Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Samenleven, veiligheid & organisatie
  4. Rouw en verlies dragen

Hoofdstuk · Samenleven, veiligheid & organisatie

Rouw en verlies dragen

Afscheid, kinderen, de eerste weken en wie niet meer wil leven

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Zelfdoding Zegt iemand dat hij dood wil, of geeft hij spullen weg: laat hem niet alleen, vraag het rechtstreeks en haal een tweede persoon erbij.

  • Houd dit niet geheim.
  • Ook als iemand ineens rustig of vrolijk is, blijf je opletten.
  • Draag dit niet alleen. Wissel af met anderen.

Gevaar · Middelen tegen het verdriet Alcohol, slaapmiddelen en drugs dempen verdriet niet echt. Ze geven extra problemen en kunnen afhankelijk maken. Gebruik nooit medicijnen van een ander.

Bij een ongemarkeerde steen onder een oude linde aan de rand van een Nederlands dorp zet een oudere vrouw een kaars in een glazen pot, terwijl buren en een kind stil om haar heen staan.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Bij een lange uitval verlies je mensen, soms ook je huis, je werk en je toekomstplannen, en vaak allemaal tegelijk. Rouw is geen ziekte en geen zwakte. Het is wat er gebeurt als je iemand of iets verliest dat je liefhad. De meeste mensen komen er met steun doorheen. Dit hoofdstuk zegt wat helpt, wat kinderen nodig hebben, en wat je doet als iemand niet meer wil leven.

Als er nog hulp is Denk je aan zelfdoding, of maak je je zorgen om iemand: bel gratis en dag en nacht 113 of 0800-0113, of chat op 113.nl. Bij direct levensgevaar bel je 112.

Eerst doen

  1. Ga bij de rouwende zitten. Je hoeft niets slims te zeggen. Zeg de naam van wie er dood is.
  2. Neem de eerste dagen taken over: eten, water, hout, kinderen.
  3. Vertel kinderen snel en eerlijk wat er is gebeurd (07.15 Overlijden en lijkzorg).
  4. Geef tijd en een plek voor afscheid.
  5. Wijs iemand aan die de komende weken elke dag even langsgaat.
  6. Zegt iemand dat het niet meer hoeft, vraag dan rechtstreeks of hij aan zelfdoding denkt, en laat hem niet alleen.

Wat je nodig hebt

  • Tijd en een rustige plek. Meer niet.
  • Een schrift of bord om taken te verdelen (15.02 Taken verdelen).
  • Iets om te herdenken: een foto, een kaars, een steen, papier om op te schrijven.
  • Papier en kleurpotloden voor kinderen.
  • Een rooster voor wie langsgaat en wie een rouwende vervangt.
  • Bij zorgen om iemand: een veiligheidsplan op papier (zie hieronder).

Werkwijze

Hoe rouw werkt

Rouw ziet er bij ieder mens en in elke cultuur anders uit. Thuisarts en de Britse NHS noemen deze reacties. Ze zijn normaal en worden meestal vanzelf minder.

№Waar je het merktWat je kunt voelen
1GevoelVerdriet, boosheid, schuld, angst, eenzaamheid, opluchting, spijt, leegte, niets voelen
2DenkenSteeds aan de overledene denken, niet kunnen geloven dat het waar is, slecht kunnen concentreren, "waarom ik?", het leven zinloos vinden
3LichaamMoeheid, slecht slapen, geen eetlust, hoofdpijn, buikpijn, duizeligheid, pijn op de borst
4GedragMensen zoeken of juist mijden, rusteloos zijn, ineens huilen

Heeft iemand pijn op de borst, sluit dan eerst een lichamelijke oorzaak uit (07.16 Acute noodgevallen).

Je hebt vast gehoord van vijf fasen: ontkennen, boosheid, onderhandelen, somberheid, aanvaarden. De NHS zegt dat niet iedereen die doormaakt, niet in die volgorde, en dat je heen en weer kunt gaan. Stroebe en Schut beschrijven rouw als een slinger: tussen het verlies voelen en het gewone leven oppakken. Allebei hoort erbij. Iemand die lacht of doorwerkt, rouwt dus niet minder.

Rouw kan ook gaan over een huis, gezondheid of een verwachting. Bij een lange uitval zijn er ook vermisten. Dat is extra zwaar, omdat er geen afscheid is wordt getoetst. Schrijf op wat je weet (01.06 Contact met naasten) en geef ruimte om te hopen én te treuren.

Wat helpt, wat niet

№Dit helptDit helpt niet
1Luisteren, ook naar hetzelfde verhaal, keer op keer"Je moet sterk zijn" en "Het is vast beter zo"
2De naam noemen en herinneringen delenDoen alsof de overledene niet bestond
3Een vast ritme: opstaan, aankleden, eten op tijdAlles tegelijk willen doen
4Bewegen, beginnen met 10 minuten lopenAlcohol, slaapmiddelen en drugs om niet te voelen
5Een kleine, nuttige taakGrote besluiten in de eerste weken wordt getoetst
6Praten met iemand die hetzelfde meemaakteVergelijken: "Bij mij was het erger"

Vraag wat iemand nodig heeft en dwing niet tot praten (06.09 Mentale veerkracht).

Afscheid en rituelen

De lichamelijke zorg en het graf staan in 07.15 Overlijden en lijkzorg. Hier gaat het om wat daarna komt.

In drie experimenten van Norton en Gino gaven mensen die een ritueel uitvoerden minder verdriet aan, ook als ze niet in rituelen geloofden. Ze voelden meer controle. Dat zijn proeven, geen bewijs voor rouw na een ramp wordt getoetst.

  1. Vraag wat de overledene wilde en wat bij zijn geloof en familie hoort. Dwing geen ritueel op.
  2. Houd het eenvoudig: bij elkaar komen, de naam noemen, iets vertellen, een lied, een kaars, iets samen eten.
  3. Laat iedereen die wil iets zeggen of doen. Kinderen ook.
  4. Geen lichaam, bijvoorbeeld bij een vermiste? Maak een afscheid met een foto, een voorwerp of een steen, als de familie dat wil wordt getoetst.
  5. Maak een vaste gedenkplek en een namenboek van de groep (15.09 Collectief geheugen).
  6. Kom later terug: na een maand, na een jaar, op de geboortedag. In katholieke streken gaan veel mensen rond 1 en 2 november naar de graven (Allerheiligen, Allerzielen) wordt getoetst. Zet zulke dagen op de kalender (14.14 Tijd en kalender bijhouden).

Spullen van de overledene zijn soms hard nodig. Vraag eerst de naasten, en laat ze iets bewaren. Ruzie erover: 15.04 Conflicten bespreken.

De eerste weken: praktische zorg

Wie rouwt, vergeet te eten en kan niet goed nadenken. De groep vangt dat op. Spreek dit af met het maatjessysteem (VK.K03 Moreel hoog houden in een groep).

№WanneerWat de groep doetWaar je op let
1Eerste dagenTaken overnemen, eten brengen, kinderen opvangen, bij iemand blijven slapen als dat gewenst isEet en drinkt iemand? Gevaarlijk werk tijdelijk niet wordt getoetst
2Eerste wekenElke dag iemand langs, ritme terug, kleine taken, samen etenSlaap, eten, of iemand zich afsluit
3Eerste 4 tot 6 wekenGewoon werk langzaam terug, ook lichtere takenNa iets schokkends nemen klachten meestal af: binnen 4 weken (Thuisarts) of 6 weken (Slachtofferhulp). Blijven ze, kijk dan extra goed
4Na 6 maandenVraag rechtstreeks hoe het gaatThuisarts: neemt de rouw niet af, of lukt eten en slapen niet, dan is hulp nodig
5Na 1 jaarHerdenkenThuisarts: is het nog even heftig als in het begin, dan kan het langdurige rouw zijn. Dat treft ongeveer 10 van de 100 rouwenden

Maak van deze tabel geen tijdslimiet. Zonder psycholoog kun je langdurige rouw niet behandelen. Wat je wel kunt: ritme, gezelschap, zinvol werk en samen praten.

Zwaardere rouw komt vaker voor na het verlies van een naaste of jong iemand, na een plotselinge of gewelddadige dood, en bij wie weinig steun heeft of lang voor iemand zorgde (Thuisarts). Kijk naar hen vaker om, en ook naar wie het graf groef. Wissel af: één persoon kan niet de enige steun zijn.

Kinderen

Vertellen staat in 07.15 Overlijden en lijkzorg: snel, eerlijk en met het woord "dood". Hieronder wat kinderen daarna nodig hebben, volgens het Nederlands Jeugdinstituut.

№LeeftijdWat een kind begrijptWat je zietWat helpt wordt getoetst
10 tot 2 jaarNiets van de dood, wel dat er iets mis isMeer huilen, klampenVaste verzorger, vasthouden, ritme
22 tot 6 jaarDenkt dat iemand terugkomt, denkt soms dat het zijn schuld isWisselende emoties, weer in bed plassenSteeds hetzelfde eerlijke antwoord, zeggen dat het niet zijn schuld is, spelen en tekenen
36 tot 9 jaarWeet dat dood blijvend is, niet hoe of waaromBang dat ouders doodgaan, slaap en eten veranderenVragen beantwoorden, zeggen wie er voor hem zorgt
410 tot 16 jaarBegrijpt de oorzaakHoudt zich groot, zorgt voor de ouderVragen hoe het gaat, geen ouderrol geven
516 jaar en ouderZoekt naar zinVerbergt gevoelens, wil geen hulpBeschikbaar blijven, een andere volwassene om mee te praten

Herhaal antwoorden zo vaak als het kind vraagt. Houd bedtijd, eten en school aan (15.08 Onderwijs organiseren). Laat je eigen verdriet zien: zo leert een kind dat het mag. Rouw kan op latere leeftijd terugkomen. Dat is normaal.

Maak je zorgen als een kind zich terugtrekt, angstig of erg moe blijft, voor een ouder gaat zorgen of alles vermijdt wat aan het verlies doet denken. Duurt het langer dan een half jaar, geef dan extra aandacht en zoek hulp als die er is (06.07 Zorg voor kinderen).

Als iemand niet meer wil leven

Rampen, geweld, verlies en eenzaamheid hangen sterk samen met zelfdoding, zegt de WHO. Ook wie al eens een poging deed, loopt meer risico. Veel zelfdodingen gebeuren op een moment van crisis, en zo'n moment kan voorbijgaan wordt getoetst. Gedachten aan de dood komen ook bij rouw voor (Thuisarts). Neem ze altijd serieus.

Signalen (113 en VK.K03 Moreel hoog houden in een groep):

  • Woorden zoals "Ik maak er een eind aan" of "Ik trek het niet meer".
  • Plotseling spullen weggeven.
  • Sterke stemmingswisselingen, of ineens opvallend vrolijk.
  • Zich terugtrekken, zich verwaarlozen, niet eten, niet slapen, drinken.

Vraag het rechtstreeks. Dit brengt niemand op ideeën. 113 zegt dat, en een overzicht van onderzoek (Dazzi en anderen, 2014) vond geen toename van zulke gedachten door ernaar te vragen.

  1. Zoek een rustige plek en ga zitten.
  2. Zeg wat je ziet: "Ik zie dat je niet meer eet. Ik maak me zorgen."
  3. Vraag: "Bedoel je dat je aan zelfmoord denkt?"
  4. Is het antwoord ja, vraag dan: "Heb je een plan?" en "Wat kan helpen om vannacht veilig te zijn?"
  5. Luister. Dat is het belangrijkste. Je hoeft geen antwoorden te hebben.

Zeg niet: "Dat kun je niet maken" of "Het kan altijd nog erger". Geef geen snelle adviezen. 113 waarschuwt ook voor "Beloof me dat je jezelf niets aandoet": dat geeft druk, en iemand zegt dan minder.

Blijf erbij. Laat iemand met zulke gedachten niet alleen tot er hulp is of tot het gevaar is gezakt.

  1. Beloof geen geheimhouding. Zeg: "Ik kan dit niet alleen, ik vraag iemand erbij" wordt getoetst.
  2. Werken de telefoons nog, bel dan 113, ook voor advies over een ander. Is er nog een arts, ga erheen. Bij direct gevaar: 112.
  3. Maak een rooster, zodat er dag en nacht iemand bij is. Wissel af.
  4. Maak samen een veiligheidsplan op papier, zoals 113 aanraadt: wat zijn mijn signalen, wat helpt mij, bij wie kan ik terecht wordt getoetst.
  5. Berg gevaarlijke middelen op, zoals medicijnen en gif, en wapens als die er zijn. De WHO raadt aan de toegang te beperken. De groep bewaart ze samen (06.06 Medicijnen bewaren en houdbaarheid).
  6. Geen alcohol. Zorg voor slaap, eten en een kleine taak. Is iemand gestopt met een middel voor zijn stemming, volg dan het plan uit 07.12 Chronische ziekten zonder apotheek.
  7. Blijf na de crisis langsgaan, ook als het beter lijkt te gaan wordt getoetst.

Je bent niet verantwoordelijk voor de keuzes van een ander, zegt 113. Je kunt iets doen en het kan toch misgaan. Zorg ook voor jezelf en draag dit nooit alleen.

Na een zelfdoding

  1. Eerst de zorg uit 07.15 Overlijden en lijkzorg, en steun voor wie de overledene vond.
  2. Vertel het eerlijk, in eenvoudige woorden: "Hij is overleden door zelfdoding." Vertel niet hoe het precies gebeurde wordt getoetst.
  3. Kinderen krijgen ook de waarheid, op hun niveau (Nederlands Jeugdinstituut).
  4. Zoek geen schuldige. Schuldgevoel en boosheid zijn heel gewoon.
  5. Geef een even waardig afscheid als iedereen. Maak van de dood geen heldendaad en geen schande wordt getoetst.
  6. Let extra op wie dichtbij stond. De WHO vraagt om opvolging van iedereen die ermee te maken kreeg.

Zo weet je dat het werkt

  • De rouwende eet, slaapt en doet weer iets, al is het klein.
  • Hij kan over de overledene praten, ook al doet het pijn.
  • Kinderen stellen vragen, spelen en slapen weer.
  • Iemand die aan zelfdoding dacht, zegt het als het erger wordt.
  • Let op: iemand die "het prima redt" kan het nog zwaar hebben. Blijf vragen.

Zo weet je dat het misgaat

  • Iemand eet of slaapt weken niet. Ga elke dag langs, eet samen en zoek een arts als die er is.
  • Na een half jaar neemt de rouw niet af. Ga vaker langs, praat met iemand die dit eerder meemaakte, en zoek hulp als die er is.
  • Een kind neemt de ouderrol over. Neem taken van het kind over en laat het weer kind zijn.
  • De groep zegt dat het nu wel klaar is. Bespreek dat. Rouw heeft geen einddatum.
  • Iemand praat over niet meer willen leven. Vraag het rechtstreeks, blijf bij hem en volg de stappen hierboven.

Gevaar · Zelfdoding Zegt iemand dat hij dood wil, of geeft hij spullen weg: laat hem niet alleen, vraag het rechtstreeks en haal een tweede persoon erbij.

  • Houd dit niet geheim.
  • Ook als iemand ineens rustig of vrolijk is, blijf je opletten.
  • Draag dit niet alleen. Wissel af met anderen.

Gevaar · Middelen tegen het verdriet Alcohol, slaapmiddelen en drugs dempen verdriet niet echt. Ze geven extra problemen en kunnen afhankelijk maken. Gebruik nooit medicijnen van een ander.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1Een lichaam of grafEen steen, boom of plek met de naam, als de familie dat wil
2Een geestelijkeEen familielid of vriend die iets zegt, een gedicht, stilte
3WoordenZit erbij. "Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik ben hier."
4Een arts of psycholoogRitme, gezelschap en een rooster. Dit vervangt geen behandeling
5TelefoonBlijf bij de persoon, wissel af, maak samen een veiligheidsplan

Achtergrond

Je moet leren dat iemand er niet meer is, en het gewone leven gaat ook door. Het model van Stroebe en Schut zegt dat allebei speelt en dat afwisselen goed is. Rust nemen van rouw is dus niet hetzelfde als ontkennen. Een ritueel geeft iets om te doen op een moment van machteloosheid. Zelfdoding heeft zelden één oorzaak wordt getoetst. Daarom helpen een eerlijke vraag en gezelschap. Bewijs: reacties op rouw en wanneer je hulp zoekt B (Thuisarts, NHS). Geen vaste fasen B (NHS). Heen en weer bewegen B (veelgebruikt model, geen harde meting). Rituelen C (kleine experimenten, niet in rampen). Vragen naar zelfdoding veroorzaakt geen gedachten B (overzicht van onderzoek bij andere omstandigheden, en 113). Toegang tot middelen beperken B (WHO, gaat over landelijk beleid; toepassing in een groep is een redeneerstap). Veiligheidsplan C (113, hier geen effectonderzoek ingezien). Rouwzorg in een groep zonder hulpverleners D: niet onderzocht.

Volgende niveau

Oefen in tweetallen het gesprek over zelfdoding. Zolang het internet werkt, biedt 113 een gratis online training aan. Leg met de buurt een gedenkplek en een namenboek aan (15.10 Gemeenschap onderhouden). Bespreek met ouderen en zieken hun wensen voor het afscheid.

Controlelijst

  • Ik weet dat rouw niet in vaste fasen gaat en dat iedereen het anders doet.
  • Ik neem taken over en ga de eerste weken elke dag even langs.
  • Ik noem de naam van de overledene en luister zonder oplossingen.
  • Ik vertel kinderen de waarheid en houd hun ritme vast.
  • Ik let op wie niet eet, niet slaapt of spullen weggeeft.
  • Ik durf rechtstreeks te vragen of iemand aan zelfdoding denkt.
  • Ik laat iemand in gevaar niet alleen en houd het niet geheim.
  • Ik zorg voor mezelf en vraag anderen om mee te helpen.

Verantwoording

Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: rouw om vermisten, afscheid zonder lichaam, de gebruiken rond 1 en 2 november, grote besluiten uitstellen, gevaarlijk werk tijdelijk laten, de kolom over wat kinderen helpt, de inhoud van het veiligheidsplan, geen geheimhouding beloven, opvolging na een crisis, hoe je over een zelfdoding vertelt, en dat zo'n crisis kan voorbijgaan. Het WHO-handboek Psychological first aid kon ik niet openen. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline