Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Geneeskunde zonder ziekenhuis
  4. Botbreuken, verstuikingen en spalken

Hoofdstuk · Geneeskunde zonder ziekenhuis

Botbreuken, verstuikingen en spalken

Stilleggen, bewaken en weer leren bewegen, zonder röntgenfoto

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

Gevaar · Bovenbeen, bekken, nek en rug

  • Een gebroken bovenbeen of bekken kan meer dan een liter bloed kosten wordt getoetst. Behandel als shock, ook als je geen bloed ziet.
  • Til de benen niet op bij letsel aan been, bekken of rug.
  • Na een val van hoogte, een aanrijding of een plettend gewicht: denk aan de nek. Laat iemand die wakker is zelf zijn hoofd stilhouden, en dwing nooit een houding af.
  • Een tractiespalk hoort niet bij letsel aan heup, bekken, knie of onderbeen van hetzelfde been wordt getoetst.
  • Een hand of voet zonder doorbloeding gaat binnen enkele uren verloren wordt getoetst.
Op een erf naast een omgevallen ladder zit een jonge vrouw met haar onderbeen in een spalk van een slaapmat; een buurvrouw knoopt een brede band, een man houdt het been stil.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarom dit telt

Zonder röntgenfoto weet je vaak niet zeker of iets gebroken is, dus je behandelt op vermoeden. Een goede spalk vermindert de pijn en beschermt huid, bloedvaten en zenuwen; een knellende spalk kan een hand of voet kosten. De meeste botten genezen vanzelf als ze lang genoeg stil en recht liggen. Het echte gevaar zit in bloedverlies bij bovenbeen en bekken, infectie bij open breuken, en een hand of voet zonder doorbloeding.

Als er nog hulp is Bel 112 bij een open breuk, een gebroken been, heup of bekken, een arm of been in een vreemde stand, of een koude, bleke hand of voet. Houd het letsel tot die tijd stil in de houding waarin je het vond.

Eerst doen

  1. Kijk of het veilig is en stop eerst een levensbedreigende bloeding (07.02 Bloedingen stoppen).
  2. Werk ABCDE af (07.01): een breuk doet veel pijn, maar is zelden het eerste probleem.
  3. Houd het ledemaat stil in de gevonden houding, met je handen, een deken of jassen.
  4. Haal ringen, horloges en armbanden af voordat de zwelling komt.
  5. Controleer voorbij het letsel doorbloeding, gevoel en beweging, en schrijf het op met de tijd.
  6. Spalk, en controleer daarna opnieuw.

Wat je nodig hebt

  • Iets stijfs: plankjes, stokken, stevig karton, een tijdschrift, een slaapmat, of een buigzame aluminium spalk met schuim (SAM-spalk).
  • Opvulling: handdoeken, kleding, sokken, watten.
  • Brede banden: driehoeksdoeken, repen laken van 5 tot 10 cm, riemen, tape. Geen dun touw of draad.
  • Twee driehoeksdoeken voor mitella en das.
  • Een schaar, en een onderzoekskaart (07.01).
  • Koud water en een doek, of een coldpack.
  • Voor een open breuk: minstens een liter drinkwater of gekookt en afgekoeld water, en schoon gaas.

Werkwijze

Breuk, verstuiking of kneuzing

№Wat je zietWijst eerder op
1Krak gehoord, vreemde stand, ledemaat korter of gedraaidBreuk
2Knarsen of schuren bij bewegenBreuk
3Pijn op één punt als je op het bot drukt wordt getoetstBreuk
4Bot zichtbaar, of een wond boven de breukOpen breuk
5Pijn en zwelling rond een gewricht, steunen lukt nog een beetjeVerstuiking
6Blauwe plek, pijn bij aanraken, bewegen luktKneuzing
7Gewricht staat in een knik of trap en zit vastOntwrichting (VK.B09)

Bij de enkel gebruiken artsen de Ottawa-regels: een breuk is waarschijnlijker als iemand direct en later geen vier stappen kan zetten, of als drukken op de achterrand of de punt van een enkelknobbel pijn doet wordt getoetst. Zonder die tekens is een enkelbreuk onwaarschijnlijk. De vaste regel: twijfel je, of staat iets in een vreemde stand, behandel het dan als een breuk.

Doorbloeding, gevoel en beweging controleren

Controleer voorbij het letsel, altijd vóór en na het spalken. Daarna elk kwartier in het eerste uur, en elke paar uur zolang de zwelling toeneemt wordt getoetst.

  1. Pols: aan de duimkant van de pols, bovenop de voet of achter de binnenenkel.
  2. Kleur en warmte: vergelijk met de andere kant.
  3. Capillaire refill aan een nagel: binnen twee seconden is goed.
  4. Gevoel: laat hem de ogen sluiten en vraag welke vinger of teen je aanraakt.
  5. Beweging: laat hem vingers of tenen bewegen, niet het gebroken deel. Schrijf elke controle op met de tijd. Wordt het koud, wit of blauw, tintelt het of is het doof: maak eerst alle banden los.

Een spalk aanleggen

  1. Spoel en dek een wond eerst af, zonder het ledemaat te bewegen.
  2. Spalk in de gevonden houding. Trek niets recht.
  3. Neem het gewricht boven en onder de breuk mee. Zit het letsel in een gewricht, neem dan het bot erboven en eronder mee.
  4. Vorm de spalk eerst aan de gezonde kant.
  5. Vul holtes op, zoals knieholte, enkel en pols, en leg extra opvulling op uitstekende botten.
  6. Bind vast boven en onder de breuk, nooit erop, met de knopen aan de kant van de spalk.
  7. Bind niet te strak: een vinger moet onder elke band passen wordt getoetst.
  8. Laat vingers en tenen vrij, en controleer opnieuw. Doet het meer pijn na het spalken, leg de spalk dan opnieuw aan. Een gespalkte arm of verstuikte enkel mag omhoog. Een gebroken been leg je niet omhoog zolang het niet gespalkt is.

Geïmproviseerde spalken

  • Goot van karton of slaapmat: een strook zo lang als het bot plus beide gewrichten, in de lengte gevouwen tot een U. Een vouw in de lengte maakt hem stijf, net als bij een SAM-spalk wordt getoetst. Voor onderarm, pols, onderbeen en enkel.
  • Opgerold tijdschrift of krant: om de onderarm of pols, met opvulling eronder, vastgezet met tape of repen. Daarna de arm in een mitella.
  • Opgerolde deken of kussen: om enkel en voet gewikkeld en vastgebonden wordt getoetst, of onder een gebogen knie in de gevonden hoek.
  • Stok of plank: voor het onderbeen aan beide kanten, van boven de knie tot voorbij de voet wordt getoetst.
  • Het eigen lichaam: een vinger aan de buurvinger of een teen aan de buurteen, met gaas ertussen, twee tot drie weken. Een been aan het gezonde been met opvulling ertussen. Een arm met mitella en das tegen de romp.

Mitella en das

  1. Leg de driehoeksdoek tussen arm en borst, met de punt achter de elleboog.
  2. Laat de arm rusten in ongeveer 90 graden, de hand iets hoger dan de elleboog wordt getoetst.
  3. Breng de onderste punt omhoog over de arm en knoop aan de zijkant van de hals, niet op de nekwervels wordt getoetst.
  4. Zet de punt bij de elleboog vast en laat de vingertoppen zichtbaar.
  5. Leg een brede das om bovenarm en romp, over de mitella heen, met de knoop aan de gezonde kant. Gebruik dit bij sleutelbeen, schouder en bovenarm, en met een spalk bij onderarm en pols. Een handdoek of een omhoog gespeld shirtpand werkt ook wordt getoetst.

Een breuk van het bovenbeen

Een gebroken bovenbeen kan 1 tot 1,5 liter bloed in het been kosten, zonder dat je bloed ziet wordt getoetst. Je ziet hevige pijn, en vaak een been dat korter is en naar buiten gedraaid ligt wordt getoetst. Bij een oudere na een val wijst dat beeld met pijn in de lies op een gebroken heup wordt getoetst.

  1. Laat een helper het been stilhouden, boven en onder de breuk.
  2. Leg opvulling tussen de benen, van lies tot enkels.
  3. Bind het gebroken been op vier of vijf plaatsen aan het gezonde been, niet op de breuk, met de knopen aan de gezonde kant wordt getoetst.
  4. Heb je lange planken, leg er dan een aan de buitenkant van oksel tot voorbij de voet en een aan de binnenkant van lies tot voorbij de voet wordt getoetst.
  5. Behandel de shock (VK.B15 Shock herkennen en opvangen), maar til de benen niet op.
  6. Vervoer op een brancard, met beide benen aan elkaar (VK.B08 Brancard improviseren en een gewonde vervoeren). Een vermoedelijk gebroken bekken bind je met een laken om de heupen (07.02). Wees eerlijk: zonder chirurg geneest een bovenbeen vaak korter of krom, en ligt de gewonde weken in bed, met kans op doorliggen, trombose en longontsteking wordt getoetst. Een tractiespalk, die het been in de lengte op spanning houdt, hoort alleen in getrainde handen wordt getoetst.

Een open breuk

  1. Stop de bloeding met druk rondom het bot, niet erop wordt getoetst, met een drukverband om de botpunt heen (VK.B01 Drukverband aanleggen).
  2. Duw een uitstekend bot nooit terug en trek er niet aan.
  3. Spoel zichtbaar vuil weg met minstens een liter drinkwater of gekookt en afgekoeld water, met een stevige straal uit een fles met een gaatje in de dop.
  4. Dek af met schoon gaas en spalk in de gevonden houding. Behandel elke wond vlak bij een breuk als een open breuk wordt getoetst. Antibiotica verlagen hier de kans op infectie sterk (07.07 Infecties en antibiotica). Zonder chirurg blijft de kans op een infectie van het bot groot wordt getoetst. Verdere wondzorg: 07.03 Wonden reinigen en sluiten.

Rechttrekken: wanneer wel en wanneer niet

De regel is: trek niets recht. Je kunt zenuwen en bloedvaten scheuren en een gesloten breuk open maken. Er is één uitzondering. Is de hand of voet voorbij de breuk koud, wit of blauw, zonder pols en zonder refill, ook na het losmaken van alle banden, dan gaat het weefsel binnen enkele uren verloren wordt getoetst. Komt er geen arts, dan mag iemand met de juiste opleiding de breuk voorzichtig in de lijn van het bot terugbrengen wordt getoetst:

  1. Een helper houdt het deel boven de breuk stevig vast.
  2. De getrainde trekt rustig in de lengte van het bot en brengt het deel eronder langzaam naar de normale lijn.
  3. Bij veel weerstand of veel meer pijn stopt hij en spalkt in die stand.
  4. Hij controleert direct de pols en schrijft de tijd op. Doe dit nooit zonder opleiding, en nooit bij een gewricht: elleboog, knie en heup zet een leek niet terug (VK.B09).

Koelen en de eerste dagen bij een verstuiking

De eerste twee tot drie dagen:

  1. Bescherm: voorkom opnieuw verzwikken, gebruik steun of stevige schoenen.
  2. Rust: steun zoveel als de pijn toelaat.
  3. Koel: hooguit 20 minuten met koud water, of ijs of een coldpack in een doek, elke twee tot drie uur. Nooit ijs direct op de huid. Stop als de pijn erger wordt.
  4. Steun: draag overdag een stevig verband. Of het helpt is niet bewezen. Haal het 's nachts af en maak het losser als tenen koud worden of tintelen wordt getoetst.
  5. Hoog: leg het gewricht hoog, liefst boven het hart wordt getoetst. Vermijd de eerste dagen warmte, alcohol en masseren. Het Rode Kruis koelt een duidelijke breuk niet; de Britse NHS adviseert bij een gebroken arm wel een ijszak in een doek. Leg een breuk dus eerst stil, en koel daarna alleen als het de pijn verlicht wordt getoetst. Pijnstilling volgens de bijsluiter: 07.11 Pijn en pijnstilling.

Herstel en revalidatie zonder fysiotherapeut

№LetselGenezing ongeveer
1VerstuikingMeestal beter na 2 weken, ernstig: maanden
2Verstuikte enkelGewoon lopen na 2 weken, zwaar werk na 4 tot 6 weken
3Gebroken teen4 tot 6 weken
4Gebroken arm of pols6 tot 12 weken
5Gebroken been6 tot 12 weken, soms langer
  1. Beweeg vanaf dag één een paar keer per dag alles wat niet gespalkt is, ook de schouder van een arm in een mitella wordt getoetst.
  2. Span de spieren onder de spalk een paar keer per uur aan zonder het gewricht te bewegen wordt getoetst.
  3. Belast een gebroken been de eerste weken niet, of alleen met de tenen. Gebruik krukken en belast pas meer als het nauwelijks pijn doet wordt getoetst.
  4. Na de spalk buig en strek je het gewricht elke dag rustig, en daarna train je kracht. Lichte pijn mag; scherpe pijn of meer zwelling de volgende dag is te veel wordt getoetst.
  5. Na een verstuikte enkel train je 6 tot 8 weken, een tot twee keer per dag: op de tenen lopen, een minuut op één been staan, en op een traptrede op en neer met de hielen.

Zo weet je dat het werkt

  • De pijn neemt af zodra het letsel stil ligt.
  • Vingers of tenen blijven warm en roze, en gevoel en beweging zijn na het spalken gelijk aan ervoor.
  • De spalk schuift niet als de gewonde wordt verplaatst.
  • Een verstuiking is na vier dagen minder pijnlijk en minder dik.
  • In de weken daarna gebruikt hij het ledemaat steeds meer zonder meer pijn.

Zo weet je dat het misgaat

  • Vingers of tenen worden koud, wit of blauw of gaan tintelen: maak alle banden los en spalk opnieuw. Blijft het zo, lees dan Rechttrekken.
  • De pijn blijft toenemen, wordt veel erger bij strekken van vingers of tenen, en het ledemaat wordt hard en gespannen: dit kan een compartimentsyndroom zijn, een gevaarlijke drukopbouw in de spieren. Haal alles weg wat knelt en leg het op harthoogte wordt getoetst. Zonder chirurg is er geen behandeling.
  • Rode of kapotte plekken onder de spalk: vul opnieuw op.
  • Een wond bij de breuk wordt rood, warm, dik of etterig, of hij krijgt koorts: denk aan infectie (07.07).
  • Na een bovenbeen- of bekkenbreuk wordt de pols sneller en de huid bleek en klam: shock (VK.B15).
  • Een verstuiking is na vier dagen niet beter, of hij kan geen vier stappen zetten: behandel het als een breuk en spalk vier tot zes weken wordt getoetst.
  • Een kuit wordt aan één kant dik, warm en pijnlijk, of hij wordt plots benauwd: denk aan trombose wordt getoetst.

Gevaar · Bovenbeen, bekken, nek en rug

  • Een gebroken bovenbeen of bekken kan meer dan een liter bloed kosten wordt getoetst. Behandel als shock, ook als je geen bloed ziet.
  • Til de benen niet op bij letsel aan been, bekken of rug.
  • Na een val van hoogte, een aanrijding of een plettend gewicht: denk aan de nek. Laat iemand die wakker is zelf zijn hoofd stilhouden, en dwing nooit een houding af.
  • Een tractiespalk hoort niet bij letsel aan heup, bekken, knie of onderbeen van hetzelfde been wordt getoetst.
  • Een hand of voet zonder doorbloeding gaat binnen enkele uren verloren wordt getoetst.

Als je iets mist

№Mis jeGebruik dan
1SpalkKarton, een opgerold tijdschrift, een plank, een slaapmat, of het andere been
2OpvullingHanddoeken, kleding, sokken, bubbeltjesplastic
3DriehoeksdoekEen vierkant stuk laken van ongeveer een meter, diagonaal doorgeknipt wordt getoetst
4Brede bandenRepen laken, een panty, tape, riemen, sjaals
5KrukkenTwee stevige takken met een gaffel, opgevuld met doek, of een stoel als looprek wordt getoetst
6ColdpackEen doek in koud water, ververst als hij warm wordt
7Drinkwater om te spoelenGekookt en afgekoeld water (02.01 Water drinkbaar maken)

Achtergrond

Een bot geneest in stappen: eerst een bloeduitstorting rond de breuk, dan binnen enkele weken zacht nieuw weefsel, en in de maanden daarna hard bot wordt getoetst. Dat lukt alleen als de breukvlakken stil en ongeveer in lijn liggen. Elke beweging in de breuk doet pijn en kan bloedvaten en zenuwen beschadigen. Een spalk over het gewricht boven en onder de breuk neemt die hefboom weg. Zwelling in een gesloten spierruimte kan de bloedtoevoer dichtdrukken; daarom controleer je steeds voorbij het letsel. Bewijs: spalken in de gevonden houding C: geen studies, wel een afspraak van deskundigen. Niet rechttrekken C, om dezelfde reden. Ottawa-regels om een enkelbreuk uit te sluiten A. Koelen bij een verstuiking C. Een steunverband C: een overzicht vond geen duidelijk voordeel of nadeel. Antibiotica bij een open breuk A. Spoelen met drinkwater A. Een tractiespalk door ongeschoolden D: geen bewezen voordeel, wel risico.

Volgende niveau

Op niveau II leg je een spalkset aan bij de eerstehulpkist: twee SAM-spalken of kartonnen goten, vier driehoeksdoeken, opvulling, tape en een schaar (06.02 De eerstehulpkist). Oefen elke drie maanden een onderarmspalk, een mitella met das en een been aan het andere been, en benoem daarna hardop pols, gevoel en beweging. Op niveau III volgen een of twee mensen een cursus wildernisgeneeskunde, waarin ze leren een breuk recht te trekken, een tractiespalk aan te leggen en een gewricht terug te zetten (VK.B09).

Controlelijst

  • Ik behandel bij twijfel elk letsel als een breuk.
  • Ik controleer pols, kleur, refill, gevoel en beweging vóór en na het spalken, en schrijf het op.
  • Ik spalk in de gevonden houding, met het gewricht boven en onder de breuk erin.
  • Ik maak een spalk van karton, een tijdschrift of een deken, en leg een mitella met das aan.
  • Ik bind een gebroken bovenbeen aan het gezonde been en behandel de gewonde als shock.
  • Ik spoel en bedek een open breuk en duw nooit een bot terug.
  • Ik weet dat alleen een getrainde een breuk rechttrekt, en alleen bij een hand of voet zonder doorbloeding.
  • Ik koel een verstuiking hooguit 20 minuten met een doek tussen ijs en huid.

Verantwoording

Spalken in de gevonden houding en rechttrekken alleen door getrainden volgen de European Resuscitation Council (2021); de richtlijn van 2025 behandelt breuken niet meer. Herkenning volgt Rode Kruis, NHS en Thuisarts, vastbinden MedlinePlus, de open breuk de Wilderness Medical Society. Improvisaties, mitella-hoeken en revalidatieschema zijn redactioneel.

Getoetst door: nog niet.

Open in de app en bewaar offline