Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Navigatie, communicatie & vervoer
  4. Navigeren zonder kompas

Hoofdstuk · Navigatie, communicatie & vervoer

Navigeren zonder kompas

Richting uit zon, sterren en maan, en wat je doet als je de weg kwijt bent

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Water volgen Water brengt je niet vanzelf ergens. Een sloot of beek kan doodlopen in een plas, moeras of drassig veen waar je vast kunt raken wordt getoetst. De Amerikaanse parkdienst raadt het volgen van beken af. Een beekdal kan na zware regen snel vollopen, ook als het op de plek zelf droog is wordt getoetst (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen). Volg water alleen als de kaart zegt dat het kan.

Gevaar · Lopen in donker en mist Stop op tijd. Lopen zonder zicht leidt tot vallen, verstuiken of kou (07.04 Botbreuken, verstuikingen en spalken). Zoek nooit in het donker een afgrond of rivier op.

Gevaar · Ogen Kijk nooit recht in de zon. Werk met de schaduw.

Een oudere vrouw en een tiener knielen in de duinen bij een rechte stok en twee steentjes en bekijken de schaduw.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Een kompas kan kwijt zijn, kapot of omgepoold. Zon en sterren blijven. In een proef met gps liepen mensen rechtdoor zolang ze zon of maan zagen. Zodra wolken die verborgen, gingen ze in cirkels lopen zonder het te merken. Daarom heb je iets nodig om op te sturen, en een plan voor als je de weg kwijt bent. Niet alles wat in boeken staat werkt: de horlogemethode kan in de zomer ruim 30 graden afwijken wordt getoetst, en mos wijst je nergens heen.

Als er nog hulp is Ben je verdwaald en weet iemand waar je ongeveer bent, blijf dan staan en maak jezelf zichtbaar en hoorbaar (14.09 Signalen afspreken en geven).

Eerst doen

  1. Twijfel je over de weg: stop meteen. Ga zitten, drink, eet iets en denk na voordat je een stap zet.
  2. Markeer je plek met stenen of een doek, zodat je er kunt terugkeren.
  3. Bepaal noord: met de schaduw overdag, met de Poolster 's nachts.
  4. Schrijf op wat je zeker weet: je laatste zekere punt, hoe lang geleden, welke kant op.
  5. Kies: terug naar het laatste zekere punt, naar een lange lijn in het land, of blijven waar je bent.
  6. Loop van mikpunt naar mikpunt en tel je passen (VK.F09 Afstand meten met je pas).

Wat je nodig hebt

  • Een rechte stok van ongeveer 1 meter, een paar stenen, een touwtje van 1 tot 2 meter.
  • Een horloge, ook een digitaal, als je de tijd weet.
  • Papier en potlood.
  • Een telkoord (VK.F09 Afstand meten met je pas).
  • Een fluit (VK.F03 Fluitsignalen).
  • Voor een noodkompas: een naald, een magneet, een blad of stukje kurk en een kom water.

Werkwijze

Waar de zon staat

De zon komt alleen rond 21 maart en 23 september recht in het oosten op. Op andere dagen scheelt het veel:

№PlaatsOpkomst juniOndergang juniOpkomst decemberOndergang decemberHoogte om de middag, juni / decemberDaglicht, juni / december
1Midden Nederland48° (noordoost)312° (noordwest)129° (zuidoost)231° (zuidwest)61° / 14°16,8 / 7,7 uur

Dit is eigen rekenwerk, afgerond op een graad wordt getoetst. De zon staat om de echte middag precies in het zuiden. Die middag valt niet om 12 uur, omdat Nederland een kloktijd gebruikt die past bij landen verder naar het oosten. Reken op ongeveer 12:40 (winter) en 13:40 (zomer). Dat schuift door het jaar tot een kwartier heen en weer wordt getoetst (VK.F10 Tijd en richting uit de zon).

De schaduwstok

De stappen staan in VK.F10 Tijd en richting uit de zon: stok, steen op de punt van de schaduw, 10 tot 20 minuten wachten, tweede steen. De eerste steen is west, de tweede oost. Zet je linkervoet bij de eerste en je rechtervoet bij de tweede: je kijkt naar het noorden. Deze methode is eenvoudig, maar niet altijd precies. De punt van de schaduw beschrijft alleen rond maart en september een rechte lijn. Op andere dagen maakt hij een boog, en dan wijkt de lijn af als je ver van de middag meet.

№Afwijking van de oost-westlijnRond 21 maart en 23 september21 juni, 1 uur / 2 uur van de middag21 december, 1 uur / 2 uur van de middag
1Midden Nederlandongeveer 0°7° / 13°22° / 34°

Dit is eigen rekenwerk wordt getoetst. Vuistregel: meet zo dicht mogelijk bij de echte middag. Reken bij een winterse meting in de ochtend of late middag op 20 tot 35 graden fout. Twee betere manieren als je tijd hebt:

  • Kortste schaduw. Leg rond de middag elke tien minuten een steentje. De kortste schaduw wijst naar het noorden.
  • Gelijke schaduw. De nauwkeurigste manier. Markeer 's ochtends de schaduwpunt. Trek met een touwtje rond de stok een cirkel door die punt. Markeer waar de schaduw 's middags de cirkel weer raakt. De lijn tussen de twee punten loopt vrijwel elke dag van het jaar van west naar oost wordt getoetst. Het kost een paar uur.

De horlogemethode en haar beperkingen

Leg een wijzerhorloge plat en wijs met de kleine wijzer naar de zon. Het zuiden ligt halverwege tussen die wijzer en de 12, of in de zomertijd de 1. De Amerikaanse handboeken waarschuwen zelf dat dit misleidt op lagere breedte en alleen klopt met de echte lokale tijd. Bij ons is de kloktijd niet de zonnetijd. Halveer daarom naar de echte middag: 12:40 in de winter, 13:40 in de zomer. Met een digitaal horloge teken je een wijzerplaat op papier.

№Grootste fout, tot 4 uur van de middagWinterLente en herfstZomer
1Boekregel14°19°33°
2Met echte middag4°7°23°

Eigen rekenwerk wordt getoetst. In de winter is dit bruikbaar als grove richting. In de zomer is het onbruikbaar. Gebruik dan de schaduw.

De Poolster

De Poolster staat minder dan 1 graad naast het echte noorden. Zoek haar via de Grote Beer of Cassiopeia (VK.F11 Noord en breedtegraad met de Poolster). Ze staat in Nederland ongeveer 52 graden hoog. In de herfstavonden staat de Grote Beer laag in het noorden en kan hij achter bomen of huizen verdwijnen. Gebruik dan Cassiopeia wordt getoetst. Zet 's nachts twee stokken op één lijn met de Poolster. Dan heb je de richting ook de volgende ochtend nog.

Het Zuiderkruis: niet bij ons

Veel overlevingsboeken leggen het Zuiderkruis uit. Vergeet dat. Het staat rond 60 graden ten zuiden van de hemelevenaar. Vanuit Nederland zie je niets dat zuidelijker staat dan ongeveer 38 graden. Het komt dus nooit boven je horizon wordt getoetst. De gordel van Orion (drie sterren op een rij) komt wel overal ongeveer in het oosten op en gaat in het westen onder wordt getoetst.

De maan

De maan is een grove hulp.

  • Komt de maan op vóór de zon ondergaat, dan is de verlichte kant de westkant.
  • Komt de maan op na middernacht, dan is de verlichte kant de oostkant.
  • Een volle maan staat rond het midden van de nacht ongeveer in het zuiden wordt getoetst. Reken op tientallen graden fout wordt getoetst. Dit geeft de grote lijn, geen doel.

Wat niet werkt, en wat een beetje helpt

№BeweringWat ervan klopt
1Mos groeit aan de noordkantMos groeit waar het vochtig en schaduwrijk is, soms rondom de stam. In het bos en in schors kan dat elke kant zijn. Niet gebruiken
2Takken of jaarringen aan één kantHangt af van buren, wind en licht wordt getoetst. Niet gebruiken
3De wind waait altijd uit het westenWind draait. Vaak komt hij hier uit het westen, maar bij hogedruk net zo goed uit het oosten wordt getoetst (14.15 Het weer lezen). Hooguit steun voor een paar uur
4Volg een beek, dan kom je thuisZie het gevaar hieronder
5Noordhellingen zijn koeler en vochtigerDit klopt als grote lijn, maar in vlak land heb je er weinig aan wordt getoetst
6Oude kerken staan met het koor naar het oostenVaak, niet altijd wordt getoetst

Combineer meerdere aanwijzingen en vertrouw nooit één ervan.

Een noodkompas maken

Strijk een stalen naald twintig keer in één richting langs een magneet wordt getoetst. Leg hem op een blad of stukje kurk in een kom stilstaand water, uit de wind. De naald draait op de noord-zuidlijn. Welk uiteinde noord is, weet je pas met de zon erbij. Blijf uit de buurt van metaal (14.02 Een kompas gebruiken).

Rechtdoor lopen

Je voelt niet dat je afbuigt: kleine fouten in je gevoel voor rechtdoor stapelen zich op. Mensen met een blinddoek liepen in de proef soms cirkels van minder dan 20 meter doorsnede.

  1. Kies een mikpunt in je richting. Hoe verder weg, hoe beter.
  2. Kijk op het punt terug naar waar je vandaan kwam, en kies dan pas een nieuw mikpunt.
  3. Geen ver mikpunt: zet twee stokken op één lijn achter je, of leg drie stenen. Kijk telkens om of je nog op die lijn zit wordt getoetst.
  4. Zon als richting: de zon schuift gemiddeld 15 graden per uur op, rond de zomermiddag veel sneller. Stuur elk half uur bij wordt getoetst.
  5. Geen zon, geen sterren, geen mikpunten, zoals in dichte mist: blijf staan tot het opklaart. Zonder iets om op te sturen loop je geen rechte lijn.

Afstand schatten

  • Passen tellen. De betrouwbaarste manier (VK.F09 Afstand meten met je pas).
  • Tijd. Op een pad loop je zo'n 4 tot 5 km per uur, in ruw terrein veel minder (14.03 Routes voorbereiden).
  • In stukken van 100 meter. Stel je een voetbalveld voor en tel hoe vaak dat tussen jou en het doel past, tot 500 meter. Verder weg: schat de helft en verdubbel.
  • Duimsprong. Met je gestrekte arm en je twee ogen (zelfde kaart).
  • Flits en knal. Tel de seconden tussen het zien en het horen, bijvoorbeeld bij onweer of een schot. Elke 3 seconden is 1 km.
  • Horizon. Op vlak land of aan zee zie je vanaf ooghoogte zo'n 5 km ver. Vanaf een heuvel van 100 meter ongeveer 35 km wordt getoetst. Bij heldere lucht en over water lijkt een doel dichterbij, bij nevel en schemering verder weg wordt getoetst.

Verdwaald: stop en denk

Wie blijft doorlopen, maakt het vaak erger wordt getoetst. De Amerikaanse parkdienst begint daarom met stoppen en rustig kijken waar je bent. Doe dit:

  1. Stop. Zodra iets niet klopt, niet pas als je het zeker weet. Ga zitten. Drink en eet iets.
  2. Denk. Wanneer wist je het zeker? Hoe lang geleden? Reken: 30 minuten lopen is hooguit 2,5 km. Je zit dus binnen die cirkel om je laatste zekere punt.
  3. Kijk. Bepaal noord. Klim alleen op iets hogers als dat veilig kan. Luister naar water, verkeer, honden of bellen. Zoek op de kaart lange lijnen in die cirkel: weg, kanaal, spoorlijn, dijk, hoogspanningslijn.
  4. Plan. Kies een van de drie hieronder en schrijf het op.
№KeuzeWanneer
1Terug naar je laatste zekere puntJe weet nog hoe je kwam, en het is minder dan een uur lopen wordt getoetst
2Naar een lange lijnJe weet ongeveer waar je bent. Mik haaks op de lijn: een lange lijn mis je niet snel wordt getoetst
3BlijvenIemand verwacht je en weet je route (14.03 Routes voorbereiden), je bent gewond, het wordt donker, het zicht is weg, of je bent uitgeput

In het scenario van dit boek komt er misschien niemand. Blijven heeft dan alleen zin om weer of donker af te wachten. Maak dan een schuilplek (05.03 Een noodonderkomen), vuur (01.12 Vuur maken en beheren) en geef signalen: drie korte stoten op de fluit, elke minuut (VK.F03 Fluitsignalen), een rookvuur (VK.F01 Een signaalvuur bouwen) of een spiegel (VK.F02 Seinen met een spiegel). Schat hoeveel licht je nog hebt (VK.F12 De tijd tot zonsondergang schatten met je hand). Bijna elke rechte lijn raakt hier binnen een paar uur een weg, een dijk of een kanaal wordt getoetst. Kies een richting en houd hem vast. Houd bij hitte rust in de schaduw midden op de dag (01.13 Onderkoeling en oververhitting).

Zo weet je dat het werkt

  • Je legt rond de middag binnen 30 minuten een noordlijn die minder dan 10 graden afwijkt van een kompas.
  • Je vindt de Poolster binnen twee minuten.
  • Je loopt op een open veld 500 meter op een mikpunt en komt op je doel uit.
  • Je schat een afstand van 300 meter binnen 20 procent wordt getoetst.
  • Je weet bij elk uur van de dag ongeveer waar het zuiden is.

Zo weet je dat het misgaat

  • Je loopt steeds sneller en wilt "nog even" doorlopen: stop en ga zitten. Dat is paniek.
  • Je komt langs dezelfde plek: je loopt een cirkel. Blijf staan, markeer de plek en kies mikpunten of wacht op zicht.
  • De schaduwlijn en je gevoel verschillen: meet opnieuw, dichter bij de middag, of doe het met gelijke schaduwen.
  • De zon verdwijnt achter de wolken: neem nu een mikpunt in je richting en leg een lijn met stenen.
  • Je hebt geen noordlijn en het wordt donker: stop met lopen en maak een plek voor de nacht.

Gevaar · Water volgen Water brengt je niet vanzelf ergens. Een sloot of beek kan doodlopen in een plas, moeras of drassig veen waar je vast kunt raken wordt getoetst. De Amerikaanse parkdienst raadt het volgen van beken af. Een beekdal kan na zware regen snel vollopen, ook als het op de plek zelf droog is wordt getoetst (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen). Volg water alleen als de kaart zegt dat het kan.

Gevaar · Lopen in donker en mist Stop op tijd. Lopen zonder zicht leidt tot vallen, verstuiken of kou (07.04 Botbreuken, verstuikingen en spalken). Zoek nooit in het donker een afgrond of rivier op.

Gevaar · Ogen Kijk nooit recht in de zon. Werk met de schaduw.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1HorlogeSchaduwstok, of de hand aan de horizon (VK.F12 De tijd tot zonsondergang schatten met je hand)
2Rechte stokElk rechtop staand iets: paal, wandelstok, hek. De punt moet scherp op de grond schaduwen
3Vlakke grondEen plank of stuk karton, waterpas gelegd wordt getoetst
4ZonBij dunne bewolking is de plek vaak nog te zien. Een mes rechtop op je hand geeft dan een vage schaduw wordt getoetst
5Heldere nachtWacht op de ochtend
6KaartNoteer richting en tijd per stuk, zodat je terug kunt lopen (14.05 Een lokale kaart maken)

Achtergrond

De aarde draait 15 graden per uur. Daarom schuift de schaduw. Doordat de aardas scheef staat, is de schaduwpunt alleen rond maart en september een rechte lijn. Op andere dagen is het een kromme, die alleen rond de middag precies oost-west loopt. Bij gelijke schaduwen staat de zon even ver voor als na de middag, en daarom klopt die methode op elke datum. De horlogemethode gaat ervan uit dat de zon elk uur evenveel opschuift langs de horizon. Dat klopt ongeveer als hij laag door de lucht gaat. Hoe hoger de zon, hoe sneller zijn richting rond de middag verspringt. Het lopen in cirkels is gemeten. Onderzoekers van het Max-Planck-Instituut volgden mensen met gps in het Bienwald in Duitsland en de Sahara in Tunesië. Mensen met een blinddoek die elke vijf tot tien minuten een minuut mochten kijken, begonnen elk blok weer rechtuit. Bewijs: in cirkels lopen zonder zon of maan A (gepubliceerde proef met gps). Poolster als noord A (sterrenkunde). Zuiderkruis niet zichtbaar in Nederland A (meetkunde). Schaduwstok rond 21 maart en 23 september, en gelijke schaduwen B (leerboeken, eigen berekening). Schaduwstok buiten die datums ver van de middag D. Horlogemethode in de winter C, in de zomer D. Maan C. Mos, takken en jaarringen D. Stop en denk als eerste stap C (praktijkadvies, weinig harde cijfers).

Volgende niveau

Maak van richting en afstand een kaart (14.05 Een lokale kaart maken). Leer de tijd uit de zon (14.14 Tijd en kalender bijhouden) en je breedte uit de Poolster (VK.F11 Noord en breedtegraad met de Poolster). Oefen elke maand op een andere plek zonder kompas en controleer pas achteraf. Laat kinderen meedoen.

Controlelijst

  • Ik vind noord met de schaduw en weet wanneer die methode afwijkt.
  • Ik weet hoe laat de echte middag bij mij valt.
  • Ik gebruik de horlogemethode niet in de zomer.
  • Ik vind de Poolster en weet dat het Zuiderkruis hier niet te zien is.
  • Ik gebruik geen mos of takken als kompas.
  • Ik schat afstand met passen, tijd en flits en knal.
  • Ik stop als ik twijfel, markeer mijn plek en kies bewust tussen terug, een lange lijn of blijven.
  • Ik volg geen beek of sloot als de kaart niet zegt waar die heen gaat.

Verantwoording

Open in de app en bewaar offline