Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Water & sanitatie
  4. Een latrine graven

Hoofdstuk · Water & sanitatie

Een latrine graven

Ontlasting onder de grond, ver van je drinkwater en met schone handen erna

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Instorten, vallen en vervuild water

  • Een greppel in los zand of natte grond kan zonder waarschuwing instorten. Werk nooit alleen in een greppel die dieper is dan je middel wordt getoetst, en sta niet onder een overhangende wand.
  • Dek een open kuil 's nachts af. Kinderen, ouderen en dieren kunnen erin vallen.
  • Een latrine boven of te dicht bij een put maakt dat water onveilig, ook als het helder blijft en niemand ziek wordt.
Twee mensen in rubberlaarzen graven een smalle rechte greppel in natte klei aan de rand van een perenboomgaard; erachter staan een scherm op palen en een jerrycan op een standaard, met knotwilgen langs de sloot.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Ontlasting van mensen is bij een lange uitval de belangrijkste bron van diarree, buikgriep, hepatitis A, wormen en in het ergste geval cholera wordt getoetst. Zolang je zakken en opslag hebt, vang je ontlasting op zoals in 02.08 Een noodtoilet. Raken zakken, emmers of de afvoerplek op, dan is een gegraven latrine de volgende stap. Een goede latrine houdt ontlasting onder de grond en weg van vliegen. Een slecht geplaatste latrine vervuilt de put of sloot waar je groep uit drinkt, en dat zie, ruik en proef je niet.

Als er nog hulp is Vraag de gemeente of het waterschap hoe hoog het grondwater bij jou staat en of er een plek voor latrines is aangewezen. Graaf niet zolang een werkend toilet, riool of noodtoiletpunt bereikbaar is.

Eerst doen

  1. Blijf het noodtoilet uit 02.08 gebruiken zolang het kan. Graaf pas als zakken, opslag of afvoer opraken.
  2. Zoek alle waterbronnen in de buurt: putten, tuinpompen, bronnen, sloten, beken, vijvers en regentonnen (02.02 Bronnen herkennen).
  3. Kies een plek minstens 30 meter van elke waterbron, en lager in het terrein dan die bron.
  4. Graaf een proefgat. Blijft er minder dan 1,5 meter droge grond over tussen de bodem van je latrine en het grondwater, graaf daar dan niet.
  5. Zet vóór het eerste gebruik een handwaspunt met water en zeep of as bij de uitgang.
  6. Leg losse aarde en een schep klaar en spreek af: na elk gebruik afdekken.

Wat je nodig hebt

  • Een spade en een schop. Voor harde of stenige grond ook een houweel (09.02 Handgereedschap).
  • Een grondboor als je die hebt, om het grondwater te zoeken.
  • Een meetlint of een stok van 1 meter met een streep per 10 cm, of je passen (VK.F09 Afstand meten met je pas).
  • Twee stevige planken of palen van ongeveer 1 meter als voetsteun langs de rand.
  • Een deksel dat groter is dan het gat: plank, triplex, golfplaat of een oude deur.
  • Een emmer droge aarde, zand of houtas met een blik erin.
  • Zeil, lakens of pallets voor privacy, met palen en touw.
  • Een handwaspunt: jerrycan met kraantje of een kan, zeep, en een emmer voor het waswater.
  • Werkhandschoenen, en een paal en stift om een gesloten latrine te markeren.

Werkwijze

Kies het type

Kies het kleinste type dat bij je groep past. Een kleine latrine per huishouden is vaak gezonder en makkelijker te beheren dan één grote voor iedereen.

№TypeMaten volgens de WHOVoor wie en hoe lang
1Kuil voor één huishoudenGat van ongeveer 30 bij 50 cm en 1 meter diep, met twee voetplankenEén huishouden, dagen tot weken
2GreppellatrineGreppel van 20 tot 30 cm breed, tot 1,5 meter diep en ongeveer 4 meter lang, met een scherm eromheenEen groep, weken
3Diepe greppel met vloer80 tot 90 cm breed, minstens 2 meter diep, 6 meter lang, met een vloer en zes hokjesEen grotere groep, maanden; vraagt veel hout en werk
4Verhoogde latrineKuil met wanden die 1 tot 1,5 meter boven de grond uitsteken, met een wal van aarde eromheenHoog grondwater of rotsgrond

Wie onderweg is, graaft per keer een klein gat van ongeveer 15 cm diep en dekt het meteen af wordt getoetst. Dat is een noodgreep voor één persoon, geen plek voor een groep.

Kies de plek

  1. Meet minstens 30 meter vanaf elke put, pomp, bron, sloot, beek of vijver. Dat is ongeveer 40 passen van een volwassene wordt getoetst. Meer is beter.
  2. Kies een plek die lager ligt dan je waterbronnen. Grondwater stroomt meestal mee met de helling van het land wordt getoetst. Graaf nooit hogerop dan een put.
  3. Blijf weg uit laagtes die onder water lopen, uit uiterwaarden en uit beekdalen. Graaf nooit in of tegen een dijk (02.14 Hoogwater, dijken en gemalen).
  4. Blijf binnen 50 meter van de plek waar mensen slapen, zodat iedereen er 's nachts veilig komt. Dat is de norm in vluchtelingenkampen.
  5. Houd ruim afstand van de keuken, de voedselvoorraad en de moestuin wordt getoetst.
  6. Let op de grond. In grof zand, grind en gespleten kalksteen reist vervuiling verder. Maak de afstand daar groter. Zie 13.03 Water in de bodem.

Controleer het grondwater

De bodem van de latrine moet minstens 1,5 meter boven het hoogste grondwater liggen: het niveau in de natste tijd van het jaar.

  1. Boor of graaf een proefgat. Voor een kuil van 1 meter diep moet je tot 2,5 meter kunnen kijken.
  2. Wacht een paar uur. Komt er water in het gat, dan ligt daar het grondwater.
  3. Kun je niet zo diep, kijk dan naar het water in een sloot in de buurt. In polders ligt het grondwater vaak ongeveer op slootpeil wordt getoetst.
  4. Herhaal de controle na een week met veel regen.

In grote delen van West- en Noord-Nederland staat het grondwater in de winter minder dan een meter onder de grond wordt getoetst. Een kuil van een meter staat daar in het water. Doe dan dit:

  • Blijf bij de opvang uit 02.08 en breng gesloten zakken naar één beheerde plek.
  • Zoek hogere grond: zandruggen, stuwwallen, duinen of oude woonheuvels.
  • Bouw een verhoogde latrine: een kuil met wanden van hout, steen of planken, opgehoogd met een wal van aarde. Hoger dan 1 tot 1,5 meter wordt in de praktijk niet gebruikt.
  • Moet het toch een ondiepe greppel zijn: alleen voor een paar dagen, met de volle 30 meter tot elke pomp en sloot, en elke keer afdekken. Ga ervan uit dat het grondwater daar daarna vervuild is. Drink het nooit zonder behandeling (02.01 Water drinkbaar maken).

Graaf de latrine

  1. Zet de omtrek uit met touw. Een greppel is 20 tot 30 cm breed. Maak één stuk smaller voor kinderen en ouderen.
  2. Leg de uitgegraven grond aan één kant, minstens een halve meter van de rand wordt getoetst. Dat is je afdekgrond.
  3. Graaf rechte wanden. In los zand of natte grond graaf je ze schuin of zet je ze vast met planken.
  4. Leg bij zachte grond aan beide kanten een plank langs de rand. Voor kinderen staan de voetsteunen niet verder dan 15 cm uit elkaar wordt getoetst.
  5. Graaf rondom een ondiep geultje dat regenwater om de latrine heen leidt.
  6. Zet een scherm voor privacy, met een vrij pad en licht voor de nacht. Leg deksel, aarde en handwaspunt klaar.

Gebruik en afdekken

  • Hurk met een voet op elke plank. Gooi na elk gebruik een schep aarde, zand of houtas over de ontlasting, tot je niets meer ziet.
  • Kijk elke dag of alles bedekt is. Bij een diepe greppel strooi je dagelijks een laag aarde van ongeveer 10 cm over de hele inhoud.
  • Leg het deksel op het gat als niemand de latrine gebruikt.
  • Plassen mag in de latrine. In natte klei loopt een kuil dan snel vol; maak daar een aparte plasgeul op dezelfde afstand van het water wordt getoetst.
  • Gooi geen plastic, luiers of maandverband in de latrine; die vullen het gat wordt getoetst. Gebruik een aparte afvalbak met deksel.
  • Giet er geen bleek of chemicaliën in. Gebluste kalk mag als afdekmiddel; ongebluste kalk brandt huid en ogen en hoort er niet in wordt getoetst (11.07 Kalk branden en blussen).
  • Wie diarree heeft, gebruikt zo mogelijk een eigen latrine en wast extra goed zijn handen wordt getoetst (07.08 Koorts en besmettelijke ziekten).

Vliegen en ongedierte

Vliegen leggen eitjes op open ontlasting en lopen daarna over je eten. Afdekken en het deksel breken die route; volgens de WHO voorkomt een dagelijkse laag aarde dat vliegen in de greppel broeden. Houd eten afgedekt en laat geen etensresten bij de latrine liggen. Zie je maden of zwermen vliegen, dan wordt er niet goed afgedekt. Over ratten en muizen: zie 06.11 Luizen, vlooien, muggen en ratten.

Handen wassen

  1. Maak je handen nat, gebruik zeep en wrijf minstens 20 seconden: palmen, ruggen, tussen de vingers, duimen en nagels.
  2. Spoel af met stromend water uit een kan of jerrycan. Steek je handen nooit in een gedeelde kom.
  3. Geen zeep: gebruik houtas en water. Noodnormen noemen as als vervanger, maar het werkt minder goed dan zeep wordt getoetst.
  4. Droog aan de lucht of met een eigen doek.
  5. Giet het waswater in de latrine of een zinkgat, nooit bij een waterbron (02.09 Afvalwater scheiden).

Meer over handhygiëne staat in 06.04 Persoonlijke hygiëne.

Sluiten en een nieuwe graven

De WHO sluit een greppel als de inhoud tot 30 cm onder de rand komt.

  1. Graaf de nieuwe latrine een paar dagen van tevoren, op een plek die aan dezelfde regels voldoet.
  2. Gooi de oude latrine vol met aarde en maak er een bult op van 20 tot 30 cm, want de grond zakt nog in wordt getoetst.
  3. Zet er een paal of steen op met een L en de datum.
  4. Teken de plek op je lokale kaart en noteer hem in het logboek (14.05 Een lokale kaart maken).
  5. Graaf daar minstens twee jaar niet en teel er geen groente wordt getoetst. Een struik of boom mag; noodnormen raden dat aan.

Hoe snel een latrine volloopt, verschilt per groep. Ontwerpers rekenen met 40 tot 60 liter ontlasting per persoon per jaar, zonder afdekgrond wordt getoetst. In de praktijk vult de afdekgrond een greppel vaak sneller dan de ontlasting wordt getoetst. Meet daarom in de eerste week hoeveel centimeter de inhoud per dag stijgt.

Rekenvoorbeeld, geen norm: een greppel van 1 meter diep mag vullen tot 30 cm onder de rand, dus 70 cm. Stijgt de inhoud 3 cm per dag, dan heb je ruim drie weken. Graaf de volgende dus in week drie.

Zo weet je dat het werkt

  • Na gebruik zie je geen ontlasting meer, ook niet aan de randen.
  • Er zitten weinig vliegen en je ruikt de latrine pas als je er vlak naast staat.
  • De bodem van de kuil blijft droog, ook na een week regen.
  • Zeep of as en water zijn er altijd, en iedereen wast zijn handen.
  • De volgende latrine is klaar voordat je hem nodig hebt.
  • Let op: dat niemand ziek wordt, bewijst niet dat je putwater schoon is. Behandel water uit putten en sloten altijd (02.01).

Zo weet je dat het misgaat

  • Er staat water in de kuil. Stop met gebruiken, gooi hem dicht en kies hogere grond, een verhoogde latrine of de opvang uit 02.08.
  • Je ziet zwermen vliegen of maden, of de latrine stinkt ver in de omtrek. Dek na elk gebruik af, gebruik een dikkere laag aarde of as, leg het deksel terug en kijk of hij al moet sluiten.
  • De wanden brokkelen af of zakken in. Houd iedereen weg en zet planken langs de rand of graaf de wanden schuiner. Lukt dat niet, sluit hem.
  • Regenwater loopt erin. Graaf een afvoergeul en hang een zeil erboven. Na een overstroming ga je ervan uit dat putten in de buurt vervuild zijn (02.02).
  • Meerdere mensen krijgen diarree. Controleer handen wassen en afstanden, behandel al het drinkwater, geef zieken een eigen latrine en een drinkoplossing (07.06 Uitdroging en de drinkoplossing).
  • Kinderen of ouderen gebruiken de latrine niet. Maak een smaller deel, zet licht neer en ga mee in het donker.

Gevaar · Instorten, vallen en vervuild water

  • Een greppel in los zand of natte grond kan zonder waarschuwing instorten. Werk nooit alleen in een greppel die dieper is dan je middel wordt getoetst, en sta niet onder een overhangende wand.
  • Dek een open kuil 's nachts af. Kinderen, ouderen en dieren kunnen erin vallen.
  • Een latrine boven of te dicht bij een put maakt dat water onveilig, ook als het helder blijft en niemand ziek wordt.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1Spade of schopHouweel, schoffel, stevige plank of metalen plaat
2GrondboorEen proefgat met de spade; het slootpeil als ruwe aanwijzing
3MeetlintPassen tellen: ongeveer 40 passen voor 30 meter (VK.F09) wordt getoetst
4Planken als voetsteunTwee stevige palen, dikke takken of een doorgezaagde pallet
5DekselGolfplaat, oude deur, triplex of een omgekeerde kist
6AfdekgrondDroog zand, houtas of zaagsel van onbehandeld hout
7ZeepHoutas en water, langer wrijven, handen aan de lucht drogen
8PrivacyschermZeil, lakens, rietmatten, pallets of takken

Achtergrond

Ziektekiemen uit ontlasting komen op twee manieren terug bij mensen: via handen, vliegen en eten, of via water. Een latrine breekt beide routes. Afdekken en een deksel houden vliegen weg; zeep haalt ziektekiemen van je vingers. In de grond sterven de meeste ziektekiemen af naarmate ze verder en langer reizen, en droge grond boven het grondwater werkt als filter wordt getoetst. Daarom gelden een minimumafstand tot water en een minimumlaag droge grond onder de kuil. In grind en gespleten kalksteen stroomt water snel en filtert de grond slecht. Staat de kuil in het grondwater, dan stroomt vuil rechtstreeks naar de put van de buren. Bewijs: 30 meter tot waterbronnen en 1,5 meter droge grond boven het grondwater B (internationale veldnorm; de werkelijk veilige afstand hangt af van de bodem). Dagelijks afdekken tegen vliegen B (WHO). Handen wassen met zeep A. As als vervanger van zeep C. Bleek of chemicaliën in een latrine D.

Volgende niveau

Op niveau III maak je van de greppel een vaste voorziening: een kuil met vloer, deksel, dak en een ventilatiepijp met vliegengaas, of een droogtoilet dat urine en ontlasting scheidt. Leg met de buurt een kaart aan van alle latrines, putten en pompen, zodat niemand een put slaat naast een oude latrine (02.11). Voor een grotere groep plan je latrines, water en handen wassen als één systeem (02.13). Voor graven gelden vergelijkbare afstandsregels (07.15 Overlijden en lijkzorg).

Controlelijst

  • Ik meet de afstand van elke latrine tot putten, pompen, sloten en beken: minstens 30 meter, en lager in het terrein.
  • Ik controleer het grondwater in de natste tijd van het jaar en houd 1,5 meter droge grond onder de kuil.
  • Ik dek na elk gebruik af en leg het deksel terug.
  • Ik was mijn handen met zeep of as, minstens 20 seconden.
  • Ik sluit de latrine als de inhoud 30 cm onder de rand komt, en heb de volgende dan al klaar.
  • Ik markeer een gesloten latrine met paal en datum en zet hem op de kaart.
  • Ik werk nooit alleen in een diepe greppel.

Verantwoording

Niet met een primaire bron onderbouwd en daarom gemarkeerd: de grondwaterstand in Nederland, het slootpeil als aanwijzing, 40 passen voor 30 meter, de veilige diepte om alleen te graven, as als vervanger van zeep, gebluste en ongebluste kalk, het gat van 15 cm onderweg, twee jaar niet graven op een gesloten latrine, en hoe snel afdekgrond een greppel vult. Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline