Hoofdstuk · Navigatie, communicatie & vervoer
Landmerken vastleggen
Een plek zo beschrijven dat een ander hem over tien jaar nog vindt
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Graven en meten Graaf niet in dijken, langs gasleidingen of boven kabels: dat kan een doorbraak, een explosie of een schok geven. In Nederland is een graafmelding verplicht zolang die regeling werkt wordt getoetst. Stop als je tijdens het graven een onbekend metalen voorwerp vindt. In Nederland ligt nog munitie uit de oorlog in de grond wordt getoetst.
- Klim niet op beschadigde torens of daken voor een beter zicht (05.02 Een gebouw beoordelen).
- Klim nooit in een hoogspanningsmast, ook niet als het net uit lijkt.
- Ga niet alleen naar een verre plek. Laat weten waar je heen gaat en wanneer je terug bent.

Waarom dit telt
Zonder telefoon en navigatie zit de plek van de bron, het graf en de voorraad alleen nog in iemands hoofd. Sterft die persoon of raakt hij de weg kwijt, dan is de plek weg. Een goede beschrijving op papier maakt van jouw geheugen iets wat de hele groep kan gebruiken. Dat werkt alleen als je vastlegt wat over tien jaar nog staat, en niet wat vandaag toevallig opvalt.
Als er nog hulp is Noteer zolang gps werkt de coördinaten van elke belangrijke plek en schrijf ze op papier. Vraag toestemming voordat je iets markeert op grond van een ander of in een natuurgebied.
Eerst doen
- Schrijf de plek op terwijl je er staat, niet 's avonds uit je hoofd.
- Kies drie landmerken in verschillende richtingen die er over tien jaar nog zijn.
- Neem met het kompas de richting naar elk landmerk en noteer die in graden.
- Meet de laatste afstand met je passen (VK.F09 Afstand meten met je pas) of met een touw.
- Maak een schets met noordpijl, afstanden, datum en je naam.
- Laat iemand anders de plek zoeken met alleen jouw papier. Lukt dat niet, dan is de beschrijving nog niet goed.
Wat je nodig hebt
- Een schrift en twee potloden. Potlood blijft leesbaar als het papier nat wordt, inkt vaak niet wordt getoetst.
- Een kompas (14.02 Een kompas gebruiken). Geen kompas: gebruik lijnen tussen landmerken (zie hieronder) en 14.11 Navigeren zonder kompas.
- Een touw van 10 meter en een telkoord (VK.F09 Afstand meten met je pas).
- Je eigen pasgetal, opgeschreven.
- Voor merken in het terrein: een schep, een beitel of hamer, stenen, en stukken steen, glas of aardewerk om in te graven.
- Een dichte plastic zak of blik voor de papieren.
Werkwijze
Wat een goed landmerk is
Stel bij elk landmerk vier vragen:
- Blijft het? Overleeft het storm, brand, overstroming en tien jaar zonder onderhoud?
- Is het uniek? Kan niemand het verwarren met iets wat erop lijkt?
- Zie je het? Ook in de zomer met blad, in de winter zonder blad en bij schemering?
- Kan een ander het vinden? Ook iemand die hier nooit was?
Het beste zijn volgens het handboek landnavigatie van het Amerikaanse leger lijnen die je route kruisen: een rivier die altijd water heeft, een verharde weg, een bergrug, een dal, een spoorlijn, een hoogspanningslijn. Daarna komen hoogteverschillen, zoals een heuvel of een kom. Op gebouwen en begroeiing moet je niet leunen, want die veranderen het snelst. Een goed richtpunt heeft een eigen kleur, grootte of vorm, en liefst alles tegelijk. Kun je kiezen, neem dan het hoogste en het verste punt. In het donker zie je alleen nog een omtrek, dus 's nachts telt alleen de vorm.
| № | Landmerk | Houdbaarheid | Let op |
|---|---|---|---|
| 1 | Bergrug, rotswand, kaap, rivierbocht | Eeuwen wordt getoetst | De beste keus. Een rivier kan na hoogwater wel verleggen |
| 2 | Dijk, kanaal, spoorbaan, brug, stuw | Tientallen jaren of langer wordt getoetst | Kan doorbreken of instorten; noteer ook het punt ernaast |
| 3 | Kerktoren, watertoren, kasteel | Tientallen jaren of langer wordt getoetst | Ver zichtbaar. Na brand of aardbeving controleren |
| 4 | NAP-bout in een muur of brug, RD-punt | Tientallen jaren wordt getoetst | Bijna overal staat binnen 1 km een peilmerk. Klein, dus alleen goed voor de laatste meters |
| 5 | Hoogspanningsmast met nummerplaat | Tientallen jaren wordt getoetst | Noteer het nummer. Klim nooit in een mast |
| 6 | Oude boom | Jaren tot eeuwen wordt getoetst | Kan omwaaien, verbranden of gekapt worden. Nooit als enige merk |
| 7 | Hek, schuur, bord, wrak, auto | Maanden tot jaren | Kan zo weg zijn |
| 8 | Struik, akkerrand, plas, spoor in het gras | Weken tot maanden | Niet gebruiken |
Laag land. Je ziet weinig, en sloten en kavels lijken op elkaar. Gebruik torens, dijken, bruggen, gemalen en hoogspanningslijnen. Tel sloten en dwarswegen vanaf een vast punt. Een sloot kan dichtgroeien, en na een overstroming kan alles anders liggen (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen).
Hoger land en bos. Stuwwallen, heuvels en groeves zijn sterk wordt getoetst. Boomgaarden en productiebos zijn rijen van hetzelfde: tel rijen en bomen vanaf een hoek. Na een natuurbrand zijn bomen en paden weg, verharde wegen en stenen muren meestal niet wordt getoetst.
Beschrijven met richting en afstand
Werk altijd van groot naar klein. Begin bij iets wat iedereen kent en eindig met de laatste meters. Tel je passen opnieuw vanaf elk punt dat je zeker kent, zoals het legerhandboek voorschrijft: zo stapelen fouten niet op.
Vul per plek één kaart of bladzijde in:
| № | Veld | Voorbeeld |
|---|---|---|
| 1 | Naam en nummer | Bron 3, Noordhelling |
| 2 | Datum en maker | 12 april, A. en B. |
| 3 | Zo kom je er | Vanaf de brug de weg omhoog, 1,4 km. Bij de derde hoogspanningsmast (nummer op de plaat) links het pad op |
| 4 | Laatste stuk | Vanaf de hoek van de stenen muur 214 graden, 62 dubbelpassen van A. (ongeveer 100 meter) |
| 5 | Richtingen vanaf de plek | Kerktoren 318 graden, top van de heuvel 95 graden, mast 3 op 34 graden |
| 6 | Lijn | De kerktoren staat precies boven de linkerhoek van de stenen muur |
| 7 | Hoe het eruitziet | Betonnen ring onder een rotsblok, in de zomer verborgen door riet |
| 8 | Noord | Kompasgraden, en het jaar van de meting |
Schrijf altijd "kompasgraden" erbij. Het magnetisch noorden schuift. In november 2026 wijst een kompas in het midden van Nederland ongeveer 2,9 graden oostelijk van het ware noorden. Dat verschil verandert elk jaar met ongeveer 0,15 graad (Wereld Magnetisch Model 2025). Gaat dat zo door, dan is dat over twintig jaar 3 graden wordt getoetst. Zet dus ook het jaar erbij.
Weet wat een graad kost. Eén graad fout is 1,7 meter op 100 meter afstand en 17,5 meter op 1 km. Daarom meet je de laatste stap vanaf een dichtbij punt, niet vanaf een verre toren. Metaal verstoort je kompas: het legerhandboek adviseert 55 meter afstand tot hoogspanningslijnen, 18 meter tot een vrachtwagen en 10 meter tot prikkeldraad. Houd bij een auto dezelfde 18 meter aan wordt getoetst.
Controleer elke meting met een terugpeiling. Loop naar het landmerk, als dat kan, en peil terug. De twee getallen moeten 180 graden verschillen. Het FAO-handboek vindt 1 tot 2 graden verschil goed. Is het meer, meet dan opnieuw.
Kies landmerken die ver uit elkaar liggen. Twee lijnen snijden het scherpst als de hoek ertussen rond 60 tot 120 graden is wordt getoetst. Vermijd hoeken onder 15 graden (FAO). Een derde lijn is je controle: de drie lijnen vormen op papier een kleine driehoek, en de plek ligt daar meestal in. Bij een grote driehoek is er een meetfout.
Lijnen tussen landmerken: werkt zonder kompas
Vissers vinden zo al eeuwen een plek op zee wordt getoetst. Zoek twee landmerken die vanaf jouw plek precies achter elkaar staan, zoals een toren recht boven een rotspunt. Je staat dan op die lijn. Zoek een tweede paar, liefst haaks op het eerste. Waar de twee lijnen kruisen, ligt de plek. Je hebt geen kompas of cijfers nodig, en de magnetische afwijking speelt niet mee. Valt één merk weg, dan houd je nog één lijn over. Noteer dus altijd ook een afstand.
De schets
Het legerhandboek eist van elke terreinschets drie dingen: noordpijl, schaal en legenda. Maak twee tekeningen.
- Bovenaanzicht. Noord boven. Zet de plek in het midden, teken de landmerken, schrijf de afstanden bij de lijnen. Klopt de schaal niet, schrijf dan "niet op schaal".
- Zichtschets. Sta op de plek en teken de horizon als één lijn, met toppen, torens en masten. Schrijf de kompasgraden erboven. Iemand die de plek zoekt, houdt de tekening omhoog en schuift op tot alles klopt.
Schrijf datum en naam op elke tekening. Schrijf de beschrijving over in het groepsboek (14.08 Berichten vastleggen).
Markeringen op het terrein die blijven
Landmeters leggen een hoekpunt al eeuwen niet op één merk vast. Ze noteren richting en afstand naar bomen of objecten eromheen, liefst vier en minstens twee wordt getoetst. Doe hetzelfde: combineer een merk boven de grond, een merk onder de grond en papier.
| № | Merk | Hoe lang | Beperking |
|---|---|---|---|
| 1 | Inscriptie gebeiteld in rots of een dikke muur | Eeuwen wordt getoetst | Veel werk. Niet op erfgoed of officiële merken |
| 2 | Ingegraven steen, 30 tot 50 cm diep, met alleen de bovenkant zichtbaar wordt getoetst | Tientallen jaren | Vorst kan hem verschuiven wordt getoetst |
| 3 | Merk onder de grond: bakstenen, glas of aardewerk | Eeuwen wordt getoetst | Vergaat niet en valt op als je graaft. Noteer de diepte |
| 4 | Steenman (stapel stenen) | Jaren wordt getoetst | Dieren, wind en mensen gooien hem om |
| 5 | Kerf in een boom | Tientallen jaren wordt getoetst | Zie hieronder |
| 6 | Verf op steen | Enkele jaren wordt getoetst | Bladdert. Alleen als hulp |
| 7 | Paaltje van hout | Een paar jaar wordt getoetst | Rot aan de grondlijn |
| 8 | Lint, touw, plastic | Maanden | Alleen voor vandaag |
Een merk in een boom blijft op dezelfde hoogte. Een boom groeit alleen aan de top en in de dikte. Een spijker op 1,5 meter zit nog op 1,5 meter als de boom 30 meter hoog is (How Trees Grow, Michigan Tech). Maar de stam groeit om een kerf of spijker heen, en na jaren zie je er niets meer van wordt getoetst. Een spijker die is ingegroeid, kan later je zaag beschadigen wordt getoetst (05.15 Bijl, zaag en brandhout). Kerf daarom alleen in een boom die mag blijven staan, en noteer aan welke kant.
Laat officiële merken zitten: NAP-bouten, RD-punten en grensstenen. Andere mensen rekenen erop. Of de wet ze beschermt, is niet nagezocht wordt getoetst.
Geheime voorraadplekken terugvinden
Een verborgen voorraad (01.05 Je noodvoorraad, 15.07 Voorraad beheren) heeft twee vijanden: vreemden die hem vinden en je eigen groep die hem niet meer vindt. Dat lost één regel op: het merk staat niet bij de plek.
- Kies een ankerpunt op enige afstand dat voor iedereen gewoon lijkt: de hoek van een muur, een mast met nummer, een rotsblok.
- Noteer vanaf dat anker richting en afstand: "214 graden, 62 dubbelpassen". Leg de meting vast met passen van iemand met een bekend pasgetal, en meet het ook met touw.
- Neem een tweede anker in een andere richting. Valt er één weg, dan vind je de plek nog.
- Laat bij de plek zelf niets achter wat je kunt zien. Maak het terrein weer gelijk en wacht op regen of groei.
- Begraaf een ijzeren plaat mee. Daarmee vind je de plek met een prikstok of metaaldetector, ook als de grond is veranderd wordt getoetst.
- Schrijf nooit "voorraad" op. Gebruik een schuilnaam. Scheid de gegevens: de één bewaart het anker, de ander richting en afstand.
- Zorg dat altijd minstens drie mensen samen de plek kunnen vinden, en dat er een afspraak is voor als iemand sterft (15.09 Collectief geheugen).
- Ga elk half jaar kijken. Controleer op vocht, ratten en lekkage (VK.D05 Voorraad beschermen tegen muizen, ratten en motten), en meet de beschrijving opnieuw na. Let op dat je geen pad of spoor maakt (VK.F07 Sporen lezen).
Kies de plek zelf hoog en droog. Een kuil loopt in laag land snel vol met grondwater (13.03 Water in de bodem). Graaf ook niet in een uiterwaard of beekdal: daar kan hoogwater alles meenemen wordt getoetst.
Vind je de plek niet? Ga terug naar het anker en meet opnieuw, met een touw in plaats van passen. Leg vanaf het berekende punt een vierkant van 10 bij 10 meter uit met touwen en doorzoek dat in stroken van 1 meter met een prikstok wordt getoetst. Vergroot het vierkant pas daarna.
Zo weet je dat het werkt
- Iemand die er nooit is geweest, vindt de plek binnen 5 meter met alleen jouw papier wordt getoetst.
- Peilingen heen en terug verschillen 180 graden, met hooguit 2 graden afwijking.
- Drie lijnen snijden elkaar in een kleine driehoek.
- De beschrijving klopt ook in een ander seizoen en bij schemering.
- Valt er één merk weg, dan vind je de plek nog met de andere.
Zo weet je dat het misgaat
- De drie lijnen geven een grote driehoek: je zat te dicht bij metaal of je las verkeerd af. Ga weg van het metaal en meet opnieuw.
- Een helper loopt een andere route dan je bedoelde: voeg een tussenpunt toe waar de route van richting verandert.
- Het landmerk is verdwenen of veranderd: gebruik de andere merken en leg meteen een nieuw merk vast met datum.
- Twee mensen meten verschillende afstanden: passen verschillen per persoon. Schrijf erbij wiens passen het zijn, of meet met touw.
- Vreemden lopen rond je voorraad: je merk valt op, of jij laat een pad achter. Verplaats de voorraad en neem een andere route.
Gevaar · Graven en meten Graaf niet in dijken, langs gasleidingen of boven kabels: dat kan een doorbraak, een explosie of een schok geven. In Nederland is een graafmelding verplicht zolang die regeling werkt wordt getoetst. Stop als je tijdens het graven een onbekend metalen voorwerp vindt. In Nederland ligt nog munitie uit de oorlog in de grond wordt getoetst.
- Klim niet op beschadigde torens of daken voor een beter zicht (05.02 Een gebouw beoordelen).
- Klim nooit in een hoogspanningsmast, ook niet als het net uit lijkt.
- Ga niet alleen naar een verre plek. Laat weten waar je heen gaat en wanneer je terug bent.
Als je iets mist
| № | Mis je | Gebruik dan |
|---|---|---|
| 1 | Kompas | Lijnen tussen twee landmerken, of de schaduwstok (VK.F10 Tijd en richting uit de zon) |
| 2 | Meetlint | Knopentouw van 10 meter, of passen (VK.F09 Afstand meten met je pas) |
| 3 | Papier | Bord, plank, steen met kras. Later overschrijven (11.11 Papier maken) |
| 4 | Hoog landmerk | Tel dwarswegen, sloten of bomen vanaf een vast punt |
| 5 | Metaaldetector | Prikstok van dun staal, en een goed ingemeten plek |
| 6 | Metalen merk onder de grond | Laag bakstenen of glas: je ziet het als je graaft |
Achtergrond
Een plek op een vlak ligt vast met twee gegevens. Dat kan een richting met een afstand zijn, of twee richtingen. Met drie gegevens zie je ook of er een fout in zit. Daarom vraagt dit hoofdstuk om drie merken: twee om te vinden, één om te controleren. Een fout in de richting groeit met de afstand. Daarom werk je met een ver merk voor de grote lijn en een dichtbij merk voor de laatste meters. Natuurlijke vormen veranderen traag, en wat mensen maken verandert snel. Een landmerk is dus sterk als het groot en hard is, en zwak als het van onderhoud afhangt. Met een merk boven de grond, een merk eronder en papier overleeft de plek het verlies van één van de drie. Bewijs: voorkeur voor lijnen en hoogteverschil boven gebouwen en begroeiing B (legerhandboek, lange praktijk). Terugpeiling met 180 graden en vermijden van kleine hoeken B (FAO). Meer dan één merk per punt C (landmeetregels, alleen via zoekresultaat). De boom houdt een merk op dezelfde hoogte B (voorlichtingstekst). De houdbaarheid van merken C (praktijkschatting, weinig cijfers). Scheiden van gegevens en de zoekmethode voor verloren voorraad D (eigen redeneerwerk, niet getest).
Volgende niveau
Maak een register van alle belangrijke plekken van je groep, met nummer, datum en beheerder, en bewaar een kopie op een tweede plek (15.09 Collectief geheugen). Zoek je landmerken op de gedrukte kaart (14.01 Kaarten lezen), teken ze op een eigen kaart (14.05 Een lokale kaart maken) en gebruik ze voor routes (14.03 Routes voorbereiden). Laat nieuwe mensen plekken zoeken met alleen het papier, zodat de kennis niet bij één persoon blijft.
Controlelijst
- Ik noteer een plek ter plaatse, met datum en naam.
- Ik gebruik minstens drie merken in verschillende richtingen.
- Ik schrijf er kompasgraden en het jaar bij.
- Ik controleer met een terugpeiling.
- Ik heb een bovenaanzicht en een zichtschets gemaakt.
- Ik zet nooit een zichtbaar merk bij een verborgen voorraad.
- Ik heb getest of een ander de plek vindt met alleen mijn papier.
- Ik loop de merken minstens één keer per jaar na.
Verantwoording
- US Army FM 3-25.26 Map Reading and Land Navigation (2001), kopie op ciehub.info: beste controlepunten, eisen aan een richtpunt, opnieuw tellen vanaf een bekend punt, afstand tot metaal, eisen aan een terreinschets. Volgens zoekresultaten sinds 2013 vervangen door TC 3-25.26; die versie kon niet geopend worden.
- FAO: Topography, hoofdstuk 7 Topographical Surveys - Plan Surveying: voor- en terugpeiling 180 graden met 1 tot 2 graden speling, hoeken onder 15 of boven 165 graden vermijden, rond 60 graden is het best.
- How Trees Grow, op de site van Michigan Tech: een spijker in de stam blijft op dezelfde hoogte; de stam groeit in de dikte.
- BGS: World Magnetic Model 2025, webdienst (midden van Nederland): 2,857 graden oost op 1 november 2026, 9,4 boogminuten per jaar.
- Rijkswaterstaat: NAP peilmerken actueel: peilmerken in huizen, bruggen en viaducten, vrijwel overal binnen 1 km.
- PDOK: RD info (OGC API): RD-punten als gegevensverzameling met ligging, beschrijving en coördinaten.
- From the 1996 Standards of Practice (niet ingezien, alleen zoekresultaat): twee tot liefst vier getuigen per hoekpunt. Amerikaanse staatsnorm. Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de houdbaarheid van alle landmerken en merken, de beste snijhoek van 60 tot 120 graden, potlood op nat papier, hoger land en bos na brand, hoogwater in uiterwaard en beekdal, vorst en ingegraven stenen, de wettelijke bescherming van merken in Nederland, de voortzetting van de magnetische verschuiving, wat voor een auto geldt bij het kompas, de zaagschade door spijkers, de graafmelding en oorlogsmunitie, de methode met twee lijnen uit de visserij, de zoekmethode met een prikstok en de eis van 5 meter. De Amerikaanse landmeetregels zijn als voorbeeld gebruikt, niet als norm voor Nederland. Getoetst door: nog niet.