Vaardigheid · Geneeskunde zonder ziekenhuis
Lage bloedsuiker herkennen en verhelpen
Snelle suiker op tijd, voordat iemand wegzakt
Concepttekst. Nog niet getoetst door een vakdeskundige. Volg altijd actuele instructies van de overheid en hulpdiensten. Bij acuut gevaar: bel 112.
Gevaar · Bewusteloos of kan niet slikken Geef niets in de mond. Leg hem in stabiele zijligging (VK.B07) en controleer de ademhaling. Een injectie met glucagon staat in de doseertabel die een arts voor dit boek opstelt wordt getoetst. Is er niets anders, dan kan een getrainde een kleine hoeveelheid honing of suikerpasta aan de binnenkant van de wang smeren, terwijl de persoon op zijn zij ligt wordt getoetst. Kans op verslikken is reëel. Bij schaars voedsel moet iemand die insuline gebruikt zijn dosis aanpassen. Daar is kennis voor nodig: zie 07.12 Chronische ziekten zonder apotheek.

Waarvoor
Mensen met diabetes die insuline of bepaalde tabletten gebruiken, kunnen te weinig suiker in het bloed krijgen na inspanning, een overgeslagen maaltijd of alcohol. Ook wie dagen niet eet, veel drinkt of erg ziek is kan het krijgen. Zonder suiker vallen de hersenen binnen minuten tot uren uit.
Wat je nodig hebt
- Snelle suiker: suikerklontjes, kristalsuiker, honing, siroop, gewone frisdrank of vruchtensap.
- Iets met langzame koolhydraten: brood, een cracker, een koek.
- Een bloedsuikermeter als die er is.
Stappen
- Herken het. Vroege tekens: trillen, zweten, bleek, honger, bonzend hart, tintelende lippen, prikkelbaar. Later: verward, onduidelijk praten, dronken gedrag, boos, dubbel zien, suf.
- Meet als het kan. Onder de 4 mmol per liter is te laag wordt getoetst.
- Laat hem gaan zitten.
- Geef 15 tot 20 gram snelle suiker: vier tot vijf suikerklontjes, of drie tot vier theelepels suiker opgelost in water, of een glas van 150 tot 200 ml gewone frisdrank of sap wordt getoetst. Een kind krijgt ongeveer de helft wordt getoetst.
- Wacht vijftien minuten. Meet opnieuw of kijk of hij helderder wordt.
- Nog niet beter: geef nog eens dezelfde hoeveelheid. Herhaal tot drie keer.
- Wel beter: geef binnen een half uur brood, een koek of een maaltijd. Anders zakt hij opnieuw weg.
- Houd hem de uren daarna in de gaten, ook 's nachts als de lage suiker 's avonds kwam.
- Twijfel je of de suiker te hoog of te laag is: geef suiker.
Zo controleer je het
- Binnen tien tot vijftien minuten is hij helderder, trilt hij minder en zweet hij niet meer.
- Een meting na vijftien minuten is boven de 4 mmol per liter wordt getoetst.
Veelgemaakte fouten
- Light frisdrank of suikervrij snoep geven.
- Chocolade geven als eerste hulp: het vet vertraagt de opname.
- Gedrag aanzien voor dronkenschap of onwil.
- Hem na herstel alleen laten.
- Insuline geven omdat hij diabeet is. Dat maakt het erger.
Gevaar · Bewusteloos of kan niet slikken Geef niets in de mond. Leg hem in stabiele zijligging (VK.B07) en controleer de ademhaling. Een injectie met glucagon staat in de doseertabel die een arts voor dit boek opstelt wordt getoetst. Is er niets anders, dan kan een getrainde een kleine hoeveelheid honing of suikerpasta aan de binnenkant van de wang smeren, terwijl de persoon op zijn zij ligt wordt getoetst. Kans op verslikken is reëel. Bij schaars voedsel moet iemand die insuline gebruikt zijn dosis aanpassen. Daar is kennis voor nodig: zie 07.12 Chronische ziekten zonder apotheek.
Oefenen Weeg met een keukenweegschaal 15 gram suiker af in vijf vormen: klontjes, losse suiker, honing, frisdrank, sap. Maak zakjes van 15 gram en leg die bij iedereen met diabetes en in de ehbo kist.
Proeve Je noemt vijf tekens van lage bloedsuiker. Je stelt binnen twee minuten uit drie verschillende bronnen een portie van 15 tot 20 gram snelle suiker samen, gecontroleerd op een weegschaal.