Hoofdstuk · Voedsel verwerven
Vissen met eenvoudig tuig
Handlijn, stok en haak: eiwit uit sloot, meer en zee zonder jezelf ziek te maken
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Water, stekels en rauwe vis
- Vis nooit alleen op gladde rotsen bij deining, op ijs of in stromend water; een lijn is geen reden om te verdrinken.
- Eet nooit rauwe, koud gerookte of licht gezouten zoetwatervis of rivierkreeft. Verhit alle vis tot in de kern.
- Eet geen vis uit havens, bij lozingen, uit water met blauwalg of uit de Westerschelde; beperk paling en andere vette zoetwatervis.
- Pas op voor de stekels van pieterman en meerval en de kieuwdeksels van baars: handschoenen, en steken direct in heet water.
- Laat nooit een beaasde lijn of een net onbeheerd achter waar vogels, honden of kinderen kunnen komen.

Waarom dit telt
Vis is vaak het makkelijkste dierlijke eiwit dat je zonder vee kunt halen: Nederland zit vol sloten, kanalen en meren, en de zee is nooit ver. Met een lijn, een haak en een stok kun je een maaltijd vangen zonder munitie of kracht, al is er nooit een garantie op vangst. Maar vis maakt ook ziek: wormen in rauwe zoetwatervis, gif in vis uit vervuild water en bederf binnen uren in de zon. En wie het water leegvist, heeft volgend jaar niets.
Als er nog hulp is Vis in gewone tijden in binnenwater alleen met een VISpas en houd je aan gesloten tijden en minimummaten. Ga bij een haak in het oog of een diepe steek van een pieterman naar de huisarts of spoedeisende hulp.
Eerst doen
- Kies water dat niet vervuild is: geen haven, geen lozing, geen water met een blauwgroene drijflaag. Laat paling liever zitten.
- Maak een handlijn: 15 tot 20 meter lijn op een plankje of flesje, een loodje en een haak.
- Vis bij zonsopkomst en zonsondergang, langs riet, onder bruggen, bij stenen en waar stroming draait.
- Dood elke vis die je houdt meteen met een harde klap op de kop en snijd de kieuwbogen door.
- Haal binnen een uur de ingewanden eruit wordt getoetst en houd de vis koel en in de schaduw.
- Kook, bak of rook elke vis warm tot hij gaar is. Eet nooit rauwe zoetwatervis.
Wat je nodig hebt
- Lijn: nylon visdraad van 0,25 tot 0,40 mm wordt getoetst, of anders sterk garen of gevlochten touw van vezels (VK.A16 Touw draaien uit plantenvezel, 09.07 Touw en vezels).
- Haken in twee of drie maten; gekochte haken zijn goedkoop en licht, koop er honderd zolang het kan.
- Lood of iets zwaars: moeren, kiezels in een lapje, een oude bougie.
- Een dobber: kurk, een stukje tak, een dopje van een fles.
- Een stok van 3 tot 5 meter, recht en veerkrachtig: bamboe, hazelaar, wilg, riet wordt getoetst.
- Een mes, een plankje om te fileren, een emmer met deksel en een natte doek.
- Een zwaar stuk hout of een priest om te doden; een tang voor de haak.
- Voor netten en fuiken: touw, wilgentenen, gaas van een oud hek, kippengaas.
- Werkhandschoenen tegen stekels en kieuwdeksels.
Werkwijze
Handlijn: het eenvoudigste tuig
- Wikkel 15 tot 20 meter lijn wordt getoetst op een plankje met inkepingen, een plastic fles of een blikje.
- Knoop een loodje 30 tot 50 cm boven de haak wordt getoetst. Gebruik voor de haak een verbeterde klinknoop wordt getoetst; voor touw de paalsteek (VK.A03 Paalsteek) of schootsteek (VK.A07 Schootsteek, enkel en dubbel).
- Rijg het aas aan en laat de lijn langzaam uitlopen tot het lood de bodem raakt. Haal een halve meter op.
- Houd de lijn over je wijsvinger. Voel je tikken, wacht een tel, trek dan kort aan.
- Haal hand over hand binnen, zonder slappe lijn. Een handlijn werkt vanaf een kade, een brug, een rots en een boot. Je kunt er ook meerdere tegelijk uitzetten: een stok in de oever, lijn eraan, haak met aas, en 's ochtends kijken.
Hengel van een stok
Snijd een stok van 3 tot 5 meter die aan de top nog buigt. Knoop de lijn aan de top met een mastworp (VK.A04 Mastworp) plus twee halve steken, en voor de zekerheid nog een keer een halve meter lager, zodat de lijn niet verloren is als de top breekt. Lijn ongeveer zo lang als de stok. Dobber, een paar loodhageltjes of een klein moertje, en een haakje met een worm of een stukje brood. Met deze vaste hengel vang je in sloten en kanalen vooral kleine vis: voorn, brasem, kolblei en baars wordt getoetst. Die zitten vol graten, maar het zijn er vaak veel.
Haak en lijn maken
Als de gekochte haken op zijn:
- Veiligheidsspeld of spijker. Buig een dunne spijker of de pen van een veiligheidsspeld tot een haak, vijl een punt en een weerhaak. Een punt zonder weerhaak werkt ook, als je de lijn strak houdt.
- Doorn of bot. Een stevige doorn van meidoorn of een splinter bot, vastgebonden aan een houten schacht van ongeveer 2,5 cm met een inkeping.
- Keelhaak (gorge). Een stokje van hard hout of bot van 2 tot 3 cm wordt getoetst, aan beide kanten scherp, met een inkeping in het midden voor de lijn. Rijg het aas in de lengte, laat de vis het aas inslikken en trek dan pas aan: het stokje draait dwars in de keel.
- Lijn. Gevlochten draad uit nylon van een oud zeil, binnengaren uit paracord, gedraaide brandnetelvezel. Test elke lijn met een emmer water van 5 kilo voordat je hem vertrouwt wordt getoetst.
Aas
| № | Aas | Waar te vinden | Voor welke vis |
|---|---|---|---|
| 1 | Regenwormen, meelwormen | Onder stenen, in compost, 's nachts op gras na regen | Bijna alles: voorn, baars, paling, forel, zeebaars |
| 2 | Brood, deeg, gekookte aardappel, maïs | Keuken | Witvis, karper |
| 3 | Maden en vliegenlarven | Uit kadavers en mest, in een pot met zemelen bewaren | Witvis |
| 4 | Mosselvlees, garnaal, krab | Strand, rotsen, eigen vangst (03.07 Schelpdieren en de kust) | Zeevis vanaf de kust |
| 5 | Dood visje, stukje vis | Eigen vangst | Snoek, baars, snoekbaars, zeebaars |
| 6 | Kunstaas: lepel van een blikje, lapje stof, veer | Zelf maken | Roofvis, makreel |
Deze tabel komt uit de praktijk wordt getoetst. Levend gewerveld aas is verboden; een dood visje mag wel.
Fuik, net en val
Netten en fuiken vangen zonder dat je erbij staat. In gewone tijden zijn ze aan beroepsvissers voorbehouden wordt getoetst. Bij langdurige uitval vraag je de groep om toestemming en houd je ze klein, omdat ze een sloot snel leeg kunnen vissen wordt getoetst.
- Fuik van tenen of gaas. Een trechter in een korf: de vis zwemt door de nauwe opening naar binnen en vindt de weg niet terug. Maak de korf 60 tot 100 cm lang, de trechteropening 5 tot 8 cm wordt getoetst. Leg hem met de opening tegen de stroom in, verzwaard met stenen, met aas erin. Licht hem elke ochtend.
- Staand net (kieuwnet). Een net met mazen van ongeveer 2,5 cm vangt kleine vis; grotere mazen laten de kleine vis door. Zet het schuin op de stroom, met drijvers boven en gewichten onder, en controleer het vaak. Een vergeten net doodt dagenlang voor niets.
- Getijdenval aan zee. Bouw bij laag water een lage muur van stenen in een boog op het strand of tussen rotsen. Bij vloed komt de vis erover, bij eb blijft hij achter in de poel. Kies de plek bij hoog water, bouw bij laag water.
- Dam in een beek. In een smalle beek leid je de vis met twee rijen takken in een V naar een fuik in de punt. Vlechtwerk staat in VK.H01 Een mand vlechten van wilgentenen, touw in 09.07 Touw en vezels en VK.A16 Touw draaien uit plantenvezel.
Plaatsen en tijden
Vis staat waar beschutting en voedsel is: langs riet, onder overhangende takken, bij bruggen, duikers, gemalen en sluizen waar het water beweegt, op de overgang van ondiep naar diep. 's Ochtends vroeg en de laatste twee uur voor donker bijten ze het best wordt getoetst. In de winter trekt vis naar diep, rustig water en bijt hij weinig; in het voorjaar paait hij in ondiep water en laat je hem met rust wordt getoetst. Voor een storm bijt vis vaak goed, na een storm met troebel water slecht. In sloten en polders vang je voorn, brasem, baars en zeelt; in kanalen en meren ook snoekbaars en snoek; in de kustwateren bot, zeebaars en harder wordt getoetst. Vanaf het strand en de pieren: bot, schar, wijting en in de zomer makreel en zeebaars wordt getoetst.
Vis doden, schoonmaken en koel houden
- Dood een vis die je houdt meteen, liefst voor het onthaken: een stevige klap op de kop met een priest of een ander zwaar voorwerp, en snijd daarna direct de kieuwbogen door. Dit is de werkwijze uit de gedragscode van de Sportvisunie. De klap geef je net achter de ogen wordt getoetst.
- Haal binnen een uur de ingewanden eruit wordt getoetst: snijd van de anus naar de kop, trek alles eruit, verwijder de kieuwen en schraap de donkere nier langs de ruggengraat weg wordt getoetst. Spoel met schoon water.
- Schub de vis of trek de huid eraf. Paling en meerval ontvel je wordt getoetst.
- Houd de vis in de schaduw, in een emmer met een natte doek erover: verdamping koelt wordt getoetst. Of hang hem in een jutezak in de wind, of leg hem in een koele kelder (04.04 Koelen zonder stroom). Eet hem dezelfde dag, of zout of rook hem (04.07 Zouten en pekelen, 04.08 Roken).
- Gooi niets weg: koppen en graten geven bouillon, ingewanden zijn aas of compost ver van het kamp (03.10 Het hele dier benutten). Begraaf visafval diep; het trekt ratten en vliegen. Bedorven vis herken je aan ingezonken ogen, slijm, een zure of ammoniakgeur en vlees dat een deuk houdt (04.03 Voedselbederf herkennen). Bij twijfel weg.
Parasieten en ziekten: altijd gaar
- Zeevis kan haringworm (Anisakis) bevatten. Geen enkel visgebied op zee is er vrij van. De Europese voedselautoriteit EFSA noemt als dodelijk voor de larven: verhitten boven 60 graden gedurende minstens een minuut, of invriezen minstens 96 uur bij 15 graden onder nul, 24 uur bij 20 graden onder nul of 15 uur bij 35 graden onder nul. Het Amerikaanse CDC volgt de strengere FDA-regels: minstens 63 graden in de kern, of 7 dagen bij 20 graden onder nul. Wij kiezen het strengste, omdat een huisvriezer vaak warmer is dan 20 graden onder nul en een dikke moot traag bevriest wordt getoetst: verhit de hele moot tot 63 graden (een moot van 2,5 cm ongeveer 10 minuten, halverwege keren wordt getoetst), of vries hem voor rauw gebruik minstens 7 dagen in bij 20 graden onder nul of kouder. Haalt je vriezer dat niet, eet de vis dan niet rauw. Zonder vriezer eet je dus geen rauwe of licht gezouten zeevis van eigen vangst. Haal ook de ingewanden er snel uit; de reden is dat de worm na de dood van de vis het vlees in kan kruipen wordt getoetst.
- Zoetwatervis kan een vislintworm dragen, onder meer forel, baars en snoek. De Amerikaanse gezondheidsdienst CDC adviseert vis tot minstens 63 graden in de kern te verhitten; zouten, roken of inleggen doodt de worm niet, en invriezen alleen als het lang en koud genoeg is (7 dagen bij 20 graden onder nul). Daarom: geen rauwe, koud gerookte of licht gezouten zoetwatervis, en ook geen rauwe rivierkreeft of krab.
- Gaar is: het vlees is ondoorzichtig tot op de graat wordt getoetst en laat in schilfers los (04.02 Veilig koken).
- Rauw visvocht op je handen en plank: was met zeep voordat je iets anders aanraakt.
Vervuild water
Vis neemt op wat in het water zit, en vette vis stapelt het op.
- Het Voedingscentrum raadt af om regelmatig zelf gevangen zoetwatervis of schaaldieren uit Nederlands water te eten, zoals paling, baars, forel, rivierkreeft en wolhandkrab, vanwege PCB's, dioxines, zware metalen en PFAS. In bepaalde wateren is het vangen van wilde paling en wolhandkrab verboden omdat de dioxinegehaltes te hoog zijn. Voor zelf gevangen zeevis geldt dat beperkende advies niet. Bij langdurige uitval weegt honger zwaarder, maar kies dan magere vis (voorn, baars, snoekbaars) boven paling, en vis uit polders en meren boven de grote rivieren wordt getoetst.
- Uit de Westerschelde eet je zo min mogelijk zelf gevangen vis en garnalen: de PFAS-gehaltes waren daar acht tot tien keer hoger dan in vergelijkbare winkelproducten (RIVM, via de NOS, 2022).
- Geen vis uit havens, bij rioolmonden, industrie, stortplaatsen of na een brand of lekkage stroomopwaarts (02.06 Chemische verontreiniging). Vis ook niet in de eerste dagen na zware regen bij een riviermonding of riooloverstort, omdat dan de riolen overlopen wordt getoetst.
- Water met een groene of blauwgroene drijflaag (blauwalg): niet vissen, niet in het water, honden eruit houden. Het gif zit ook in de vis wordt getoetst.
- Vis die sterft of raar zwemt, zweren heeft of stinkt: laat liggen.
- Grote roofvissen (snoek, grote zeebaars, tonijnachtigen) bevatten meer kwik dan kleine vis; zwangeren eten die zo weinig mogelijk wordt getoetst.
Verwondingen aan het water
- Haak in de huid: duw hem door tot de weerhaak uitkomt, knip de weerhaak af en trek terug wordt getoetst (07.03 Wonden reinigen en sluiten). Een haak in het oog laat je zitten en dek je af wordt getoetst.
- De pieterman heeft giftige stekels op de rug en kieuwdeksels. Zet gestoken ledematen zo snel mogelijk in zo heet mogelijk water dat de huid verdraagt, 30 tot 90 minuten, en houd de rest van de dag in de gaten (VK.B11 Beten en steken) wordt getoetst.
- Kieuwdeksels van baars en zeebaars en stekels van meerval snijden en ontsteken makkelijk: handschoenen.
- Gladde kades, rotsen met golfslag, koud water in de winter: lees 14.16 Veilig op en in het water, VK.E01 Iemand redden zonder zelf te verdrinken en VK.E02 Overleven in koud water. Nooit alleen op de rotsen bij deining.
De wet in gewone tijden
In het binnenwater heb je een schriftelijke toestemming nodig van wie het visrecht heeft; in de praktijk is dat een VISpas of Kleine VISpas met de bijbehorende lijst van viswateren. De VISpas, waarvoor je lid wordt van een hengelsportvereniging, geeft onder meer twee hengels, vissen op roofvis en 's nachts vissen. De Kleine VISpas geeft één hengel, aangewezen aassoorten, overdag vissen in een beperkt aantal wateren, en daarmee mag je geen vis doden of meenemen. Gesloten tijd: snoek van 1 maart tot de laatste zaterdag van mei, snoekbaars en baars van 1 april tot de laatste zaterdag van mei, barbeel, kopvoorn en winde van 1 april tot en met 31 mei. In de gesloten tijd voor aassoorten (1 april tot de laatste zaterdag van mei, op het IJsselmeer 16 maart tot 1 juli) mag je niet vissen met slachtproducten, een dood visje, een stukje vis of kunstaas, behalve kunstvliegen kleiner dan 2,5 cm. Minimummaten zijn onder meer baars 22 cm, snoekbaars 42 cm, zeebaars 42 cm en kabeljauw 35 cm; ondermaatse vis zet je direct terug. Levend gewerveld aas is verboden. Sommige wateren hebben strengere regels; die staan in de lijst. Voor het vissen met hengels in zee en in de kustwateren heb je geen vergunning nodig; in de kustwateren, zoals Waddenzee, Oosterschelde en Westerschelde, zijn twee hengels met drie haken per hengel de grens.
Met een Kleine VISpas mag je geen vis verkopen; voor andere vispassen hebben wij dat niet nagelezen wordt getoetst.
Waarom je ook bij uitval het bestand spaart
Een sloot of een meer is een voorraadkast die zichzelf vult, maar langzaam. Vis die paait in het voorjaar en kleine vis die nog moet groeien zijn volgend jaar je eten. Spreek in de groep af (15.01 Afspraken maken, 15.07 Voorraad beheren):
- Neem wat je vandaag eet of vandaag verwerkt, niet meer.
- Zet kleine vis en paaiende vis terug, voorzichtig en nat, ook zonder wet.
- Wissel van water: vis een sloot één dag en laat hem dan twee weken met rust wordt getoetst.
- Gebruik netten en fuiken alleen in groot water en nooit in de paaitijd.
- Houd een vangstboekje bij: datum, plek, soort, aantal. Loopt de vangst terug, dan stop je daar.
- Vang je vooral ondermaatse vis, dan raakt dat water mogelijk leeg wordt getoetst. Zo blijft vis een vaste post in het lokale voedselsysteem (13.13 Een lokaal voedselsysteem) in plaats van een eenmalige meevaller.
Zo weet je dat het werkt
- Je vangt in een ochtend genoeg voor een maaltijd voor de groep met handlijn of stok.
- Elke vis is binnen een minuut na vangst dood en binnen een uur schoongemaakt.
- Niemand krijgt buikklachten na vis; alle vis is tot op de graat ondoorzichtig.
- Je lijn houdt een emmer water, je haken blijven scherp en je raakt per dag hooguit één tuigje kwijt.
- Je vangstboekje laat over weken een stabiele vangst zien, met vis van verschillende grootte.
Zo weet je dat het misgaat
- De vis stinkt zuur of naar ammoniak, de ogen zijn ingezonken, het vlees houdt een deuk. Bederf. Weggooien, ver van het kamp begraven, vaker koelen en sneller verwerken.
- Iemand krijgt dagen tot weken na rauwe of half gare vis buikpijn, diarree of ziet een worm. Lintworm of andere parasiet. Vanaf nu alles gaar; de behandeling staat in het geschreven plan dat de groep met een arts maakt (07.07 Infecties en antibiotica).
- Binnen uren na zeevis hevige buikpijn en braken. Denk aan haringworm of bederf wordt getoetst. Drinkoplossing, rust, de rest van die vangst niet meer eten.
- Dode vis drijft, het water is groen of stinkt. Vervuiling of blauwalg. Niet vissen, niet drinken, elders zoeken.
- Steeds kleinere vis, lege fuiken. Overbevissing. Twee weken rust voor dat water.
- Een steek van een pieterman met uitstralende, heftige pijn. Heet water, zie VK.B11 Beten en steken; let op zwelling en koorts in de dagen erna.
- Lijn breekt steeds bij de haak. Verkeerde knoop of beschadigde lijn. Knoop opnieuw, bevochtig de knoop bij het aantrekken, knip de laatste halve meter af.
Gevaar · Water, stekels en rauwe vis
- Vis nooit alleen op gladde rotsen bij deining, op ijs of in stromend water; een lijn is geen reden om te verdrinken.
- Eet nooit rauwe, koud gerookte of licht gezouten zoetwatervis of rivierkreeft. Verhit alle vis tot in de kern.
- Eet geen vis uit havens, bij lozingen, uit water met blauwalg of uit de Westerschelde; beperk paling en andere vette zoetwatervis.
- Pas op voor de stekels van pieterman en meerval en de kieuwdeksels van baars: handschoenen, en steken direct in heet water.
- Laat nooit een beaasde lijn of een net onbeheerd achter waar vogels, honden of kinderen kunnen komen.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Nylon lijn | Garen van een oud zeil of tent, binnendraden van paracord, gedraaide brandnetel- of lindevezel, dubbel genomen |
| 2 | Haken | Veiligheidsspeld, spijker, doorn op een schacht, keelhaak van hout of bot |
| 3 | Lood | Moeren, bouten, kiezels in een lapje, een stukje ketting |
| 4 | Dobber | Kurk, flessendop, droog stukje riet, een veer |
| 5 | Hengelstok | Elke rechte, buigzame tak van 3 tot 5 meter; aan zee een handlijn vanaf een rots |
| 6 | Priest | Een zwaar stuk hout, een steen in een sok, de rug van een bijl |
| 7 | Koeling | Natte doek in de wind, een gat in de schaduw met natte zandlaag wordt getoetst, dezelfde dag roken of zouten |
| 8 | Net | Fuik van wilgentenen, getijdenval van stenen, V-dam van takken in een beek |
Achtergrond
Vis zoekt zuurstof, voedsel en dekking wordt getoetst. Stromend en bewegend water (bij sluizen, duikers, branding) brengt zuurstof en voedsel; riet, stenen en overhangende takken geven dekking. In de schemering durft vis uit die dekking te komen en jaagt hij in ondiep water wordt getoetst. Koud water remt zijn stofwisseling, zodat hij in de winter weinig eet wordt getoetst.
Haringworm en lintworm leven als larve in het vlees van vis en worden pas volwassen in een zoogdier wordt getoetst. Verhitten doodt ze (EFSA, CDC); bij de vislintworm doen zouten, roken en inleggen dat niet (CDC). Daarom is "altijd gaar" de regel en is marineren geen uitweg. PCB's en dioxines hopen zich vooral op in vet, zware metalen en PFAS ook in spieren en organen (Voedingscentrum). Een oude paling heeft jarenlang verzameld wordt getoetst. Een klap op de kop maakt de vis in één keer bewusteloos wordt getoetst; uitbloeden houdt het vlees langer goed wordt getoetst.
Bewijs: verhitten tot minstens 60 tot 63 graden tegen vis-parasieten A (EFSA, CDC). Afraden van regelmatig zelf gevangen zoetwatervis uit Nederland om vervuiling B (Voedingscentrum, RIVM). Doden met klap op de kop en kieuwen doorsnijden B (gedragscode Sportvisunie, gangbare praktijk). Bijttijden, standplaatsen en soorten per water C (ervaringskennis). Fuik- en netmaten C (survivalhandboeken). Rustperiodes per water C.
Volgende niveau
Op niveau II maak je vast tuig voor de groep: een doos met honderd haken in drie maten, twee klossen lijn, loodjes en een paar lepels van blik, plus een gevlochten fuik en een klein staand net dat alleen met toestemming van de groep wordt gezet. Leer een vis in twee minuten fileren en zouten (04.07 Zouten en pekelen) en bouw een rookkast (04.08 Roken) zodat een goede vangst een week meegaat. Op niveau III koppel je vissen aan een plan: welke wateren, welke seizoenen, hoeveel per week, wie bijhoudt wat eruit komt, en op termijn een visvijver met karper die je zelf voert wordt getoetst (13.13 Een lokaal voedselsysteem).
Controlelijst
- Ik kan een handlijn en een stokhengel optuigen en een haak met een paalsteek of klinknoop vastzetten.
- Ik weet waar en wanneer vis bijt: schemering, dekking, bewegend water.
- Ik dood elke vis meteen met een klap op de kop en snijd de kieuwbogen door.
- Ik haal binnen een uur de ingewanden eruit en houd de vis koel en in de schaduw.
- Ik eet nooit rauwe zoetwatervis en verhit alle vis tot in de kern.
- Ik vis niet in havens, bij lozingen of in water met blauwalg, en beperk vette vis uit de grote rivieren.
- Ik ken de gesloten tijden en minimummaten en houd me eraan zolang de wet geldt.
- Ik houd een vangstboekje bij en gun elk water rust.
Verantwoording
- Sportvisunie: Kleine Lijst van VISwateren 2026: schriftelijke toestemming, verschil tussen VISpas en Kleine VISpas, gesloten tijden voor aassoorten en vissoorten, minimummaten, verbod op levend gewerveld aas, regels voor zee, kustwateren en zeegebied; gedragscode: vis voor consumptie doden met een stevige klap op de kop met een priest en daarna de kieuwbogen doorsnijden.
- EFSA: EFSA evaluates parasites in fish (2010): geen visgebied op zee vrij van Anisakis, verhitten boven 60 graden gedurende minstens een minuut, invriezen 96 uur bij 15 graden onder nul, 24 uur bij 20 graden onder nul of 15 uur bij 35 graden onder nul.
- CDC: About Anisakiasis: FDA-regels: minstens 63 graden in de kern, invriezen 7 dagen bij 20 graden onder nul, of hard bevriezen bij 35 graden onder nul en 15 uur zo bewaren.
- CDC: About Diphyllobothrium: forel, baars en snoek als drager, besmetting door rauwe of te kort gegaarde vis, noordelijk halfrond inclusief Europa, verhitten tot 63 graden, invriezen 7 dagen bij 20 graden onder nul, zouten, roken en inleggen doden de parasiet niet.
- Voedingscentrum: Vis: afraden van regelmatig eten van zelf gevangen zoetwatervis en schaaldieren uit Nederlands water, PCB's en dioxines vooral in vet, zware metalen en PFAS ook in spieren en organen, vangstverbod op paling en wolhandkrab in bepaalde wateren, geen beperkend advies voor zelf gevangen zeevis, zo min mogelijk uit de Westerschelde.
- NOS: RIVM: eet zo min mogelijk vis en garnalen uit de Westerschelde, 24 mei 2022 en RIVM: PFAS in voedsel: PFAS acht tot tien keer hoger dan in vergelijkbare winkelproducten, advies zo min mogelijk zelf gevangen producten te eten.
- Survival Manual, hoofdstuk 8 (open bewerking van US Army FM 21-76): geïmproviseerde haken, schacht van 2,5 cm, keelhaak, kieuwnet met mazen van 2,5 cm schuin op de stroom, fuikkorf, getijdenval van stenen, vis bijt voor een storm en slecht erna, standplaatsen, kieuwen verwijderen, kenmerken van bedorven vis, alle zoetwatervis en kreeftachtigen koken. Dit handboek zegt ook dat je bij bedorven vis moet laten braken; dat volgen wij niet (zie 03.03).
- Sportvisunie: Commercial fishing gear (niet ingezien, alleen zoekresultaat; de pagina gaf geen tekst): beroepsvistuig voor sportvissers.
Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: lijndiktes, knopen en de belastingtest, fuikmaten, bijttijden en soorten per water, het verbod op beroepsvistuig voor sportvissers, de verkoopregels buiten de Kleine VISpas, schoonmaakdetails, verdampingskoeling, rioolovertorten na regen, gif van blauwalg in vis, kwik in grote roofvis, het verwijderen van haken, het heetwateradvies bij pietermansteken, de kookduur van een moot, de temperatuur van een huisvriezer, het kruipen van de haringworm en de rustperiode per water. Getoetst door: nog niet.