Hoofdstuk · Navigatie, communicatie & vervoer
Signalen afspreken en geven
Iedereen weet in één tel wat er aan de hand is
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Signalen trekken ook ongewenste aandacht
- Een signaalvuur kan in een droge lente of zomer een natuurbrand worden, zeker op heide, in duinen en in dennenbos. Houd water en zand klaar.
- Zwarte rook van banden en olie is giftig. Ga er nooit in staan.
- Wie een vuur of licht ziet, weet dat er mensen zijn. Denk na wie dat kan zien.

Waarom dit telt
Zonder telefoon kan niemand meer even bellen. Een straat of dorp moet in seconden kunnen zeggen: gevaar, kom bij elkaar, hulp nodig, alles veilig. Een signaal werkt alleen als iedereen het kent en herkent, ook kinderen, ouderen en nieuwkomers.
Als er nog hulp is Gebruik zolang het werkt de telefoon, een portofoon en het alarmnummer. Hang de signaalkaart nu al op, zodat iedereen hem kent als het netwerk wegvalt.
Eerst doen
- Spreek met je huis of straat vijf signalen af: alarm, verzamelen, hulp nodig, gehoord, alles veilig.
- Kies één geluidsbron die tot het verste huis te horen is.
- Kies een vaste verzamelplek en een reserveplek.
- Geef elk huishouden een fluit en leg uit wie wanneer mag fluiten.
- Hang de signaalkaart op bij de waterplek, de verzamelplek en in elk huis.
- Oefen binnen een week, één keer overdag en één keer in het donker.
Wat je nodig hebt
- Geluid: fluiten, een luchthoorn of scheepshoorn, een kerkklok of scheepsbel, of een gong: een stalen buis, oude remschijf of velg aan een touw, met een hamer.
- Licht: zaklampen, een lantaarn, een spiegel.
- Zicht: lappen of vlaggen in rood, geel, groen en wit, een hoge paal.
- Een signaalvuur met droge brandstof en groen blad, klaar voor gebruik (zie VK.F01 Een signaalvuur bouwen).
- Krijt of verf voor markeringen.
Werkwijze
Het signaalplan
Een goed plan heeft weinig signalen die heel verschillend klinken. Gebruik voor elk middel hetzelfde ritme: een fluit, een gong en een lamp zeggen dan hetzelfde. Gebruik drie als teken voor nood, want dat wordt wereldwijd begrepen.
| № | Betekenis | Ritme | Wat iedereen doet |
|---|---|---|---|
| 1 | Alarm | Snelle korte stoten of slagen, minstens 30 seconden achter elkaar | Kinderen naar binnen. Iedereen naar de schuilplek of naar de afgesproken taak |
| 2 | Verzamelen | Twee lange tonen, tien tellen stilte, herhalen | Naar de verzamelplek, met fluit en lamp |
| 3 | Hulp nodig | Drie korte stoten, stilte, elke minuut herhalen | Wie het hoort, antwoordt en gaat met minstens twee mensen kijken |
| 4 | Gehoord, we komen | Twee korte stoten | De roeper weet dat er hulp onderweg is en blijft op zijn plek |
| 5 | Alles veilig | Eén lange toon van tien tellen | Terug naar huis of werk |
Leg vast wie het alarm mag geven: de wacht (zie 15.11 Wacht lopen en waarschuwen), en iedereen die met eigen ogen gevaar ziet. Leg ook vast wat het alarm betekent. Voor een dorp aan een rivier kan dat hoogwater zijn, voor een buurt aan de bosrand brand.
Geluid
Een stem draagt 100 tot 200 meter, een goede fluit ongeveer een kilometer in open terrein wordt getoetst, een kerkklok meerdere kilometers. Geluid draagt verder 's nachts, over water en met de wind mee. Tegen de wind in en tussen huizen halveert het bereik snel.
- Test je geluidsbron: laat iemand naar het verste huis lopen en luisteren, binnen met de ramen dicht.
- Is het niet te horen, zet dan een doorgeefpost halverwege die het signaal herhaalt.
- Hang de gong op een vaste plek en leg de hamer ernaast, vastgebonden.
- Gebruik de fluit alleen voor signalen. Kinderen die ermee spelen, maken het systeem kapot. Geef ze een eigen speelfluit met een ander geluid. Zie VK.F03 Fluitsignalen.
Vuur en rook
Overdag zie je rook beter dan vlammen, 's nachts vlammen beter dan rook. Witte rook krijg je met groen blad, vers gras of een beetje water op de gloed. Die valt op tegen een donker bos. Zwarte rook van rubber of olie valt op tegen sneeuw en lichte lucht, maar is giftig. Drie vuren in een driehoek of op een rij, ongeveer 30 meter uit elkaar, is het internationale noodsignaal wordt getoetst.
Spiegel en licht
Een spiegelflits is in zonlicht tientallen kilometers ver te zien wordt getoetst. Het is het sterkste signaal dat je zonder stroom kunt geven. Leer richten met VK.F02 Seinen met een spiegel. 's Nachts gebruik je een lamp. Spreek een vensterteken af, bijvoorbeeld: een vast licht achter het raam betekent "alles goed hier", een knipperend licht "kom kijken".
Morse
Morse is pas nuttig als beide kanten het kennen. Leer iedereen in elk geval SOS: drie kort, drie lang, drie kort, zonder pauze ertussen. Een kleine groep die morse goed beheerst, kan met lampen tussen hoge punten berichten doorgeven over kilometers. Zie VK.F04 Morse met licht en geluid.
Vlaggen en doeken
Hang een doek aan een paal op een plek die iedereen ziet, zoals de verzamelplek of de toegangsweg.
| № | Kleur | Betekenis |
|---|---|---|
| 1 | Rood | Gevaar. Blijf weg of wees op je hoede |
| 2 | Geel | Ziekte binnen. Niet binnenkomen zonder afspraak (zie 07.08 Koorts en besmettelijke ziekten) |
| 3 | Groen | Alles in orde, bezoekers welkom |
| 4 | Wit | Hier zijn mensen. Wij willen contact, wij zijn niet vijandig |
Bij een overstroming betekent een wit laken uit het raam of op het dak: hier zitten mensen, haal ons op.
Grondsignalen voor wie vanuit de lucht zoekt
Een helikopter of vliegtuig ziet vooral rechte lijnen, rechte hoeken en kleurcontrast. Die komen in de natuur niet voor. Gebruik de internationale tekens.
| № | Teken | Betekenis |
|---|---|---|
| 1 | V | Wij hebben hulp nodig |
| 2 | X | Wij hebben medische hulp nodig |
| 3 | N | Nee |
| 4 | Y | Ja |
| 5 | Pijl | Wij gaan in die richting |
| 6 | SOS | Nood |
- Kies een open plek of een plat dak, goed zichtbaar van boven.
- Maak elk teken minstens 3 meter lang, liever 6 meter, met lijnen van een halve meter breed wordt getoetst.
- Zorg voor contrast: donkere takken of stenen op zand of sneeuw, lichte doeken of zeilen op gras.
- Graaf in sneeuw of zand een greppel langs de lijnen: de schaduw maakt het teken scherper.
- Haal het teken weg zodra het niet meer klopt. Een oud teken stuurt hulp de verkeerde kant op. Met je lichaam: twee armen schuin omhoog in een Y betekent "ja, wij hebben hulp nodig". Eén arm omhoog en één arm schuin omlaag, als een N, betekent "nee, geen hulp nodig".
Markeringen op huizen
Zet bij het doorzoeken van huizen na een ramp met krijt of verf een groot kruis naast de deur. Schrijf in de vier vakken: boven de datum en tijd, links wie zocht, rechts het gevaar (gas, instorting, water), onder het aantal mensen dat je vond. Zo doet niemand het werk twee keer, en weet de volgende wat hem wacht.
De signaalkaart
Maak een kaart van één A4 en hang hem op elke vaste plek. Zet erop:
- De vijf signalen met ritme en betekenis, met een eenvoudig plaatje voor wie niet leest.
- De verzamelplek en de reserveplek, op een schetskaart.
- De kleuren van de doeken.
- SOS in morse en de grondsignalen V, X, N, Y en pijl.
- Wie het alarm mag geven en wie de wacht heeft. Maak de kaart ook in de talen die in je groep gesproken worden.
Oefenen
Oefen elke maand, op een onverwacht moment. Meet hoe lang het duurt tot iedereen op de verzamelplek is en tel wie mist. Een straat moet binnen vijf minuten compleet zijn. Bespreek daarna wat misging.
Zo weet je dat het werkt
- Bij een oefening is iedereen binnen vijf minuten op de verzamelplek.
- Kinderen kunnen de vijf signalen nadoen en uitleggen.
- Het alarm is in elk huis te horen, ook met de ramen dicht.
- Een antwoord "gehoord" komt binnen een minuut.
Zo weet je dat het misgaat
- Mensen verwarren signalen: schrap er een en maak de rest meer verschillend.
- Het verste huis hoort niets: zet een doorgeefpost of kies een luidere bron.
- Er komen valse alarmen: spreek af wie mag alarmeren en bespreek elk vals alarm, zonder straf.
- Niemand reageert meer: oefen minder vaak maar serieuzer, en sluit elke oefening af met het signaal "alles veilig".
Gevaar · Signalen trekken ook ongewenste aandacht
- Een signaalvuur kan in een droge lente of zomer een natuurbrand worden, zeker op heide, in duinen en in dennenbos. Houd water en zand klaar.
- Zwarte rook van banden en olie is giftig. Ga er nooit in staan.
- Wie een vuur of licht ziet, weet dat er mensen zijn. Denk na wie dat kan zien.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Fluit | Op je vingers fluiten, twee stenen tegen elkaar, een fietsbel, een autoclaxon op een accu |
| 2 | Gong | Stalen buis, remschijf, steelpan, lege gasfles die je niet open maakt |
| 3 | Spiegel | Achterkant van een cd, glanzend blik, autospiegel, een scherm van een telefoon |
| 4 | Vlaggen | Kleding, handdoeken, gekleurde vuilniszakken |
| 5 | Lamp | Een kaars achter een plankje dat je wegschuift en terugzet |
Achtergrond
Signalen werken door contrast: iets dat afwijkt van de achtergrond valt op. Een flits in een landschap zonder flitsen, een recht lijntje in een rommelig bos, drie tonen waar anders twee of geen klinken. Drie is gekozen omdat het in de natuur zelden toevallig gebeurt en omdat iedereen tot drie kan tellen. Hoe eenvoudiger het systeem, hoe beter het werkt onder stress. Mensen in paniek onthouden twee of drie dingen, niet tien.
Volgende niveau
- Bouw een lijn van doorgeefposten op hoge punten tussen dorpen, met lampen en spiegels. Zo liepen berichten vroeger honderden kilometers per dag.
- Leer een groep mensen vloeiend morse.
- Koppel signalen aan radio zodra die weer werkt (zie 14.06 Radiosystemen begrijpen).
- Leg alle signalen vast in het collectief geheugen (zie 15.09 Collectief geheugen).
Controlelijst
- Wij hebben vijf afgesproken signalen en iedereen kent ze.
- Er is een geluidsbron die in elk huis te horen is.
- Er is een verzamelplek en een reserveplek.
- De signaalkaart hangt op elke vaste plek, ook in andere talen waar nodig.
- Ik ken SOS en de grondsignalen V, X, N, Y en pijl.
- We oefenen elke maand en bespreken wat misging.
Verantwoording
Internationale afspraken over noodsignalen in de lucht en op zee; richtlijnen van bergreddingsdiensten over fluitsignalen; markeringen van reddingsteams bij het doorzoeken van gebouwen; ervaring van dorpen met kerkklokken als alarm. Getoetst door: nog niet.