Hoofdstuk · Navigatie, communicatie & vervoer
Routes voorbereiden
Een tocht uitzetten op water, schuilplek en gevaar, met een eerlijke tijd
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Water in lage plekken Slaap, kampeer en rust nooit in een uiterwaard, in een beekdal of in een droge geul. Bij regen stroomopwaarts kan het water komen terwijl het bij jou droog is. Beken in Zuid-Limburg kunnen na zware regen snel buiten hun oevers treden wordt getoetst (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen). Steek geen ondergelopen doorgang over, te voet of met een voertuig wordt getoetst. Kun je niet anders, zie dan VK.E03 Een rivier veilig oversteken.
Gevaar · Hitte en kou onderweg Lopen op een hete zomermiddag kan doden, ook als je jong en fit bent wordt getoetst. Vertrek bij het eerste licht en rust in de schaduw rond het heetst van de dag wordt getoetst. Vaker is nat en winderig weer op open land het gevaar, ook boven nul (01.13 Onderkoeling en oververhitting). Plan schuilplekken op beide.
Gevaar · Bosbrand en hoogwater Trek in droog, winderig weer niet door dennenbos of over heide waar een brand je kan insluiten wordt getoetst. Kijk naar rook en maak ruimte in je plan om terug te gaan. Blijf bij hoogwater weg van dijken die drassig zijn of lekken, en van lage polders (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen).
Gevaar · Mensen In een lange uitval kan een weg ook onveilig zijn door andere mensen. Daar is geen vaste regel voor. Weeg het af (01.03 Risico's inschatten), en reis zo mogelijk overdag en samen.

Waarom dit telt
Zonder auto en telefoon kan een tocht van 30 km twee dagen kosten wordt getoetst. De meeste tochten gaan niet mis door de kaart, maar door te weinig water, te laat vertrekken, een brug die weg is of een kind dat niet verder kan wordt getoetst. Een uur plannen op papier voorkomt veel daarvan. Beslis eerst of je überhaupt moet gaan (01.08 Verplaatsen of blijven).
Als er nog hulp is Geeft de overheid een vertrekbevel of een evacuatieroute, volg die dan boven je eigen plan.
Eerst doen
- Beslis of de tocht echt nodig is, en of je nu of later gaat (01.08 Verplaatsen of blijven).
- Zet op de kaart eerst water, schuilplekken en gevaren. Trek pas daarna een route.
- Knip de route in stukken van 1 tot 3 uur, van herkenbaar punt naar herkenbaar punt.
- Reken de tijd uit met de regel van Naismith, en tel pauzes en een marge erbij.
- Kies per stuk een uitvalplek en een keertijd.
- Laat een briefje achter met route, tijden en wat iemand moet doen als je niet aankomt.
Wat je nodig hebt
- Kaart, kompas, potlood, strook papier en een horloge (14.01 Kaarten lezen, 14.02 Een kompas gebruiken).
- Een routeblad op papier, voor iedereen een kopie.
- Water om mee te nemen, en een manier om water drinkbaar te maken (02.01 Water drinkbaar maken, 02.04 Water vervoeren).
- Bescherming voor de nacht en tegen kou, regen of zon (05.03 Een noodonderkomen).
- Een fluit per persoon (VK.F03 Fluitsignalen).
- Papier en een pen voor het briefje.
Werkwijze
Eerst water, schuilplek en gevaar, dan de lijn
De kortste lijn is zelden de beste. Markeer eerst dit op de kaart:
| № | Op de kaart | Waar je op let |
|---|---|---|
| 1 | Water | Volop, maar sloten kunnen vervuild zijn door landbouw of riool wordt getoetst. Reken op behandelen (02.02 Bronnen herkennen, 02.06 Chemische verontreiniging). Plan twee waterpunten, zodat een vervuild punt of een droge sloot je niet stopt |
| 2 | Schuilplek | Schuren, kerken, bosranden. Op open polderland is er weinig beschutting tegen wind. In de hitte is schaduw net zo belangrijk als dak |
| 3 | Oversteken | Water is hier de grens. Bruggen, sluizen, ponten: er zijn er weinig en ze kunnen dicht zijn |
| 4 | Gevaren | Lage polders, dijken onder druk, grote verkeersknooppunten, drukke steden. In droog weer ook heide en dennenbos wordt getoetst |
Kies daarna een route langs lijnen die je goed kunt volgen: een pad, dijk, kanaal of spoorbaan. Zulke lijnen heten leuningen. Vermijd hoogteverschil dat je niet nodig hebt. Een omweg over een pad is vaak sneller dan een rechte lijn door struiken. Maak altijd een tweede route. Bouw nooit een plan op één brug, één pont of één bron.
Hoeveel water
Het Amerikaanse instituut voor arbeidsveiligheid NIOSH adviseert bij werk in de hitte een kopje water elke 15 tot 20 minuten: 0,7 tot 1 liter per uur. Drink niet meer dan ongeveer 1,4 liter per uur, en eet gewoon, want dan vervang je je zout.
| № | Omstandigheden | Reken op, per persoon |
|---|---|---|
| 1 | Koel weer, rustig tempo | 2 tot 3 liter per dag wordt getoetst |
| 2 | Warm weer, de hele dag lopen | 5 liter of meer per dag wordt getoetst |
| 3 | Hittegolf, 8 uur in de zon lopen | 0,7 tot 1 liter per uur: al gauw 6 tot 8 liter per dag wordt getoetst |
Eén liter weegt een kilo. Acht liter dragen lukt niet ver, dus in de hitte bepaalt de afstand tussen schone waterpunten je route. Je kunt niet meer lopen dan je kunt drinken. Loop dan alleen vroeg in de ochtend en laat op de dag.
Tijd schatten: de regel van Naismith
William Naismith schreef in 1892 zijn vuistregel op: reken 1 uur per 5 km, plus 1 uur per 600 meter stijgen. Dat is hetzelfde als 12 minuten per km plus 10 minuten per 100 meter klim. Meet de afstand op de kaart (14.01 Kaarten lezen). Tel de klim door de hoogtelijnen op die je omhoog kruist. Tel alleen stijgen, niet dalen. Dit is een minimum. De regel rekent met iemand die fit is, op goede grond, in goed weer en zonder pauzes. Pas hem aan:
| № | Omstandigheid | Reken met | Bron |
|---|---|---|---|
| 1 | Pad of weg, fit, lichte last | 5 km per uur plus 1 uur per 600 meter | Naismith |
| 2 | Geen pad, ruwe grond | 4 km per uur | Aitken |
| 3 | Groep, tempo van de langzaamste | 4 km per uur plus 1 uur per 450 meter | Langmuir |
| 4 | Steile afdaling, boven 12 graden | 10 minuten extra per 300 meter dalen | Langmuir |
| 5 | Mars van 8 uur | 4 km per uur | Amerikaans leger |
| 6 | Dwars door het land, met last | 2,5 km per uur | Leger wordt getoetst |
| 7 | Donker, buiten de weg | 1,6 km per uur | Leger wordt getoetst |
| 8 | Kinderen, ouderen, iemand met een blessure | 2 tot 3 km per uur wordt getoetst | Geen bron |
Rekenvoorbeeld, een groep met een stuk van 14 km en 450 meter klim:
| № | Stap | Tijd |
|---|---|---|
| 1 | Afstand: 14 km op 4 km per uur | 3 uur 30 |
| 2 | Klim: 450 meter op 450 meter per uur | 1 uur |
| 3 | Pauzes: 10 minuten per uur, vier keer wordt getoetst | 40 minuten |
| 4 | Marge van 20 procent voor fouten, voeten en omwegen wordt getoetst | 1 uur |
| 5 | Totaal | ruim 6 uur |
Met de kale regel was het 3 uur 33. Plan een groep dus nooit op de kale regel. Meet je eigen tempo. Loop een bekende 5 km met de rugzak die je zou dragen en noteer de tijd. Eigen cijfers gaan voor deze tabel. Plan je dag op het licht. In december heb je minder dan 8 uur daglicht, in juni bijna 17 wordt getoetst (14.11 Navigeren zonder kompas). Wees een uur voor zonsondergang op je slaapplek wordt getoetst (VK.F12 De tijd tot zonsondergang schatten met je hand). Reken met een gemengde groep op hooguit 15 tot 20 km per dag wordt getoetst. Getrainde soldaten halen 20 tot 32 km in 5 tot 8 uur wordt getoetst.
Het routeblad
Maak voor elk stuk één regel. Dit blad gaat mee, en een kopie gaat in het briefje. De route hieronder is een verzonnen voorbeeld.
| № | Stuk | Van, naar | Km | Klim | Peiling | Tijd | Kenmerk onderweg | Water | Uitvalplek | Keertijd |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 1 | Huis, brug bij sluis | 6 | 0 | 110° | 1:45 | Kanaal links, hoogspanning | Kanaal, behandelen | Schuur bij boerderij | 10:30 |
| 2 | 2 | Brug, kerk in dorp | 8 | 20 m | 75° | 2:30 | Dijk tot aan de kerktoren | Pomp bij de kerk | Terug naar de brug | 13:30 |
Noteer ook het opvangkenmerk per stuk: wat je tegenkomt als je te ver bent gelopen (14.02 Een kompas gebruiken). Een landmerk dat je kent, zet je erbij (14.04 Landmerken vastleggen).
Uitvalplek en keertijd
Een uitvalplek is de plek waar je heen gaat als het misloopt: een bekende schuilplek of plek met water, die je ook met een gewonde of in slecht weer haalt. Kies er een voor elk stuk. Vraag je af: waar gaan we heen als iemand hier zijn enkel breekt? En als de brug weg is? Een keertijd is het moment waarop je omdraait of naar de uitvalplek gaat, wat er ook gebeurt. "Zijn we om 13:30 niet bij de kerk, dan gaan we terug naar de brug." Beslis dat thuis, als je rustig bent. Onderweg, moe en vlak voor je doel, neem je slechte besluiten. Verander je onderweg het plan, pas dan ook het blad aan en laat een teken achter als dat afgesproken is.
Een briefje achterlaten
De Amerikaanse parkdienst adviseert een plan achter te laten bij iemand die niet meegaat: waar je heen gaat, wat je doet en wanneer je terug bent. Die persoon waarschuwt de hulpdiensten als je niet op tijd terug bent. Geef het ook door als je plan verandert, en meld je als je terug bent. In een uitval, zonder telefoon, doe je dat op papier.
| № | Zet erop | Voorbeeld |
|---|---|---|
| 1 | Wie | Namen, aantal, kinderen, medische zorgen |
| 2 | Wanneer | Datum en tijd van vertrek, verwachte aankomst |
| 3 | Route | Kaartblad, routeblad, tweede route, uitvalplekken |
| 4 | Uitrusting | Water, tent, fluit, radio en kanaal (14.07 Noodcommunicatie) |
| 5 | Tekens onderweg | Bijvoorbeeld drie stenen met een pijl bij elke splitsing (14.09 Signalen afspreken en geven) |
| 6 | Als wij niet aankomen | "Niet terug op 12 mei om 18:00: wacht tot de volgende ochtend, zoek dan langs route A" |
Geef het briefje aan iemand die achterblijft, en maak er een kopie van voor je bestemming als dat kan. Laat niemand zoeken zonder afgesproken keertijd voor de zoekers zelf (14.08 Berichten vastleggen). Hang geen briefje op de deur dat zegt dat het huis leeg staat. Leg het op een afgesproken plek, of schrijf het zo dat alleen je eigen groep het begrijpt (15.11 Wacht lopen en waarschuwen).
Tempo in een groep
- De langzaamste bepaalt het tempo. Zet die vooraan of direct achter de voorste wordt getoetst. Zo blijft de groep bij elkaar.
- Eén persoon gaat voorop en leest de kaart. Een ervaren persoon loopt als laatste en laat niemand achter.
- Blijf binnen zicht en gehoor. Wacht bij elke splitsing tot de laatste er is.
- Tel de groep bij elke stop.
- Rust elk uur 10 minuten. Het Amerikaanse leger houdt na de eerste 45 minuten een stop van 15 minuten wordt getoetst. Kijk dan naar voeten en schoenen (VK.G07 Blaren voorkomen en verzorgen, VK.G08 Natte voeten (loopgraafvoet) voorkomen).
- Verdeel de last op wat iemand kan dragen, niet gelijk over iedereen. Reken op hooguit een vijfde van het lichaamsgewicht voor een ongetrainde volwassene wordt getoetst.
- Spreek af wat je doet als je elkaar kwijtraakt: blijven staan, fluiten, en het laatste gezamenlijke punt is de afspreekplek (VK.F03 Fluitsignalen).
- Geef aan wie hulp nodig heeft en wie meehelpt (01.09 Kwetsbare mensen helpen). Een fiets of kar verandert je tempo en je keuze van paden (14.12 De fiets als ruggengraat, 14.13 Karren en lastdieren).
Zo weet je dat het werkt
- Je komt binnen een half uur van je geplande tijd bij elk punt aan, of je weet waarom niet.
- Je hebt bij elke bron nog water over.
- Iedereen in de groep kan het volgende punt en de uitvalplek noemen.
- Je bent voor het donker op je slaapplek.
- Iemand die achterblijft weet waar je bent en wat te doen als je niet komt.
Zo weet je dat het misgaat
- Je loopt steeds achter op je blad: verlaag het tempo op papier, schrap een stuk en kies de uitvalplek.
- De groep valt uit elkaar: stop, wacht, zet de langzaamste voorop.
- Iemand wil "nog even doorlopen" voorbij de keertijd: houd je aan het besluit dat je thuis nam.
- Het waterpunt staat droog of is vervuild, en je water is minder dan het volgende stuk vraagt: ga niet door. Zoek de tweede bron of ga terug.
- Iemand krijgt blaren of loopt mank: stop nu, verzorg het en pas je tempo aan. Wachten maakt het erger.
- Mensen worden suf, verward of doen vreemd in de hitte: stop en koel meteen (01.13 Onderkoeling en oververhitting).
Gevaar · Water in lage plekken Slaap, kampeer en rust nooit in een uiterwaard, in een beekdal of in een droge geul. Bij regen stroomopwaarts kan het water komen terwijl het bij jou droog is. Beken in Zuid-Limburg kunnen na zware regen snel buiten hun oevers treden wordt getoetst (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen). Steek geen ondergelopen doorgang over, te voet of met een voertuig wordt getoetst. Kun je niet anders, zie dan VK.E03 Een rivier veilig oversteken.
Gevaar · Hitte en kou onderweg Lopen op een hete zomermiddag kan doden, ook als je jong en fit bent wordt getoetst. Vertrek bij het eerste licht en rust in de schaduw rond het heetst van de dag wordt getoetst. Vaker is nat en winderig weer op open land het gevaar, ook boven nul (01.13 Onderkoeling en oververhitting). Plan schuilplekken op beide.
Gevaar · Bosbrand en hoogwater Trek in droog, winderig weer niet door dennenbos of over heide waar een brand je kan insluiten wordt getoetst. Kijk naar rook en maak ruimte in je plan om terug te gaan. Blijf bij hoogwater weg van dijken die drassig zijn of lekken, en van lage polders (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen).
Gevaar · Mensen In een lange uitval kan een weg ook onveilig zijn door andere mensen. Daar is geen vaste regel voor. Weeg het af (01.03 Risico's inschatten), en reis zo mogelijk overdag en samen.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Kaart | Schrijf de route op als reeks herkenningspunten en richtingen, gevraagd bij mensen die het kennen (14.05 Een lokale kaart maken) |
| 2 | Horloge | Plan op de zon (VK.F12 De tijd tot zonsondergang schatten met je hand), of op passen tellen (VK.F09 Afstand meten met je pas) |
| 3 | Waterzak | Flessen, schone jerrycans, een kookpan met deksel (02.04 Water vervoeren) |
| 4 | Papier voor het briefje | Een afgesproken teken op een afgesproken plek, of krijt op steen |
| 5 | Iemand die achterblijft | Laat het briefje achter op je bestemming, of bij buren die je vertrouwt |
| 6 | Tweede route | Dan is het geen plan. Bespreek eerst of de tocht wel moet (01.08 Verplaatsen of blijven) |
Achtergrond
Naismith was een Schotse bergbeklimmer. Zijn regel uit 1892 was één zin in een verslag van een tocht. Hij overleeft omdat lopen en klimmen samen gaan: elk stuk omhoog kost extra energie, en die tijd telt op. Latere schrijvers als Aitken, Langmuir en Tranter hebben hem aangepast voor grond, afdalingen en conditie. Hij blijft een schatting. Geen formule dekt elk terrein. Daarom kijk je onderweg op elk punt hoe je er echt voorstaat. Een keertijd werkt omdat mensen slecht stoppen als een doel dichtbij is, zeker als ze moe zijn wordt getoetst. Een besluit van tevoren haalt die druk weg. Bewijs: Naismith als ondergrens B (130 jaar praktijk, nooit bedoeld als wet). Correcties voor groep en terrein C (handboeken, deels omstreden). Tijden voor kinderen en ouderen D (geen bron gevonden). Drinken in de hitte B (NIOSH, gericht op werkers). Plan achterlaten bij iemand die niet meegaat B (parkdienst, reddingspraktijk). Keertijd en uitvalplek C (praktijk van bergsport).
Volgende niveau
Loop de eerste stukken nu al een keer, bij voorkeur met de groep en de rugzak. Noteer de echte tijden en pas je cijfers aan. Teken alles wat je tegenkomt in op de kaart (14.05 Een lokale kaart maken). Maak voor je twee belangrijkste bestemmingen een vast routeblad, ook voor de fiets (14.12 De fiets als ruggengraat), en voor een tocht met kar of dier (14.13 Karren en lastdieren). Bewaar de bladen bij je noodplan (01.04 Een noodplan maken).
Controlelijst
- Ik heb eerst besloten of de tocht echt nodig is.
- Ik heb water, schuilplekken en gevaren op de kaart staan, en een tweede route.
- Ik reken met 12 minuten per km plus 10 minuten per 100 meter klim, en tel pauzes en marge erbij.
- Ik weet hoeveel water elk stuk vraagt, en waar de volgende bron is.
- Ik heb per stuk een uitvalplek en een keertijd.
- Ik slaap nooit op een plek die kan onderlopen.
- Ik heb een briefje achtergelaten met route, tijden en wat te doen als ik niet kom.
- Onze groep loopt op het tempo van de langzaamste en telt bij elke stop.
Verantwoording
- Wikipedia: Naismith's rule: oorspronkelijke regel met verwijzing naar het Scottish Mountaineering Club Journal 2(3), 1892; metrische vorm; Aitken (4 km per uur buiten paden); Langmuir (afdalen, groepen, 4 km per uur plus 1 uur per 450 meter, uit Mountaincraft and Leadership); regel is een minimum zonder pauzes. De primaire bronnen heb ik niet zelf gelezen.
- FM 3-25.26, hoofdstuk 11 Terrain Association (kopie bij 550 Cord): leuningen, opvangkenmerken, aanvalspunt, marstempo van 4 km per uur voor 8 uur.
- NIOSH: Heat Stress, Hydration (2017): 1 kopje water per 15 tot 20 minuten, niet meer dan 1,5 quart (ongeveer 1,4 liter) per uur, gewone maaltijden voor het zout (dat laatste uit de bijbehorende pdf, via tekstextractie). Dit advies is gemaakt voor werk in de hitte, niet voor lange tochten.
- NPS: Trip Planning Guide: plan bij een vertrouwd persoon die niet meegaat, wat erin staat, die persoon waarschuwt de hulpdiensten als je niet op tijd terug bent, wijzigingen doorgeven, je melden na afloop. Gelezen via tekstextractie uit de pdf.
- NPS: Wilderness safety, Olympic National Park: plan achterlaten en je eraan houden, bij slecht weer blijven waar je bent, onveilige oversteek niet proberen.
- FM 21-18 Foot Marches (pdf bij Elon University) (niet ingezien, alleen zoekresultaat): marstempo's, dagafstanden en pauzes komen uit samenvattingen die het handboek aanhalen en zijn gemarkeerd.
- De daglengte komt uit de tabel in 14.11 Navigeren zonder kompas (eigen rekenwerk). Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de waterhoeveelheden per dag buiten NIOSH, de vervuiling van sloten, de daglengte (eigen rekenwerk), de plek van de langzaamste in de groep, de tempo's voor kinderen, ouderen, dwars door het land en in het donker, de dagafstanden, de marge van 20 procent, de pauzes, het maximale draaggewicht, het mijden van uiterwaarden, beekdalen en geulen, het brandgevaar van heide en dennenbos en de tijd van vertrek in de hitte. Getoetst door: nog niet.