open laten is bijna altijd genoeg. Alleen wie hechten heeft geleerd onder toezicht van een arts, doet het in de groep wordt getoetst: bij een schone wond jonger dan zes uur (gezicht tien), zonder beet, prik of dood weefsel. Dat vraagt steriel materiaal en een behandelplek (07.14 Steriliseren en een behandelruimte), verdoving volgens een geschreven plan van een arts, en een afspraak over wanneer de hechtingen eruit gaan wordt getoetst. Oefen op een varkenspoot, nooit op een mens.

De grens van wat je kunt

Een chirurg is nodig bij een open botbreuk, bij schade aan een pees, gewricht, zenuw of groot bloedvat, bij een groot voorwerp in de wond, bij veel dood weefsel of knisperen onder de huid, bij een wond met koorts, verwardheid of shock, en bij een beet met kans op hondsdolheid. Zonder chirurg kun je spoelen, afdekken, spalken (07.04 Botbreuken, verstuikingen en spalken), open laten en elke dag verzorgen. Bij een open botbreuk, een mensenbeet en een dierenbeet in de hand geven artsen antibiotica. Bespreek nu met een arts of dat in het plan van de groep komt (07.07).

Zo weet je dat het werkt

  • Na het spoelen is de wond zichtbaar schoon: geen korrels, aarde of draadjes.
  • De randen van een gesloten wond blijven tegen elkaar liggen en zijn droog.
  • Een smalle rode rand in de eerste twee dagen wordt daarna minder wordt getoetst.
  • Een open wond krijgt een roze-rode, korrelige bodem en wordt van de randen af kleiner wordt getoetst.
  • De pijn wordt elke dag minder, en de temperatuur blijft onder de 38 graden.

Zo weet je dat het misgaat

  • De roodheid gaat over de penstreep, of de wond wordt warmer, dikker en pijnlijker: haal pleisters weg, laat pus eruit, spoel, laat open en volg 07.07 Infecties en antibiotica.
  • Er loopt een rode streep naar de oksel of de lies: de infectie kan zich binnen uren uitbreiden. Behandel dit als spoed volgens het plan van de arts (07.07).
  • Koorts, rillen, verwardheid of snel ademen: denk aan bloedvergiftiging (07.07, VK.B15 Shock herkennen en opvangen).
  • De randen wijken uiteen: plak niet opnieuw als de wond vuil of rood is, maar verzorg hem als open wond.
  • Een stijve kaak, moeite met slikken of spierkrampen in de weken erna: denk aan tetanus. Leg hem stil en donker en haal de meest ervaren zorger wordt getoetst.
  • Zwart of grijs weefsel, een rotte geur of knisperen onder de huid: afstervend weefsel, zonder chirurg vaak dodelijk wordt getoetst. Volg 07.07.

Gevaar · Een vuile wond dichtmaken Plak, lijm of hecht nooit een bijtwond, prikwond, wond met aarde of mest, of wond die al uren open is. Je sluit het vuil op, met kans op een abces, gasgangreen of tetanus. Een groter litteken is de prijs voor een veel kleinere kans op een dodelijke infectie.

Gevaar · Geen middelen en geen vuil water in de wond Giet geen jodium, alcohol, waterstofperoxide, bleek of azijn in een wond, behalve na een beet met kans op hondsdolheid. Spoel nooit met zeewater, slootwater of overstromingswater, en houd een open wond daaruit wordt getoetst.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1Steriel zout waterDrinkwater, of water dat een minuut heeft gekookt en is afgekoeld (02.01)
2SpuitEen knijpfles of zak met een speldengaatje. Minder kracht, dus langer spoelen wordt getoetst
3Steriel gaasKatoenen doek, vijf minuten gekookt en in de zon gedroogd wordt getoetst
4HandschoenenTwintig seconden handen wassen met zeep (06.04), of een schoon zakje over je hand
5HechtpleistersZelfgeknipte zwaluwstaartjes van tape
6VaselineNat gaas, en verband altijd losweken voor je het weghaalt wordt getoetst
7PincetEen naald, tien seconden in een vlam gehouden, alleen voor een splinter (VK.G07)
8TetanusprikGeen vervanger. Spoel extra goed, laat open en let weken op een stijve kaak

Achtergrond

Elke wond bevat bacteriën. Een infectie is onwaarschijnlijk onder ongeveer honderdduizend bacteriën per gram weefsel. In een dierproef zat een wond na ongeveer vijf uur al boven die grens. Daarom sluit je een oude wond niet meer. Aarde met klei of plantenresten is extra gevaarlijk: dan kunnen duizend keer minder bacteriën genoeg zijn. Glas en grind zijn minder gevaarlijk. Spoelen verwijdert bacteriën: 1 liter haalde in een proef meer weg dan 0,1 liter, en tot 10 liter gaf geen extra winst. Ontsmettingsmiddelen doden ook de cellen die de wond herstellen. Een open wond laat pus weglopen, een gesloten vuile wond is een broedplaats. Bewijs (omgezet uit de graden van de Wilderness Medical Society wordt getoetst): spoelen met drinkwater A. Schoon in plaats van steriel werken A. Weefsellijm bij kleine wonden A. Vuile wonden open laten en later sluiten B. Vroeg spoelen B. Sluiten tot zes uur, gezicht tot tien uur C. Minstens 1 liter spoelen C. Vochtig en afgedekt houden C. Ontsmettingsmiddel in de wond D, behalve bij kans op hondsdolheid.

Volgende niveau

Op niveau II leert één persoon in de groep dood weefsel weghalen, opvullen en, onder toezicht van een arts, hechten, op een vaste schone plek met steriel gereedschap (07.14 Steriliseren en een behandelruimte). Leg nu een voorraad aan van gaas, hechtpleisters, tape, handschoenen, weefsellijm en spuiten. Oefen spoelen en plakken op varkensvlees met vel. Ontstoken wonden en het plan van de arts: 07.07 Infecties en antibiotica.

Controlelijst

  • Ik stop eerst de bloeding en maak daarna pas schoon.
  • Ik spoel elke wond met minstens 1 liter drinkwater of gekookt en afgekoeld water.
  • Ik doe geen jodium, alcohol of waterstofperoxide in een wond, behalve na een beet met kans op hondsdolheid.
  • Ik laat bijtwonden, prikwonden, vuile wonden en oude wonden open.
  • Ik sluit een schone, verse snee met hechtpleisters, zwaluwstaartjes of weefsellijm.
  • Ik ververs het verband van een open wond elke dag en teken roodheid af met de datum.
  • Ik weet van iedereen in mijn groep wanneer de laatste tetanusprik was.
  • Ik herken een rode streep, koorts en een stijve kaak als alarmtekens.

Verantwoording

Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline