Het Nulpunt, startpagina
  1. Home
  2. Kennis
  3. Verslikking bij volwassene en kind

Vaardigheid

Verslikking bij volwassene en kind

De luchtweg vrijmaken bij iedereen vanaf een jaar

Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.

VK.B04: vier verschillende scènes voor rugslagen en buikstoten, met handmatig gezette uitleg.
Gegenereerd beeld, geen praktijkfoto.

Waarvoor

Een stuk vlees, een noot of een snoepje schiet in de luchtpijp. Zolang iemand hoest, werkt zijn eigen hoest het best. Hoest hij niet meer, dan heb je een paar minuten om het eruit te krijgen.

Wat je nodig hebt

  • Je handen.
  • Een stoel of tafelrand als je alleen bent.

Stappen

  1. Vraag: "Verslik je je?" Kan hij praten, huilen of krachtig hoesten: moedig hem aan te blijven hoesten. Doe verder niets en blijf bij hem.
  2. Kan hij niet praten, is de hoest stil of zwak, wordt hij blauw of grijpt hij naar zijn keel: dit is ernstig. Ga verder.
  3. Ga schuin achter hem staan. Ondersteun zijn borst met één hand en laat hem ver voorover buigen.
  4. Geef tot vijf krachtige klappen tussen de schouderbladen met de muis van je hand. Kijk na elke klap of het eruit is.
  5. Helpt het niet: ga recht achter hem staan en sla je armen om zijn bovenbuik.
  6. Maak een vuist en leg die met de duimkant tegen de buik, tussen de navel en de onderkant van het borstbeen.
  7. Pak je vuist met je andere hand en trek krachtig naar binnen en omhoog. Doe dit tot vijf keer.
  8. Wissel vijf klappen en vijf buikstoten af tot het eruit is.
  9. Raakt hij bewusteloos: laat hem voorzichtig op de grond zakken en begin met 30 borstcompressies (VK.B06). Kijk voor elke beademing in de mond en haal alleen eruit wat je duidelijk ziet.

Zo controleer je het

  • Hij hoest, praat of huilt weer en krijgt weer kleur.
  • Na buikstoten: let 24 uur op buikpijn, braken of bloed braken. Buikstoten kunnen inwendig letsel geven wordt getoetst.
  • Blijft hij hoesten of piepen, dan kan er een stukje in de longen zitten. Let de dagen daarna op koorts.

Veelgemaakte fouten

  • Op de rug slaan bij iemand die nog krachtig hoest.
  • Blind met een vinger in de keel graaien. Dat duwt het voorwerp dieper.
  • Water geven.
  • De vuist te hoog, op het borstbeen of de ribben.
  • Te zacht. Het moet krachtig zijn.

Varianten

  • Kind van 1 jaar tot de puberteit: kniel achter het kind zodat je op zijn hoogte zit. Leg een klein kind voor de klappen voorover op je knie. Gebruik minder kracht.
  • Zwanger of erg zwaar: geef borststoten in plaats van buikstoten. Leg je vuist op het midden van het borstbeen en trek recht naar achteren.
  • Alleen: druk je vuist in je bovenbuik en werp je bovenbuik krachtig op de rugleuning van een stoel of de rand van een tafel.
  • Rolstoel: zet de rem erop en werk van achteren over de rugleuning.

Oefenen Oefen de houding bij elkaar, maar geef nooit echte buikstoten of harde klappen aan een gezond persoon. Zoek met je vuist de plek tussen navel en borstbeen. Oefen de stoelmethode bij jezelf zachtjes.

Proeve Je staat binnen vijf seconden in de juiste houding achter een staande partner, vuist op de goede plek, beoordeeld door een tweede persoon. Je noemt zonder spieken het verschil voor een kind, een zwangere en jezelf alleen.

Open in de app en bewaar offline