Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Navigatie, communicatie & vervoer
  4. De fiets als ruggengraat

Hoofdstuk · Navigatie, communicatie & vervoer

De fiets als ruggengraat

Het snelste vervoer dat je zelf kunt onderhouden, met banden als zwakke plek

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Afdalen met last Rem op tijd, en wissel voor- en achterrem af. Stop op lange afdalingen om af te koelen wordt getoetst. Loop als de remmen minder worden. Daal nooit af met alleen een terugtraprem op een lange steile weg. Rijd op zo'n weg ook niet met een kar zonder rem: die duwt je de bocht uit.

Gevaar · Vallen zonder dokter Een val met een gebroken sleutelbeen of een hoofdwond is zonder ziekenhuis een ramp (07.04 Botbreuken, verstuikingen en spalken). Draag een helm, rijd langzaam in het donker en controleer je remmen voor elke rit.

  • De accu van een elektrische fiets kan branden als hij beschadigd is. Zie eerst DK.10 Elektrische fiets en scooter.
  • Een pin uit een kettingpons kan wegschieten. Draag een bril.
Bij een stil kanaal repareert een man een fietswiel op een kist, terwijl een meisje met een binnenband in haar handen toekijkt.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Zonder brandstof is de fiets meestal het snelste vervoer dat je zelf kunt repareren. Met dezelfde inspanning als 5 km/u lopen fiets je ongeveer 15 km/u, en in Nederland staan zo'n 23 miljoen fietsen. De zwakke plek is wat slijt: banden, ketting, remblokken en kabels. Wie nu de juiste onderdelen en handgrepen kent, houdt jaren een vervoermiddel. Wie dat niet doet, staat al snel te voet.

Als er nog hulp is Laat nu een fietsenmaker je fiets nakijken en vraag of je mag meekijken. Koop de onderdelen uit dit hoofdstuk in de juiste maat.

Eerst doen

  1. Noteer per fiets de bandmaat, het ventiel, het soort rem en het soort ketting.
  2. Kies per persoon één goede fiets, en houd in de groep liefst zo veel mogelijk dezelfde maten aan.
  3. Pomp de banden op, test de remmen en olie de ketting.
  4. Leg een fietstas met plakset, pomp en gereedschap klaar.
  5. Zet fietsen droog en binnen, op slot. Rijdende fietsen zijn waardevol.
  6. Sloop nooit een fiets die rijdt (DK.09 De fiets). Gebruik wrakken als onderdelenbron.

Wat je nodig hebt

  • Een pomp die past op je ventiel, en een plakset.
  • Drie bandenlichters van kunststof.
  • Steeksleutels 8 tot 15 mm, inbussleutels 4 tot 6 mm, een schroevendraaier en een tang (09.02 Handgereedschap).
  • Een kettingpons, een spaaksleutel en een liniaal.
  • Olie, vet, doeken en schuurpapier.
  • Een bril en handschoenen voor sloopwerk.

Werkwijze

Waarom de fiets

№Rustig werk, ongeveer 60 wattLopenFietsFiets met kar
1Snelheid op vlak terrein5 km/u15 km/u10 tot 12 km/u wordt getoetst
2Afstand in vier uur20 km60 km40 tot 48 km
3Wat je meeneemtRugzak (VK.K02 Tillen en dragen zonder je rug te slopen)20 tot 30 kg wordt getoetstTot 60 kg, kar inbegrepen

Fietsen kost per kilometer een derde (Wikipedia) tot de helft (Statista) van de energie van lopen. Reken in tijden van honger dus ook het eten mee. Een fiets is bovendien een motor (10.10 De fiets als motor, 08.11 Een fietsgenerator). De echte grens is niet de spierkracht maar het onderhoud, en daarna de weg (12.06 Wegen en paden).

Kies een fiets die je kunt repareren: stalen frame, brede banden, zo min mogelijk elektronica. Een naafversnelling zit droog en dicht, maar repareer je moeilijk wordt getoetst. Een derailleur slijt sneller, maar elk onderdeel is simpel te vervangen wordt getoetst. Een elektrische fiets met lege accu is een zware gewone fiets (DK.10 Elektrische fiets en scooter). Vertrouw niet op koolstofvezel of een gescheurd aluminium frame (DK.09 De fiets).

Bandmaat en ventiel

Op de zijkant van de band staat een maat als 40-622. Dat is 40 mm breed, met 622 mm doorsnede op de plek waar de band in de velg zit. Dat tweede getal moet gelijk zijn aan de velg, anders past de band niet. De namen in inches zijn onbetrouwbaar.

№GetalHeet ookWaar je het vindt
162228 inch, 700C, 29 inchStadsfiets, racefiets, nieuwe mountainbike wordt getoetst
263528 x 1 1/2Oude Nederlandse opoefiets
355926 inchOudere mountainbike wordt getoetst
4584650B, 27,5 inchNieuwere mountainbike wordt getoetst

Een band van 635 past niet op een velg van 622, ook al heten ze allebei 28 inch. Reken voor de breedte op 1,45 tot 2 keer de binnenbreedte van de velg (Brown en Allen). Er zijn drie ventielen: Hollands (Dunlop), auto (Schrader) en race (Presta) wordt getoetst. Een binnenband moet ook door het gat in je velg passen wordt getoetst. Neem een pomp die op alle drie past.

Band plakken

De stappen volgen fietstechnici Sheldon Brown en John Allen.

  1. Laat de lucht eruit. Wip met bandenlichters één kant van de band over de velg. De andere kant blijft zitten.
  2. Trek de binnenband eruit.
  3. Voel met een doek langs de binnenkant van de buitenband en zoek de oorzaak. Haal die eruit. Wie dat overslaat, heeft zo weer een lekke band.
  4. Pomp de binnenband op en luister of voel met je lippen waar lucht ontsnapt. Lukt dat niet, dompel hem onder water en kijk naar bellen. Droog daarna goed af.
  5. Kijk waar het gat zit. Twee gaatjes naast elkaar: de band sloeg door op een rand, meestal door te lage druk. Eén gat aan de buitenkant: spijker, glas of doorn. Eén gat aan de velgkant: controleer het velglint en de spaakkoppen.
  6. Schuur rond het gat tot het rubber niet meer glanst.
  7. Smeer een dun laagje lijm, ruimer dan de pleister. Laat de lijm helemaal droog worden.
  8. Haal de folie van de pleister en druk hem vast, van de ene rand naar de andere, zodat er geen lucht onder blijft. De pleister moet minstens 1 cm buiten het gat vallen.
  9. Pomp de binnenband iets op, zodat hij rond blijft. Steek het ventiel door de velg.
  10. Duw de band met je handen terug, te beginnen bij het ventiel. Eindig tegenover het ventiel. Gebruik liefst geen bandenlichter: daarmee kun je de binnenband kapot knijpen.
  11. Pomp eerst een beetje op en draai het wiel om te kijken of de band gelijkmatig zit. Pomp dan helemaal op.

Vervang een buitenband met een snee in het karkas van meer dan 1 tot 2 mm. Leg in nood een stuk oude band aan de binnenkant over de snee wordt getoetst. Controleer de druk elke maand. Te lage druk geeft doorslagen (Brown en Allen) en is meestal de oorzaak als de zijkant het begeeft (Schwalbe).

Ketting

Oliën. Geef elke paar weken een druppel op elke schakel, aan de binnenkant van de ketting, en veeg daarna het teveel af wordt getoetst. Gebruik geen spuitbus. WD-40 en andere dunne sprays zijn vooral oplosmiddel. Motorolie en huishoudolie horen volgens Brown en Allen ook niet op een ketting. Heb je niets anders, gebruik dan toch wat je hebt: droge roest is erger wordt getoetst. Een oud recept bij kettingen van het merk Gallia, op dezelfde site: smelt drie delen talg met één deel paraffine, week de schone ketting erin, beweeg hem goed en herhaal dat elke drie maanden. Regen is hier de vijand: veeg de ketting na een natte rit droog en olie hem opnieuw wordt getoetst.

Slijtage meten. Een ketting lijkt te rekken, doordat pennen en rollen inwendig slijten (Park Tool). Dan slijten ook de tandwielen. Leg een liniaal langs de ketting. Zet een pennetje op 0 en tel 24 pennetjes verder. Nieuw is dat 304,8 mm. Vervang de ketting als hij langer is dan in deze tabel. De procenten komen van Park Tool.

№Soort fietsGrensOp 304,8 mm
1Eén versnelling, ook naafversnelling wordt getoetst1,0 procent3 mm meer
2Tot en met 10 versnellingen achter0,75 procent2,3 mm meer
311 versnellingen of meer0,5 procent1,5 mm meer

Slipt een nieuwe ketting op een oud tandwiel, dan moet het tandwiel ook vervangen worden wordt getoetst. Is er niets meer, houd dan de oude ketting op het oude tandwiel: ze passen bij elkaar wordt getoetst.

Remmen

Test voor elke rit: knijp beide handels, of trap terug bij een terugtraprem. Een handel mag het stuur niet raken, en het wiel moet duidelijk remmen. Vervang remblokken voor het metaal zichtbaar is, en vervang een rafelende kabel meteen. Houd olie weg bij remblokken en velgen wordt getoetst. Een velgrem werkt slecht zolang de velg nat is, vooral bij verchroomde stalen velgen (Brown en Allen). Rem bij regen dus eerder.

Reserveonderdelen

Hoeveel je nodig hebt, hangt af van het gebruik. Dit is een schatting per fiets voor enkele jaren wordt getoetst.

№OnderdeelAantalLet op
1Plaksets3Een geopende tube lijm droogt uit. Koop kleine tubes
2Binnenbanden3Juiste maat en ventiel
3Buitenbanden2Koel, droog en donker. Volgens Schwalbe blijven hun banden dan tot 5 jaar goed. Voor binnenbanden is geen getal gevonden
4Ketting2In vet of olie, in een dichte pot
5Remblokken4 paarPast bij je soort rem
6Rem- en schakelkabels2 van elkLang genoeg voor de achterrem
7Spaken6Juiste lengte, ook voor de achterkant
8Lagerkogels, vet, olieEen potSorteer op maat

Voor een hele groep is het slimmer om onderdelen samen te beheren (10.12 De onderdelenbibliotheek). Uit drie wrakken bouw je één goede fiets (DK.09 De fiets). Zet fietsen niet maanden op een lege band, want dat beschadigt de zijkant. Hang ze op (Schwalbe).

Last vervoeren

  • Leg zwaar spul laag en in het midden, verdeeld over links en rechts.
  • Een gewone bagagedrager draagt vaak 25 kg; kijk op het plaatje wordt getoetst. De Buffalo, een vrachtfiets van World Bicycle Relief, heeft een drager tot 100 kg. Dat zegt niets over jouw fiets.
  • Sjor met een spanknoop (VK.A08 Spanknoop (vrachtrijdersknoop)), en controleer na de eerste honderd meter.
  • Zwaardere last: stap af en duw. Bind een stok aan het stuur en duw aan het zadel. Zo vervoer je veel meer dan je kunt dragen, ook als rijden niet meer lukt wordt getoetst.

Fietskar

Volgens Wikipedia noemt de Europese norm EN 15918 voor karren met twee wielen 60 kg. Het artikel zegt op de ene plek totaalgewicht en op de andere plek last zonder eigen rem; de norm zelf is niet gelezen wordt getoetst. Kies de voorzichtige lezing: 60 kg met kar en al. Te koop zijn karren voor 14 tot 140 kg. Zonder rem duwt een zware kar je bij het remmen vooruit.

Een kar bouwen wordt getoetst:

  1. Haal twee gelijke wielen uit een wrak (DK.09 De fiets). Bouw het frame van stalen buis of hout, 60 tot 80 cm breed.
  2. Monteer elk wiel aan twee kanten vast. Een wiel dat aan één kant hangt, vraagt een sterke as.
  3. Maak een dissel van stevige buis, 1 tot 1,5 meter lang. Hij loopt naar de achteras of de zadelpen van de fiets.
  4. Maak de koppeling flexibel, bijvoorbeeld met een strook autoband of een scharnier. Zonder soepele koppeling gaat de kar slingeren en duwen.
  5. Leg de lading laag en net vóór de as, zodat er een beetje gewicht op de koppeling rust. Te weinig gewicht en je achterwiel kan grip verliezen; te veel en de koppeling raakt overbelast.
  6. Rijd de eerste keer leeg, dan half vol.

Handleidingen noemen 25 km/u als grens, en in bochten stapvoets wordt getoetst. Rem eerder dan je gewend bent. Grotere karren en dieren staan in 14.13 Karren en lastdieren.

Banden zonder lucht

In de bezetting werd rubber schaars. Volgens zoekresultaten over oorlogsvoorwerpen reden mensen op houten banden, en was er in 1941 een wedstrijd voor een vervanger wordt getoetst. Het lijkt dus te kunnen, maar het is een laatste redmiddel.

  • Slang in de band. Leg een tuinslang of dik touw rond in de buitenband in plaats van een binnenband, en bind de einden aan elkaar wordt getoetst.
  • Opvullen. Vul de buitenband met repen oude binnenband, doek of stro. Dat werkt kort: het zakt in wordt getoetst.
  • Oude band als zool. Snijd een oude autoband in repen en bind die om de velg wordt getoetst.
  • Hout. Blokken rond de velg, met metalen band of draad wordt getoetst.

Je rijdt dan hard en langzaam. Alle schokken gaan in de spaken en de velg, dus controleer die elke week en houd het tempo onder de 10 km/u wordt getoetst. Sla geen afdalingen in. Rijd bij nood op een lege band alleen stapvoets naar huis: je beschadigt de band en de velg snel wordt getoetst.

Wat je leert van een fietsenmaker

Een dag meelopen is meer waard dan dit hoofdstuk. Vraag hem om dit voor te doen:

  • Een slingerend wiel recht trekken met een spaaksleutel.
  • Naaflagers afstellen en vetten.
  • Een trapas uit elkaar halen.
  • Remmen en versnellingen afstellen, en kabels vervangen.
  • Een ketting inkorten en sluiten, en een gebroken spaak vervangen.

Een scheur in een frame is een grens: stalen buis kan met een goede lasser, aluminium in de praktijk niet wordt getoetst. Een fietsenmaker is een sleutelpersoon: laat hem leerlingen opleiden (15.06 Ruil en samenwerking, 16.07 Technieken overdragen).

Fietsen in Nederland

№Vlak landHeuvels, zoals de Veluwe en Zuid-Limburg
1TerreinTegenwind, dijken en bruggenKorte, steile hellingen
2Beste fietsStadsfiets met naafversnellingTrekkingfiets of mountainbike met lage versnellingen
3RemTerugtraprem en handremTwee goede handremmen, geen terugtraprem als enige
4BandenGlas en ijzerGlas en ijzer; brede, sterke banden op bospaden wordt getoetst
5SlijtageRegen en roest, aan de kust ook zout wordt getoetstRegen en roest
6FietskarGoed bruikbaarAlleen op rustige, flauwe wegen

Bergop rekent de zwaartekracht mee. Met 60 watt en 100 kg (fiets, last en jij) rijd je op een helling van 8 procent 2,8 km/u, en op 5 procent 4,4 km/u. Dat is lopen, en in het echt ga je nog iets langzamer, want dit is zonder rol- en luchtweerstand gerekend. Lukt 100 watt, dan rijd je op 8 procent 4,6 km/u. Op steile hellingen is lopen ook relatief zuiniger (Statista). Stap dus af, want duwen is geen falen. Plan routes om hoogte heen (14.03 Routes voorbereiden). Een zware kar duw je op een steile helling met zijn tweeën.

Bergaf wordt hoogte warmte. Daal je met 100 kg 100 meter, zoals op een lange helling in Zuid-Limburg, dan komt er 98 kilojoule vrij (100 kg, 9,8 m/s², 100 m) wordt getoetst. Op een trage afdaling gaat bijna alles in je remmen wordt getoetst. Dat is genoeg om 0,3 liter water van 20 graden aan de kook te brengen (4,2 kJ per liter per graad, 80 graden opwarmen) wordt getoetst. Volgens Brown en Allen is een terugtraprem niet geschikt voor lange afdalingen, en kunnen maar een paar speciale trommelremmen oververhitting vermijden. Op tandems staan banden bekend om knappen door hitte op lange afdalingen.

Zo weet je dat het werkt

  • Een geplakte band houdt een week zijn druk wordt getoetst.
  • Je plakt een band binnen een half uur wordt getoetst.
  • Beide remmen remmen het wiel duidelijk af en de handels raken het stuur niet.
  • De ketting blijft onder de slijtgrens, en loopt zonder overslaan.
  • Na een rit met volle kar zijn er geen losse bouten en geen scheuren.

Zo weet je dat het misgaat

  • Telkens lek op dezelfde plek: de oorzaak zit nog in de band, of het velglint ligt verkeerd. Voel opnieuw en controleer de velg.
  • De ketting slaat over: een nieuwe ketting op oude tandwielen, of te veel slijtage. Vervang het tandwiel of de oude combinatie.
  • De remhandel raakt het stuur: de kabel is gerekt of de blokken zijn op. Stel af of vervang, en rijd niet verder.
  • Het wiel slingert of er tikt iets: gebroken of losse spaak. Vervang de spaak voor je verder rijdt met last.
  • De kar slingert: te weinig gewicht op de koppeling of een stijve koppeling. Stop, verdeel de last opnieuw en rijd langzamer.
  • De naaf of velg is heet tijdens de afdaling: stop, wacht tot hij koud is, en loop de rest. Raak hem niet aan.
  • Je ziet een scheur in het frame: stop met rijden en laad af.

Gevaar · Afdalen met last Rem op tijd, en wissel voor- en achterrem af. Stop op lange afdalingen om af te koelen wordt getoetst. Loop als de remmen minder worden. Daal nooit af met alleen een terugtraprem op een lange steile weg. Rijd op zo'n weg ook niet met een kar zonder rem: die duwt je de bocht uit.

Gevaar · Vallen zonder dokter Een val met een gebroken sleutelbeen of een hoofdwond is zonder ziekenhuis een ramp (07.04 Botbreuken, verstuikingen en spalken). Draag een helm, rijd langzaam in het donker en controleer je remmen voor elke rit.

  • De accu van een elektrische fiets kan branden als hij beschadigd is. Zie eerst DK.10 Elektrische fiets en scooter.
  • Een pin uit een kettingpons kan wegschieten. Draag een bril.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1PlaklijmGeen goede vervanger. Gebruik een andere binnenband, of een knoop in een doorgesneden binnenband voor noodgevallen wordt getoetst
2BinnenbandTuinslang of touw in de buitenband (zie boven)
3BandenlichterEen lepelsteel met ronde rand. Geen scherpe schroevendraaier wordt getoetst
4KettingolieTalg met paraffine, of wat je hebt, en dan vaker schoonmaken
5SpaaksleutelEen kleine tang, voorzichtig
6RemblokkenBlokken uit een wrak, of een stuk oude band als noodblok, alleen op vlak terrein wordt getoetst
7PompPomp van een andere fiets, met een ventiel-adapter
8FietskarKruiwagen, bolderkar, fiets aan de hand met last op het frame

Achtergrond

Een fiets is zuinig omdat de wielen je gewicht dragen: bij lopen til je je lichaam bij elke pas iets op wordt getoetst. Een schone ketting verliest weinig kracht, een derailleur 1 tot 7 procent en een naaf met 3 versnellingen 4 tot 12 procent (Wikipedia). Op vlak terrein gaat het vermogen naar lucht- en rolweerstand, op een helling vooral naar hoogte. Bergop telt elke kilo mee: vermogen is gewicht maal helling maal snelheid. Een luchtband is een veer die schokken opvangt, en hij rolt licht. Zonder lucht gaan die schokken in het wiel wordt getoetst. Rubber veroudert ook zonder gebruik (Schwalbe). Bewijs: plakmethode en oorzaken van lek B (Brown en Allen, lange praktijk). Grenzen voor kettingslijtage B (Park Tool, fabrikanten hebben eigen waarden). Bandmaten B (ISO-maten via Brown en Allen). Terugtraprem op afdalingen B (Brown en Allen). Bewaren van banden B (Schwalbe, geldt voor banden). 60 kg voor een kar C (norm via Wikipedia, die twee lezingen geeft). Klimsnelheden en warmte A (natuurkunde, zonder rol- en luchtweerstand). Banden zonder lucht C tot D (historisch, zonder meetgegevens). Bouw van de kar C. Aantallen reserveonderdelen D.

Volgende niveau

Leer wielen spaken. Gebruik de fiets als motor (10.10 De fiets als motor, BR.01 Fietsaandrijving met aftakas, BR.02 Fietsgenerator voor 12 volt). Maak koeriersroutes tussen dorpen (14.07 Noodcommunicatie). Zwaar vervoer gaat over op dieren en karren (14.13 Karren en lastdieren).

Controlelijst

  • Ik ken de bandmaat, het ventiel en het soort rem van mijn fiets.
  • Ik kan een band plakken en de oorzaak vinden.
  • Ik meet kettingslijtage en olie de ketting.
  • Ik test mijn remmen voor elke rit.
  • Ik heb reserveonderdelen in de juiste maat, koel en donker bewaard.
  • Ik laad laag en in het midden, en houd een kar zonder rem op 60 kg met kar en al.
  • Ik stap af op steile hellingen, en daal rustig met koele remmen af.
  • Ik heb een fietsenmaker gevraagd me wiel en lagers te leren.

Verantwoording

Open in de app en bewaar offline