Vaardigheid · Koken & bewaren
Een mand vlechten van wilgentenen
Een sterke draagmand uit de knotwilg langs de sloot
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Waarvoor
Manden dragen oogst en hout en laten lucht door bij het bewaren. Knotwilgen staan langs bijna elke Nederlandse sloot; één winter snoeien levert tenen voor tientallen manden. Met riet vlecht je net zo.
Wat je nodig hebt
- Eenjarige wilgentenen: 8 dikke van 25 cm voor de bodem, 16 lange van 80 tot 100 cm als staanders, 30 tot 40 dunne als vlechttenen
- Een scherp mes, een snoeischaar, een bak water, een natte doek
Stappen
Voorbereiden
- Snijd de tenen in de winter, als de wilg kaal is. Gebruik ze binnen een week, of droog ze en week ze later ongeveer 1 dag per 30 cm lengte wordt getoetst.
- Test een teen: buig hem dubbel om je duim. Knakt hij, dan moet hij langer weken.
De bodem
- Leg 4 bodemhouten naast elkaar. Steek met het mes een spleet van 3 cm door het midden van alle vier.
- Schuif de andere 4 bodemhouten door de spleten. Je hebt een kruis.
- Steek de punten van twee vlechttenen in de spleet. Vlecht twee rondes om elke arm van vier houten: de ene teen ervoor, de andere erachter, en draai ze tussen de armen om elkaar.
- Spreid de armen in paren en vlecht nog twee rondes om elk paar.
- Spreid de houten nu los, als spaken van een wiel. Vlecht verder met twijnen: neem de achterste van de twee tenen, leg hem voor de volgende spaak langs en achter de spaak daarna naar voren. Doe hetzelfde met de andere teen. Ze draaien steeds om elkaar.
- Leg een nieuwe teen naast een teen die op raakt en vlecht door.
- Vlecht tot 18 cm doorsnede. Druk de bodem licht hol naar binnen en snijd de spaken af gelijk met de rand.
De wand
- Snijd de dikke einden van de 16 staanders schuin. Steek aan elke kant van elke spaak een staander 8 cm diep in de bodem.
- Knik elke staander bij de rand omhoog door er met je duimnagel in te drukken. Bind ze bovenaan samen.
- Kim drie rondes: steek drie tenen in drie openingen naast elkaar. Neem steeds de linkse, leg hem voor twee staanders langs en achter de derde naar buiten. Dit zet de vorm vast.
- Vlecht de wand met twijnen tot 15 cm hoog. Duw elke ronde met je vuist omlaag en houd de staanders recht.
- Kim twee rondes als afsluiting.
De rand
- Maak de bovenkant 10 minuten nat. Knik elke staander op 1 cm boven het vlechtwerk naar rechts.
- Leg elke staander achter de volgende staander langs, voor de daaropvolgende langs en steek hem achter de derde naar binnen.
- Snijd na een dag de einden binnenin schuin af, rustend op een staander.
Zo controleer je het
- De mand staat recht en wiebelt niet.
- De rand komt niet los als je de mand eraan optilt.
Veelgemaakte fouten
- Droge tenen die knakken, of staanders die wijken zodat de mand scheef groeit.
- Niet aandrukken: los vlechtwerk zakt na drogen.
Oefenen Vlecht drie bodems na elkaar voordat je een hele mand maakt.
Proeve Je vlecht in één dag een ronde mand van 18 cm doorsnede en 15 cm hoog. Hij draagt 5 kg aardappelen zonder dat de bodem doorbuigt.