Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Vijf basissteken met de hand

Vaardigheid

Vijf basissteken met de hand

Elke naad, zoom en rand die je ooit moet herstellen

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

VK.G01: vier verschillende scènes voor basissteken met de hand, met handmatig gezette uitleg.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarvoor

Met vijf steken herstel je bijna alles: een gescheurde naad, een losgeraakte zoom, een rafelende rand, een lap op een knie. Een goede handnaad houdt het jaren als je de juiste steek kiest.

Wat je nodig hebt

  • Een naald van middelmaat en garen van een armlengte (50 tot 60 cm)
  • Twee lapjes katoen van 10 bij 15 cm om op te oefenen
  • Krijt of een stukje zeep om een lijn te tekenen, spelden

Stappen

  1. Rijg de draad in. Maak een knoop in het lange eind: wind het twee keer om je wijsvinger, rol het met je duim eraf en trek strak.
  2. Teken een rechte lijn op de stof, 1 cm uit de rand.

Rijgsteek (snel, voor lichte naden en om te rimpelen)

  1. Steek de naald steeds 3 mm omlaag en 3 mm verder weer omhoog. Neem drie of vier steken tegelijk op de naald en trek door.

Stiksteek (de sterkste handnaad)

  1. Kom omhoog op punt 1. Steek 3 mm terug in, achter punt 1.
  2. Kom onder de stof door 3 mm voorbij punt 1 omhoog.
  3. Steek terug in punt 1, in het gaatje van de vorige steek. Herhaal. Bovenop zie je een doorlopende lijn, onderop een dubbele.

Overhandse steek (twee randen tegen elkaar, vilt, leer)

  1. Leg twee omgevouwen randen tegen elkaar.
  2. Steek de naald altijd van dezelfde kant door beide randen, 2 tot 3 mm van de rand, 3 mm tussen de steken. De draad loopt schuin over de rand.

Festonsteek (tegen rafelen)

  1. Steek de naald van voren naar achteren in, 5 mm uit de rand.
  2. Leg de draad onder de punt van de naald door en trek door. De draad ligt nu als een L langs de rand. Zet de volgende steek 5 mm verder.

Blindsteek (onzichtbare zoom)

  1. Vouw de zoom twee keer 1 cm om.
  2. Pak één of twee draadjes van de stof net boven de zoom. Schuif de naald daarna 8 mm door de vouw en kom aan de rand van de vouw uit. Herhaal.

Afhechten

  1. Maak aan de binnenkant drie kleine steken op dezelfde plek, steek de naald door de laatste lus en trek aan.

Zo controleer je het

  • Steken zijn even lang, 3 mm met hooguit 1 mm verschil.
  • De stof rimpelt niet: de draad is strak maar trekt niet.
  • Een blindsteek is aan de buitenkant bijna niet te zien.

Veelgemaakte fouten

  • Een te lange draad die in de knoop raakt.
  • Te hard aantrekken, zodat de naad rimpelt en later scheurt.
  • De rijgsteek gebruiken voor een kruisnaad die veel trekkracht krijgt. Gebruik daar een stiksteek.
  • Vergeten af te hechten: de naad trekt binnen een dag los.

Oefenen Naai op één lapje vijf rijen naast elkaar, één per steek. Doe dit vijf avonden achter elkaar.

Proeve Je naait twee lapjes in 10 minuten met een stiksteek van 10 cm aan elkaar. De naad houdt als je er met twee handen hard aan trekt en de steken zijn 3 mm met hooguit 1 mm verschil.

Open in de app en bewaar offline